Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en
De Regering van het Koninkrijk België, krachtens bestaande overeenkomsten mede in naam van de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
Handelende tezamen op grond van het op 9 december 1953 tussen hen gesloten Protocol inzake de handelspolitiek, enerzijds,
en
de Regering van Japan, anderzijds,
Bezield door de wens het handelsverkeer tussen hun grondgebieden zoveel mogelijk te bevorderen,
Zijn de volgende bepalingen overeengekomen:
Artikel I
Inzake douanerechten en enigerlei kosten geheven van of in verband met invoer of uitvoer, of geheven van internationale overmakingen ter betaling van ingevoerde of uitgevoerde goederen, en inzake de wijze waarop deze rechten en kosten worden geheven, en inzake alle regelingen en formaliteiten in verband met invoer en uitvoer, en inzake de toepassing van binnenlandse belastingen op uitgevoerde goederen, en inzake alle binnenlandse belastingen of enigerlei andere binnenlandse kosten geheven van of in verband met ingevoerde goederen, en inzake alle wetten, bepalingen en voorschriften betreffende de binnenlandse verkoop, aanbod ten verkoop, koop, distributie of gebruik van ingevoerde goederen, wordt ieder voordeel, iedere gunst, ieder voorrecht en iedere vrijstelling die thans of in de toekomst door één der Overeenkomstsluitende Partijen worden verleend aan enig produkt dat afkomstig is uit of bestemd is voor enig derde land, onmiddellijk en onvoorwaardelijk verleend aan het overeenkomstige produkt afkomstig uit of bestemd voor de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel II
Geen der Overeenkomstsluitende Partijen beperkt of verbiedt de invoer van enig produkt van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of de uitvoer van enig produkt naar het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de invoer van het overeenkomstige produkt uit, of de uitvoer van het overeenkomstige produkt naar, alle derde landen op gelijke wijze beperkt of verboden is.
Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid, kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van de invoer of de uitvoer van goederen beperkingen of controles toepassen, waarvan de uitwerking overeenkomt met, of welke noodzakelijk zijn ter uitvoering van, de ingevolge de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds toegepaste deviezenbeperkingen.
Artikel III
Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst tast de rechten en verplichtingen aan, die de Overeenkomstsluitende Partijen hebben of krijgen als verdragsluitende partij bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, zo lang beide Overeenkomstsluitende Partijen verdragsluitende partij zijn bij de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.
Artikel IV
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen de beschikbaarheid zonder discriminatie van scheepvaartdiensten voor de wereldhandel te bevorderen. Daartoe komen zij overeen de opheffing van discriminatoire maatregelen en onnodige beperkingen vanwege regeringen met betrekking tot de internationale koopvaardij aan te moedigen.
Artikel V
Ieder der Overeenkomstsluitende Partijen staat welwillend tegenover de door de andere Overeenkomstsluitende Partij geopperde bedenkingen inzake aangelegenheden welke uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien, en geeft de andere Overeenkomstsluitende Partij voldoende gelegenheid tot overleg.
Er vindt in ieder geval eens per jaar overleg plaats over de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel VI
Vervallen.
- (a). Deze Overeenkomst wordt eerst van toepassing op onderscheidenlijk Suriname en de Nederlandse Antillen na verloop van één maand nadat de Regering van Japan schriftelijk bericht van deze toepassing heeft ontvangen van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.
- (b). De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden aan de Regering van Japan schriftelijk mededelen, dat zij de toepassing van deze Overeenkomst wat betreft Suriname of de Nederlandse Antillen aan het einde van de in lid 2 van artikel VII genoemde aanvangsperiode van drie jaar of te eniger tijd na deze periode wenst te beëindigen.
Artikel VII
Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Regering van Japan. De Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de derde akte van bekrachtiging is nedergelegd.
Deze Overeenkomst blijft van kracht gedurende een periode van drie jaar na de datum waarop zij in werking is getreden en blijft daarna van kracht, met dien verstande dat zij eindigt op de dag waarop de vorenvermelde periode van drie jaar verstreken is, of na deze datum, indien de Regering van één der Overeenkomstsluitende Partijen de Regering van de andere Partij ten minste drie maanden van tevoren schriftelijk mededeling heeft gedaan van haar voornemen deze Overeenkomst te beëindigen.
De vertegenwoordigers van de Regeringen van de Benelux-landen en de vertegenwoordigers van de Regering van Japan verklaren hierbij, dat zij gedurende de loop der onderhandelingen tussen hun respectieve delegaties voor het afsluiten van de Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en Japan, anderzijds, welke heden werd ondertekend, het volgende zijn overeengekomen:
DEEL A
1
Gedurende de onderhandelingen ter afsluiting van de Handelsovereenkomst hebben de Benelux Delegatie en de Japanse Delegatie van gedachten gewisseld over het beroep dat de Benelux-landen tegenover Japan hebben gedaan op artikel XXXV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel.
2
De Japanse Delegatie heeft er haar leedwezen over uitgesproken, dat de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel niet van toepassing is geweest tussen Japan en de Benelux-landen.
3
Hierop heeft de Benelux Delegatie verklaard, dat het beroep op artikel XXXV was gedaan, omdat men in de Benelux-landen vreesde voor een mogelijke ontwrichting van de Benelux-markt door een plotselinge toeneming van de hoeveelheid, of door buitensporige schommelingen in de prijs, van de invoer uit Japan, en dat het beroep op artikel XXXV moeilijk kon worden ingetrokken, tenzij aan deze vrees de grond werd ontnomen door enige daartoe geëigende maatregelen.
4
De Benelux Delegatie heeft dienovereenkomstig verklaard, dat haar Regeringen zich zouden verbinden om:
- (a). voortdurend aandacht te schenken aan de mogelijkheid het beroep op artikel XXXV in te trekken in het licht van de ervaringen die zij met de Handelsovereenkomst opdoen, en van tijd tot tijd met de Regering van Japan over dit onderwerp van gedachten te wisselen, en
- (b).
- (1). te trachten, tezamen met de Regering van Japan, binnen het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel een algemene en multilaterale oplossing te bereiken van het probleem, hoe ontwrichting van de markt is te vermijden, en
- (2). het beroep op artikel XXXV tegenover Japan in te trekken, zodra een oplossing als bovenbedoeld, welke voor de Beneluxlanden zowel als voor Japan aanvaardbaar is, is gevonden, en
- (c). op een passend tijdstip, geruime tijd voor het einde van de periode van drie jaar gedurende welke de Handelsovereenkomst van kracht is, besprekingen met de Regering van Japan te openen teneinde de mogelijkheid te onderzoeken de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel tussen de Benelux-landen en Japan toe te passen, in geval de in b hierboven genoemde oplossing niet tot stand zou komen binnen twee jaar nadat de Handelsovereenkomst van kracht is geworden.
5
De Japanse Delegatie heeft de bovenvermelde verklaring van de Benelux Delegatie op prijs gesteld en heeft verklaard, dat de Regering van Japan zoveel mogelijk met de Regeringen van de Benelux-landen zal medewerken teneinde tot de toepassing van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel tussen Japan en de Benelux-landen te geraken.
DEEL B
1
De Benelux Delegatie heeft om waarborgen gevraagd met betrekking tot de uitvoer uit haar landen naar Japan, in het bijzonder ten aanzien van de produkten waarvan aan de Japanse Delegatie een lijst werd overhandigd, en heeft met veel leedwezen vernomen, dat Japan niet in staat was de Benelux-landen bijzondere waarborgen te verstrekken, aangezien dit in strijd werd geacht met het streven van de Regering van Japan bestaande bilaterale contingenten af te schaffen.
2
De Japanse Delegatie heeft uiteengezet, dat de invoer in Japan van produkten afkomstig uit de Benelux-landen plaatsvindt overeenkomstig de bestaande invoersystemen, zoals het Automatische Goedkeuringssysteem, het systeem van Automatische Toewijzing van Gelden en de globale contingenten krachtens het systeem van Automatische Toewijzing van Gelden, en dat de produkten afkomstig uit de Benelux-landen binnen het kader van deze invoersystemen toegelaten worden op basis van non-discriminatie. Voorts heeft de Japanse Delegatie uiteengezet, dat het Automatische Goedkeuringssysteem beschouwd kan worden als praktisch gelijkstaand aan liberalisatie.
3
Ten aanzien van de globale contingenten heeft de Benelux Delegatie de wens te kennen gegeven, dat deze contingenten voor een aantal produkten worden verhoogd teneinde tegemoet te komen aan het verlangen van exporteurs in de Benelux-landen om de uitvoer naar Japan te vergroten en handelsbetrekkingen aan te knopen met Japanse importeurs die nog niet eerder uit de Benelux-landen hebben ingevoerd. De Japanse Delegatie heeft nota genomen van deze wens, doch heeft erop gewezen, dat, aangezien de Japanse importeurs vrij zijn in te voeren uit welke bron hunner keuze ook, het in de eerste plaats de zaak van de Benelux-exporteurs is een aandeel in een globaal contingent te verkrijgen. De Japanse Delegatie heeft echter verklaard, dat het in het voornemen van haar Regering ligt, binnen het kader van haar liberalisatieprogramma, dat de geleidelijke verzachting en uiteindelijke opheffing van de huidige kwantitatieve invoerbeperkingen ten doel heeft, de globale contingenten voor zover mogelijk te verhogen, zulks met inachtneming van de door de Benelux Delegatie uitgesproken wens.
4
De Japanse Delegatie heeft hieraan toegevoegd, dat de Regering van Japan bereid is overeenkomstige invoermogelijkheden open te stellen voor de produkten uit de Benelux-landen, voor zover invoermogelijkheden zijn verschaft voor soortgelijke produkten uit enig ander land of andere landen, alsook produkten uit de Benelux-landen te laten deelnemen in de bestaande gedeeltelijk globale contingenten.
DEEL C
1
Gedurende de besprekingen in verband met de bepalingen van paragraaf 6 van het Tweede Protocol, heeft de Benelux Delegatie verklaard, dat, ofschoon haar Regeringen in het algemeen een liberale vergunningenpolitiek hebben gevoerd ten aanzien van de invoer uit Japan, er heden met betrekking tot enkele bepaalde produkten kwantitatieve invoerbeperkingen gehandhaafd worden, welke noodzakelijk worden geacht met het oog op de bijzondere situatie die door sommige Japanse uitvoeren zou ontstaan, en dat, aangezien een plotselinge opheffing van beperkingen van de invoer van de op de aangehechte Lijst genoemde produkten de binnenlandse producenten van gelijke of rechtstreeks concurrerende produkten ernstige schade zou doen lijden, haar Regeringen niet in staat zijn deze beperkingen op te heffen te zelfder tijd dat de Handelsovereenkomst van kracht wordt.
2
De Benelux Delegatie heeft dienovereenkomstig verklaard, dat haar Regeringen aan de Regering van Japan het volgende wensen voor te stellen:
- (a). Gedurende het eerste jaar van de Overeenkomst wordt invoer in de Europese gebieden van de Benelux-landen van de op de Lijst vermelde produkten tot tenminste de op de Lijst aangegeven bedragen of hoeveelheden toegestaan. De Regeringen van de Benelux-landen zullen de mogelijkheden de bovenvermelde bedragen of hoeveelheden te verhogen, voortdurend bezien.
- (b).
- (1). Mocht in het tweede jaar of daarna de handhaving van beperkingen ten aanzien van deze produkten noodzakelijk worden geacht, gezien de strekking van paragraaf 6 (a) van het Tweede Protocol, dan treden de Regeringen van de Benelux-landen en de Regering van Japan voor de aanvang van de nieuwe periode met elkaar in overleg en stellen op basis van de tegen die tijd verkregen ervaringen en gegevens de produkten vast ten aanzien waarvan beperkingen gehandhaafd kunnen blijven, alsmede de bedragen of hoeveelheden der in voermachtigingen voor deze produkten, met dien verstande dat de omvang van de overeen te komen beperkingen in geen geval die van het voorgaande jaar overtreft;
- (2). In geval de onder (1) hierboven vermelde besprekingen niet tot overeenstemming mochten leiden ten aanzien van bepaalde produkten, blijven de bedragen of hoeveelheden van de in het voorgaande jaar verleende invoermachtigingen of, zo deze hoger mochten zijn, de voor dat jaar overeengekomen bedragen of hoeveelheden, geldig voor het daarop volgende jaar.
3
De Benelux Delegatie heeft verklaard, dat de Regeringen van de Benelux-landen zich bij de uitvoering van deze invoerbeperkingen en bij de besprekingen dienaangaande, alsook bij alle andere aangelegenheden betreffende deze beperkingen, zullen laten leiden door de in paragraaf 6 (b) van het Tweede Protocol uiteengezette beginselen, en dat zij zich verbinden deze beperkingen ten spoedigste op te heffen teneinde de volledige toepassing van artikel II van de Handelsovereenkomst op een zo vroeg mogelijk tijdstip te verwezenlijken.
4
De Japanse Delegatie heeft verklaard, dat het bovengenoemde voorstel onder deze omstandigheden voor de Regering van Japan aanvaardbaar is. Voorts heeft de Japanse Delegatie verklaard, dat de Regering van Japan zich verbindt, individueel en in samenwerking met de Regeringen van de Benelux-landen, alsook in multilateraal verband, een oplossing te zoeken voor de bijzondere toestand waarop door de Regeringen van de Benelux-landen gedoeld wordt, en welke naar hun mening de enige reden voor de handhaving van de betrokken beperkingen is. De Japanse Delegatie heeft voorts verklaard, dat de Regering van Japan, met inachtneming van de maatregelen voorzien in deel B van de Vastgestelde Notulen, de in de toekomst als gevolg van de bovenvermelde toezeggingen der betrokken Regeringen gemaakte vorderingen in de verzachting van de invoerbeperkingen op deze artikelen in overweging zal nemen.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized for the purpose, have signed the present Agreement.
DONE at Tokyo, in triplicate in the English language, this eighth day of October, nineteen hundred and sixty.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.