Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, 2002
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag hebben de volgende begripsomschrijvingen de betekenis die hieraan bij dezen wordt toegekend:
- 1.
- a. „vervoerder” betekent een persoon door of namens welke een vervoersovereenkomst is gesloten, ongeacht of het vervoer feitelijk door deze persoon of door een feitelijke vervoerder wordt verzorgd;
- b. „feitelijke vervoerder” betekent een andere persoon dan de vervoerder, zijnde de eigenaar, bevrachter of exploitant van een schip, die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht; en
- c. „vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht” betekent de feitelijke vervoerder, of, voor zover de vervoerder zelf het vervoer verricht, de vervoerder.
-
- „vervoersovereenkomst” betekent een door of namens een vervoerder gesloten overeenkomst, voor het vervoer over zee van een passagier of, in voorkomende gevallen, van een passagier en zijn bagage;
-
- „schip” betekent uitsluitend een zeeschip, met uitzondering van luchtkussenvaartuigen;
-
- „passagier” betekent iedere persoon die op een schip wordt vervoerd,
- a. krachtens een vervoersovereenkomst; of
- b. die, met toestemming van de vervoerder, een voertuig of levende dieren begeleidt, die het voorwerp zijn van een vervoersovereenkomst voor goederen die niet onder dit Verdrag valt;
-
- „bagage” betekent elk voorwerp of voertuig dat door de vervoerder krachtens een vervoersovereenkomst wordt vervoerd, met uitzondering van:
- a. goederen of voertuigen vervoerd krachtens een charterpartij, een cognossement of een andere overeenkomst die hoofdzakelijk het vervoer van goederen betreft, en
- b. levende dieren;
-
- „hutbagage” betekent de bagage van de passagier die zich in zijn hut bevindt of die hij anderszins in zijn bezit heeft of onder zijn hoede of toezicht heeft. Behalve voor de toepassing van het achtste lid van dit artikel en van artikel 8 wordt onder hutbagage mede verstaan de bagage die de passagier in of op zijn voertuig heeft;
-
- „verlies of beschadiging van bagage”, omvat eveneens de materiële schade voortvloeiende uit het feit dat de bagage niet binnen een redelijke periode, te rekenen vanaf de aankomst van het schip waarop de bagage is vervoerd of had moeten worden vervoerd, aan de passagier werd terugbezorgd, maar omvat niet de vertraging voortvloeiende uit arbeidsconflicten;
-
- „vervoer” heeft betrekking op de volgende periodes:
- a. wat de passagier en zijn hutbagage betreft, de periode gedurende welke de passagier en/of zijn hutbagage zich aan boord van het schip bevinden, gedurende het in- en ontschepen en de periode tijdens welke de passagier en zijn hutbagage over het water worden vervoerd van de kade naar het schip of omgekeerd indien de prijs van dit vervoer begrepen is in die van het biljet of indien het vaartuig dat voor dat bijkomend vervoer wordt gebruikt, door de vervoerder ter beschikking van de passagier werd gesteld. Het vervoer omvat wat de passagier betreft echter niet de periode gedurende welke deze zich in een zeeterminal of op een kade of in een andere haveninstallatie bevindt;
- b. wat de hutbagage betreft, tevens de periode gedurende welke de passagier zich in een zeeterminal of op een kade of in een andere haveninstallatie bevindt indien deze bagage door de vervoerder of diens hulppersonen werd overgenomen en nog niet aan de passagier werd terugbezorgd;
- c. wat andere bagage dan hutbagage betreft, de periode gelegen tussen het tijdstip waarop de vervoerder of diens hulppersonen de bagage te land of aan boord heeft overgenomen en het tijdstip waarop ze door de vervoerder of diens hulppersonen werd terugbezorgd;
-
- „internationaal vervoer” is elk vervoer waarvan volgens de vervoersovereenkomst de plaats van vertrek en die van bestemming in twee verschillende staten liggen of in één enkele staat indien er volgens de vervoersovereenkomst of het voorziene vaarplan een tussenliggende aanloophaven in een andere staat is;
-
- onder „Organisatie” wordt verstaan de Internationale Maritieme Organisatie.
-
- „Secretaris-Generaal” betekent de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
Artikel 1bis. Bijlage
De aan dit Verdrag gehechte Bijlage maakt een integrerend onderdeel uit van het Verdrag.
Artikel 2. Toepassing
Dit Verdrag is van toepassing op elk internationaal vervoer indien:
- a. het schip de vlag voert van een staat die partij is bij dit Verdrag of indien het in een dergelijke staat is geregistreerd, of
- b. de vervoersovereenkomst werd opgesteld in een staat die partij is bij dit Verdrag, of
- c. volgens de vervoersovereenkomst de plaats van vertrek of bestemming gelegen is in een staat die partij is bij dit Verdrag.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid van dit artikel is dit Verdrag niet van toepassing als het vervoer onderworpen is aan een aansprakelijkheidsregeling waarin is voorzien door bepalingen van een ander verdrag betreffende het vervoer van reizigers of bagage met een ander vervoermiddel en voor zover die bepalingen op het zeevervoer dwingend van toepassing zijn.
Artikel 3. Aansprakelijkheid van de vervoerder
Bij schade geleden als gevolg van het overlijden of persoonlijk letsel van een passagier veroorzaakt door een scheepvaartincident, is de vervoerder in zoverre aansprakelijk dat een dergelijk verlies met betrekking tot die passagier voor elk afzonderlijk geval niet meer dan 250.000 rekeneenheden bedraagt, tenzij de vervoerder bewijst dat het incident:
- a. het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onbedwingbare aard; of
- b. volledig is veroorzaakt door een handelen of nalaten door een derde met het oogmerk het incident te veroorzaken.
Indien en voor zover de schade bovengenoemde grens te boven gaat, is de vervoerder verder aansprakelijk, tenzij de vervoerder bewijst dat het incident dat de schade heeft veroorzaakt niet aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is.
Bij schade geleden als gevolg van het overlijden of persoonlijk letsel van een passagier niet veroorzaakt door een scheepvaartincident, is de vervoerder aansprakelijk indien het incident dat de schade heeft veroorzaakt aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is. De bewijslast dat er sprake is van schuld of nalatigheid berust bij de eiser.
Bij schade geleden als gevolg van het verlies of de beschadiging van hutbagage is de vervoerder aansprakelijk indien het incident dat de schade heeft veroorzaakt aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is. Schuld of nalatigheid van de vervoerder wordt verondersteld bij schade veroorzaakt door een scheepvaartincident.
Bij schade geleden als gevolg van het verlies of beschadiging van andere bagage dan hutbagage is de vervoerder aansprakelijk, tenzij de vervoerder bewijst dat het incident dat de schade heeft veroorzaakt niet aan de schuld of nalatigheid van de vervoerder te wijten is.
Voor de toepassing van dit artikel:
- a. wordt verstaan onder „scheepvaartincident”, schipbreuk, kapseizen, aanvaring of stranden van het schip, explosie of brand aan boord van het schip of defect aan het schip;
- b. wordt onder „schuld of nalatigheid van de vervoerder” mede verstaan de schuld of nalatigheid van de hulppersonen van de vervoerder die handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden;
- c. wordt verstaan onder „defect aan het schip”, ieder niet of gebrekkig functioneren of elk geval van niet-voldoen aan toepasselijke veiligheidsvoorschriften van enig deel van het schip of zijn uitrusting wanneer deze worden gebruikt voor ontsnapping, evacuatie, inscheping en ontscheping van passagiers; of wanneer deze worden gebruikt voor aandrijving, besturing, veilig navigeren, afmeren, ankeren, voor aankomen op of vertrekken van een aanleg- of ankerplaats, of voor schadebeheersing na vollopen van het schip; of wanneer deze worden gebruikt voor het te water laten van de reddingsuitrusting; en
- d. worden onder „schade” niet verstaan schadeloosstellingen met een punitief of een afschrikwekkend karakter.
De aansprakelijkheid van de vervoerder krachtens dit artikel heeft uitsluitend betrekking op schade als gevolg van incidenten die zich tijdens het vervoer hebben voorgedaan. De bewijslast dat het incident dat de schade heeft veroorzaakt zich tijdens het vervoer heeft voorgedaan, en omtrent de omvang van de schade berust bij de eiser.
Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan een recht van verhaal dat de vervoerder tegen een derde zou kunnen hebben, of aan een verweer gebaseerd op de nalatigheid van een medeverantwoordelijke passagier op grond van artikel 6 van dit Verdrag. Niets in dit artikel doet afbreuk aan een uit de artikelen 7 of 8 van dit Verdrag voortvloeiend recht op het stellen van grenzen aan de aansprakelijkheid.
Enig vermoeden van schuld of nalatigheid van een partij of de toewijzing van de bewijslast aan een partij heeft niet tot gevolg dat bewijzen ten gunste van die partij niet in overweging worden genomen.
Artikel 4. Feitelijke vervoerder
Indien het vervoer geheel of gedeeltelijk aan een feitelijke vervoerder wordt toevertrouwd, blijft de vervoerder niettemin aansprakelijk voor het volledige vervoer overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag. Daarnaast is de feitelijke vervoerder onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag en kan hij zich erop beroepen voor het gedeelte van het vervoer dat door hem is verricht.
De vervoerder is met betrekking tot het door de feitelijke vervoerder verrichte vervoer aansprakelijk voor het handelen of nalaten van de feitelijk vervoerder en van diens hulppersonen die handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.
Elke bijzondere overeenkomst krachtens welke de vervoerder verplichtingen op zich neemt die niet bij dit Verdrag worden opgelegd of afstand doet van rechten die dit Verdrag hem toekent, is voor de feitelijke vervoerder slechts bindend wanneer hij daar uitdrukkelijk en schriftelijk mee instemt.
Wanneer en voor zover zowel de vervoerder als de feitelijke vervoerder aansprakelijk zijn, zijn zij beide hoofdelijk aansprakelijk.
Geen enkele bepaling van dit artikel doet afbreuk aan enig recht van verhaal tussen de vervoerder en de feitelijke vervoerder.
Artikel 4bis. Verplichte verzekering
Wanneer passagiers worden vervoerd aan boord van een in een staat die partij is geregistreerd schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers, en dit Verdrag van toepassing is, dient een vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht, te zorgen voor een verzekering of een andere financiële zekerheid, zoals een borgstelling van een bank of soortgelijke financiële instelling, ter dekking van de uit dit Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid bij overlijden of persoonlijk letsel van passagiers. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid bedraagt niet minder dan 250.000 rekeneenheden per passagier per afzonderlijk geval.
Een certificaat waaruit blijkt dat er, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, een verzekering of andere financiële zekerheid is voorzien, wordt voor ieder schip verleend, nadat de bevoegde autoriteit van een staat die partij is heeft vastgesteld dat aan de vereisten van het eerste lid is voldaan. Met betrekking tot een schip geregistreerd in een staat die partij is wordt een dergelijk certificaat afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de staat waar het schip geregistreerd is; met betrekking tot een schip dat niet in een staat die partij is geregistreerd is, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van elke staat die partij is. Het certificaat heeft de vorm van het model vervat in de bijlage bij dit Verdrag en bevat de volgende gegevens:
- a. naam van het schip, onderscheidingsnummer of -letters en haven van registratie;
- b. naam en adres van het hoofdkantoor van het bedrijf van de vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht;
- c. IMO-scheepsidentificatienummer;
- d. aard en duur van de zekerheid;
- e. naam en adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar of een andere persoon die de financiële zekerheid stelt en, waar nodig, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de zekerheid is gesteld; en
- f. geldigheidsduur van het certificaat, die niet langer kan zijn dan de geldigheidsduur van de verzekering of andere financiële zekerheid.
- a. Een staat die partij is mag een door hem erkende instelling of organisatie tot afgifte van het certificaat machtigen. Deze instelling of organisatie stelt die staat in kennis van de afgifte van ieder certificaat. In alle gevallen waarborgt de staat die partij is onverkort de volledigheid en juistheid van het aldus afgegeven certificaat en verbindt hij zich ertoe de nodige regelingen te treffen om deze verplichting na te komen.
- b. Een staat die partij is stelt de Secretaris-Generaal in kennis van: Een machtiging wordt niet eerder van kracht dan drie maanden na de datum waarop daarvan kennisgeving is gedaan aan de Secretaris-Generaal.
- i. de specifieke verantwoordelijkheden en voorwaarden van de machtiging die hij aan een door hem erkende instelling of organisatie verleent;
- ii. de intrekking van een dergelijke machtiging; en
- iii. de datum waarop een dergelijke machtiging of intrekking van een dergelijke machtiging van kracht wordt.
- c. De instelling of organisatie die in overeenstemming met dit lid gemachtigd is certificaten af te geven, dient ten minste bevoegd te zijn deze certificaten in te trekken als niet wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder zij zijn afgegeven. In alle gevallen meldt de instelling of organisatie een dergelijke intrekking aan de staat namens welke het certificaat werd afgegeven.
Het certificaat wordt gesteld in de officiële taal of de officiële talen van de staat waar het wordt afgegeven. Indien de gebruikte taal van het certificaat niet de Engelse, de Franse of de Spaanse is, bevat de tekst tevens een vertaling in een van deze talen en kan, indien de staat daartoe besluit, de officiële taal van de staat achterwege blijven.
Het certificaat moet zich aan boord van het schip bevinden en een afschrift moet worden nedergelegd bij de autoriteiten die het register beheren waarin het schip is geregistreerd, of indien het schip niet geregistreerd is in een staat die partij is, bij de autoriteit van de staat die de certificaten afgeeft of waarmerkt.
Een verzekering of andere financiële zekerheid voldoet niet aan de eisen van dit artikel indien deze om andere redenen dan het verstrijken van de geldigheidsduur van de verzekering of de zekerheid zoals vermeld in het certificaat kan vervallen voordat drie maanden zijn verlopen na de datum waarop aan de autoriteiten bedoeld in het vijfde lid mededeling is gedaan van beëindiging, tenzij het certificaat bij deze autoriteiten is ingeleverd of binnen deze termijn een nieuw certificaat is afgegeven. Het vorenstaande is eveneens van toepassing op elke wijziging die ertoe leidt dat de verzekering of andere financiële zekerheid niet langer voldoet aan de eisen van dit artikel.
De staat waar het schip is geregistreerd stelt, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, de voorwaarden vast voor de afgifte en geldigheid van het certificaat.
Niets in dit Verdrag kan zo worden uitgelegd dat het een staat die partij is belet zich te verlaten op informatie verkregen van andere staten of van de Organisatie of van andere internationale organisaties met betrekking tot de financiële positie van verzekeraars of van andere personen die de financiële zekerheid stellen voor de toepassing van dit Verdrag. In dergelijke gevallen wordt de staat die partij is die zich op dergelijke informatie verlaat niet ontheven van zijn verantwoordelijkheid als staat die het certificaat afgeeft.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.