Statuut van de Raad van Europa
De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Franse Republiek, de Ierse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Overtuigd, dat bevestiging van de vrede, gegrondvest op rechtvaardigheid en internationale samenwerking, van vitaal belang is voor het behoud van de samenleving en van de beschaving;
Opnieuw bevestigende haar gehechtheid aan de geestelijke en zedelijke waarden, welke het gemeenschappelijke erfdeel zijn van haar volken en de ware bron van persoonlijke vrijheid, van vrijheid van politieke overtuiging en van de heerschappij van het recht, welke beginselen de grondslag vormen van elke waarachtige democratie;
Gelovende, dat voor de instandhouding en verdere verwezenlijking van deze idealen en in het belang van economische en sociale vooruitgang een behoefte bestaat aan hechtere eenheid tussen alle gelijkgestemde landen van Europa;
Overwegende, dat, ten einde tegemoet te komen aan deze behoefte en aan het tot uiting gekomen streven in dit opzicht van haar volken, het noodzakelijk is, onverwijld een organisatie in het leven te roepen, welke de Europese Staten in hechter verband met elkaar zal brengen;
Hebben dientengevolge besloten een Raad van Europa op te richten, bestaande uit een Comité van Regeringsvertegenwoordigers en uit een Raadgevende Vergadering; en hebben te dien einde het navolgende Statuut aanvaard:
HOOFDSTUK I. Doel van de Raad van Europa
Artikel 1
a. Het doel van de Raad van Europa is het bevorderen van een grotere eenheid tussen zijn Leden, ten einde aldus de idealen en beginselen, welke hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen.
b. Dit doel wordt nagestreefd door de organen van de Raad, namelijk door het bespreken van aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, door het sluiten van overeenkomsten en door een gemeenschappelijke gedragslijn op economisch, sociaal, cultureel, wetenschappelijk, juridisch en administratief gebied, alsmede door handhaving en verdere verwezenlijking van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
c. De deelneming van de Leden aan de werkzaamheden van de Raad van Europa zal niet van invloed zijn op hun bijdrage aan het werk van de Verenigde Naties en van andere internationale organisaties of unies, waarbij zij partij zijn.
d. Aangelegenheden, welke betrekking hebben op de nationale verdediging, behoren niet tot de bevoegdheid van de Raad van Europa.
HOOFDSTUK II. Lidmaatschap
Artikel 2
De Leden van de Raad van Europa zijn de Partijen bij dit Statuut.
Artikel 3
Elk Lid van de Raad van Europa erkent de beginselen van de heerschappij van het recht, alsmede het beginsel, krachtens hetwelk een ieder, die onder zijn rechtsmacht is gesteld, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden behoort te kunnen genieten. Elk Lid moet oprecht en krachtdadig medewerken aan de verwezenlijking van het doel van de Raad, zoals dit in Hoofdstuk I is omschreven.
Artikel 4
Elke Europese Staat, welke geacht wordt in staat en bereid te zijn het bij Artikel 3 bepaalde na te komen, kan door het Comité van Ministers worden uitgenodigd Lid van de Raad van Europa te worden. Elke aldus uitgenodigde Staat wordt Lid door zijnentwege bij de Secretaris-Generaal een akte van toetreding tot dit Statuut neder te leggen.
Artikel 5
a. In bijzondere gevallen kan een Europees land, hetwelk geacht wordt in staat en bereid te zijn het bij artikel 3 bepaalde na te komen, door het Comité van Ministers worden uitgenodigd Toegevoegd Lid van de Raad van Europa te worden. Elk aldus uitgenodigd land wordt Toegevoegd Lid door zijnentwege bij de Secretaris-Generaal een akte van aanvaarding van dit Statuut neder te leggen. Toegevoegde Leden hebben slechts het recht, vertegenwoordigd te zijn in de Raadgevende Vergadering.
b. Onder het woord „Lid” in dit Statuut wordt tevens begrepen een Toegevoegd Lid, behalve in de gevallen, dat het wordt gebruikt in verband met vertegenwoordiging in het Comité van Ministers.
Artikel 6
Alvorens uitnodigingen als bedoeld in de artikelen 4 en 5 te verzenden, stelt het Comité van Ministers het aantal vertegenwoordigers in de Raadgevende Vergadering vast, waarop het voorgestelde Lid recht heeft, benevens de evenredige geldelijke bijdrage van dit Lid.
Artikel 7
Elk Lid van de Raad van Europa kan zijn Lidmaatschap opzeggen door officieel van zijn voornemen hiertoe kennis te geven aan de Secretaris-Generaal. Deze opzegging wordt van kracht aan het einde van het begrotingsjaar, waarin zij heeft plaats gehad, indien deze kennisgeving is geschied gedurende de eerste negen maanden van dit jaar. Indien de kennisgeving is geschied gedurende de laatste drie maanden van het begrotingsjaar, wordt zij van kracht aan het einde van het volgende begrotingsjaar.
Artikel 8
Elk lid van de Raad van Europa, dat een ernstige inbreuk maakt op de bepalingen van artikel 3, kan worden geschorst in zijn recht van vertegenwoordiging, en hem kan door het Comité van Ministers worden verzocht zijn Lidmaatschap op te zeggen overeenkomstig artikel 7. Indien dit Lid geen gehoor geeft aan dit verzoek, kan het Comité van Ministers besluiten, dat dit Lid heeft opgehouden Lid van de Raad te zijn met ingang van een door het Comité vast te stellen tijdstip.
Artikel 9
Het Comité kan het recht van vertegenwoordiging in het Comité en in de Raadgevende Vergadering van een Lid opheffen, indien dit Lid in gebreke is gebleven zijn financiële verplichtingen na te komen, en wel voor de tijd gedurende welke deze verplichtingen niet worden nagekomen.
HOOFDSTUK III. Algemeen
Artikel 10
De organen van de Raad van Europa zijn:
- (1). het Comité van Ministers;
- (2). de Raadgevende Vergadering.
Deze beide organen worden bijgestaan door het Secretariaat van de Raad van Europa.
Artikel 11
De zetel van de Raad van Europa is gevestigd te Straatsburg.
Artikel 12
De officiële talen van de Raad van Europa zijn het Engels en het Frans. Het Huishoudelijk Reglement van het Comité van Ministers en van de Raadgevende Vergadering beslist, in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden andere talen kunnen worden gebruikt.
HOOFDSTUK IV. Het Comité van Ministers
Artikel 13
Het Comité van Ministers is het orgaan, hetwelk optreedt namens de Raad van Europa overeenkomstig de artikelen 15 en 16.
Artikel 14
Elk Lid heeft recht op een vertegenwoordiger in het Comité van Ministers en elke vertegenwoordiger heeft recht op een stem. De vertegenwoordigers in het Comité zijn de Ministers van Buitenlandse Zaken. Wanneer een Minister van Buitenlandse Zaken niet aanwezig kan zijn of wanneer andere omstandigheden dit wenselijk maken, kan een plaatsvervanger worden benoemd om namens hem te handelen; deze moet, voorzover dit mogelijk is, lid zijn van de Regering van zijn land.
Artikel 15
a. Op aanbeveling van de Raadgevende Vergadering of op eigen initiatief overweegt het Comité van Ministers, welke maatregelen kunnen dienen tot verwezenlijking van het doel van de Raad van Europa, met inbegrip van het sluiten van verdragen of overeenkomsten en het volgen door de Regeringen van een gemeenschappelijke politiek inzake bepaalde aangelegenheden. Zijn conclusies worden door de Secretaris-Generaal aan de Leden medegedeeld.
b. De conclusies van het Comité kunnen, indien daartoe aanleiding is, de vorm aannemen van aanbevelingen aan de Regeringen van de Leden en het Comité kan de Regeringen van de Leden verzoeken te worden ingelicht omtrent hetgeen door haar is gedaan met betrekking tot deze aanbevelingen.
Artikel 16
Behoudens de bepalingen van de artikelen 24, 28, 30, 32, 33 en 35, welke betrekking hebben op de bevoegdheden van de Raadgevende Vergadering, neemt het Comité van Ministers bindende besluiten inzake alle aangelegenheden, welke betrekking hebben op de interne organisatie en regelingen van de Raad van Europa. Te dien einde stelt het Comité van Ministers de nodige financiële en administratieve reglementen vast.
Artikel 17
Het Comité van Ministers kan adviserende en technische comité's of commissies oprichten voor bijzondere doeleinden, wanneer het Comité zulks wenselijk acht.
Artikel 18
Het Comité van Ministers stelt zijn Huishoudelijk Reglement vast, hetwelk onder meer bepaalt:
- i. het quorum;
- ii. de wijze van benoeming en de zittingstijd van zijn Voorzitter;
- iii. de wijze, waarop punten op de agenda worden geplaatst, met inbegrip van de indiening van voorstellen voor resoluties; en
- iv. de kennisgeving, vereist voor de benoeming van plaatsvervangers krachtens artikel 14.
Artikel 19
In elke zitting van de Raadgevende Vergadering brengt het Comité van Ministers verslag uit aan de Vergadering over zijn werkzaamheden, vergezeld van bijbehorende documentatie.
Artikel 20
a. Resoluties van het Comité van Ministers, betrekking hebbende op de volgende belangrijke aangelegenheden, te weten:
- i. aanbevelingen krachtens artikel 15 (b);
- ii. aangelegenheden vallende onder artikel 19;
- iii. aangelegenheden vallende onder artikel 21 (a) (i) en (b);
- iv. aangelegenheden vallende onder artikel 33;
- v. aanbevelingen tot wijziging van de artikelen 1 (d), 7, 15, 20 en 22; en
- vi. elke andere aangelegenheid, ten aanzien waarvan het Comité van Ministers, bij resolutie aangenomen krachtens lid (d) hieronder, kan besluiten, dat zij wegens haar belangrijk karakter met algemene stemmen moeten worden aangenomen;
moeten worden aangenomen met algemene stemmen door de vertegenwoordigers, die hun stem uitbrengen, en tevens door de meerderheid van de vertegenwoordigers, die gerechtigd zijn zitting te hebben in het Comité.
b. Over aangelegenheden, welke voortvloeien uit het Huishoudelijk Reglement of de financiële en administratieve reglementen, kan een beslissing genomen worden bij eenvoudige meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigers, die gerechtigd zijn zitting te hebben in het Comité.
c. Resoluties van het Comité krachtens de artikelen 4 en 5 behoeven een twee-derde meerderheid van alle vertegenwoordigers, die gerechtigd zijn zitting te hebben in het Comité.
d. Alle andere resoluties van het Comité, met inbegrip van de aanneming van de begroting, van het Huishoudelijk Reglement en van de financiële en administratieve reglementen, de aanbevelingen tot wijziging van artikelen van dit Statuut, welke niet genoemd zijn in lid (a) v. hierboven, en de beslissing, in geval van twijfel, welk lid van dit artikel toepasselijk is, behoeven een twee-derde meerderheid van de vertegenwoordigers, die hun stem uitbrengen, en tevens een meerderheid van de vertegenwoordigers, die gerechtigd zijn zitting te hebben in het Comité.
Artikel 21
a. Tenzij het Comité anders beslist, hebben de vergaderingen van het Comité van Ministers plaats:
- i. in besloten zitting; en
- ii. waar de Raad zijn zetel heeft.
b. Het Comité stelt vast, wat bekend gemaakt zal worden over de conclusies en beraadslagingen van een besloten zitting.
c. Het Comité moet voor, en gedurende het begin van, elke zitting van de Raadgevende Vergadering bijeenkomen en voorts telkens wanneer het hiertoe besluit.
HOOFDSTUK V. De Raadgevende Vergadering
Artikel 22
De Raadgevende Vergadering is het beraadslagende Orgaan van de Raad van Europa. Zij bespreekt aangelegenheden, welke krachtens dit Statuut onder haar bevoegdheid vallen, en legt haar conclusies in de vorm van aanbevelingen voor aan het Comité van Ministers.
Artikel 23
a. De Raadgevende Vergadering kan besprekingen voeren en aanbevelingen doen omtrent elke aangelegenheid, welke valt binnen het doel en de bevoegdheid van de Raad van Europa, gelijk deze zijn omschreven in Hoofdstuk I. Zij voert besprekingen en doet aanbevelingen omtrent elke aangelegenheid, welke door het Comité van Ministers naar haar wordt verwezen met verzoek om haar oordeel.
b. De Vergadering stelt haar Agenda vast overeenkomstig de bepalingen van lid a) hierboven, rekening houdend met de werkzaamheden van andere Europese intergouvernementele organisaties van welke enige of alle Leden van de Raad van Europa deel uitmaken.
c. De Voorzitter van de Vergadering beslist, in geval van twijfel, of een aangelegenheid, welke tijdens de zitting te berde wordt gebracht, valt binnen de Agenda van de Vergadering.
Artikel 24
De Raadgevende Vergadering kan, met inachtneming van de bepalingen van artikel 38 (d), comité's of commissies instellen om aangelegenheden in overweging te nemen, welke krachtens artikel 23 onder haar bevoegdheid vallen, en hierover verslag uit te brengen; om vraagstukken, welke op haar Agenda staan, te onderzoeken en voor te bereiden en om advies uit te brengen over alle aangelegenheden van huishoudelijke aard.
Artikel 25
a. De Raadgevende Vergadering bestaat uit vertegenwoordigers van elk Lid, door zijn Parlement uit zijn midden gekozen of benoemd uit de Leden van het Parlement volgens een door het Parlement vastgestelde procedure, echter met het voorbehoud dat de Regering van elk Lid aanvullende benoemingen mag verrichten wanneer het Parlement niet in zitting is en geen in dat geval te volgen procedure heeft vastgesteld. Elke vertegenwoordiger moet de nationaliteit van het Lid bezitten, hetwelk hij vertegenwoordigt, doch mag niet tegelijkertijd lid zijn van het Comité van Ministers.
De ambtstermijn van de aldus benoemde vertegenwoordigers gaat in bij de opening van de gewone zitting, volgende op hun benoeming; de ambtstermijn eindigt bij de opening van de volgende gewone zitting of van een latere gewone zitting, behoudens het recht van de Leden nieuwe benoemingen te verrichten, ingeval verkiezingen voor hun parlementen hebben plaatsgevonden.
Indien een Lid voorziet in vacatures, ontstaan ten gevolge van overlijden of aftreden, of overgaat tot nieuwe benoemingen naar aanleiding van verkiezingen voor zijn parlement, gaat de ambtstermijn van de nieuwe vertegenwoordigers in bij de eerste bijeenkomst van de Vergadering, volgende op hun benoeming.
b. Een vertegenwoordiger kan gedurende een zitting van de Vergadering niet van zijn functie worden ontheven zonder toestemming van de Vergadering.
c. Elke vertegenwoordiger kan een plaatsvervanger hebben, die bij afwezigheid van de vertegenwoordiger in zijn plaats zitting kan hebben, het woord voeren en stemmen. De bepalingen van lid (a) van dit artikel zijn van toepassing op de benoeming van plaatsvervangers.
Artikel 26
De Leden hebben recht op het volgende aantal vertegenwoordigers:
| Albanië | 4 |
|---|---|
| Andorra | 2 |
| Armenië | 4 |
| Oostenrijk | 6 |
| Azerbeidzjan | 6 |
| België | 7 |
| Bosnië en Herzegovina | 5 |
| Bulgarije | 6 |
| Kroatië | 5 |
| Cyprus | 3 |
| De Tsjechische Republiek | 7 |
| Denemarken | 5 |
| Estland | 3 |
| Finland | 5 |
| Frankrijk | 18 |
| Georgië | 5 |
| Duitsland | 18 |
| Griekenland | 7 |
| Hongarije | 7 |
| IJsland | 3 |
| Ierland | 4 |
| Italië | 18 |
| Letland | 3 |
| Liechtenstein | 2 |
| Litouwen | 4 |
| Luxemburg | 3 |
| Malta | 3 |
| Monaco | 2 |
| Montenegro | 3 |
| Nederland | 7 |
| Noord-Macedonië | 3 |
| Noorwegen | 5 |
| Polen | 12 |
| Portugal | 7 |
| De Republiek Moldavië | 5 |
| Roemenië | 10 |
| San Marino | 2 |
| Servië | 7 |
| De Slowaakse Republiek | 5 |
| Slovenië | 3 |
| Spanje | 12 |
| Zweden | 6 |
| Zwitserland | 6 |
| Turkije | 18 |
| Oekraïne | 12 |
| Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland | 18 |
Artikel 27
De voorwaarden, waaronder het Comité van Ministers collectief bij de beraadslagingen van de Raadgevende Vergadering vertegenwoordigd kan zijn, of individuele leden van het Comité en hun plaatsvervangers het woord kunnen voeren in de Vergadering, worden vastgesteld bij bepalingen van het Huishoudelijk Reglement, welke door het Comité zullen worden opgesteld na overleg met de Vergadering.
Artikel 28
a. De Raadgevende Vergadering stelt haar Huishoudelijk Reglement vast en kiest uit haar leden haar Voorzitter, die in functie blijft tot de volgende gewone zitting.
b. De Voorzitter leidt de werkzaamheden, doch neemt geen deel aan de beraadslagingen of de stemmingen. De plaatsvervanger van de vertegenwoordiger, die Voorzitter is, kan in zijn plaats zitting hebben, het woord voeren en stemmen.
c. Het Huishoudelijk Reglement bepaalt onder meer:
- i. het quorum;
- ii. de wijze van verkiezing en de zittingstijd van de Voorzitter en de overige bestuursleden;
- iii. de wijze, waarop de agenda wordt vastgesteld en ter kennis van de vertegenwoordigers wordt gebracht; en
- iv. het tijdstip en de wijze, waarop de namen van de vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers worden medegedeeld.
Artikel 29
Behoudens de bepalingen van artikel 30 vereisen alle resoluties van de Raadgevende Vergadering, met inbegrip van resoluties:
- i. welke aanbevelingen aan het Comité van Ministers inhouden:
- ii. waarbij aan het Comité punten ter bespreking in de Vergadering worden voorgesteld;
- iii. waarbij comité's of commissies worden ingesteld;
- iv. waarbij de datum van de aanvang van haar zittingen wordt vastgesteld;
- v. waarbij wordt vastgesteld, welke meerderheid wordt vereist in gevallen waarin niet wordt voorzien door de leden i tot iv van dit artikel of waarbij uitspraak wordt gedaan in gevallen, waarin twijfel bestaat welke meerderheid is vereist,
een twee-derde meerderheid van de vertegenwoordigers, die hun stem uitbrengen.
Artikel 30
In aangelegenheden betreffende haar interne werkwijze, waaronder begrepen de verkiezing van de bestuursleden, de benoeming van leden van comité's en commissies en het vaststellen van het Huishoudelijk Reglement, worden resoluties van de Raadgevende Vergadering aangenomen met een meerderheid, welke de Vergadering overeenkomstig artikel 29 (v) zal vaststellen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.