Aanvullend Protocol inzake aansprakelijkheid en schadeloosstelling van Nagoya-Kuala Lumpur bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid

Type Verdrag
Publication 2018-03-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Aanvullende Protocol,

Partij zijnde bij het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, hierna te noemen „het Protocol”,

Rekening houdende met Beginsel 13 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling,

Opnieuw bevestigende de voorzorgsbenadering die is opgenomen in Beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling,

Erkennende de noodzaak op een met het Protocol verenigbare wijze te voorzien in passende bestrijdingsmaatregelen bij schade of een gerede kans op schade,

Herinnerend aan artikel 27 van het Protocol,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel

Het doel van dit Aanvullende Protocol is bij te dragen aan het behoud en duurzaam gebruik van biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico’s voor de gezondheid van de mens, door het vaststellen van internationale voorschriften en procedures op het gebied van aansprakelijkheid en schadeloosstelling met betrekking tot gemodificeerde levende organismen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen
1.

De uitdrukkingen gebezigd in artikel 2 van het Verdrag inzake biologische diversiteit, hierna te noemen „het Verdrag”, en artikel 3 van het Protocol zijn van toepassing op dit Aanvullende Protocol.

2.

Voor de toepassing van dit Aanvullende Protocol wordt voorts verstaan onder:

3.

Een „aanzienlijk” nadelig effect wordt vastgesteld op grond van factoren als:

Artikel 3. Reikwijdte
1.

Dit Aanvullende Protocol is van toepassing op schade die voortvloeit uit gemodificeerde levende organismen die afkomstig zijn uit grensoverschrijdende verplaatsing. De bedoelde gemodificeerde levende organismen zijn:

2.

Ten aanzien van doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsingen is dit Aanvullende Protocol van toepassing op schade die voortvloeit uit het gebruik waarvoor toestemming is verleend van gemodificeerde levende organismen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

3.

Dit Aanvullende Protocol is tevens van toepassing op schade die voortvloeit uit onbedoelde grensoverschrijdende verplaatsingen, bedoeld in artikel 17 van het Protocol, alsmede op schade die voortvloeit uit illegale grensoverschrijdende verplaatsingen, bedoeld in artikel 25 van het Protocol.

4.

Dit Aanvullende Protocol is van toepassing op schade die voortvloeit uit de grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen die zijn aangevangen na de inwerkingtreding van dit Aanvullende Protocol voor de Partij naar wier jurisdictie de grensoverschrijdende verplaatsing plaatsvond.

5.

Dit Aanvullende Protocol is van toepassing op schade die is ontstaan binnen de grenzen van het nationale rechtsgebied van Partijen.

6.

De Partijen kunnen criteria hanteren die in hun nationale recht zijn vervat voor het aanpakken van schade die optreedt binnen de grenzen van hun nationale rechtsmacht.

7.

Het nationale recht ter uitvoering van dit Aanvullende Protocol is tevens van toepassing op schade die voortvloeit uit grensoverschrijdende verplaatsingen van gemodificeerde levende organismen van niet-Partijen.

Artikel 4. Causaal verband

Een causaal verband dient te worden vastgesteld tussen de schade en het desbetreffende gemodificeerde levende organisme overeenkomstig het nationale recht.

Artikel 5. Bestrijdingsmaatregelen
1.

In het geval van schade verplichten Partijen de desbetreffende exploitant of exploitanten, met inachtneming van eventuele vereisten van de bevoegde autoriteit:

2.

De bevoegde autoriteit:

3.

Indien uit relevante informatie, met inbegrip van beschikbare wetenschappelijke informatie of informatie die beschikbaar is via het uitwisselingscentrum voor bioveiligheid, blijkt dat er een gerede kans bestaat dat schade zal optreden wanneer niet tijdig bestrijdingsmaatregelen worden genomen, wordt de exploitant verplicht passende bestrijdingsmaatregelen te nemen teneinde dergelijke schade te vermijden.

4.

De bevoegde autoriteit kan passende bestrijdingsmaatregelen nemen, waaronder in het bijzonder wanneer de exploitant zulks verzuimd heeft.

5.

De bevoegde autoriteit heeft het recht de kosten en uitgaven van, en die verband houden met, de beoordeling van de schade en de uitvoering van dergelijke passende bestrijdingsmaatregelen te verhalen op de exploitant. De Partijen kunnen in hun nationale recht voorzien in andere omstandigheden waarin niet verlangd kan worden dat de kosten en uitgaven voor rekening komen van de exploitant.

6.

Besluiten van de bevoegde autoriteit die de exploitant verplichten tot het nemen van bestrijdingsmaatregelen dienen met redenen te worden omkleed. Van dergelijke besluiten dient de exploitant in kennis te worden gesteld. Het nationale recht voorziet in rechtsmiddelen, met inbegrip van de gelegenheid tot bestuursrechtelijke of gerechtelijke toetsing van dergelijke besluiten. De bevoegde autoriteit stelt de exploitant overeenkomstig het nationale recht tevens in kennis van de beschikbare rechtsmiddelen. Het beroep doen op dergelijke rechtsmiddelen belet de bevoegde autoriteit niet in de desbetreffende omstandigheden bestrijdingsmaatregelen te nemen, tenzij anders is voorzien in het nationale recht.

7.

De Partijen kunnen bij de uitvoering van dit artikel en ten behoeve van de omschrijving van de door de bevoegde autoriteit te verplichten of te nemen specifieke bestrijdingsmaatregelen, al naar gelang het geval, beoordelen of in bestrijdingsmaatregelen reeds wordt voorzien in hun nationale recht inzake wettelijke aansprakelijkheid.

8.

Bestrijdingsmaatregelen worden uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht.

Artikel 6. Uitsluitingsgronden
1.

De Partijen kunnen in hun nationale recht voorzien in de volgende uitsluitingsgronden:

2.

De Partijen kunnen in hun nationale recht voorzien in andere uitsluitingsgronden of beperkingen die zij opportuun achten.

Artikel 7. Termijnen

De Partijen kunnen in hun nationale recht voorzien in:

Artikel 8. Financiële limieten

De Partijen kunnen in hun nationale recht voorzien in financiële limieten voor het verhalen van kosten en uitgaven die verband houden met bestrijdingsmaatregelen.

Artikel 9. Verhaalsrecht

Dit Aanvullende Protocol begrenst noch beperkt het recht van een exploitant op verhaal of schadeloosstelling jegens een andere persoon.

Artikel 10. Financiële zekerheid
1.

De Partijen behouden het recht in hun nationale recht te voorzien in financiële zekerheid.

2.

De Partijen oefenen het recht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, uit op een wijze die verenigbaar is met hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationale recht en houden daarbij rekening met de laatste drie alinea’s van de preambule van het Protocol.

3.

De eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij het Protocol fungeert na de inwerkingtreding van het Aanvullende Protocol verzoekt het Secretariaat een uitgebreid onderzoek te verrichten dat onder andere dient te omvatten:

Artikel 11. Aansprakelijkheid van Staten voor internationale onrechtmatige daden

Dit Aanvullende Protocol laat de rechten en verplichtingen van de Staten uit hoofde van de regels van het algemeen internationale recht ten aanzien van de aansprakelijkheid van Staten voor internationale onrechtmatige daden onverlet.

Artikel 12. Uitvoering en verhouding met wettelijke aansprakelijkheid
1.

De Partijen voorzien in hun nationale recht in voorschriften en procedures ter zake van schade. Ter uitvoering van deze verplichting voorzien de Partijen in bestrijdingsmaatregelen overeenkomstig dit Aanvullende Protocol en zij kunnen, al naar gelang het geval:

2.

Teneinde in hun nationale recht te voorzien in adequate voorschriften en procedures inzake wettelijke aansprakelijkheid voor materiële of persoonlijke schade die verband houdt met de schade, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, dienen Partijen:

3.

Bij het ontwikkelen van recht inzake wettelijke aansprakelijkheid als bedoeld in de onderdelen b of c van het eerste of tweede lid van dit artikel, dienen Partijen, voorzover nodig, onder andere de volgende elementen te betrekken:

Artikel 13. Evaluatie en toetsing

Vijf jaar na de inwerkingtreding en daarna om de vijf jaar toetst de Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij het Protocol fungeert de effectiviteit van dit Aanvullende Protocol, mits de voor een dergelijke toetsing benodigde informatie door Partijen ter beschikking is gesteld. De toetsing geschiedt in het kader van de evaluatie en toetsing van het Protocol zoals omschreven in artikel 35 van het Protocol, tenzij anders wordt besloten door de Partijen bij dit Aanvullende Protocol. De eerste toetsing behelst mede een toetsing van de effectiviteit van de artikelen 10 en 12.

Artikel 14. Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij het Protocol fungeert
1.

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 32, tweede lid, van het Verdrag fungeert de Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij het Protocol fungeert als de Vergadering van de Partijen bij dit Aanvullende Protocol.

2.

De Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij dit Protocol fungeert, toetst geregeld de tenuitvoerlegging van dit Aanvullende Protocol en neemt binnen haar mandaat de besluiten die nodig zijn om de effectieve tenuitvoerlegging daarvan te bevorderen. Zij vervult de functies die haar bij dit Aanvullende Protocol zijn toegewezen en, dienovereenkomstig, de functies die haar bij artikel 29, vierde lid, onderdelen a en f, van het Protocol zijn toegewezen.

Artikel 15. Secretariaat

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.