Algemeen Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake sociale verzekering, op 28 October 1952 te 's-Gravenhage ondertekend

Type Verdrag
Publication 1955-02-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, van artikel 29, tweede lid, en van de artikelen 31 en 36 van het Algemeen Verdrag inzake sociale verzekering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek, ondertekend te 's-Gravenhage op 28 October 1952 (hierna genoemd „het Verdrag”) hebben de hoogste Nederlandse en Italiaanse administratieve autoriteiten, vertegenwoordigd door:

Van Nederlandse zijde:

de Heer J. G. Suurhoff, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

Van Italiaanse zijde:

de Heer Ezio Vigorelli, Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg,

in gemeen overleg de navolgende regelen vastgesteld met betrekking tot de wijze van toepassing van dat Verdrag.

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Accoord wordt verstaan:

Van Italiaanse zijde:

Van Nederlandse zijde:

Artikel 2

De Technische Commissie, bedoeld in artikel 36 van het Verdrag, bestaat uit leden van elk der beide landen, aangewezen, van Italiaanse zijde, door de Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg en, van Nederlandse zijde, door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

De Commissie komt bijeen zo dikwijls dit nodig is, hetzij in Italië, hetzij in Nederland, onder voorzitterschap van een lid van het land, waar de bijeenkomst wordt gehouden.

De Commissie stelt zelf haar organisatie en werkwijze vast.

Zij doet, indien daartoe aanleiding bestaat, aan de hoogste administratieve autoriteiten van beide landen voorstellen om wijzigingen aan te brengen in dit Accoord ten einde daardoor de toepassing van het Verdrag te vergemakkelijken.

Artikel 3

De bepalingen inzake vermindering of schorsing van sociale verzekeringsuitkeringen, voorzien bij de wetgeving van één der beide landen in geval van samenloop met andere sociale verzekeringsuitkeringen, zijn op de begunstigde van toepassing, zelfs wanneer het uitkeringen betreft, welke krachtens een regeling van het andere land verkregen zijn.

Artikel 4

Op de arbeiders, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van het Verdrag, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Dat bewijs moet, zo nodig, door de vertegenwoordiger van de werkgever in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de arbeider zelf, worden getoond.

Wanneer verscheidene arbeiders het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, tegelijk verlaten met het doel om gezamenlijk in het andere land te gaan werken en om tegelijk naar het eerste land terug te keren, kan met één bewijs voor alle arbeiders worden volstaan.

TITEL II. Verzekering bij ziekte, tuberculose, moederschap en werkloosheid

HOOFDSTUK EERSTE. — Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 5

Wanneer een arbeider, die zich van het ene land naar het andere heeft begeven, een beroep moet doen op de artikelen 5, 8 of 10 van het Verdrag om uitkeringen te kunnen genieten, is hij verplicht aan het orgaan van het land van de nieuwe plaats van tewerkstelling, bij hetwelk de uitkeringen worden aangevraagd, de inlichtingen te geven betreffende de tijdvakken van verzekering, van premiebetaling en van werkzaamheid.

De inlichtingen kunnen worden gegeven door middel van een formulier, waarvan het model in gemeen overleg tussen de bevoegde Italiaanse en Nederlandse verzekeringsorganen wordt vastgesteld. Het formulier moet op verzoek aan de arbeider worden uitgereikt vóór zijn vertrek:

Indien de arbeider niet in staat is de genoemde inlichtingen te geven, dient het bevoegde orgaan van het land van de nieuwe plaats van tewerkstelling zich tot het bevoegde orgaan van het andere land te wenden teneinde de nodige inlichtingen in te winnen.

De organen, aan welke de inlichtingen moeten worden gevraagd, zijn:

HOOFDSTUK TWEEDE. — Uitkeringen bij ziekte en moederschap

Artikel 6

Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag dient de arbeider, evenals de indirect-verzekerden, aan het bevoegde orgaan van het land van verblijf (in Italië de bevoegde provinciale zetel van het I.N.A.M. en in Nederland het G.A.K.) de inlichtingen te geven, welke nodig zijn om zijn recht op verstrekkingen te bewijzen.

De inlichtingen kunnen worden gegeven door middel van een formulier, waarvan het model in gemeen overleg tussen de bevoegde Italiaanse en Nederlandse verzekeringsorganen wordt vastgesteld. Het formulier moet op verzoek aan de arbeider worden uitgereikt vóór zijn vertrek:

Indien de arbeider niet in staat is de genoemde inlichtingen te geven, dient het bevoegde orgaan van het land van verblijf zich tot het bevoegde orgaan van het andere land te wenden (in Italië de bevoegde provinciale zetel van het I.N.A.M. en indien deze niet bekend is, de Algemene Directie van het I.N.A.M. te Rome en in Nederland het G.A.K.) teneinde de vereiste inlichtingen in te winnen.

Artikel 7

Voor de toepassing van artikel 6, tweede lid, van het Verdrag doet, al naar gelang het geval zich voordoet, de bevoegde provinciale zetel van het I.N.A.M. of het G.A.K. aan het orgaan van het andere land opgave van de arbeiders en hun indirect-verzekerden, die gemachtigd zijn zich van het ene land naar het andere te begeven. Al naar gelang het geval zich voordoet, doet de bevoegde provinciale zetel van het I.N.A.M. of het G.A.K. tegelijkertijd aan de zieken vóór hun vertrek een afschrift van deze kennisgeving toekomen.

Artikel 8

In de gevallen, voorzien bij de artikelen 6 en 7, verleent het orgaan, dat de uitkeringen verschuldigd is, aan de verzekerde, die zich in het andere land bevindt, het bedrag van de uitkering in geld, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van het bevoegde orgaan in dat land.

Wanneer de betaling geschiedt door bemiddeling van het verzekeringsorgaan van het andere land, wordt deze betaling al naar gelang het geval zich voordoet, gedaan aan de Algemene Directie van het I.N.A.M. te Rome of aan het G.A.K.

Artikel 9

In de gevallen, voorzien bij de artikelen 6 en 7, worden de verstrekkingen in natura aan de rechtstreeks-verzekerde of aan de indirect-verzekerden, die zich in het andere land bevinden, verleend door het orgaan, dat bevoegd is voor de verblijfplaats van de zieke, en worden zij verstrekt met dezelfde middelen en in dezelfde hoedanigheid als die, welke door genoemd orgaan aan zijn eigen verzekerden worden verleend.

Het orgaan, dat de kosten van de verstrekkingen in natura verschuldigd is, betaalt aan het orgaan van de verblijfplaats van de zieke de opgegeven kosten terug aan de hand van een gespecificeerde nota, die tweemaandelijks door het orgaan van de verblijfplaats van de zieke zal worden toegezonden.

De verstrekkingen in natura, welke niet afzonderlijk kunnen worden aangegeven, worden berekend op basis van de gemiddelde kosten voor elke ziektedag; deze kosten worden door het orgaan van het land, waar de zieke verblijft, vastgesteld aan de hand van de financiële uitkomsten van het afgelopen jaar.

De betaling geschiedt, al naar gelang het geval zich voordoet, aan de Algemene Directie van het I.N.A.M. te Rome of aan de Z.F.R., binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van bovengenoemde nota.

Artikel 10

De verlening van de uitkeringen in geld, welke zijn betaald door bemiddeling van een orgaan, bedoeld in artikel 8, neemt een einde, zodra het orgaan van het land, waar de zieke verblijft, op de voor zijn eigen verzekerden gebruikelijke wijze heeft vastgesteld, dat het recht op uitkeringen is geëindigd.

De verlening van de verstrekkingen in natura neemt een einde, zodra het orgaan van het land, waar de zieke verblijft, op de voor zijn eigen verzekerden gebruikelijke wijze heeft vastgesteld, dat het recht op verstrekkingen is geëindigd.

Het orgaan, dat de uitkeringen of verstrekkingen verschuldigd is, kan echter zelf, op grond van de door het orgaan van het land, waar de zieke verblijft, medegedeelde feiten, beslissen, dat de zieke geen recht meer heeft op de uitkeringen of verstrekkingen.

In dat geval dient het eerstbedoelde orgaan zijn beslissing door bemiddeling van het orgaan van het andere land ter kennis te brengen van de zieke.

De verstrekkingen in natura worden niet meer verleend met ingang van de achtste dag, volgende op de datum, waarop het orgaan, dat bevoegd is voor de plaats, waar de zieke verblijft, van de genomen beslissing is verwittigd. Indien de zieke in een ziekeninrichting is opgenomen, gaat deze maatregel in met ingang van de vijftiende dag.

Artikel 11

Voor de toepassing van artikel 7 van het Verdrag doet het orgaan, dat bevoegd is voor de plaats van tewerkstelling, onverwijld aan het bevoegde orgaan van het land, waar de indirect-verzekerden verblijven, opgave van de datum van het begin en het einde van de verzekering van de arbeider.

De indirect-verzekerden van een arbeider zijn degenen, die als zodanig worden beschouwd volgens de wetgeving van het land, waar zij verblijven.

De kosten van de verstrekkingen in natura aan de indirect-verzekerden worden door het orgaan, dat ze verschuldigd is, terugbetaald door middel van een vaste maandelijkse vergoeding voor iedere indirect-verzekerde en voor elke verzekeringsmaand.

De vaste vergoeding wordt jaarlijks op de eerste Juli in gemeen overleg tussen de hoogste administratieve autoriteiten der beide landen vastgesteld en wordt berekend naar de financiële uitkomsten van het voorafgaande jaar in het land, waar de indirect-verzekerden verblijven. Voor het tijdvak van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot en met 30 Juni van het volgende jaar wordt de vaste vergoeding vastgesteld op het ogenblik van genoemde inwerkingtreding. Indien, gedurende het tijdvak van geldigheid, de factoren, welke als grondslag voor de berekening van de vergoeding hebben gediend, een wijziging ondergaan, welke meer bedraagt dan 10 procent, wordt een nieuwe vaste vergoeding vastgesteld met ingang van de datum, waarop deze wijziging zich heeft voorgedaan.

In de maand, volgende op het einde van elk kalenderkwartaal, zenden de Algemene Directie van het I.N.A.M. en de Z.F.R. elkaar een overzicht van de verschuldigde vaste vergoedingen, vergezeld van een lijst van de belanghebbende arbeiders.

Voor de arbeiders, die achteraf worden opgegeven, wordt de vergoeding betreffende de verstreken maanden in het kwartaal, in de loop waarvan de opgave wordt gedaan, in rekening gebracht.

De overmaking van de vergoedingen ten laste van het orgaan, dat na opmaking van het saldo schuldenaar blijkt te zijn, geschiedt in de tweede maand, volgende op het einde van elk kalenderkwartaal.

De modellen van de hierboven vermelde opgaven, overzichten en lijsten worden in gemeen overleg tussen de Algemene Directie van het I.N.A.M. en de Z.F.R. vastgesteld.

HOOFDSTUK DERDE. — Uitkeringen bij tuberculose

Artikel 12

Voor de toekenning van de uitkeringen en verstrekkingen bij tuberculose zijn de bepalingen van de artikelen 6 tot en met 11 van toepassing, behoudens de volgende verschillen:

TITEL III. Invaliditeits-, ouderdoms- en weduwen- en wezenverzekering

HOOFDSTUK EERSTE. — Indiening van aanvragen

Artikel 13

De verzekerde, die in Italië of in Nederland verblijft en die aanspraak wenst te maken op een invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen of wezenrente met samentelling van tijdvakken van verzekering en van premiebetaling overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag, dient zijn aanvrage, in de vorm en binnen de termijn, voorgeschreven door de wetgeving van het land van zijn verblijfplaats, in bij het orgaan, dat ingevolge genoemde wetgeving bevoegd is (in Italië de bevoegde provinciale zetel van het I.N.P.S. en in Nederland de R.v.A.).

De verzekerde moet bij zijn aanvrage zo nauwkeurig mogelijk vermelden bij welk verzekeringsorgaan of bij welke verzekeringsorganen van beide landen hij verzekerd is geweest.

Een aanvrage, welke is ingediend bij een orgaan van het andere land, wordt als geldig beschouwd. In dat geval moet bedoeld orgaan de aanvrage onverwijld doorzenden aan het bevoegde orgaan van het land, waar de verzekerde verblijft onder mededeling van de datum van indiening.

Artikel 14

Het bepaalde bij artikel 13 is van toepassing op de verzekerden, die in Italië verblijven en die uitsluitend aanspraak wensen te maken op een rente krachtens de Nederlandse wetgeving, alsmede op de verzekerden die in Nederland verblijven en die uitsluitend aanspraak wensen te maken op een rente krachtens de Italiaanse wetgeving.

Artikel 15

Bij de behandeling van aanvragen om rente met samentelling van tijdvakken van verzekering en van premiebetaling maken de bevoegde Italiaanse en Nederlandse organen gebruik van een formulier, waarvan het model in gemeen overleg tussen de Algemene Directie van het I.N.P.S. en het bestuur van de R.V.B. wordt vastgesteld.

Het formulier dient met name te bevatten de datum van indiening van de aanvrage, de nodige gegevens omtrent de burgerlijke staat van de verzekerde, een volledige opsomming en een samenvatting van de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en van de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, alsmede alle gegevens, welke van belang kunnen zijn.

De doorzending van dit formulier aan de organen van het andere land vervangt het overleggen van bewijsstukken.

HOOFDSTUK TWEEDE. — Behandeling van aanvragen door Nederlandse organen

Artikel 16

De R.V.B., die een aanvrage van de R.v.A. heeft ontvangen, zendt het formulier, bedoeld in artikel 15, door aan het bevoegde Italiaanse orgaan en indien dit niet bekend is, aan de Algemene Directie van het I.N.P.S.

Het Italiaanse orgaan stelt de krachtens de Italiaanse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en de daarmede gelijkgestelde tijdvakken vast.

Ten aanzien van de tijdvakken, welke niet als geldig kunnen worden beschouwd in de zin van de Italiaanse wetgeving, houdt het Italiaanse orgaan, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 28 tot en met 30 rekening met de krachtens de Nederlandse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en met de daarmede gelijkgestelde tijdvakken.

Het Italiaanse orgaan telt de tijdvakken, welke overeenkomstig de bovenomschreven regelen zijn vastgesteld, samen en stelt de rechten, welke krachtens de Italiaanse wetgeving ontstaan, vast.

Artikel 17

Het Italiaanse orgaan bepaalt het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken, indien alle tijdvakken, bedoeld in het laatste lid van het vorig artikel, uitsluitend onder de Italiaanse wetgeving zouden zijn vervuld en stelt het verschuldigde bedrag vast in verhouding tot de duur van de krachtens de Italiaanse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en van de daarmede gelijkgestelde tijdvakken.

Artikel 18

Het Italiaanse orgaan zendt aan de R.V.B. het formulier, bedoeld in artikel 15, terug, aangevuld met de gegevens, waarover het beschikt en voegt er een mededeling van zijn ingevolge het vorig artikel genomen beslissing aan toe, terwijl het de R.V.B. in kennis stelt van de uitkering, waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken ingeval hij zou afzien van de voordelen van artikel 11 van het Verdrag.

Artikel 19

Ten aanzien van de tijdvakken, welke niet als geldig kunnen worden beschouwd in de zin van de Nederlandse wetgeving, houdt de R.V.B., onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 28 tot en met 30, rekening met de krachtens de Italiaanse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en met de daarmede gelijkgestelde tijdvakken.

De R.V.B. telt de tijdvakken, welke overeenkomstig de bovenomschreven regelen zijn vastgesteld, samen en stelt de rechten, welke krachtens de Nederlandse wetgeving ontstaan, vast.

Artikel 20

De R.V.B. bepaalt het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken, indien alle tijdvakken, bedoeld in het laatste lid van het vorig artikel, uitsluitend onder de Nederlandse wetgeving zouden zijn vervuld en stelt het verschuldigde bedrag vast in verhouding tot de duur van de krachtens de Nederlandse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en van premiebetaling en van de daarmede gelijkgestelde tijdvakken.

Artikel 21

De R.V.B. stelt de aanvrager door middel van een aangetekende brief in kennis van de beslissingen, welke door de bevoegde organen van elk der beide landen zijn genomen met betrekking tot de uitkeringen, berekend overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag en licht hem in omtrent de bedragen van de uitkeringen, welke hij zou ontvangen ingeval hij zou afzien van de voordelen van dat artikel.

In deze kennisgeving moet de aanvrager mededeling worden gedaan van:

De R.V.B. zendt vervolgens een afschrift van zijn beslissing aan het bevoegde Italiaanse orgaan en deelt het mede:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.