Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Peru

Type Verdrag
Publication 2014-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Peru,

hierna te noemen de „Partijen”;

Geleid door de wens de internationale samenwerking op het gebied van het strafrecht te ontwikkelen en voor onderdanen van beide Partijen die gedetineerd zijn als gevolg van het plegen van een strafbaar feit de mogelijkheid te scheppen hun straf binnen hun eigen samenleving te ondergaan;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene beginselen
1.

De Partijen verbinden zich elkaar wederzijds in de ruimst mogelijke mate medewerking te verlenen met betrekking tot de overdracht van gevonniste personen en de tenuitvoerlegging van veroordelingen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.

2.

Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht teneinde de tegen hem uitgesproken veroordeling te ondergaan. Te dien einde kan hij de overbrengende Staat of de ontvangende Staat zijn wens te kennen geven overeenkomstig dit Verdrag te worden overgebracht.

3.

De overbrenging kan door de overbrengende Staat of door de ontvangende Staat worden verzocht.

Artikel 3. Voorwaarden voor overbrenging

De gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, slechts onder de navolgende voorwaarden worden overgebracht:

Artikel 4. Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen
1.

Een gevonniste persoon op wie dit Verdrag mogelijk van toepassing is, dient door de overbrengende Staat van de strekking van dit Verdrag in kennis te worden gesteld.

2.

Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de overbrengende Staat kenbaar heeft gemaakt, dient die Staat de ontvangende Staat zo spoedig mogelijk, nadat het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, daarvan in kennis te stellen.

3.

De kennisgeving dient de navolgende inlichtingen te omvatten:

4.

Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de ontvangende Staat kenbaar heeft gemaakt, doet de overbrengende Staat desgevraagd die Staat de in het derde lid bedoelde inlichtingen toekomen.

5.

De gevonniste persoon dient van elke door de overbrengende Staat of door de ontvangende Staat ingevolge de vorenstaande leden getroffen maatregel schriftelijk in kennis te worden gesteld, alsmede van elke door een van beide Staten op een verzoek tot overbrenging genomen beslissing.

Artikel 5. Verzoeken en antwoorden
1.

Verzoeken en antwoorden uit hoofde van dit Verdrag worden schriftelijk gedaan. Elektronische communicatiemiddelen mogen worden gebruikt onder voorwaarden die het de ontvangende Staat mogelijk maken de authenticiteit vast te stellen en mits de communicatie schriftelijk wordt vastgelegd.

2.

Verzoeken en antwoorden worden rechtstreeks tussen de bevoegde autoriteiten en/of langs diplomatieke weg uitgewisseld.

Artikel 6. Stukken ter ondersteuning
1.

De ontvangende Staat verstrekt de overbrengende Staat op diens verzoek:

2.

Indien een overbrenging wordt verzocht, verstrekt de overbrengende Staat de navolgende stukken aan de ontvangende Staat tenzij een van beide Staten reeds heeft aangegeven dat hij niet met de overbrenging zal instemmen:

3.

Elk van beide Staten kan verzoeken in het bezit te worden gesteld van de in het eerste of tweede lid hierboven bedoelde stukken alvorens een verzoek tot overbrenging te doen of een beslissing te nemen of hij al dan niet met de overbrenging zal instemmen.

Artikel 7. Inlichtingen over de wijze van tenuitvoerlegging

Met het oog op artikel 9, tweede lid, geeft de ontvangende Staat in zijn antwoord aan op welke wijze de veroordeling na de overdracht ten uitvoer zal worden gelegd, teneinde de overbrengende Staat in staat te stellen een definitieve beslissing over de overbrenging te nemen.

Artikel 8. Gevolgen van de overbrenging voor de overbrengende Staat
1.

Met de daadwerkelijke overname van de gevonniste persoon door de autoriteiten van de ontvangende Staat wordt de tenuitvoerlegging van de veroordeling in de overbrengende Staat geschorst.

2.

De overbrengende Staat kan de veroordeling niet langer ten uitvoer leggen, indien de ontvangende Staat de veroordeling als geheel ten uitvoer gelegd beschouwt.

Artikel 9. Gevolgen van de overbrenging voor de ontvangende Staat
1.

De voortzetting van de tenuitvoerlegging van de veroordeling van de overgebrachte dader vindt plaats in overeenstemming met de wetgeving en de bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures van de ontvangende Staat. Deze Staat kan, bij de beslissing inzake vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling, de in artikel 6, tweede lid, onderdeel e, bedoelde bepalingen of beslissingen in aanmerking nemen.

2.

De ontvangende Staat is gebonden aan het rechtskarakter en de duur van de veroordeling zoals vastgesteld door de overbrengende Staat en dient het vonnis, voor zover van toepassing, ten uitvoer te leggen tot de in zijn wetgeving vastgestelde maximumstraf is bereikt. De ontvangende Staat mag de door de overdragende Staat opgelegde sanctie naar aard en duur niet verzwaren.

Artikel 10. Gratie, amnestie, strafomzetting

De Partijen kunnen gratie, amnestie verlenen of de straf omzetten in overeenstemming met hun grondwet of overige wetgeving. De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van elk voornemen tot het verlenen van gratie, amnestie of tot het omzetten van de straf.

Artikel 11. Herziening van het vonnis

Alleen de overbrengende Staat heeft het recht te beslissen op een verzoek tot herziening van het vonnis.

Artikel 12. Beëindiging van de tenuitvoerlegging

De ontvangende Staat dient de tenuitvoerlegging van de veroordeling te beëindigen zodra hij door de overbrengende Staat in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel ten gevolge waarvan de veroordeling niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Artikel 13. Bericht inzake tenuitvoerlegging

De ontvangende Staat bericht de overbrengende Staat ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de veroordeling:

Artikel 14. Talen en kosten
1.

De kennisgevingen en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 4, 6, eerste lid, en 13, en de verzoeken, antwoorden en berichten, bedoeld in de artikelen 5, 7, 10 en 15, derde lid, dienen te worden gesteld in de taal van de Partij waaraan zij zijn gericht. De stukken ter ondersteuning van een verzoek als bedoeld in artikel 6, tweede lid, dienen vergezeld te gaan van een vertaling in de taal van de Partij waaraan zij zijn gericht.

2.

Het verzoek en de documenten die door elk van de Partijen in overeenstemming met dit Verdrag worden overgelegd zijn vrijgesteld van legalisatie, tenzij het Verdrag anders bepaalt.

3.

De kosten voortvloeiend uit de toepassing van het Verdrag worden door de ontvangende Staat gedragen, uitgezonderd de kosten die uitsluitend op het grondgebied van de overbrengende Staat zijn gemaakt.

Artikel 15. Doortocht
1.

Een Partij voldoet, in overeenstemming met haar wetgeving, aan een verzoek om doortocht van een gevonniste persoon door haar grondgebied indien een zodanig verzoek door de andere Partij is gedaan en die Partij met een derde Staat overeenstemming heeft bereikt met betrekking tot de overbrenging van die persoon naar of van haar grondgebied.

2.

Een verzoek om doortocht kan worden geweigerd indien:

3.

Verzoeken om doortocht en de antwoorden daarop dienen te worden uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten.

4.

De Partij aan wie verzocht is doortocht te verlenen, mag de gevonniste persoon slechts in bewaring houden voor de periode die voor de doortocht over haar grondgebied wordt vereist.

5.

De Partij die verzocht wordt doortocht te verlenen, kan gevraagd worden de verzekering te geven dat de gevonniste persoon niet zal worden vervolgd of, behoudens het bepaalde in het vorige lid, aangehouden of anderszins zal worden onderworpen aan enige vrijheidsbeperking op het grondgebied van de doortocht verlenende Staat wegens een strafbaar feit dat gepleegd is, of een veroordeling die is uitgesproken voorafgaand aan zijn vertrek uit het grondgebied van de Staat van veroordeling.

Artikel 16. Beslechting van geschillen

Ieder geschil dat mocht ontstaan inzake de uitlegging of toepassing van dit Verdrag wordt door de Partijen in der minne geschikt langs diplomatieke weg.

Artikel 17. Inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum van de laatste kennisgeving, langs diplomatieke weg, waarbij de Partijen elkaar hebben medegedeeld dat zij hun respectieve interne procedures daarvoor hebben voltooid.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk dat in Europa is gelegen en op de delen van het Koninkrijk die buiten Europa zijn gelegen, tenzij in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving anders is bepaald. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving aan de Republiek Peru.

Artikel 18. Toepassing in de tijd

Dit Verdrag is van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die hetzij voor hetzij na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn uitgesproken.

Artikel 19. Beëindiging
1.

Elk van de Partijen kan dit Verdrag te allen tijde beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij. De beëindiging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.