Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Griekenland;
Verlangend, de vriendschapsbanden, welke de beide landen op zo gelukkige wijze verenigen, nauwer aan te halen door haar verschillende culturele betrekkingen uit te breiden;
Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten en hebben haar Gevolmachtigden benoemd die, daartoe behoorlijk gemachtigd, het volgende zijn overeengekomen:
Artikel 1
De Verdragsluitende Partijen zullen zoveel mogelijk haar goede betrekkingen op intellectueel gebied en op het gebied van onderwijs, wetenschap en kunst uitbreiden.
Artikel 2
Teneinde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te bereiken, zullen de Verdragsluitende Partijen, zo mogelijk door het toekennen van beurzen, de uitwisseling van hoogleraren en leden van wetenschappelijke en culturele instellingen bevorderen. Zij zullen kunstmanifestaties, zoals tentoonstellingen, concerten, lezingen, welke betrekking hebben op de cultuur van het andere land, aanmoedigen, evenals de culturele uitwisseling op het gebied van film, radio en sport.
Artikel 3
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zullen in gemeenschappelijk overleg de maatregelen nemen, welke nodig zijn voor het ten uitvoer leggen van de bepalingen van bovenstaande artikelen. Te dien einde wordt in elk van beide landen een commissie ingesteld, wier taak het is, aan de Regering voorstellen te doen betreffende de uitvoering van dit Verdrag. De diplomatieke vertegenwoordiger van de andere Verdragsluitende Partij kan worden uitgenodigd, deel te nemen aan de besprekingen van deze commissie.
Artikel 4
Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te Athene worden uitgewisseld
Het Verdrag zal in werking treden op de dag der uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
Artikel 5
Dit Verdrag zal van kracht blijven gedurende een tijdvak van vijf jaren. Indien het niet zes maanden voor de datum van het verstrijken van deze termijn is opgezegd, wordt het stilzwijgend verlengd, in welk geval elk der beide Verdragsluitende Partijen zich het recht voorbehoudt, te allen tijde het Verdrag op te zeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.
En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Accord et y ont apposé leurs sceaux.
Fait en double exemplaire, en langue française, à La Haye, le 21 avril 1953.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:
J. LUNS
J.W. BEYEN
Pour le Gouvernement du Royaume de Grèce:
NICOLAS G. LÉLY
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.