Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden (de Benelux-staten) en de Republiek Kosovo betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen en haar Uitvoeringsprotocol

Type Verdrag
Publication 2014-04-01
State In force
Source BWB
artikelen 34
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

het Groothertogdom Luxemburg

en

het Koninkrijk der Nederlanden,

die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden (de BENELUX-Staten),

en

de Republiek Kosovo,

hierna genoemd „de Partijen”,

Ernaar strevend de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en de onderlinge communicatie te verbeteren teneinde beter uitvoering te geven aan de wetgeving en regelgeving inzake het personenverkeer,

Ernaar strevend hun gezamenlijke wens strekkende tot het efficiënt bestrijden van de illegale immigratie van Benelux-onderdanen of Kosovaarse staatsburgers alsmede van de onderdanen van een derde Staat te herbevestigen,

Ernaar strevend de internationaalrechtelijke verplichting tot terugname van eigen onderdanen ten uitvoer te brengen, en met name artikel 12, lid 4, van het internationale Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten,

Ernaar strevend een verplichting tot overname van de onderdanen van een derde Staat tussen de Partijen tot stand te brengen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd,

Ernaar strevend, op basis van wederkerigheid, de terug- en overname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Partij zijn binnengekomen en/of verblijven, en de doorgeleiding van te verwijderen personen te vergemakkelijken,

Bezorgd dat deze terug- en overname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de menselijke waardigheid waarborgen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

Artikel 2. Terugname van eigen onderdanen of staatsburgers

1.

Iedere Partij neemt op verzoek van de andere Partij, zonder andere formaliteiten dan die welke in deze Overeenkomst zijn genoemd, de persoon op haar grondgebied terug die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer kan worden aangetoond of op basis van een begin van bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat hij de nationaliteit of het staatsburgerschap van de aangezochte Partij heeft.

2.

De terugnameplicht uit lid (1) geldt ook voor de persoon die na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij de nationaliteit of het staatsburgerschap van de aangezochte Partij heeft verloren, tenzij die persoon tenminste een naturalisatietoezegging van de verzoekende Partij heeft ontvangen.

3.

Op verzoek van de verzoekende Partij, en conform de bepalingen van artikel 7, lid (6), van deze Overeenkomst, verstrekt de aangezochte Partij onverwijld en uiterlijk binnen drie dagen na de datum van ontvangst van het verzoek de met het oog op de teruggeleiding van de terug te nemen personen vereiste reisdocumenten.

4.

De verzoekende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een onderzoek, uitgevoerd binnen een termijn van drie maanden na de terugname van betrokkene, blijkt dat hij op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Partij niet de nationaliteit of het staatsburgerschap van de aangezochte Partij had, tenzij de terugnameplicht volgt uit lid (2).

Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat en staatlozen

1.

Iedere Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze Overeenkomst zijn genoemd, elke onderdaan van een derde Staat over op haar grondgebied die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer kan worden aangetoond of op basis van een begin van bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat die onderdaan

2.

De in lid (1) bedoelde overnameplicht is niet van toepassing wanneer de verzoekende Partij aan de onderdaan van een derde Staat, vóór of na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij, een visum, anders dan een transitvisum, of verblijfstitel heeft afgegeven met een langere geldigheidsduur dan die van het visum of de verblijfstitel die door de aangezochte Partij is afgegeven.

Artikel 4. Indiening van het verzoek om terug- of overname

1.

Een verzoek om terug- of overname op grond van artikel 2 of 3 wordt schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

2.

Elk verzoek om terug- of overname bevat de volgende inlichtingen:

3.

Het verzoek om terug- of overname moet in een voorkomend geval ook de volgende inlichtingen bevatten:

4.

Het verzoek om terug- of overname kan worden vervangen door een schriftelijke mededeling aan de aangezochte Partij binnen een redelijke termijn voor de terug- of overname van de betrokken persoon op voorwaarde dat de terug of over te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument en, indien van toepassing, een geldig visum of geldige verblijfstitel van de aangezochte Partij.

5.

Indien de terug of over te nemen persoon zich in de internationale zone van een luchthaven van één der Partijen bevindt kunnen de bevoegde luchthavenautoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.

Artikel 5. Bewijsmiddelen met betrekking tot eigen onderdanen of staatsburgers

1.

Het bewijs van de nationaliteit of het staatsburgerschap overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de navolgende documenten:

Wanneer dergelijke documenten worden voorgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit of het staatsburgerschap zonder verdere formaliteiten.

2.

Het begin van bewijs van de nationaliteit of het staatsburgerschap overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de navolgende documenten of elementen:

Wanneer dergelijke documenten of elementen worden voorgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit of het staatsburgerschap als vaststaand aan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

3.

Indien geen van de in lid (1) of (2) genoemde documenten of elementen kan worden voorgelegd, kan de verzoekende Partij de aangezochte Partij verzoeken in het bevolkingsregister van de aangezochte Partij te onderzoeken. Een positief resultaat van het onderzoek geldt als bewijs als bedoeld in lid (1).

4.

Indien geen van de in lid (1), (2) en (3) genoemde documenten, elementen of gegevens kan worden voorgelegd, doch er naar de mening van de verzoekende Partij een vermoeden bestaat met betrekking tot de nationaliteit of het staatsburgerschap van de terug te nemen persoon, dan treffen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij de vereiste maatregelen om de nationaliteit of het staatsburgerschap van de betrokkene vast te stellen. Hiertoe zal de bij de verzoekende Partij geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij tot het horen van de betrokkene overgaan teneinde vast te stellen of het een eigen onderdaan of staatsburger betreft.

5.

Indien om feitelijke of technische redenen de bij de verzoekende Partij geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij niet in staat is om de betrokkene te horen, zal deze taak in uitzonderlijke omstandigheden worden uitgevoerd door ofwel een in onderlinge overeenstemming aangewezen deskundige ofwel een uitgenodigde delegatie van de aangezochte Partij die bij de verzoekende Partij is geaccrediteerd.

Artikel 6. Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat

1.

Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:

Bovengenoemde bewijsmiddelen worden tussen de Partijen zonder verdere formaliteiten erkend.

2.

Een begin van bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat kan worden geleverd door middel van de navolgende bewijsmiddelen:

Wanneer dit begin van bewijs is geleverd, nemen de Partijen aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

Artikel 7. Termijnen

1.

Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan of staatsburger kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij.

2.

Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat moet door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één jaar nadat de verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij. Indien er juridische of feitelijke belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven.

3.

Een verzoek om terug- of overname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van 28 kalenderdagen worden beantwoord en de afwijzing van een verzoek om terug- of overname moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terug- of overname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd.

4.

De resultaten van een onderzoek in het bevolkingsregister overeenkomstig artikel 5, lid (3) moeten onverwijld en in elk geval binnen 7 kalenderdagen dagen2)[Red: Redactie Tractatenblad: hier dient het woord „dagen” niet gelezen te worden.]vanaf de datum van het verzoek aan de verzoekende Partij worden verstrekt.

5.

Nadat de instemming is gegeven of, in voorkomend geval, nadat de termijn van 28 kalenderdagen is verstreken, draagt de verzoekende Partij de persoon met wiens terug- of overname werd ingestemd onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van drie maanden over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om de juridische of praktische belemmeringen op te heffen.

6.

Op verzoek van de verzoekende Partij verstrekt de aangezochte Partij op naam van de over te dragen persoon onverwijld, doch uiterlijk binnen drie werkdagen, de voor zijn terugkeer noodzakelijke reisdocumenten met een geldigheidsduur van drie maanden. Kan de aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen drie werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of feitelijke redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen dan verstrekt de aangezochte Partij binnen drie werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.

Artikel 8. Overdrachtmodaliteiten en wijze van vervoer

1.

Voordat een persoon wordt overgedragen stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij schriftelijk de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij in kennis van de datum en de modaliteiten van de overdracht alsmede van het eventuele gebruik van begeleiders.

2.

Geen enkele wijze van vervoer, hetzij door de lucht, over land of over zee, is verboden doch in de regel geschiedt de overdracht door de lucht. De overdracht per vliegtuig kan plaatsvinden met gebruikmaking van lijn- of chartervluchten.

Artikel 9. Doorgeleiding

1.

De Partijen staan de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat over hun grondgebied toe indien een andere Partij daarom verzoekt, wanneer de verdere reis in eventuele andere Staten van doorreis en de overname door de Staat van bestemming verzekerd zijn.

2.

De Partijen doen het nodige om doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat te beperken tot gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedragen.

3.

Doorgeleiding kan door de Partijen worden geweigerd:

4.

De Partijen kunnen elke verleende toestemming intrekken indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid (3) voordoen die de doorgeleiding belemmeren of indien de verdere reis in eventuele Staten van doorreis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is. In die gevallen neemt de verzoekende Partij de betrokkene onverwijld op haar grondgebied terug.

Artikel 10. Doorgeleidingsprocedure

1.

Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten en moet de volgende inlichtingen bevatten:

2.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij onverwijld schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de plaats waar de grens wordt overschreden en het geplande tijdstip van toelating, of van de weigering van de toelating en de redenen daarvoor.

3.

Indien de doorgeleiding door de lucht gebeurt, worden aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders de noodzakelijke faciliteiten met het oog op toegang tot de nationale of internationale zone van de luchthaven van de aangezochte Partij verleend.

4.

De bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij steunen, mits in onderling overleg, de doorgeleiding, met name door toezicht op de betrokkenen en stellen daartoe geschikte voorzieningen beschikbaar.

Artikel 11. Kosten

Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om de aan de terug- of overname verbonden kosten van de terug of over te nemen persoon of derden terug te vorderen, komen alle kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding uit hoofde van deze Overeenkomst tot aan de grens van de Staat van eindbestemming ten laste van de verzoekende Partij.

Artikel 12. Gegevensbescherming

Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Partijen. De verwerking en behandeling van persoonsgegevens in een bepaald geval zijn onderworpen aan de wetgeving van de Republiek Kosovo en, wanneer de behandeling door een bevoegde autoriteit van een Benelux-Staat wordt uitgevoerd, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de uit hoofde van deze Richtlijn vastgestelde nationale wetgeving. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:

Artikel 13. Onverminderde toepasselijkheid

Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:

Artikel 14. Comité van deskundigen

1.

De Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat met name:

2.

De Partijen behouden zich het recht voor om de door het Comité van deskundigen voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.

3.

Het Comité bestaat uit één vertegenwoordiger voor België, één vertegenwoordiger voor Luxemburg, één vertegenwoordiger voor Nederland en drie (3) vertegenwoordigers voor de Republiek Kosovo. De Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan. Plaatsvervangende leden worden benoemd. Indien nodig kunnen andere deskundigen bij de werkzaamheden van het Comité worden betrokken.

4.

Het Comité komt indien nodig bijeen op verzoek van één van de Partijen.

Artikel 15. Uitvoeringsprotocol

Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd. In het Uitvoeringsprotocol wordt onder andere geregeld:

Artikel 16. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de buiten Europa gelegen gebiedsdelen van het Koninkrijk worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel 17. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de Regering van het Koninkrijk België van de notificaties van twee Ondertekenende Staten, waarvan de ene de Republiek Kosovo is, waarbij ervan kennis wordt gegeven dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.

2.

Ten aanzien van iedere andere Ondertekenende Staat treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de Regering van het Koninkrijk België van de notificatie waarbij ervan kennis wordt gegeven dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.

3.

De Regering van het Koninkrijk België stelt ieder der Ondertekenende Staten in kennis van de in lid (1) en (2) bedoelde notificaties en van de data van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de Partijen.

Artikel 18. Schorsing, opzegging

1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk en de Republiek Kosovo kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.

3.

De schorsing van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de eerste maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in lid (2) door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen.

4.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk en de Republiek Kosovo kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen.

5.

De opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in lid (4) door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen.

Artikel 19. Depositaris

De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.

Het Koninkrijk België,

het Groothertogdom Luxemburg

en

het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Republiek Kosovo,

hierna genoemd „de Partijen”,

Op grond van artikel 15, van de op 12 mei te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden (de BENELUX-Staten) en de Republiek Kosovo betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen,

hierna genoemd „de Overeenkomst”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Uitvoeringsprotocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verzoek om terug- of overname

1.

Een verzoek om terug- of overname dat de inlichtingen bevat als bedoeld in artikel 4, van de Overeenkomst, wordt per telefax of via elektronische weg ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

2.

Voor de indiening van het verzoek om terugname van een eigen onderdaan of staatsburger wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 1 A aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. Voor de indiening van het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 1 B aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

3.

Indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, lid (4), van de Overeenkomst, volstaat een schriftelijke mededeling door middel van het formulier dat als bijlage 3 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

4.

De verzoekende Partij wendt zich voor het verstrekken alsmede voor het verkrijgen van nadere inlichtingen met betrekking tot het ingediende verzoek om terug- of overname tot de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

5.

Het antwoord op een verzoek om terug- of overname wordt per telefax of via elektronische weg overgemaakt aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij door middel van het formulier dat als bijlage 1A of 1B aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

Artikel 3. Reisdocumenten

1.

Ingeval van een positief antwoord op het verzoek om terug- of overname, worden de voor terugkeer noodzakelijke reisdocumenten overeenkomstig artikel 7, lid (6), van de Overeenkomst, op naam van de over te dragen persoon gesteld en door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij overhandigd.

2.

Op grond van artikel 7, lid (6), van de Overeenkomst, wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen drie werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe kan verstrekken, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die de Partijen voor dit doel zullen gebruiken zijn als bijlage 4 en 5 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.

Artikel 4. Overdracht

1.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, per telefax of via elektronische weg, minimaal twee werkdagen vóór de geplande overdracht in kennis van haar voornemen daartoe over te gaan. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

2.

Indien de overdracht van de terug- of over te nemen persoon binnen de in artikel 7, lid (5), van de Overeenkomst genoemde termijn van drie maanden niet kan plaatsvinden stelt de verzoekende Partij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, daarvan onverwijld in kennis.

3.

Indien medische redenen vervoer over de weg of over zee rechtvaardigen, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

Artikel 5. Procedure met het oog op de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat en staatlozen

1.

Een verzoek om doorgeleiding wordt minimaal twee dagen voor de geplande doorgeleiding per telefax of via elektronische weg ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

2.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bericht onverwijld, per telefax of via elektronische weg, of zij instemt met de doorgeleiding en het hiervoor geplande tijdstip, de plaats waar de grens wordt overschreden, de wijze van vervoer en het gebruik van begeleiders. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het in lid 1, van dit artikel, bedoelde formulier.

3.

Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht.

Artikel 6. Ondersteuning van de doorgeleiding

1.

Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, geeft zij dit verzoek aan in het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

2.

Bij gelegenheid van het antwoord op het verzoek om doorgeleiding bericht de aangezochte Partij of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning. De Partijen treden zo nodig nader met elkaar in overleg.

3.

Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag van de aangezochte Partij.

Artikel 7. Verplichtingen van de begeleiders

1.

Bij de uitvoering van de doorgeleiding zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van terzake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en evenredige wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

2.

De begeleiders moeten in alle omstandigheden het recht van de aangezochte Partij naleven.

3.

Begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen te zijn voorzien van een document waaruit blijkt dat toestemming is verleend voor de terug- of overname of de doorgeleiding en dienen te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en dienstopdracht aan te tonen.

4.

De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen terzake bevoegde ambtenaren.

Artikel 8. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Overeenkomstig artikel 15, onder 1, van de Overeenkomst wisselen de Partijen uiterlijk 30 dagen na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol schriftelijk een lijst van de voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde autoriteiten uit. Iedere wijziging in deze lijst delen zij elkaar onverwijld mede.

Artikel 9. Aanwijzing plaatsen grensoverschrijding

Overeenkomstig artikel 15, onder 2, van de Overeenkomst delen de Partijen elkaar uiterlijk 30 dagen na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol schriftelijk mede via welke grensovergangen personen daadwerkelijk worden overgedragen en toegelaten. Iedere wijziging in deze lijst delen zij elkaar onverwijld mede.

Artikel 10. Kosten

Door de aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding welke op grond van artikel 11, van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Partij komen, worden door de verzoekende Partij na overlegging van een factuur vergoed.

Artikel 11. Comité van deskundigen

De Partijen stellen elkaar binnen de dertig dagen na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis van de samenstelling van hun delegatie in het krachtens artikel 14, van de Overeenkomst ingestelde Comité van deskundigen. Iedere wijziging in hun delegatie delen zij elkaar onverwijld mede.

Artikel 12. Taal

Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.

Artikel 13. Wijziging van de bijlagen

1.

De bijlagen 1 tot en met 6 vormen een integrerend onderdeel van het Uitvoeringsprotocol.

2.

Elke wijziging van de bijlagen bij dit Uitvoeringsprotocol wordt schriftelijk overeengekomen tussen de Partijen en wordt van kracht op een door de Partijen te bepalen datum.

Artikel 14. Inwerkingtreding en opzegging

Dit Uitvoeringsprotocol wordt overeenkomstig artikel 17 en 18, van de Overeenkomst toegepast en gelijktijdig met de opzegging van de Overeenkomst opgezegd.

Artikel 15. Depositaris

Het Koninkrijk België is depositaris van dit Uitvoeringsprotocol. De depositaris zal alle Partijen een voor eensluidend verklaard afschrift daarvan overmaken.

TEN BLIJKE waarvan de vertegenwoordigers van de Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 12 mei 2011, in de Engelse, Franse, Nederlandse Albanese en Servische taal, zijnde de teksten in elk van de talen gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst (werktaal) doorslaggevend.

Het origineel zal worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan aan alle Partijen toezendt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)