Overeenkomst inzake de belastingheffing van wegvoertuigen voor persoonlijk gebruik in internationaal verkeer

Type Verdrag
Publication 1959-08-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Overwegende, dat enige Europese Staten bilaterale overeenkomsten hebben gesloten of andere maatregelen hebben genomen tot invoering van een ruimer regime dan dat van het Verdrag van 30 maart 1931 nopens de belastingheffing van vreemde motorrijtuigen,

Verlangende de ontwikkeling van het internationale toerisme te bevorderen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

Artikel 2

Voertuigen, ingeschreven op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en voertuigen, welke op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen in het verkeer zijn gebracht met vrijstelling van de verplichting tot inschrijving, zijn, wanneer zij voor persoonlijk gebruik tijdelijk worden ingevoerd in het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij, onder de hierna omschreven voorwaarden vrijgesteld van belastingen en heffingen, die verschuldigd zijn wegens het rijden met of het houden van voertuigen op het grondgebied van laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij. De vrijstelling strekt zich niet uit tot tolgelden noch tot belastingen of heffingen op het verbruik.

Artikel 3
1.

Deze vrijstelling wordt op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij verleend, zolang de voorwaarden worden nagekomen, welke zijn opgenomen in de op het grondgebied van die Partij van kracht zijnde douanebepalingen voor de tijdelijke invoer zonder betaling van invoerrechten en andere bij de invoer verschuldigde belastingen van voertuigen als bedoeld in artikel 2.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij mag evenwel de duur van deze vrijstelling beperken tot driehonderd vijfenzestig achtereenvolgende dagen, zelfs indien de tijdelijke invoer van het voertuig zonder betaling van invoerrechten en andere bij de invoer verschuldigde belastingen is toegestaan voor een langere periode.

Artikel 4

Zodra een Verdragsluitende Partij bij het Verdrag van 30 maart 1931 nopens de belastingheffing van vreemde motorrijtuigen Overeenkomstsluitende Partij is geworden bij deze Overeenkomst, neemt zij de maatregelen welke zijn voorzien bij artikel 17 van het Verdrag van 1931 tot opzegging van dat Verdrag.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 5
1.

De landen welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, zomede de landen welke overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat dezer Commissie met adviserende bevoegdheid tot haar werkzaamheden zijn toegelaten, kunnen Overeenkomstsluitende Partij bij deze Overeenkomst worden:

2.

De landen, welke ingevolge paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa in aanmerking komen om aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie deel te nemen, kunnen Overeenkomstsluitende Partij bij deze Overeenkomst worden door tot de Overeenkomst toe te treden na haar inwerkingtreding.

3.

De Overeenkomst staat tot en met 31 augustus 1956 open voor ondertekening. Na deze datum staat zij open voor toetreding.

4.

De bekrachtiging of de toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 6
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de negentigste dag nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.

2.

Met betrekking tot elk land dat deze Overeenkomst heeft bekrachtigd of tot de Overeenkomst is toegetreden nadat vijf landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt de Overeenkomst in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding.

Artikel 7
1.

Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

2.

De opzegging zal van kracht worden vijftien maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal.

Artikel 8

Deze Overeenkomst zal ophouden van kracht te zijn, indien na haar inwerkingtreding het aantal Overeenkomstsluitende Partijen minder is dan vijf gedurende een tijdvak van twaalf opeenvolgende maanden.

Artikel 9
1.

Elk land kan ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding, of te eniger tijd daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat de Overeenkomst van toepassing zal zijn ten aanzien van alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen het behartigt. De Overeenkomst zal van toepassing zijn ten aanzien van het gebied of de gebieden, in de kennisgeving vermeld, met ingang van de negentigste dag na ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal, of wel, indien op die dag de Overeenkomst nog niet in werking is getreden, met ingang van de datum van haar inwerkingtreding.

2.

Elk land, dat overeenkomstig het voorgaande lid een verklaring heeft afgelegd waardoor deze Overeenkomst van toepassing wordt ten aanzien van een gebied welks internationale betrekkingen het behartigt, kan de Overeenkomst met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 7.

Artikel 10
1.

Een geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal voor zoveel mogelijk worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Partijen waartussen geschil is gerezen.

2.

Elk geschil, dat niet is beslecht door onderhandelingen, zal aan een scheidsrechterlijke uitspraak worden onderworpen, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen waartussen het geschil is gerezen zulks verzoekt, en zal dienovereenkomstig worden verwezen naar een of meer scheidsrechters die door de Partijen waartussen geschil is gerezen in gemeen overleg zijn gekozen. Indien binnen drie maanden na de datum van het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak de Partijen waartussen geschil is gerezen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de keuze van een of meer scheidsrechters, kan een van die Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsrechter aan te wijzen naar wie het geschil ter beslechting zal worden verwezen.

3.

De uitspraak van de overeenkomstig het vorige lid aangewezen scheidsrechter of scheidsrechters zal bindend zijn voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 11
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt, dan wel op ieder later tijdstip, verklaren, dat zij de Overeenkomst niet toepast ten aanzien van rijwielen zonder motor.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt verklaren dat zij zich niet gebonden acht door artikel 10 van de Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 10 tegenover elke Overeenkomstsluitende Partij, die een zodanig voorbehoud heeft geformuleerd.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij, die overeenkomstig het eerste of tweede lid een voorbehoud heeft geformuleerd, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

4.

Generlei ander voorbehoud is met betrekking tot deze Overeenkomst toegelaten.

Artikel 12
1.

Nadat deze Overeenkomst gedurende drie jaren in werking zal zijn geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij door een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties de bijeenroeping van een conferentie verzoeken, ten einde deze Overeenkomst te herzien. De Secretaris-Generaal zal van dit verzoek mededeling doen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en zal een conferentie ter herziening van deze Overeenkomst bijeenroepen, indien binnen vier maanden na de datum van de door hem gedane mededeling ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen hem hun instemming met dit verzoek hebben kenbaar gemaakt.

2.

Indien een conferentie overeenkomstig het vorige lid wordt bijeengeroepen, zal de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis stellen en hen uitnodigen binnen drie maanden voorstellen in te dienen, waarvan zij behandeling door de conferentie wensen. De Secretaris-Generaal zal uiterlijk drie maanden vóór de aanvang van de conferentie aan alle Overeenkomstsluitende Partijen mededeling doen van de voorlopige agenda voor de conferentie, alsmede van de tekst van de ingediende voorstellen.

3.

De Secretaris-Generaal zal alle in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen, alsmede de landen welke krachtens artikel 5, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, uitnodigen tot bijwoning van elke conferentie die overeenkomstig dit artikel wordt bijeengeroepen.

Artikel 13
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging zal worden ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze tekst zal mededelen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en ter kennis brengen van de overige in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen.

2.

Elke voorgestelde wijziging, welke overeenkomstig het vorige lid is toegezonden, wordt geacht te zijn aanvaard, indien binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de voorgestelde wijziging heeft toegezonden geen der Overeenkomstsluitende Partijen daartegen bezwaar heeft gemaakt.

3.

De Secretaris-Generaal zal zo spoedig mogelijk een kennisgeving richten aan alle Overeenkomstsluitende Partijen om hun te doen weten of een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging. Indien een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en zal zij geen gevolg hebben. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, zal de wijziging voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking treden drie maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden, als is bedoeld in het vorige lid.

Artikel 14

Behalve van de in de artikelen 12 en 13 bedoelde kennisgevingen zal de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan alle in het eerste lid van artikel 5 bedoelde landen, alsmede aan de landen welke krachtens artikel 5, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, mededeling doen van:

Artikel 15

Het Protocol van ondertekening bij deze Overeenkomst heeft dezelfde kracht, waarde en geldigheidsduur als de Overeenkomst zelf, waarvan het geacht wordt een integrerend deel uit te maken.

Artikel 16

Na 31 augustus 1956 zal het origineel van deze Overeenkomst worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan alle landen als is bedoeld in artikel 5, leden 1 en 2, gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Geneva, this eighteenth day of May one thousand nine hundred and fifty-six, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authentic.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.