Protocol bij het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)
De Partijen bij dit Protocol,
Partij zijnde bij het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), gedaan te Genève op 19 mei 1956,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Protocol wordt onder „Verdrag” verstaan het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR).
Artikel 2
Wijzigt het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR); Genève, 19 mei 1956.
Slotbepalingen
Artikel 3
Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Staten, die het Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden en die hetzij lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, hetzij overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie met raadgevende stem tot die Commissie zijn toegelaten.
Dit Protocol blijft openstaan voor toetreding door elke van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde Staten, die Partij zijn bij het Verdrag.
De Staten, die overeenkomstig paragraaf 11 van het mandaat van deze Commissie aan zekere werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa kunnen deelnemen en die toegetreden zijn tot het Verdrag, kunnen Partij bij dit Protocol worden door toetreding na de inwerkingtreding ervan.
Dit Protocol staat open voor ondertekening te Genève van 1 september 1978 tot en met 31 augustus 1979. Na deze datum staat het open voor toetreding.
Dit Protocol is onderworpen aan bekrachtiging nadat de betrokken Staat het Verdrag heeft bekrachtigd of ertoe is toegetreden.
Bekrachtiging of toetreding geschiedt door de nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Alle akten van bekrachtiging of toetreding, nedergelegd nadat een wijziging van dit Protocol ten aanzien van alle Verdragsluitende Partijen in werking is getreden, of nadat alle maatregelen welke zijn vereist voor de inwerkingtreding van de wijziging ten aanzien van alle Verdragsluitende Partijen zijn voltooid, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Protocol.
Artikel 4
Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag, nadat vijf van de in artikel 3, eerste en tweede lid, van dit Protocol bedoelde Staten hun akte van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.
Voor iedere Staat, die het Protocol bekrachtigt of ertoe toetreedt, nadat vijf Staten hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt dit Protocol in werking op de negentigste dag na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding door de genoemde Staat.
Artikel 5
Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Protocol opzeggen door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De opzegging heeft rechtsgevolg twaalf maanden na de datum, waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving daarvan heeft ontvangen.
Iedere Verdragsluitende Partij, die ophoudt Partij te zijn bij het Verdrag, houdt op dezelfde datum op Partij te zijn bij dit Protocol.
Artikel 6
Indien na de inwerkingtreding van dit Protocol het aantal Verdragsluitende Partijen ten gevolge van opzeggingen is teruggebracht tot minder dan vijf, houdt de werking van dit Protocol op vanaf de datum waarop de laatste opzegging rechtsgevolg heeft. De werking ervan houdt eveneens op vanaf de datum waarop de werking van het Verdrag ophoudt.
Artikel 7
Iedere Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Protocol van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen hij behartigt en ten aanzien waarvan hij een verklaring overeenkomstig artikel 46 van het Verdrag heeft afgelegd. Dit Protocol is op het gebied of de gebieden, genoemd in de kennisgeving, van toepassing met ingang van de negentigste dag na ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal, of indien het Protocol op die dag nog niet in werking is getreden, met ingang van de dag der inwerkingtreding.
ledere Staat, die overeenkomstig het vorige lid een verklaring heeft afgelegd, waardoor dit Protocol van toepassing wordt op een gebied, welks internationale betrekkingen hij behartigt, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 het Protocol, voor wat dat gebied betreft, opzeggen.
Artikel 8
Ieder geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of de toepassing van dit Protocol, dat de Partijen niet door middel van onderhandelingen of door andere middelen hebben kunnen regelen, kan op verzoek van één der betrokken Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.
Artikel 9
Iedere Verdragsluitende Partij kan op het tijdstip, waarop zij dit Protocol ondertekent, bekrachtigt of ertoe toetreedt, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren dat zij zich niet door artikel 8 van dit Protocol gebonden acht. De andere Verdragsluitende Partijen zijn niet door artikel 8 van dit Protocol gebonden tegenover een Verdragsluitende Partij, die zulk een voorbehoud heeft gemaakt.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde verklaring kan te allen tijde worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
Geen enkel ander voorbehoud ten aanzien van dit Protocol is toegestaan.
Artikel 10
Nadat dit Protocol gedurende drie jaar in werking is geweest, kan iedere Verdragsluitende Partij door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving bijeenroeping van een conferentie verzoeken teneinde dit Protocol te herzien. De Secretaris-Generaal geeft van dit verzoek kennis aan alle Verdragsluitende Partijen en roept een conferentie tot herziening bijeen, indien binnen een termijn van vier maanden na de door hem gedane kennisgeving, tenminste éénvierde van de Verdragsluitende Partijen hem hun instemming met dit verzoek hebben medegedeeld.
Indien een conferentie wordt bijeengeroepen overeenkomstig het vorige lid, stelt de Secretaris-Generaal alle Verdragsluitende Partijen daarvan in kennis en nodigt hij hen uit binnen een termijn van drie maanden voorstellen in te dienen die zij door de conferentie bestudeerd wensen te zien. De Secretaris-Generaal deelt de voorlopige agenda van de conferentie alsmede de tekst van die voorstellen tenminste drie maanden voor de openingsdatum van de conferentie aan alle Verdragsluitende Partijen mede.
De Secretaris-Generaal nodigt voor iedere overeenkomstig dit artikel bijeengeroepen conferentie alle Staten uit die zijn bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, alsmede de Staten die Verdragsluitende Partij zijn geworden krachtens artikel 3, derde lid, van dit Protocol.
Artikel 11
Behalve de kennisgevingen ingevolge artikel 10 geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de in artikel 3, eerste en tweede lid, van dit Protocol bedoelde Staten, alsmede aan de Staten, die Verdragsluitende Partij zijn geworden krachtens artikel 3, derde lid, van dit Protocol, kennis van:
- a. de bekrachtigingen en toetredingen krachtens artikel 3;
- b. de data, waarop dit Protocol in werking treedt overeenkomstig artikel 4;
- c. de mededelingen ontvangen krachtens artikel 2, paragraaf (2);
- d. de opzeggingen krachtens artikel 5;
- e. het overeenkomstig artikel 6 buiten werking treden van dit Protocol;
- f. de overeenkomstig artikel 7 ontvangen kennisgevingen;
- g. de overeenkomstig artikel 9, eerste en tweede lid, ontvangen verklaringen en kennisgevingen.
Artikel 12
Na 31 augustus 1979 wordt het origineel van dit Protocol nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan elke van de in artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van dit Protocol bedoelde Staten voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doet toekomen.
DONE at Geneva, this fifth day of July one thousand nine hundred and seventy-eight, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Protocol in the name of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.