Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee
De ondergetekenden, Gevolmachtigden van de Regeringen, vertegenwoordigd op de Diplomatieke Conferentie welke te Genève van 21 April tot 12 Augustus 1949 is bijeengekomen tot herziening van het Tiende Haagse Verdrag van 18 October 1907 voor de toepassing op den zeeoorlog der beginselen van het Verdrag van Genève van 1906, zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen
Artikel 1
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich dit Verdrag onder alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen.
Artikel 2
Onverminderd de bepalingen welke reeds in tijd van vrede in werking moeten treden, is dit Verdrag van toepassing ingeval een oorlog is verklaard of bij ieder ander gewapend conflict dat ontstaat tussen twee of meer der Hoge Verdragsluitende Partijen, zelfs indien de oorlogstoestand door één der Partijen niet wordt erkend.
Het Verdrag is eveneens van toepassing in alle gevallen van gehele of gedeeltelijke bezetting van het grondgebied van een Hoge Verdragsluitende Partij, zelfs indien deze bezetting geen gewapende tegenstand ontmoet.
Indien één der in conflict zijnde Mogendheden geen partij is bij dit Verdrag, blijven de Mogendheden die wel partij zijn, niettemin in haar onderlinge betrekkingen hierdoor gebonden. Bovendien zullen zij door het Verdrag gebonden zijn ten opzichte van bedoelde Mogendheid, indien deze de bepalingen daarvan aanvaardt en toepast.
Artikel 3
In geval van een gewapend conflict op het grondgebied van één der Hoge Verdragsluitende Partijen, hetwelk geen internationaal karakter draagt, is ieder der Partijen bij het conflict gehouden ten minste de volgende bepalingen toe te passen:
-
- Personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft nedergelegd, en zij die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak, moeten onder alle omstandigheden menslievend worden behandeld, zonder enig voor hen nadelig onderscheid, gegrond op ras, huidkleur, godsdienst of geloof, geslacht, geboorte of maatschappelijke welstand of enig ander soortgelijk criterium. Te dien einde zijn en blijven te allen tijde en overal ten aanzien van bovengenoemde personen verboden:
- a. aanslag op het leven en lichamelijke geweldpleging, in het bijzonder het doden op welke wijze ook, verminking, wrede behandeling en marteling;
- b. het nemen van gijzelaars;
- c. aanranding van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
- d. het uitspreken en tenuitvoerleggen van vonnissen zonder voorafgaande berechting door een op regelmatige wijze samengesteld gerecht dat alle gerechtelijke waarborgen biedt, door de beschaafde volken als onmisbaar erkend.
-
- De gewonden, zieken en schipbreukelingen moeten worden verzameld en verzorgd. Een onpartijdige humanitaire organisatie, zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis, kan haar diensten aan de Partijen bij het conflict aanbieden. De Partijen bij het conflict zullen er verder naar streven door middel van bijzondere overeenkomsten de andere of een deel der andere bepalingen van dit Verdrag van kracht te doen worden. De toepassing van bovenstaande bepalingen zal niet van invloed zijn op de juridische status van de Partijen bij het conflict.
Artikel 4
In geval van oorlogshandelingen tussen land- en zeestrijdkrachten van de Partijen bij het conflict, zijn de bepalingen van dit Verdrag slechts op ingescheepte strijdkrachten van toepassing.
Ontscheepte strijdkrachten zijn onmiddellijk onderworpen aan de bepalingen van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, van 12 Augustus 1949.
Artikel 5
Onzijdige Mogendheden zullen de bepalingen van dit Verdrag op overeenkomstige wijze toepassen op gewonden, zieken en schipbreukelingen, op leden van het geneeskundig personeel en geestelijken, die behoren tot de strijdkrachten van Partijen bij het conflict en die op haar grondgebied worden toegelaten of geïnterneerd, evenals op de gevonden doden.
Artikel 6
Onverminderd de overeenkomsten, uitdrukkelijk voorzien in de artikelen 10, 18, 31, 38, 39, 40, 43 en 53, kunnen de Hoge Verdragsluitende Partijen andere bijzondere overeenkomsten sluiten betreffende alle aangelegenheden waarvoor zij afzonderlijke regelingen wenselijk achten. Geen bijzondere overeenkomst mag de positie van gewonden, zieken en schipbreukelingen, van leden van het geneeskundig personeel of van geestelijken, zoals in dit Verdrag geregeld, ongunstig beïnvloeden, noch de rechten welke dit hun toekent, beperken.
Gewonden, zieken en schipbreukelingen, evenals leden van het geneeskundig personeel en geestelijken, zullen de voordelen van zodanige overeenkomsten blijven genieten zolang het Verdrag op hen van toepassing is, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald in bovenbedoelde of nadien gesloten overeenkomsten, dan wel gunstiger maatregelen door één der Partijen bij het conflict ten aanzien van hen zijn genomen.
Artikel 7
Gewonden, zieken en schipbreukelingen, evenals leden van het geneeskundig personeel en geestelijken, mogen onder geen enkele omstandigheid geheel of gedeeltelijk afstand doen van de rechten welke dit Verdrag en eventueel de bijzondere overeenkomsten, bedoeld in het voorgaand artikel, hun waarborgen.
Artikel 8
Dit Verdrag zal worden toegepast met de medewerking en onder het toezicht van de beschermende Mogendheden die belast zijn met het behartigen van de belangen van de Partijen bij het conflict. Te dien einde kunnen de beschermende Mogendheden, naast haar diplomatiek of consulair personeel, gedelegeerden benoemen uit haar eigen onderdanen of uit die van andere onzijdige Mogendheden. De benoeming van deze gedelegeerden moet worden onderworpen aan de goedkeuring van de Mogendheid bij welke zij hun taak zullen vervullen.
De Partijen bij het conflict zullen zo veel mogelijk de taak van de vertegenwoordigers of gedelegeerden van de beschermende Mogendheden vergemakkelijken.
De vertegenwoordigers of gedelegeerden van de beschermende Mogendheden mogen in geen geval de grenzen van de hun krachtens dit Verdrag opgedragen taak overschrijden; zij moeten in het bijzonder rekening houden met de gebiedende eisen van veiligheid van de Staat bij welke zij hun taak vervullen. Slechts bij uitzondering kunnen hun werkzaamheden tijdelijk worden beperkt wegens dwingende militaire noodzaak.
Artikel 9
De bepalingen van dit Verdrag vormen geen belemmering voor de menslievende werkzaamheden welke, met toestemming van de betrokken Partijen bij het conflict, het Internationale Comité van het Rode Kruis of enige andere onpartijdige humanitaire organisatie op zich neemt voor de bescherming van gewonden, zieken en schipbreukelingen, geneeskundig personeel en geestelijken, alsmede voor aan hen te verlenen hulp.
Artikel 10
De Hoge Verdragsluitende Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen de taak welke krachtens dit Verdrag op de beschermende Mogendheden rust, toe te vertrouwen aan een organisatie die alle waarborgen van onpartijdigheid en doeltreffendheid biedt.
Indien gewonden, zieken en schipbreukelingen, of geneeskundig personeel en geestelijken, om welke reden ook, niet of niet meer de voordelen genieten van de werkzaamheden van een beschermende Mogendheid of van een organisatie, aangewezen overeenkomstig het eerste lid, moet de gevangenhoudende Mogendheid een onzijdige Staat of een organisatie, als bovenbedoeld, verzoeken de taak op zich te nemen, welke krachtens dit Verdrag rust op door de Partijen bij het conflict aangewezen beschermende Mogendheden.
Indien op deze wijze niet in de bescherming kan worden voorzien, moet de gevangenhoudende Mogendheid een humanitaire organisatie, zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis, verzoeken de menslievende taak, anders krachtens dit Verdrag door beschermende Mogendheden uitgeoefend, op zich te nemen, dan wel, behoudens de bepalingen van dit artikel, het aanbod van de diensten door een zodanige organisatie aanvaarden.
Iedere onzijdige Mogendheid of iedere organisatie die door de belanghebbende Mogendheid wordt aangezocht dan wel zich met het bovenbedoeld oogmerk aanbiedt, moet zich bij haar optreden bewust blijven van haar verantwoordelijkheid ten opzichte van de Partij bij het conflict, tot welke de door dit Verdrag beschermde personen behoren, en moet voldoende waarborgen bieden, dat zij in staat is de betreffende taak op zich te nemen en deze op onpartijdige wijze uit te voeren.
Van de voorgaande bepalingen mag niet worden afgeweken bij bijzondere overeenkomst tussen Mogendheden van welke zich één ten gevolge van het verloop der krijgsverrichtingen, zelfs tijdelijk, ten opzichte van de andere Mogendheid of haar bondgenoten in haar vrijheid van onderhandelen beperkt ziet, in het bijzonder ingeval het grondgebied van eerstbedoelde Mogendheid, of een belangrijk gedeelte daarvan, is bezet.
Waar in dit Verdrag wordt gesproken van een beschermende Mogendheid, wordt daaronder begrepen een vervangende organisatie in de zin van dit artikel.
Artikel 11
In alle gevallen waarin zij zulks in het belang van de beschermde personen raadzaam achten, in het bijzonder bij meningsverschil tussen de Partijen bij het conflict over de toepassing of uitlegging van de bepalingen van dit Verdrag, zullen de beschermende Mogendheden haar goede diensten verlenen tot oplossing van het geschil.
Te dien einde kan ieder der beschermende Mogendheden, op uitnodiging van één Partij of op eigen initiatief, aan de Partijen bij het conflict een bijeenkomst voorstellen van haar vertegenwoordigers, in het bijzonder van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor gewonden, zieken en schipbreukelingen, geneeskundig personeel en geestelijken, eventueel op passend gekozen onzijdig gebied. De Partijen bij het conflict zijn gehouden gevolg te geven aan de voorstellen welke haar tot dit doel worden gedaan. De beschermende Mogendheden kunnen, zo nodig, de Partijen bij het conflict voorstellen de benoeming van een bepaald persoon, behorend tot een onzijdige Mogendheid of afgevaardigd door het Internationale Comité van het Rode Kruis, die zal worden uitgenodigd aan een zodanige bijeenkomst deel te nemen, goed te keuren.
HOOFDSTUK II. Van de gewonden, zieken en schipbreukelingen
Artikel 12
De leden van de gewapende macht en andere personen, genoemd in het volgend artikel, die zich op zee bevinden en die gewond, ziek of schipbreukelingen zijn, moeten onder alle omstandigheden worden ontzien en beschermd, met dien verstande, dat onder „schipbreuk” wordt verstaan iedere schipbreuk, waardoor ook veroorzaakt, een gedwongen landing op zee van of uit een vliegtuig inbegrepen.
Zij moeten menslievend worden behandeld en verzorgd door de Partij bij het conflict, die hen in haar macht heeft, zonder enig voor hen nadelig onderscheid, gegrond op geslacht, ras, nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging of enig ander soortgelijk criterium. Iedere aanslag op het leven en de persoon is streng verboden; in het bijzonder mogen zij niet worden afgemaakt of uitgeroeid, noch worden onderworpen aan martelingen of biologische proefnemingen; zij mogen niet opzettelijk zonder geneeskundige hulp of verzorging worden gelaten, noch mogen omstandigheden worden geschapen, waardoor zij aan besmetting of infectie worden blootgesteld.
Slechts op grond van medische noodzaak is voorrang in behandeling toegestaan.
Vrouwen moeten met alle aan haar sekse verschuldigde voorkomendheid worden behandeld.
Artikel 13
Dit Verdrag is van toepassing op de gewonden, zieken en schipbreukelingen, die behoren tot de volgende categorieën:
-
- leden van de gewapende macht van een Partij bij het conflict, alsmede leden van de militiën en vrijwilligers-korpsen welke deel uitmaken van deze gewapende macht;
-
- leden van andere militiën en leden van andere vrijwilligerskorpsen, met inbegrip van die van georganiseerde verzetsgroepen, behorend tot een Partij bij het conflict en optredend binnen of buiten het eigen grondgebied, zelfs indien dit grondgebied is bezet, mits deze militiën of vrijwilligers-korpsen, de georganiseerde verzetsgroepen inbegrepen, voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a. onder bevel te staan van een persoon die verantwoordelijk is voor zijn ondergeschikten;
- b. een vast en op enige afstand herkenbaar onderscheidingsteken te hebben;
- c. de wapens openlijk te dragen;
- d. zich in hun handelingen te gedragen naar de wetten en gebruiken van de oorlog;
-
- leden van de geregelde strijdkrachten die er zich op beroepen in dienst te staan van een regering of van een autoriteit die niet worden erkend door de gevangenhoudende Mogendheid;
-
- personen die de gewapende macht volgen zonder daarvan rechtstreeks deel uit te maken, zoals burger leden van bemanningen van militaire luchtvaartuigen, oorlogscorrespondenten, leveranciers, leden van werkeenheden of van diensten, belast met de verzorging van het welzijn der militairen, mits zij daartoe machtiging hebben ontvangen van de strijdmacht welke zij begeleiden;
-
- leden van de bemanningen van de koopvaardijvloot, met inbegrip van gezagvoerders, stuurlieden en leerlingen, en de bemanningen van de burgerluchtvaartuigen van de Partijen bij het conflict, die niet een gunstiger behandeling op grond van andere bepalingen van het internationale recht genieten;
-
- de bevolking van een niet-bezet gebied die, bij het naderen van de vijand, uit eigen beweging de wapens opneemt om de invallende troepen te bestrijden, zonder tijd gehad te hebben zich tot geregelde gewapende eenheden te organiseren, mits zij de wapens openlijk draagt en de wetten en gebruiken van de oorlog eerbiedigt.
Artikel 14
Ieder oorlogsschip van een oorlogvoerende Partij kan de uitlevering eisen van de gewonden, zieken of schipbreukelingen die aan boord zijn van militaire hospitaalschepen, van hospitaalschepen, toebehorend aan verenigingen tot hulpverlening of aan particulieren, van handelsvaartuigen, jachten en andere kleine vaartuigen, ongeacht hun nationaliteit, mits de toestand van de gewonden en zieken dit vervoer toelaat en het oorlogsschip zodanig is uitgerust, dat een behoorlijke geneeskundige verzorging is gewaarborgd.
Artikel 15
Indien gewonden, zieken of schipbreukelingen aan boord van een onzijdig oorlogsschip of van een onzijdig militair vliegtuig worden opgenomen, moeten, in de gevallen waarin het internationale recht zulks voorschrijft, maatregelen worden genomen, opdat zij niet opnieuw aan de krijgsverrichtingen kunnen deelnemen.
Artikel 16
Onverminderd de bepalingen van artikel 12, zullen de gewonden, zieken en schipbreukelingen van een oorlogvoerende, die in handen van de vijand vallen, krijgsgevangenen zijn en zullen de regelen van het volkenrecht betreffende krijgsgevangenen op hen van toepassing zijn. Aan degeen, die hen gevangen neemt, staat het vrij, naar gelang der omstandigheden, te beslissen of het dienstig is hen aan boord te houden of hen naar een haven van zijn eigen land, naar een onzijdige haven of zelfs naar een haven van de tegenpartij te zenden. In het laatste geval mogen de aldus naar hun land teruggezonden krijgsgevangenen niet dienen voor de duur van de oorlog.
Artikel 17
Gewonden, zieken of schipbreukelingen die, met toestemming van de plaatselijke autoriteiten, in een onzijdige haven worden ontscheept, moeten, behoudens indien tussen de onzijdige Mogendheid en de oorlogvoerende Mogendheden anders is overeengekomen, in de gevallen waarin het internationale recht zulks voorschrijft, op zodanige wijze door de onzijdige Mogendheid worden bewaakt, dat zij niet opnieuw aan de krijgsverrichtingen kunnen deelnemen.
De hospitaal- en interneringskosten zullen worden gedragen door de Mogendheid tot welke de gewonden, zieken of schipbreukelingen behoren.
Artikel 18
Na ieder gevecht zullen de Partijen bij het conflict onverwijld alle mogelijke maatregelen nemen om de gewonden, zieken en schipbreukelingen op te zoeken en aan boord te nemen, hen tegen plundering en slechte behandeling te beschermen en hun de nodige verzorging te verzekeren, zomede om de doden op te zoeken en te voorkomen, dat deze worden beroofd.
Telkens wanneer de omstandigheden zulks veroorloven, zullen de Partijen bij het conflict plaatselijke regelingen treffen voor de evacuatie over zee van gewonden en zieken uit een belegerd of omsingeld gebied en voor het doorlaten van geneeskundig personeel en geestelijken en van geneeskundig materieel, bestemd voor dit gebied.
Artikel 19
De Partijen bij het conflict moeten binnen de kortst mogelijke tijd alle gegevens registreren welke van nut kunnen zijn om de in haar handen gevallen schipbreukelingen, gewonden, zieken en doden van de tegenpartij te identificeren. Deze gegevens zullen zo mogelijk bevatten:
- a. aanduiding van de Mogendheid tot welke zij behoren;
- b. leger-, stamboek- of ander contrôlenummer;
- c. geslachtsnaam;
- d. voornaam of voornamen;
- e. geboortedatum;
- f. alle andere gegevens welke op de identiteitskaart of het identiteitsplaatje voorkomen;
- g. datum en plaats van gevangenneming of overlijden;
- h. gegevens betreffende verwondingen, ziekte of doodsoorzaak.
Zo spoedig mogelijk moeten bovengenoemde gegevens worden toegezonden aan het Informatiebureau, bedoeld in artikel 122 van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, van 12 Augustus 1949, welk Bureau deze inlichtingen door tussenkomst van de beschermende Mogendheid en het Centraal Bureau voor Krijgsgevangenen zal doorgeven aan de Mogendheid tot welke de betrokken personen behoren.
De Partijen bij het conflict zullen overlijdensakten of behoorlijk gewaarmerkte lijsten van overledenen opmaken en deze elkander langs de in het voorgaand lid aangegeven weg doen toekomen. Evenzo zullen zij verzamelen de helft van het tweedelige identiteitsplaatje, of het enkelvoudig identiteitsplaatje in zijn geheel, testamenten of andere bescheiden van waarde voor de familie der overledenen, geld en in het algemeen alle op de doden gevonden voorwerpen welke een wezenlijke dan wel een gevoelswaarde hebben, en deze elkander door tussenkomst van hetzelfde Bureau doen toekomen. Deze voorwerpen, alsmede niet-geïdentificeerde voorwerpen, zullen worden verzonden in vergezegelde pakketten, vergezeld van een verklaring, houdende alle bijzonderheden, nodig voor de identificatie van de overleden bezitter, benevens van een volledige inhoudsopgave van het pakket.
Artikel 20
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.