Protocol van facultatieve ondertekening inzake de verplichte beslechting van geschillen
De staten die partij zijn bij dit Protocol en bij een of meer van de zeerechtverdragen, aanvaard door de van 24 februari tot 27 april 1958 te Genève gehouden Conferentie van de Verenigde Naties over zeerecht,
Uitdrukking gevende aan hun verlangen, ten aanzien van alle kwesties die hen aangaan en die verband houden met een geschil ontstaan ten gevolge van de uitlegging of toepassing van enigerlei artikel van de zeerechtverdragen van 29 april 1958, een beroep te doen op de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof, tenzij het verdrag in een andere wijze van beslechting voorziet of de partijen binnen een redelijke termijn hieromtrent overeenstemming hebben bereikt,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I
Geschillen welke ontstaan tengevolge van de uitlegging of toepassing van een der zeerechtverdragen, vallen binnen de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof en kunnen derhalve door iedere partij bij het geschil die Partij is bij dit Protocol door middel van een rekwest aan het Hof worden voorgelegd.
Artikel II
Deze verplichting heeft betrekking op alle bepalingen van elk der zeerechtverdragen, behalve de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 van het Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee, waarop de artikelen 9, 10, 11 en 12 van dat Verdrag van toepassing blijven.
Artikel III
De Partijen kunnen binnen een tijdvak van twee maanden nadat de ene Partij aan de andere als haar mening te kennen heeft gegeven, dat er een geschil bestaat, overeenkomen geen beroep te doen op het Internationale Gerechtshof, doch op een scheidsrechterlijk tribunaal. Na het verstrijken van genoemd tijdvak kan iedere Partij bij dit Protocol het geschil door middel van een rekwest aan het Hof voorleggen.
Artikel IV
Binnen hetzelfde tijdvak van twee maanden kunnen de Partijen bij dit Protocol overeenkomen een verzoeningsprocedure te aanvaarden, alvorens een beroep te doen op het Internationale Gerechtshof.
De verzoeningscommissie dient haar aanbevelingen te doen binnen vijf maanden na haar benoeming. Indien haar aanbevelingen niet binnen twee maanden nadat zij zijn gedaan, door de partijen bij het geschil zijn aanvaard, kan elk van beide partijen door middel van een rekwest het geschil aan het Hof voorleggen.
Artikel V
Dit Protocol blijft opengesteld voor ondertekening door alle staten die Partij worden bij een van de zeerechtverdragen aanvaard door de Conferentie van de Verenigde Naties over zeerecht, en dient te worden bekrachtigd in de gevallen waarin zulks uit hoofde van de grondwettelijke vereisten van de ondertekenende staten nodig is.
Artikel VI
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet aan alle staten die Partij worden bij een der zeerechtverdragen mededeling van de ondertekeningen van dit Protocol en van de nederlegging van akten van bekrachtiging overeenkomstig artikel V.
Artikel VII
Het origineel van dit Protocol, waarvan de Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die gewaarmerkte afschriften ervan zal doen toekomen aan alle in artikel V bedoelde staten.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Protocol.
Done at Geneva, this twenty-ninth day of April one thousand nine hundred and fifty-eight.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.