Overeenkomst nopens Duitse buitenlandse schulden
Londen, 27 Februari 1953
De Regeringen van België, Canada, Ceylon, Denemarken, de Franse Republiek, Griekenland, Iran, Ierland, Italië, Liechtenstein, Luxemburg, Noorwegen, Pakistan, Spanje, Zweden, Zwitserland, de Unie van Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika en Zuidslavië
aan de ene zijde,
en
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland
aan de andere zijde,
Het gewenst achtend, de belemmeringen van een normaal economisch verkeer tussen de Bondsrepubliek Duitsland en andere landen weg te nemen en daardoor een bijdrage tot de ontwikkeling van een welvarende gemeenschap van volkeren te leveren;
Overwegende dat de betalingen op Duitse buitenlandse schulden in het algemeen gedurende ongeveer twintig jaar niet in overeenstemming met de contractuele bepalingen zijn geschied; dat van 1939 tot 1945 het bestaan van een staat van oorlog het doen van alle betalingen met betrekking tot vele van deze schulden heeft belet; dat sinds 1945 deze betalingen in het algemeen zijn opgeschort; en dat de Bondsrepubliek Duitsland een einde wenst te maken aan deze toestand;
Overwegende dat Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika sinds 8 Mei 1945 economische hulp aan Duitsland hebben verleend, welke wezenlijk tot de opbouw van de Duitse economie heeft bijgedragen, waardoor de hervatting van de betalingen op de Duitse buitenlandse schulden is vergemakkelijkt;
Overwegende dat op 6 Maart 1951 een briefwisseling, welke in afschrift in Aanhangsel A van deze Overeenkomst is opgenomen, heeft plaatsgevonden tussen de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, welke de basis vormt, waarop deze Overeenkomst voor de regeling van de Duitse buitenlandse schulden (met haar Bijlagen) en de overeenkomsten voor de regeling van de schulden uit hoofde van de aan Duitsland verleende economische hulp berusten;
Overwegende dat de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika een commissie, genaamd de Drie Mogendheden Commissie voor Duitse schulden, hebben ingesteld met het doel, om in overleg met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, met andere belanghebbende Regeringen en met vertegenwoordigers van de belanghebbende crediteuren en debiteuren een schema voor de regelmatige afwikkeling van het geheel der Duitse buitenlandse schulden voor te bereiden en uit te werken;
Overwegende dat deze Commissie de vertegenwoordigers van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland er van heeft verwittigd, dat de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika bereid waren belangrijke concessies te doen met betrekking tot de voorrang van hun vorderingen uit hoofde van na-oorlogse economische hulp ten opzichte van alle andere buitenlandse vorderingen tegen Duitsland en Duitse onderdanen en met betrekking tot het totale bedrag van deze vorderingen op voorwaarde, dat een bevredigende en billijke regeling voor de vooroorlogse buitenlandse schulden van Duitsland zou worden bereikt;
Overwegende dat een dergelijke regeling van de Duitse buitenlandse schulden alleen zou kunnen worden bereikt door een enkelvoudig allesomvattend schema, dat rekening zou houden met de onderlinge verhoudingen van de verschillende crediteurbelangen, de aard van de verschillende soorten van vorderingen en de algemene toestand van de Bondsrepubliek Duitsland;
Overwegende dat er, teneinde dit doel te bereiken, van 28 Februari 1952 tot 8 Augustus 1952 te Londen een Internationale Conferentie inzake de Duitse buitenlandse schulden is gehouden, waaraan werd deelgenomen door vertegenwoordigers van de belanghebbende Regeringen en van de belanghebbende crediteuren en debiteuren;
Overwegende dat deze vertegenwoordigers overeenstemming over een aantal aanbevelingen met betrekking tot de regelingsmodaliteiten en -procedures hebben bereikt (waarvan de teksten als Bijlagen I tot en met VI bij deze Overeenkomst zijn opgenomen); dat deze aanbevelingen waren toegevoegd aan het Rapport van de Conferentie inzake de Duitse buitenlandse schulden (waarvan de tekst als Aanhangsel B bij deze Overeenkomst is opgenomen); en dat deze Overeenkomst is geïnspireerd door de beginselen en doelstellingen, welke in het bovengenoemde Rapport zijn uitgedrukt;
Overwegende dat de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, bevonden hebbende, dat deze aanbevelingen een bevredigend en billijk schema voor de regeling van de Duitse buitenlandse schulden inhouden, heden met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland bilaterale overeenkomsten hebben ondertekend voor de regeling van schulden uit hoofde van de door deze drie Regeringen verleende na-oorlogse economische hulp, waarin hun gewijzigde rechten en voorrangen in dit verband zijn vastgelegd;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Goedkeuring der regelingsmodaliteiten en -procedures
De Partijen bij deze Overeenkomst beschouwen de daarin en in de daarbij behorende Bijlagen neergelegde voorzieningen als redelijk in het licht van de algemene toestand van de Bondsrepubliek Duitsland en als bevredigend en billijk ten opzichte van de daarbij betrokken belangen. Zij keuren de regelingsmodaliteiten en -procedures in de daarbij behorende Bijlagen goed.
Artikel 2. Uitvoering van de Overeenkomst door de Bondsrepubliek Duitsland
De Bondsrepubliek Duitsland zal de voor de uitvoering van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen vereiste wettelijke en administratieve maatregelen treffen en de daarmee in strijd zijnde wettelijke en administratieve maatregelen wijzigen of intrekken.
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
In deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen IX en X betekent, tenzij uit het zinsverband een andere betekenis blijkt:
- (a). „crediteur”: een persoon, uitgezonderd de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, ten opzichte van wie een schuld bestaat;
- (b). „crediteurland”: een land, uitgezonderd de Bondsrepubliek Duitsland, waarvan de Regering Partij wordt bij deze Overeenkomst, terwijl deze term tevens de grondgebieden omvat, waartoe deze Overeenkomst krachtens Artikel 35 wordt uitgebreid;
- (c). „valuta-optie”: een bepaling in een contract, volgens welke een crediteur het recht heeft, betaling te eisen in een van twee of meer valuta's;
- (d). „schuld”: een schuld als bepaald in Artikel 4;
- (e). „vastgesteld” (met betrekking tot de hoogte van een schuld); neergelegd in een overeenkomst of bepaald bij een eindvonnis of eindbeschikking van een rechterlijk college of eindbeslissing van een scheidsgerecht of bij een wettelijke bepaling;
- (f). „courante effecten”: aandelen, bewijzen van inschrijving in aandelenregisters, obligaties en bewijzen van inschrijving in schuldenregisters, welke bij openbare inschrijving zijn geëmitteerd of aan een erkende effectenbeurs zijn geïntroduceerd;
- (g). „regelingsaanbod” (met betrekking tot in effecten belichaamde schulden): een aanbod van de debiteur inzake betalings- en andere bepalingen, welke voor de betreffende schuld in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen door onderhandelingen tussen de schuldenaar en de bevoegde crediteurenvertegenwoordigers door een eindvonnis of eindbeschikking van een rechterlijk college of eindbeslissing van een scheidsgerecht zijn vastgesteld;
- (h). „Partij bij deze Overeenkomst”: elke Regering, voor welke deze Overeenkomst in overeenstemming met de bepalingen van de Artikelen 35 of 36 in werking is getreden;
- (i). „persoon”: natuurlijke personen, verenigingen, rechtspersonen van publiek- of privaatrechtelijke aard, alsmede regeringen met inbegrip van de besturen of regeringen van staatkundige onderdelen en andere publiekrechtelijke lichamen en de namens deze optredende instellingen, personen en organen;
- (j). „gevestigd in”: met gewoonlijke verblijfplaats in; een rechtspersoon of maatschap wordt in de staat, onder welks recht zij opgericht is, of, ingeval haar hoofdnederzetting zich niet in deze staat bevindt, in de staat, waarin haar hoofdnederzetting geregistreerd is, gevestigd geacht;
- (k). „geregeld” (met betrekking tot een schuld): dat de betalings- en overige modaliteiten voor een dergelijke schuld in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen bij overeenkomst tussen de crediteur en de debiteur of in een proces tussen de crediteur en de debiteur bij een eindvonnis of eindbeschikking van een rechterlijk college of eindbeslissing van een scheidsgerecht zijn vastgesteld;
- (l). „regeling” (met betrekking tot een schuld): de vaststelling van de betalings- en overige modaliteiten in overeenstemming met lid (k).
Artikel 4. De te regelen schulden
(1). De in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen te regelen schulden zijn:
- (a). niet contractuele financiële verplichtingen, waarvan de bedragen voor 8 Mei 1945 vastgesteld en opeisbaar waren;
- (b). financiële verplichtingen uit hoofde van lening- en credietovereenkomsten, welke voor 8 Mei 1945 gesloten zijn;
- (c). financiële verplichtingen uit hoofde van andere overeenkomsten dan lening- en credietovereenkomsten, en welke vóór 8 Mei 1945 opeisbaar waren.
(2). Onder voorwaarde, dat zij:
- (a). onder de bepalingen van Bijlage I van deze Overeenkomst vallen; of
- (b). verschuldigd zijn door een persoon, hetzij als hoofdschuldenaar hetzij op andere wijze, hetzij als oorspronkelijk schuldenaar hetzij als rechtsopvolger, die op het tijdstip, waarop een voorstel tot regeling door de debiteur of een verzoek tot regeling door de crediteur of in voorkomende gevallen bij in effecten belichaamde schulden door de crediteurenvertegenwoordigers wordt gedaan in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen, in het gebied van de Duitse mark (West) is gevestigd.
(3). Mede onder voorwaarde, dat deze schulden:
- (a). verschuldigd zijn aan de Regering van een crediteurland; of
- (b). verschuldigd zijn aan een persoon, die op het tijdstip, waarop een aanbod tot regeling door de debiteur of een verzoek tot regeling door de crediteur wordt gedaan in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen, gevestigd is in of onderdaan is van een crediteurland; of
- (c). uit courante effecten voortvloeien, welke in een crediteurland betaalbaar zijn.
Artikel 5. Niet onder deze Overeenkomst vallende vorderingen
(1). De behandeling van regeringsvorderingen tegen Duitsland, welke uit de eerste wereldoorlog voortvloeien, wordt tot een definitieve algemene regeling van deze aangelegenheid uitgesteld.
(2). De behandeling van uit de tweede wereldoorlog voortvloeiende vorderingen van landen, die in staat van oorlog met Duitsland hebben verkeerd of gedurende de oorlog door Duitsland bezet zijn geweest, en van onderdanen van deze landen tegen het Duitse Rijk en tegen namens het Duitse Rijk optredende instanties en personen, met inbegrip van de kosten van de Duitse bezetting, de gedurende de bezetting op clearingrekeningen verworven tegoeden en de vorderingen tegen de „Reichskreditkassen”, wordt tot de definitieve regeling van het vraagstuk der herstelbetalingen uitgesteld.
(3). De behandeling van gedurende de tweede wereldoorlog ontstane vorderingen van landen, die niet in staat van oorlog met Duitsland hebben verkeerd en niet gedurende de oorlog door Duitsland bezet zijn geweest, en van onderdanen van deze landen tegen het Duitse Rijk en tegen namens het Duitse Rijk optredende instanties en personen, met inbegrip van op clearingrekeningen verworven tegoeden, wordt uitgesteld tot de regeling van deze vorderingen in samenhang met de regeling van de in lid (2) van dit Artikel bedoelde vorderingen kan worden behandeld (behalve voorzover deze vorderingen op grond van of in verband met overeenkomsten, welke door de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika en door de Regering van het betreffende land zijn ondertekend, worden geregeld).
(4). Vorderingen tegen Duitsland of Duitse onderdanen van landen, welke voor 1 September 1939 bij het Duitse Rijk ingelijfd of op of na 1 September 1939 met het Duitse Rijk verbonden waren, en van onderdanen van deze landen uit hoofde van verplichtingen of rechten, welke tussen het tijdstip van inlijving (of voor landen, welke met het Duitse Rijk verbonden waren, 1 September 1939) en 8 Mei 1945 zijn ontstaan, worden behandeld in overeenstemming met de bepalingen, welke in de desbetreffende verdragen zijn of worden opgenomen. Voorzover dergelijke schulden volgens deze verdragen kunnen worden geregeld, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing.
(5). De regeling van de schulden van de stad Berlijn en van de aan Berlijn toebehorende of onder het toezicht van Berlijn staande in Berlijn gelegen openbare verzorgingsbedrijven wordt uitgesteld tot een tijdstip, waarop onderhandelingen over de regeling van deze schulden door de Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika en door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Senaat van de stad Berlijn mogelijk worden geacht.
Artikel 6. Betaling en transfer volgens deze Overeenkomst
De Bondsrepubliek Duitsland zal:
- (a). in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen betalingen verrichten en transfer doen plaatsvinden voor schulden, waarvoor zij volgens deze bepalingen zelf aansprakelijk is;
- (b). in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen de regeling en de betaling van schulden toestaan, waarvoor een andere persoon dan de Bondsrepubliek Duitsland aansprakelijk is, en in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen de transfer van betalingen op geregelde schulden doen plaatsvinden.
Artikel 7. Betaling en transfer voor bepaalde na 1945 opeisbaar geworden verplichtingen
De Bondsrepubliek Duitsland zal toestemming tot betaling van verplichtingen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst bestaan, en in voorkomende gevallen in overeenstemming met de bedoeling van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen tevens toestemming tot transfer van deze betalingen binnen een redelijke termijn verlenen, indien deze verplichtingen:
- (a). niet-contractuele financiële verplichtingen zijn, waarvan de oorsprong voor 8 Mei 1945 is gelegen, doch waarvan de bedragen niet voor die datum vastgesteld en opeisbaar waren;
- (b). financiële verplichtingen uit hoofde van voor 8 Mei 1945 gesloten andere overeenkomsten dan lening- en credietovereenkomsten zijn, waarvan de bedragen op of na die datum opeisbaar waren,
voorzover deze verplichtingen voldoen aan de voorwaarden, welke in lid (2) en (3) van Artikel 4 zijn neergelegd.
Artikel 8. Verbod van discriminatoire behandeling
De Bondsrepubliek Duitsland zal geen toestemming verlenen tot en de crediteurlanden zullen niet streven naar discriminatie of bevoorrechting met betrekking tot de verschillende soorten van schulden of de valuta's waarin deze moeten worden betaald of in enig ander opzicht bij de uitvoering van regelingsmodaliteiten in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen. Verschillen in de behandeling van de verschillende soorten van schulden, welke voortvloeien uit regelingen in overeenstemming met deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen, worden niet als discriminatie of bevoorrechting beschouwd.
Artikel 9. Behandeling van transfer op dezelfde wijze als bij betalingen wegens lopende transacties
De transfer van rente- en aflossingsbetalingen in overeenstemming met deze Overeenkomst zal op dezelfde wijze worden behandeld als de transfer van betalingen wegens lopende transacties en in de daarvoor in aanmerking komende gevallen in de bi- of multilaterale regelingen inzake het handels- of betalingsverkeer tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de crediteurlanden worden mogelijk gemaakt.
Artikel 10. Beperking en uitsluiting van betalingen
De Bondsrepubliek Duitsland zal tot de volledige nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlagen waarborgen, dat geen betalingen verricht worden voor verplichtingen, welke, hoewel zij vallen onder de leden (1) en (2) van Artikel 4, verschuldigd zijn aan een andere Regering dan die van een crediteurland of aan een persoon, die noch gevestigd is in, noch onderdaan is van een crediteurland, en welke in een niet-Duitse valuta betaalbaar zijn of waren. Deze bepaling is niet van toepassing op schulden uit hoofde van courante effecten, welke in een crediteurland betaalbaar zijn.
Artikel 11. Valuta's, waarin betalingen dienen te geschieden
- (a). Voorzover in de Bijlagen van deze Overeenkomst niet anders is bepaald, dient een schuld zonder valuta-optie-clausule te worden betaald in de valuta, waarin zij volgens de bepalingen van de verbintenis betaalbaar is. Schulden, welke in een Duitse valuta zijn uitgedrukt en volgens de bepalingen van de Bijlagen van deze Overeenkomst in een niet-Duitse valuta dienen te worden betaald, zullen in de valuta van het land, waarin de crediteur gevestigd is, worden betaald.
- (b). Ongeacht de bepalingen onder (a) van dit lid zijn de telkens tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van een crediteurland bestaande betalingsovereenkomsten van toepassing op schulden, welke volgens het gestelde onder (a) in een niet-Duitse valuta dienen te worden betaald aan in dit land gevestigde personen. Op betalingen met betrekking tot in effecten belichaamde schulden, welke in een andere niet-Duitse valuta dan die van het land dat partij is bij een dergelijke betalingsovereenkomst zijn uitgedrukt, zijn deze betalingsovereenkomsten echter slechts van toepassing, indien de Regering van het betreffende land er mee instemt, dat dergelijke betalingen aan in dit land gevestigde personen in zijn valuta geschieden.
- (a). Over de vraag, of met betrekking tot schulden met een valuta-optie-clausule ook in de toekomst betaling kan worden geëist in een andere valuta dan die van het land, waarin de lening opgenomen of van waaruit het crediet verstrekt is, zal op een door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regeringen van de landen, welker valuta's hierbij betrokken zijn, overeen te komen wijze worden beslist.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.