Akkoord ter uitvoering van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer
Ter uitvoering van artikel 10, lid 1, alinea a), van het Europees Verdrag van 9 juli 1956 betreffende de sociale zekerheid van arbeiders werkzaam bij het internationaal vervoer — hierna te noemen „Verdrag” — hebben de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:
Artikel 1
Voor de toepassing van het Verdrag en van dit Akkoord wijst de bevoegde autoriteit van elke Verdragsluitende Partij één of meer verbindingsorganen aan.
De verbindingsorganen en de organen van de Verdragsluitende Partijen treden rechtstreeks met elkaar in verbinding in hun onderscheiden officiële talen.
Elk orgaan van een Verdragsluitende Partij of elke persoon, die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij zijn woon- of verblijfplaats heeft, kan zich tot het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij wenden, hetzij direct, hetzij door bemiddeling van de verbindingsorganen.
Artikel 2
De bevoegde autoriteit van elke Verdragsluitende Partij verstrekt aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, op zijn laatst op de datum waarop dit Akkoord voor de betrokken partij in werking treedt, inlichtingen betreffende:
- a). de „bevoegde autoriteit (en)”, bedoeld in artikel 1, alinea d), van het Verdrag;
- b). de „bevoegde organen”, bedoeld in artikel 1, alinea f), van het Verdrag;
- c). de „organen van de verblijfplaats”, bedoeld in artikel 1, alinea g), van het Verdrag;
- d). het (de) „verbindingsorga(a)n(en)”, aangegeven krachtens artikel 1, lid 1, van dit Akkoord.
De bevoegde autoriteit van elke Verdragsluitende Partij brengt in.de krachtens de bepalingen van het vorige lid verstrekte inlichtingen de wijzigingen aan, welke wat zijn eigen land betreft noodzakelijk zouden kunnen worden; zij deelt deze wijzigingen, alsmede de datum waarop zij in werking treden, mede aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau. De wijzigingen, welke voortvloeien uit het aannemen van een nieuwe wettelijke regeling, worden aan hem medegedeeld binnen drie maanden na de bekendmaking van die wettelijke regeling.
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau maakt de inlichtingen en de eventuele krachtens de bepalingen van de voorgaande leden van dit artikel door de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Partij medegedeelde wijzigingen bekend aan de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partijen.
Artikel 3
Om met toepassing van de leden 1 en 2 van artikel 3 en de leden 1 t/m 4 van artikel 4 van het Verdrag in aanmerking te komen voor verstrekkingen in natura legt de arbeider aan het orgaan van de verblijfplaats over een bewijs, dat in de loop van de twee aan de overlegging voorafgaande kalendermaanden is afgegeven:
- a). hetzij door het bevoegde orgaan, waarin met name wordt verklaard, dat het gaat om een arbeider, die bij dat orgaan is ingeschreven en op wie het Verdrag van toepassing is, en waarin de naam, het adres, de zetel en de aard van de onderneming, waarbij de arbeider werkzaam is, wordt aangegeven;
- b). hetzij door de werkgever of diens vertegenwoordiger, waarin met name wordt verklaard, dat het gaat om een arbeider, die voor zijn rekening werkzaam is, bij het bevoegde orgaan ingeschreven is en op wie het Verdrag van toepassing is, en waarin de aard van zijn onderneming, alsmede de naam en de zetel van het (de) bevoegde orga(a)n(en), waarbij de arbeider ingeschreven is wordt aangegeven; indien evenwel krachtens de nationale wetgeving de werkgever niet geacht wordt het bevoegde orgaan te kennen, moet de arbeider aan het orgaan van de verblijfplaats bij de indiening van zijn aanvraag de naam en de zetel van het bevoegde orgaan vermelden.
In geval de arbeider, overeenkomstig de op grond van de bepalingen van artikel 2 van het Verdrag van toepassing zijnde wetgeving, is ingeschreven bij verscheidene bevoegde organen, is het door het bevoegde orgaan, dat de verstrekkingen in natura in geval van ziekte of moederschap beheert, afgegeven bewijs, behalve wanneer het tegendeel daarop is vermeld, eveneens geldig voor de verstrekking van andere eventueel noodzakelijke uitkeringen.
De verstrekkingen in natura kunnen aan de arbeider, met name in geval van een ongeval of een ernstige ziekte, niet geweigerd worden, om reden dat hij niet in staat is op het gewenste ogenblik een bewijs over te leggen overeenkomstig de bepalingen van lid 1 van dit artikel, indien het orgaan van de verblijfplaats kan nagaan of als waarschijnlijk kan aannemen, dat het gaat om een arbeider, op wie het Verdrag van toepassing is. In dat geval wendt het orgaan van de verblijfplaats zich tot het bevoegde orgaan om het bewijs te verkrijgen.
Artikel 4
Wanneer de arbeider een van de bewijzen, bedoeld in artikel 3 van dit Akkoord, heeft overgelegd, wordt hij geacht de voorwaarden voor de opening van het recht op uitkeringen te vervullen en moet het orgaan van de verblijfplaats de onmiddellijk noodzakelijke verstrekkingen in natura verlenen. Als zodanig worden beschouwd het eerste geneeskundig onderzoek van de arbeider en alle verstrekkingen in natura, waarvan de geneeskundige verklaart, dat zij onmiddellijk noodzakelijk zijn.
Het orgaan van de verblijfplaats geeft het bevoegde orgaan kennis van de aanvraag van de arbeider, binnen een termijn van drie dagen na de dag, waarop het hiervan kennis heeft genomen, en geeft daarbij aan door wie en op welke datum het overgelegde bewijs is afgegeven, alsmede, indien mogelijk, de aanvang van het verlenen der verstrekkingen in natura. Het staakt of weigert, al naar gelang het geval, en indien mogelijk onmiddellijk, het verlenen van genoemde uitkeringen, indien het bevoegde orgaan hem bericht dat de arbeider er geen recht op heeft.
In geval van opname in een ziekenhuis geeft het orgaan van de verblijfplaats binnen een termijn van drie dagen na de dag, waarop het hiervan kennis heeft gekregen, aan het bevoegde orgaan bericht inzake de datum van opname in het ziekenhuis of een andere geneeskundige inrichting, alsmede inzake de vermoedelijke duur van de opname; bij het vertrek uit het ziekenhuis of de geneeskundige inrichting stelt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan binnen dezelfde termijn in kennis van de datum van vertrek.
De verstrekkingen, bedoeld in artikel 3, lid 4, van het Verdrag, behelzen alle prothesen, alle kunstmiddelen van grotere omvang en alle belangrijke verstrekkingen in natura, met uitzondering van die, waarvan het verlenen niet kan worden uitgesteld zonder het leven of de gezondheid van de arbeider in gevaar te brengen. In het laatste geval stelt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan onmiddellijk in kennis van het toekennen van genoemde verstrekkingen. Deze kennisgeving, alsmede de normaal voor de toekenning van die verstrekkingen vereiste vergunning, moet vergezeld gaan van een gedetailleerde uiteenzetting van de redenen, die het toekennen rechtvaardigen en moeten een schatting bevatten van de vermoedelijke kosten.
Na beëindiging van het verlenen van de verstrekkingen in natura door het orgaan van de verblijfplaats zendt dit, in voorkomend geval, de geneeskundige verklaringen en alle andere gegevens aan het bevoegde orgaan. In geval van een ongeval moet de verklaring een gedetailleerde beschrijving bevatten van de toestand van de getroffene, met name van de staat van herstel of genezing van het letsel en van de aanwijzingen betreffende de vermoedelijke gevolgen van het ongeval.
Artikel 5
Wanneer het bevoegde orgaan in de gevallen, bedoeld in de laatste volzin van artikel 3, lid 2, van het Verdrag, het orgaan van de verblijfplaats verzoekt de verstrekkingen in natura te verlenen ingevolge de door het bevoegde orgaan toegepaste wetgeving, geeft dit laatste orgaan nauwkeurig aan de aard en de duur van de te verlenen verstrekkingen.
Indien het voor het orgaan van de verblijfplaats niet mogelijk is de verstrekkingen in natura onder de verlangde voorwaarden te verlenen, stelt het binnen een termijn van tien dagen na de ontvangst van het verzoek het bevoegde orgaan daarvan in kennis.
Artikel 6
De bepalingen van de artikelen 3 t/m 5 van dit Akkoord zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van een op een binnenvaartuig werkzame arbeider, die samen met hem op dat vaartuig wonen.
Artikel 7
Om in geval van ziekte of moederschap met toepassing van artikel 3, lid 5, van het Verdrag in aanmerking te komen voor uitkeringen in geld of met toepassing van artikel 4, lid 5, van het Verdrag voor periodieke uitkeringen in geld anders dan de renten in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte wendt de arbeider zich onmiddellijk tot het orgaan van de verblijfplaats onder overlegging, indien de wetgeving van het land, waar hij zich bevindt daarin voorziet, van een verklaring van arbeidsongeschiktheid, afgegeven door de behandelend geneesheer. Deze verklaring wordt door het orgaan van de verblijfplaats binnen drie dagen na de overlegging aan het bevoegde orgaan gezonden.
Het orgaan van de verblijfplaats gaat over tot de medische of administratieve controle van de arbeider, die uitkeringen in geld geniet, alsof het een eigen verzekerde betrof. Elk bevoegd orgaan behoudt evenwel het recht de belanghebbende te doen onderzoeken door een geneeskundige naar eigen keuze.
Wanneer het bevoegde orgaan de uitkeringen in geld rechtstreeks aan de arbeider betaalbaar stelt, geeft het daarvan bericht aan het orgaan van de verblijfplaats. In geval dit laatste orgaan de uitbetaling van de uitkeringen in geld verricht op verzoek en voor rekening van het bevoegde orgaan, stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats in kennis van het bedrag van de uitkeringen en de data, waarop zij uitbetaald moeten worden, alsmede van de maximum uitkeringsduur.
Wanneer de behandelend geneesheer of de geneeskundige van het orgaan van de verblijfplaats constateert, dat de arbeider weer arbeidsgeschikt is, doet dat orgaan de arbeider mededeling van het einde van zijn arbeidsongeschiktheid en zendt het onverwijld een afschrift van die mededeling aan het bevoegde orgaan.
Artikel 8
Wanneer de behandelend geneesheer of de geneeskundige van het orgaan van de verblijfplaats constateert, dat de gezondheidstoestand van de arbeider geen beletsel vormt voor zijn terugkeer naar het land, waar het bevoegde orgaan zijn zetel heeft, doet het orgaan van de verblijfplaats de arbeider onmiddellijk mededeling van dit medisch oordeel, dat met name nauwkeurig aangeeft of de belanghebbende al dan niet geschikt is de arbeid te hervatten, en zendt het een afschrift van deze mededeling aan het bevoegde orgaan.
Artikel 9
In het geval, bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Verdrag, gelden voor de aangifte van het arbeidsongeval of de beroepsziekte de bepalingen van het land, waar het ongeval of de ziekte zich heeft voorgedaan. Het voorlopig onderzoek van bedoelde aangifte wordt verricht ingevolge de wetgeving van dat land.
De in het vorige lid bedoelde aangifte moet worden ingediend bij het orgaan van de verblijfplaats; het zendt deze door aan het voor de verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten bevoegde orgaan en verschaft, op verzoek van dit laatste orgaan, alle nadere inlichtingen omtrent de omstandigheden, waaronder het ongeval of de ziekte zich heeft voorgedaan.
Wanneer het bevoegde orgaan van oordeel is, dat de wettelijke regeling inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten niet van toepassing is, stelt dit het orgaan van de verblijfplaats, dat de verstrekkingen in natura heeft verleend, hiervan onmiddellijk in kennis. In dit geval worden de door dit orgaan verleende verstrekkingen beschouwd als uitkeringen krachtens de ziekteverzekering.
Wanneer naar aanleiding van dit oordeel een definitieve beslissing is genomen, stelt het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats hiervan onmiddellijk in kennis. Dit orgaan zet de betaling van uitkeringen krachtens de ziekteverzekering voort, indien het volgens de genomen beslissing geen arbeidsongeval of beroepsziekte betreft. In het tegenovergestelde geval worden de door de arbeider krachtens de ziekteverzekering ontvangen uitkeringen beschouwd als uitkeringen van de verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Artikel 10
Het werkelijke bedrag van de in verband met de verstrekkingen in natura gedane uitgaven, dat met toepassing van het bepaalde in artikel 5 van het Verdrag wordt vergoed door de bevoegde organen aan de organen, die de verstrekkingen hebben verleend, is het bedrag, dat blijkt uit de boekhouding van de belanghebbende organen.
Indien de in het vorige lid bedoelde uitgaven niet uit de boekhouding van het orgaan blijken en geen overeenkomst is gesloten overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid van dit artikel, worden de genoemde uitgaven vastgesteld in de vorm van vaste bedragen. In de gevallen, waarin tot vaste bedragen wordt overgegaan, worden deze vastgesteld enerzijds naar het aantal geneeskundige verrichtingen, gevallen van ziekte of moederschap, dagen van arbeidsongeschiktheid of verpleging in een ziekenhuis of van enige andere geschikte eenheid, en anderzijds naar de aan de beschikbare gegevens ontleende gemiddelde kosten. De verbindingsorganen van de belanghebbende Verdragsluitende Partijen beoordelen de grondslagen, die voor de berekening van de vaste bedragen dienen en stellen in gemeenschappelijk overleg de te vergoeden bedragen vast.
Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die, welke gelden voor de verstrekkingen in natura, verleend aan arbeiders, die vallen onder de wettelijke regeling, welke wordt toegepast door het orgaan, dat de verstrekkingen in natura heeft verleend overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 3 en 4 van het Verdrag.
De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen in gemeenschappelijk overleg andere modaliteiten van waardering van de te vergoeden bedragen vaststellen of overeenkomen, dat geen enkele vergoeding zal plaatsvinden tussen de organen van hun onderscheiden landen.
Artikel 11
De in artikel 5 van het Verdrag bedoelde vergoedingen worden, voor zover zij betrekking hebben op de gezamenlijke kosten, welke op de organen van elke Verdragsluitende Partij drukken, door bemiddeling van de betrokken verbindingsorganen verstrekt
- a). voor elk kalenderkwartaal, wanneer zij zijn vastgesteld op basis van de uitgaven aan uitkeringen, zoals die blijken uit de boekhouding van de organen, in de loop van het volgende kwartaal, of
- b). voor elk kalenderjaar, wanneer zij zijn vastgesteld op basis van vaste bedragen; in dat geval storten de bevoegde organen op de eerste dag van elk kalenderhalfjaar voorschotten overeenkomstig de door de betrokken verbindingsorganen in gemeenschappelijk overleg vastgestelde modaliteiten.
De bevoegde autoriteiten van twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen in gemeenschappelijk overleg andere termijnen voor de vergoeding of andere modaliteiten voor de voorschotten vaststellen.
Met betrekking tot de door het orgaan van de verblijfplaats op verzoek en voor rekening van het bevoegde orgaan met toepassing van de tweede volzin van artikel 3, lid 5, van het Verdrag verstrekte uitkeringen in geld worden de vergoedingen verstrekt door bemiddeling van de verbindingsorganen, binnen drie maanden na het einde van het verlenen van de uitkeringen. Het bepaalde in lid 2 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
De kosten van de geneeskundige onderzoeken, observaties, reizen van artsen en administratieve of medische onderzoeken, noodzakelijk voor de administratieve of medische controle, komen ten laste van het orgaan, dat de controle uitoefent, naar het door hem toegepaste tarief en worden vergoed door het bevoegde orgaan. Te dien einde is het bepaalde in artikel 10 en in de leden 1 en 2 van artikel 11 van dit Akkoord van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
De aanvragen, bewijzen, verklaringen, aangiften, beroepschriften en andere stukken, die met het oog op de toepassing van het Verdrag of van dit Akkoord aan een autoriteit, een orgaan of een andere instelling van een Verdragsluitende Partij worden overgelegd, kunnen niet afgewezen worden om de reden dat zij gesteld zijn in de officiële taal van een andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 14
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.