Verdrag tot regeling van de walvisvangst
De regeringen wier gemachtigde vertegenwoordigers hun instemming hiermede hebben betuigd;
Erkennende het belang, dat de volkeren der wereld er bij hebben om de grote natuurlijke bronnen, vertegenwoordigd door de walvisstand voor toekomstige generaties veilig te stellen;
In aanmerking nemende, dat in de geschiedenis van de walvisvangst een te intensieve vangst in het ene gebied na het andere is voorgekomen en op de ene soort walvis na de andere te sterk werd gejaagd, in zulke mate, dat het noodzakelijk is alle soorten walvissen te beschermen tegen verdere te sterke vangst;
Erkennende, dat de walvisstand op natuurlijke wijze kan toenemen als de walvisvangst behoorlijk wordt geregeld, en dat een toename van de grootte van de walvisstand een toename van het aantal walvissen ten gevolge zal hebben, dat gevangen kan worden zonder deze natuurlijke hulpbronnen in gevaar te brengen;
Erkennende, dat het van algemeen belang is, dat de walvisstand zo snel mogelijk op een optimaal peil wordt gebracht, zonder een algemene noodtoestand op het gebied van economie en voeding te veroorzaken;
Erkennende, dat zolang deze doelstellingen nog niet zijn bereikt, de walvisvangst behoort te worden beperkt tot die soorten, welke het best tegen exploitatie bestand zijn ten einde bepaalde soorten walvissen, wier aantal sterk verminderd is, tijd te geven zich te herstellen.
Er naar strevend de walvisvaart internationaal te regelen tot waarborging van een behoorlijke en doeltreffende instandhouding en ontwikkeling van de walvisstand volgens de beginselen, welke zijn neergelegd in de bepalingen van de Internationale Overeenkomst tot Regeling van de Walvisvangst, getekend te Londen op 8 Juni 1937 en de bij die Overeenkomst behorende Protocollen, getekend te Londen op 24 Juni 1938 en 26 November 1945; voorts
Besloten hebbend een Verdrag te sluiten om te voorzien in een behoorlijke instandhouding van de walvisstand om op deze wijze een geregelde ontwikkeling van het walvisbedrijf mogelijk te maken,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I
Tot dit Verdrag behoort het hieraan toegevoegde Reglement. Alle verwijzingen naar het Verdrag zullen tevens als verwijzing naar het Reglement worden beschouwd, hetzij in zijn tegenwoordige bewoordingen of zoals gewijzigd in overeenstemming met de bepalingen van artikel V.
Dit Verdrag is van toepassing op fabrieksschepen, landstations en jagers, die onder de rechtsbevoegdheid van de Verdragsluitende Regeringen vallen, alsmede op alle wateren, waar de walvisvangst wordt uitgeoefend door zulke fabrieksschepen, landstations en jagers.
Artikel II
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
- „fabrieksschip”: een schip, waarin of waarop walvissen geheel of gedeeltelijk verwerkt worden;
-
- „landstation”: een bedrijf op het land, waar walvissen geheel of gedeeltelijk verwerkt worden;
-
- „jager”: een hefschroefvliegtuig of een ander luchtvaartuig of een schip, dat gebruikt wordt voor het jagen, vangen, doden, slepen, achtervolgen of opsporen van walvissen;
-
- „verdragsluitende Regering”: elke regering, die haar acte van ratificatie heeft neergelegd of van haar toetreding tot dit Verdrag heeft kennis gegeven.
Artikel III
De verdragsluitende Regeringen komen overeen een Internationale Walvis Commissie in te stellen, hierna te noemen de Commissie, die zal zijn samengesteld uit een lid van iedere verdragsluitende Regering. Elk lid heeft een stem en mag vergezeld worden door één of meer deskundigen en adviseurs.
De Commissie kiest uit haar eigen leden een voorzitter en een vice-voorzitter en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Besluiten van de Commissie worden genomen bij gewone meerderheid van de door haar leden uitgebrachte stemmen, behoudens dat een 3/4 meerderheid van de door haar leden uitgebrachte stemmen vereist wordt voor handelingen volgens artikel V. Het huishoudelijk reglement kan voorzien in beslissingen buiten de vergaderingen van de Commissie.
De Commissie kan haar eigen secretaris en personeel benoemen.
De Commissie kan uit haar eigen leden en deskundigen of adviseurs speciale commissies samenstellen.
De uitgaven van elk lid van de Commissie en zijn deskundigen en adviseurs worden vastgesteld en betaald door zijn eigen Regering.
Aannemende, dat gespecialiseerde organisaties, die in betrekking staan tot de Verenigde Naties, zich zullen bezig houden met de instandhouding en ontwikkeling van de walvisvangst en met de producten, welke daaruit verkregen worden en dat het wenselijk is het waarnemen van dubbele functies te vermijden, zullen de verdragsluitende Regeringen, binnen twee jaar na het van kracht worden van dit Verdrag onderling overleg plegen over de vraag of de Commissie ondergebracht zal worden bij een gespecialiseerde organisatie, die in betrekking staat tot de Verenigde Naties.
Intussen treft de Regering van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, in overleg met de andere verdragsluitende Regeringen, maatregelen om de eerste vergadering van de Commissie bijeen te roepen en maakt zij een aanvang met het hierboven in lid 6 bedoelde onderlinge overleg.
Daarna volgende vergaderingen van de Commissie worden bijeengeroepen, wanneer de Commissie zulks bepaalt.
Artikel IV
De Commissie kan in samenwerking met of door middel van onafhankelijke instanties van de verdragsluitende Regeringen of andere publieke of particuliere instanties, instellingen of organisaties, dan wel zelfstandig:
- (a). studies en onderzoekingen met betrekking tot walvissen en de walvisvangst aanmoedigen, aanbevelen of, indien nodig, organiseren;
- (b). statistische gegevens betreffende de positie en het verloop van de walvisstand en de invloed van de walvisvangst daarop verzamelen en analyseren;
- (c). mededelingen betreffende de methoden voor de instandhouding en vermeerdering van het aantal walvissen bestuderen, controleren en verspreiden.
De Commissie treft regelingen voor de publicatie van rapporten over haar werkzaamheden en kan zelfstandig of in samenwerking met het „International Bureau for Whaling Statistics” te Sandefjord in Noorwegen en andere organisaties en bureaux rapporten publiceren, die verband houden met walvissen en de walvisvangst.
Artikel V
De Commissie kan van tijd tot tijd de bepalingen van het Reglement wijzigen door regelingen te treffen met betrekking tot de instandhouding en exploitatie van de walvisvoorraden, waarbij zij vaststelt:
- (a). beschermde en onbeschermde soorten;
- (b). open en gesloten seizoenen;
- (c). open en gesloten wateren met inbegrip van reservaten;
- (d). minimum en maximum maten voor elke soort;
- (e). tijd, methoden en intensiteit van de walvisvangst (met inbegrip van maximum-vangsten van walvissen in elk seizoen);
- (f). type en specificatie van gereedschappen en apparaten en toestellen, die mogen worden gebruikt;
- (g). meetmethoden;
- (h). opgaven van de vangst en andere statistische en biologische gegevens te verstrekken; en
- (i). methoden van toezicht.
Deze wijzigingen van het Reglement:
- (a). zullen zijn die, welke nodig zijn om de doelstellingen van dit Verdrag uit te voeren en de instandhouding, de ontwikkeling en de optimale benutting van de walvisvoorraden te waarborgen;
- (b). zullen gebaseerd zijn op wetenschappelijke bevindingen;
- (c). zullen geen beperkingen inhouden ten aanzien van het aantal of de nationaliteit van fabrieksschepen of landstations, noch speciale quota toekennen aan een fabrieksschip of landstation of aan een groep van fabrieksschepen of landstations;
- (d). zullen rekening houden met de belangen van de consumenten van walvisproducten en de walvisindustrie.
Een wijziging als bovenbedoeld wordt voor de verdragsluitende Regeringen van kracht negentig dagen nadat de Commissie de verdragsluitende Regeringen van die wijziging mededeling heeft gedaan, met dien verstande, dat:
- (a). wanneer een Regering aan de Commissie bezwaar te kennen geeft ten aanzien van enige wijziging alvorens deze negentig dagen zijn verstreken, de wijziging voor geen enkele Regering van kracht wordt alvorens wederom negentig dagen zijn verstreken;
- (b). elke andere Regering daarna van haar bezwaar tegen de wijziging kennis geven kan op een willekeurig tijdstip vóór het verstrijken van de extra termijn van negentig dagen, of wel vóór het verstrijken van dertig dagen vanaf de datum van ontvangst van het jongste bezwaarschrift, ontvangen gedurende die extra termijn van negentig dagen, onverschillig op welke datum dit gebeurd is, en
- (c). de wijziging vervolgens van kracht wordt voor alle verdragsluitende Regeringen, die geen bezwaren hebben ingediend, doch voor een Regering, die op voornoemde wijze bezwaar maakte, niet van kracht wordt vóór de datum waarop het bezwaarschrift wordt ingetrokken. Onmiddellijk na ontvangst van elk bezwaarschrift en elk bericht van intrekking, doet de Commissie daarvan aan iedere verdragsluitende Regering mededeling, die de ontvangst van alle berichten van wijziging, bezwaarschriften en berichten van intrekking bevestigt.
Geen wijzigingen worden van kracht vóór 1 Juli 1949.
Artikel VI
De Commissie kan van tijd tot tijd aan alle of een der verdragsluitende Regeringen aanbevelingen zenden betreffende alle aangelegenheden, die in verband staan met walvissen of de walvisvangst en met de doelstellingen van dit Verdrag.
Artikel VII
De verdragsluitende Regeringen zorgen voor prompte toezending aan het International Bureau for Whaling Statistics te Sandefjord in Noorwegen, of aan die instelling die de Commissie zal aanwijzen, van kennisgevingen alsmede van statistische en andere gegevens, die op grond van dit Verdrag vereist worden en wel in zodanige vorm en op zodanige wijze als de Commissie voorschrijft.
Artikel VIII
In afwijking van de bepalingen vervat in dit Verdrag, kan iedere verdragsluitende Regering aan haar landgenoten een speciale vergunning verlenen, op grond waarvan zij walvissen voor wetenschappelijke doeleinden mogen doden, vangen en verwerken met inachtneming van de beperkingen betreffende het aantal en van de overige voorwaarden, die de verdragsluitende Regering noodzakelijk acht, terwijl de voorschriften van dit Verdrag niet van toepassing zijn op het doden, vangen en verwerken van walvissen in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel. Iedere verdragsluitende Regering is gehouden de Commissie van een zodanige door haar verleende machtiging onverwijld in kennis te stellen. Iedere verdragsluitende Regering is bevoegd te allen tijde een door haar op grond van dit artikel verleende speciale vergunning in te trekken.
Alle krachtens genoemde vergunning gevangen walvissen moeten zo volledig mogelijk verwerkt worden en de verkregen producten dienen overeenkomstig de aanwijzingen van de Regering, die de vergunning verleend heeft, te worden aangewend.
Elke verdragsluitende Regering zal aan een door de Commissie aan te wijzen instantie, binnen de grenzen van het mogelijke en met tussenpozen van niet langer dan een jaar, alle wetenschappelijke gegevens verstrekken, waarover zij met betrekking tot walvissen en de walvisvangst beschikt, alsmede de resultaten van de op grond van de bepalingen van lid 1 van uit artikel en van de bepalingen van artikel IV gedane onderzoekingen.
In aanmerking nemende, dat het geregeld verzamelen en analyseren van biologische gegevens, in verband met de werkzaamheden der fabrieksschepen en landstations, onontbeerlijk is voor een goede en verstandige uitoefening der walvisvangst, nemen de verdragsluitende Regeringen alle mogelijke maatregelen ter verkrijging van die gegevens.
Artikel IX
Iedere verdragsluitende Regering neemt de geëigende maatregelen om de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag en de bestraffing van overtredingen van genoemde bepalingen te waarborgen gedurende de werkzaamheden, verricht door personen of schepen, die onder haar rechtsbevoegdheid vallen.
Er mag geen premie of andere beloning, berekend naar de resultaten van hun werk, betaald worden aan harpoeniers of bemanningen van de jagers, voor walvissen, die op grond van dit Verdrag niet mogen worden gevangen.
Bij inbreuk op of overtreding van dit Verdrag, wordt gerechtelijke vervolging ingesteld door de Regering, die hierover rechtsbevoegdheid heeft.
Elke verdragsluitende Regering verstrekt aan de Commissie volledige bijzonderheden overeenkomstig de rapporten van haar inspecteurs omtrent iedere inbreuk op de bepalingen van dit Verdrag, gepleegd door personen of schepen, die onder de rechtsbevoegdheid van de betrokken Regering vallen. Deze gegevens moeten een verklaring inhouden betreffende de ten aanzien van de gepleegde inbreuk genomen maatregelen, alsmede de opgelegde straffen.
Artikel X
Dit Verdrag wordt bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden worden gedeponeerd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika.
Elke Regering, die dit Verdrag niet heeft getekend, kan, nadat het van kracht geworden is, toetreden. Dit geschiedt door een schriftelijke mededeling aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika.
De Regering van de Verenigde Staten van Amerika zal alle Regeringen, die dit Verdrag getekend hebben of zijn toegetreden, op de hoogte houden van alle ontvangen bekrachtigingsoorkonden en berichten van toetreding.
Nadat de betreffende bekrachtigingsoorkonden door ten minste zes van de ondertekenende Regeringen, waaronder de Regeringen van Nederland, Noorwegen, de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, zijn gedeponeerd, wordt dit Verdrag van kracht ten aanzien van genoemde Regeringen en wordt het ten aanzien van iedere andere Regering, die het bekrachtigt of op een later tijdstip toetreedt, van kracht vanaf de dag, waarop deze haar bekrachtigingsoorkonde deponeert of waarop haar bericht van toetreding ontvangen wordt.
De bepalingen van het Reglement zijn niet vóór 1 Juli 1948 van toepassing. De wijzigingen van het Reglement, die op grond van artikel V zijn aangenomen, zijn niet vóór 1 Juli 1949 van toepassing.
Artikel XI
Elke verdragsluitende Regering kan elk jaar op 30 Juni het Verdrag opzeggen, door op of vóór 1 Januari van datzelfde jaar aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika haar opzegging mede te delen, die op haar beurt, na ontvangst van deze opzegging, hiervan onverwijld aan de andere verdragsluitende Regeringen kennis geeft. Elke andere verdragsluitende Regering kan eveneens binnen één maand na ontvangst van een afschrift van een zodanige door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika verzonden mededeling, opzeggen, zodat het Verdrag voor de betreffende Regering op 30 Juni van hetzelfde jaar ophoudt van kracht te zijn. Het Verdrag draagt als datum de dag, waarop het ter ondertekening wordt neergelegd en wordt gedurende een periode van 14 dagen daarna ter ondertekening neergelegd.
In witness whereof the undersigned, being duly authorized, have signed this Convention.
Done in Washington this second day of December, 1946, in the English language, the original of which shall be deposited in the archives of the Government of the United States of America. The Government of the United States of America shall transmit certified copies thereof to all the other signatory and adhering Governments.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.