Overeenkomst ter bevordering van de uitwisseling van octrooirechten en technische inlichtingen voor defensiedoeleinden

Type Verdrag
Publication 1955-07-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika - hierna te noemen de Regeringen -

die in het op 27 Januari 1950 te Washington ondertekende Verdrag tot Wederzijdse Hulpverlening inzake Verdediging overeengekomen zijn, op verzoek van elk hunner te zullen onderhandelen over passende regelingen betreffende octrooien en technische inlichtingen,

die in het algemeen behulpzaam wensen te zijn bij de productie van uitrusting en materiëel voor de verdediging door de uitwisseling van octrooirechten en technische inlichtingen te vergemakkelijken en te bevorderen, en

die erkennen, dat de rechten van particuliere eigenaars van octrooien en technische inlichtingen volledig erkend en beschermd moeten worden overeenkomstig de wetten welke van toepassing zijn op zodanige octrooien en technische inlichtingen,

zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I

Beide Regeringen zullen, steeds als dit zonder al te grote beperking of belemmering van de defensieproductie uitvoerbaar is, het gebruik van octrooirechten bevorderen en het doorgeven en het gebruik van technische inlichtingen in particulier bezit, als omschreven in Artikel VIII, voor defensiedoeleinden aanmoedigen:

mits, in het geval van gerubriceerde inlichtingen, dergelijke regelingen door de wetten en veiligheidseisen van beide landen zijn toegelaten en mits de bepalingen van alle zodanige regelingen onderworpen zullen blijven aan de toepasselijke wetten van beide landen.

Artikel II

Wanneer voor defensiedoeleinden technische inlichtingen door een der Regeringen aan de andere worden verschaft alleen om de waarde daarvan te bepalen en plannen te ontwerpen en dit bij de levering is bepaald, zal de andere Regering de technische inlichtingen behandelen als in vertrouwen medegedeeld en naar beste vermogens ervoor zorgdragen, dat de inlichtingen niet worden behandeld op een manier waardoor mogelijkerwijs de aanspraken van de eigenaar op octrooi of andere soortgelijke wettelijke bescherming zullen worden geschaad.

Artikel III

Wanneer technische inlichtingen, welke voor defensiedoeleinden door een der Regeringen ter beschikking van de andere worden gesteld, een uitvinding onthullen welke het onderwerp is van een octrooi of een octrooi-aanvrage die in het land van oorsprong geheim wordt gehouden, zal de andere Regering, voor zoveel zulks onder de toepasselijke wetten mogelijk is, een overeenkomstige octrooi-aanvrage bij indiening in het ontvangende land op soortgelijke wijze behandelen. De Regeringen komen overeen, de nodige uitvoeringsmaatregelen te treffen voor de uitvoering van dit artikel.

Artikel IV

a. Wanneer technische inlichtingen in particulier bezit

komen de Regeringen overeen dat, indien door de Regering, die het eerst de inlichtingen ontvangt, aan de eigenaar enige vergoeding wordt betaald, deze betaling onverlet laat de tussen beide Regeringen eventueel te treffen regelingen ten aanzien van de door ieder van hen te aanvaarden aansprakelijkheid voor vergoeding. De Commissie voor Technische Eigendom, ingesteld krachtens Artikel VI van deze Overeenkomst, zal deze regelingen bespreken en daaromtrent aanbevelingen aan de Regeringen doen.

b. Wanneer voor defensiedoeleinden technische inlichtingen door een onderdaan of ingezetene van het land van de ene Regering aan de andere Regering, op verzoek van de laatste, ter beschikking worden gesteld en deze vervolgens al dan niet voor defensiedoeleinden worden gebruikt of bekend gemaakt, zal de andere Regering, op Verzoek van de eigenaar, al datgene doen hetwelk onder de toepasselijke wetten mogelijk is om zorg te dragen voor onverwijlde, rechtvaardige en doeltreffende vergoeding voor dat gebruik of die bekendmaking, in zoverre de eigenaar krachtens die wetten daarop aanspraak heeft.

Artikel V

Wanneer een der Regeringen een uitvinding bezit of het recht heeft om licentie te verlenen tot het gebruik daarvan en deze uitvinding wordt door de andere Regering voor defensiedoeleinden gebruikt, dan zal de laatstbedoelde Regering het recht hebben de uitvinding kosteloos te gebruiken, behoudens voorzover er aansprakelijkheid mocht bestaan jegens een particuliere eigenaar met vaststaande belangen bij de uitvinding.

Wanneer een der Regeringen instellingen bezit of daarin beslissende zeggenschap heeft, welke instellingen het recht hebben een licentie te verlenen tot gebruik van een uitvinding, en deze uitvinding wordt door de andere Regering voor defensiedoeleinden gebruikt, dan zal de laatstbedoelde Regering recht hebben op een licentie op voorwaarden welke tenminste even gunstig zijn als die, welke kunnen worden verkregen door de eerstgenoemde Regering of door andere instellingen van die Regering, mits daardoor voor de Regering die het bezit of de zeggenschap heeft, geen financiële verplichtingen ontstaan.

Artikel VI

Elk der Regeringen zal een vertegenwoordiger aanwijzen om met de vertegenwoordiger van de andere Regering samen te komen teneinde een Commissie voor Technische Eigendom te vormen. De taak van deze Commissie zal zijn:

Artikel VII

Desgevraagd zal elk der Regeringen, voorzover uitvoerbaar, de andere Regering alle nodige inlichtingen en passende bijstand verschaffen, vereist teneinde:

Artikel VIII

a). „Technische inlichtingen” wordt in deze Overeenkomst gebruikt in de betekenis van inlichtingen (waarbij inbegrepen voorschriften, werkwijzen, vakwetenschappelijke, wetenschappelijke of technische inlichtingen in welke vorm ook), die zijn voortgebracht door, of in het bijzonder behoren tot de kennis van de eigenaar en van zijn ingewijden en waarover het publiek niet beschikt.

b). „Uitvinding” betekent datgene wat geoctrooieerd of octrooieerbaar is krachtens de wetten van het betrokken land.

c). „Gebruiken” houdt mede de vervaardiging door of voor een der Regeringen in.

d). Deze Overeenkomst is niet van toepassing op octrooien, octrooiaanvragen en technische inlichtingen op het gebied van atoomenergie.

e). Deze Overeenkomst zal bestaande of toekomstige veiligheidsregelingen tussen de Regeringen onverlet laten.

Artikel IX

a). Voor wat Nederland betreft zal deze Overeenkomst uitsluitend van toepassing zijn op het grondgebied van het Rijk in Europa.

b). De bepalingen van deze Overeenkomst zullen voorlopig toepassing vinden van de datum van ondertekening af. De Overeenkomst zal in werking treden op de dag waarop de Regering van de Verenigde Staten van Amerika ervan in kennis wordt gesteld, dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.

c). De bepalingen van deze Overeenkomst kunnen op verzoek van elk der Regeringen op elk tijdstip worden herzien.

d). Deze Overeenkomst zal eindigen op de dag, dat het Verdrag tot Wederzijdse Hulpverlening inzake Verdediging eindigt of zes maanden na mededeling van opzegging door een der Regeringen, naar gelang welke datum de vroegste is, maar onverminderd de verplichtingen en aansprakelijkheden, die alsdan ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst zijn ontstaan.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheidene Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te 's-Gravenhage, in tweevoud in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten authentiek, de 29ste April 1955.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. W. BEYEN

(w.g.) J. LUNS

Voor de Verenigde Staten van Amerika:

(w.g.) H. FREEMAN MATTHEWS

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.