Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen

Type Verdrag
Publication 1960-10-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Gelet op het op 16 juni 1949 te Genève gesloten Akkoord tot voorlopige toepassing van de ontwerpen van internationale douaneovereenkomsten met betrekking tot het toeristenverkeer, tot voertuigen welke voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg worden gebezigd en tot het internationale vervoer van goederen langs de weg, en in het bijzonder op artikel V van dit Akkoord, waarin wordt bepaald dat in geval wereldovereenkomsten, aangelegenheden regelende welke het voorwerp uitmaken van de in dit Akkoord bedoelde ontwerpovereenkomsten, „tot stand zouden komen, elke regering die partij is bij dit Akkoord en partij wordt bij een of meer van die wereldovereenkomsten, op de dag waarop deze overeenkomsten in werking treden, automatisch geacht zal worden dit Akkoord te hebben opgezegd voor die ontwerp-overeenkomsten, welke op hetzelfde onderwerp betrekking hebben als de wereldovereenkomsten, waarbij zij partij is geworden”,

Gelet op het Verdrag inzake douaneformaliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer en op het Douaneverdrag inzake de tijdelijke invoer van particuliere wegvoertuigen, welke beide op 4 juni 1954 te New York zijn gesloten,

Overwegende, dat in tegenstelling tot het ontwerp van een internationale douaneovereenkomst met betrekking tot het toeristenverkeer, krachtens het Akkoord van 16 juni 1949 voorlopig in werking gesteld, vorengenoemde Verdragen geen bepalingen bevatten inzake de tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen van luchtvaartuigen en van pleziervaartuigen, andere dan in gebruik zijnde kano's en kajaks met een lengte van minder dan 5,50 m,

Bezield door de wens de ontwikkeling te vergemakkelijken van het internationale toeristenverkeer waarbij gebruik wordt gemaakt van pleziervaartuigen en luchtvaartuigen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal, onder voorwaarde van wederuitvoer en met inachtneming van de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen, vaartuigen en luchtvaartuigen toelaten, welke toebehoren aan personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, en welke hetzij door de eigenaars van deze vaartuigen en luchtvaartuigen, hetzij door andere personen die hun normale verblijfplaats hebben buiten het gebied van die Partij, worden ingevoerd en worden gebezigd voor hun persoonlijk gebruik ter gelegenheid van een tijdelijk bezoek.

2.

Deze vaartuigen en luchtvaartuigen moeten gedekt zijn door documenten van tijdelijke invoer, waardoor de betaling gewaarborgd is van de rechten en heffingen ter zake van de invoer en, in voorkomend geval, van de boeten welke, behoudens de bijzondere bepalingen van het vierde lid van artikel 27, door de douane kunnen worden opgelegd.

Artikel 3

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen wordt toegelaten de motorbrandstof welke zich bevindt in de tanks van de tijdelijk ingevoerde vaartuigen of luchtvaartuigen, mits deze tanks een normale capaciteit hebben, op de gebruikelijke plaatsen zijn aangebracht en met de motor in verbinding staan, en met dien verstande dat de in de tanks aanwezige hoeveelheid motorbrandstof bestemd is om uitsluitend door het vaartuig of luchtvaartuig te worden gebruikt.

Artikel 4
1.

Losse onderdelen ingevoerd voor de herstelling van een bepaald vaartuig of luchtvaartuig, dat reeds tijdelijk is ingevoerd, worden met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen tijdelijk toegelaten. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen vorderen, dat deze onderdelen gedekt zijn door een document van tijdelijke invoer.

2.

De vervangen onderdelen, welke niet weder worden uitgevoerd, zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer, tenzij zij overeenkomstig de bepalingen van het betrokken land vrij van alle kosten ten gunste van de Schatkist worden afgestaan of wel onder ambtelijk toezicht op kosten van belanghebbenden worden vernietigd.

Artikel 5

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen worden toegelaten formulieren van tijdelijke invoer, welke aan tot afgifte gemachtigde organisaties worden gezonden door soortgelijke buitenlandse organisaties, door internationale organisaties of door de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

HOOFDSTUK III. Afgifte van documenten van tijdelijke invoer

Artikel 6
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, met inachtneming van de waarborgen en onder de voorwaarden door haar te bepalen, aan organisaties - in het bijzonder aan die welke bij een internationale organisatie zijn aangesloten - de bevoegdheid verlenen tot het afgeven, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, van de in deze Overeenkomst bedoelde documenten van tijdelijke invoer.

2.

De documenten van tijdelijke invoer kunnen geldig zijn voor één land of douanegebied dan wel voor verschillende landen of douanegebieden.

3.

De geldigheidsduur van deze documenten mag niet langer zijn dan één jaar, te rekenen van de dag van afgifte.

Artikel 7
1.

De documenten van tijdelijke invoer, welke geldig zijn voor het gebied van alle of verscheidene Overeenkomstsluitende Partijen, worden aangeduid met de naam „carnets de passages en douane” en dienen voor de vaartuigen overeen te stemmen met het in Bijlage 2 van deze Overeenkomst opgenomen model en voor luchtvaartuigen met het bij Bijlage 1 opgenomen model.

2.

Indien een „carnet de passages en douane” niet geldig is voor één of meer gebieden moet dit door de organisatie welke het document afgeeft worden vermeld op het omslag en op de invoerstroken van het „carnet”.

3.

De documenten van tijdelijke invoer, welke uitsluitend geldig zijn voor het gebied van één Overeenkomstsluitende Partij, kunnen overeenstemmen met het in Bijlage 3 van deze Overeenkomst opgenomen model. Het is eveneens geoorloofd dat de Overeenkomstsluitende Partijen andere documenten gebruiken, zulks overeenkomstig hun wetgeving of voorschriften.

4.

De geldigheidsduur van documenten van tijdelijke invoer, welke niet door de overeenkomstig artikel 6 gemachtigde organisaties zijn afgegeven, wordt door elke Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig haar wetgeving of voorschriften vastgesteld.

5.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal op verzoek aan andere Overeenkomstsluitende Partijen modellen doen toekomen van documenten van tijdelijke invoer, welke voor haar gebied geldig zijn en afwijken van die welke in de Bijlagen van deze Overeenkomst zijn opgenomen.

HOOFDSTUK IV. Bijzonderheden welke op de documenten van tijdelijke invoer moeten worden vermeld

Artikel 8

De documenten van tijdelijke invoer, afgegeven door gemachtigde organisaties, worden gesteld op naam van de eigenaars van de vaartuigen of luchtvaartuigen, of op naam van degenen, die er de beschikking over hebben. Indien dergelijke documenten, afgegeven voor gehuurde vaartuigen of luchtvaartuigen, gesteld zijn op naam van de verhuurder, dient, zo de douaneautoriteiten van het land van tijdelijke invoer zulks vorderen, op alle stroken en stambladen welke worden gebezigd voor reizen van de huurder, te worden vermeld „gehuurd door . . . . . . . . .”, gevolgd door de naam van de huurder en het adres van diens normale verblijfplaats in het buitenland.

Artikel 9
1.

Het gewicht, dat op de documenten van tijdelijke invoer moet worden vermeld, is het eigen gewicht van het vaartuig of luchtvaartuig. Het moet worden uitgedrukt volgens het metrieke stelsel. Indien de documenten slechts geldig zijn voor één enkel land, kunnen de douaneautoriteiten van dat land het gebruik van een ander stelsel voorschrijven.

2.

De op de documenten van tijdelijke invoer te vermelden waarde moet, indien bedoelde documenten slechts voor één enkel land geldig zijn, worden uitgedrukt in de geldsoort van dat land. De waarde, welke op een „carnet de passages en douane” moet worden vermeld, dient te zijn uitgedrukt in de geldsoort van het land waar het „carnet” is afgegeven.

3.

Voorwerpen en gereedschappen, welke tot de normale uitrusting van vaartuigen of luchtvaartuigen behoren, behoeven niet afzonderlijk op de documenten van tijdelijke invoer te worden vermeld.

4.

Indien de douaneautoriteiten zulks vorderen, moeten reservedelen en toebehoren welke niet geacht worden tot de normale uitrusting van het vaartuig of luchtvaartuig te behoren, op de documenten van tijdelijke invoer worden vermeld met aanduiding van de nodige bijzonderheden (zoals gewicht en waarde). Bij het verlaten van het land dat is bezocht, moeten genoemde delen en toebehoren worden getoond.

Artikel 10

Elke wijziging die wordt aangebracht in hetgeen op de documenten van tijdelijke invoer is vermeld door de organisatie die de documenten heeft afgegeven, dient door deze organisatie of door de aansprakelijke organisatie behoorlijk te zijn goedgekeurd. Zonder toestemming van de douaneautoriteiten van het land van invoer is geen enkele wijziging toegestaan, nadat de documenten door die autoriteiten voor invoer zijn afgetekend.

HOOFDSTUK V. Voorwaarden voor de tijdelijke invoer

Artikel 11
1.

Vaartuigen en luchtvaartuigen waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, mogen voor hun persoonlijk gebruik worden gebezigd door personen die door degene op wiens naam dit document is gesteld behoorlijk zijn gemachtigd, mits deze personen hun normale verblijfplaats hebben buiten het land van invoer en zij voldoen aan de overige in deze Overeenkomst voorziene voorwaarden. De douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht bewijzen te vorderen, dat deze personen behoorlijk zijn gemachtigd door degene op wiens naam het document is gesteld en voldoen aan de bovengenoemde voorwaarden. Indien de verstrekte bewijzen hun niet voldoende voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten weigeren dat de vaartuigen en luchtvaartuigen in hun land worden gebruikt onder dekking van de bedoelde documenten. Betreft het gehuurde vaartuigen en luchtvaartuigen, dan kan elke Overeenkomstsluitende Partij vorderen dat de huurder aanwezig is bij de invoer van het vaartuig of luchtvaartuig.

2.

Ondanks de bepalingen van het vorige lid, kunnen de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen onder de door hen te stellen voorwaarden toestaan, dat de bemanning van een vaartuig of luchtvaartuig waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, bestaat uit personen die hun normale verblijfplaats hebben in het land waar het vaartuig of luchtvaartuig is ingevoerd, in het bijzonder indien de bemanning handelt voor rekening en in opdracht van degene op wiens naam het document van tijdelijke invoer is gesteld.

Artikel 12
1.

De vaartuigen of luchtvaartuigen vermeld in de documenten van tijdelijke invoer moeten, afgezien van de normale slijtage, in dezelfde staat weder worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur van die documenten. In geval van gehuurde vaartuigen of luchtvaartuigen hebben de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het recht te vorderen, dat het vaartuig of luchtvaartuig weder wordt uitgevoerd, zodra de huurder het land van tijdelijke invoer verlaat.

2.

Dat de wederuitvoer heeft plaatsgehad, blijkt uit de omstandigheid dat het document van tijdelijke invoer op regelmatige wijze voor uitvoer is afgetekend door de douaneautoriteiten van het land waar het vaartuig of luchtvaartuig tijdelijk werd ingevoerd.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen echter de zuivering van het voor een luchtvaartuig afgegeven document van tijdelijke invoer afhankelijk stellen van het bewijs dat het toestel in het buitenland is aangekomen.

Artikel 13
1.

De in artikel 12 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van vaartuigen en luchtvaartuigen welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval, waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de vaartuigen of luchtvaartuigen

2.

Indien een vaartuig of luchtvaartuig dat tijdelijk is ingevoerd, niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer binnen de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer opgeschort voor de duur van het beslag.

3.

Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten vaartuigen of luchtvaartuigen waarvoor de aansprakelijke organisaties documenten van tijdelijke invoer hebben afgegeven, in beslag hebben genomen of hebben doen nemen, dan wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zover mogelijk kennis aan die organisaties. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisaties van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.

Artikel 14

Een vaartuig of luchtvaartuig, dat in het gebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen is ingevoerd onder dekking van een document van tijdelijke invoer, mag niet worden gebruikt, zelfs niet bij uitzondering, voor vervoer tegen betaling, beloning of ander materieel voordeel, tussen binnen dat gebied gelegen plaatsen evenmin als voor vervoer hetwelk in dat gebied aanvangt. Een dergelijk vaartuig of luchtvaartuig mag na invoer niet worden verhuurd en, indien het ten tijde van invoer reeds was gehuurd, niet opnieuw worden verhuurd aan een andere persoon dan de oorspronkelijke huurder, noch worden onderverhuurd.

Artikel 15

Zij die aanspraak kunnen maken op de tijdelijke invoer, mogen binnen de geldigheidsduur van de documenten van tijdelijke invoer de daarin vermelde vaartuigen of luchtvaartuigen invoeren zo vaak als nodig is, mits zij bij elke grensoverschrijding (binnenkomen en uitgaan) de documenten door de betrokken douaneambtenaren doen aftekenen voor zover de douaneautoriteiten zulks vorderen. Er kunnen echter documenten worden afgegeven voor één enkele reis.

Artikel 16

Indien voor een vaartuig gebruik wordt gemaakt van een document van tijdelijke invoer, dat niet is voorzien van stroken welke bij elke grensoverschrijding kunnen worden uitgescheurd, hebben de aftekeningen door de douane tussen de eerste binnenkomst en het laatste uitgaan een voorlopig karakter. Indien de laatste aftekening een voorlopige aftekening voor uitgaan is, wordt die aftekening niettemin aanvaard als bewijs van de wederuitvoer van het tijdelijk ingevoerde vaartuig of de tijdelijk ingevoerde losse onderdelen.

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.