Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart

Type Verdrag
Publication 2025-03-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Overwegende, dat de toekomstige ontwikkeling van de internationale burgerluchtvaart belangrijk kan bijdragen tot het scheppen en bewaren van vriendschap en goed begrip tussen de naties en volkeren van de wereld, doch dat misbruik daarvan een bedreiging kan worden voor de algemene veiligheid; en

Overwegende, dat het wenselijk is wrijving te voorkomen en die samenwerking tussen naties en volkeren waarvan de wereldvrede afhangt, te bevorderen;

Zo is het, dat de ondertekenende Regeringen, na overeenstemming te hebben bereikt omtrent bepaalde beginselen en regelingen, opdat de internationale burgerluchtvaart zich kan ontwikkelen op een veilige en ordelijke wijze en internationale luchtvervoersdiensten ingesteld kunnen worden op basis van gelijke kansen en geëxploiteerd kunnen worden op een gezonde en economische wijze;

Dienovereenkomstig te dien einde dit Verdrag hebben gesloten.

DEEL I. LUCHTVAART

HOOFDSTUK I. Algemene beginselen en toepassing van het Verdrag

Artikel 1. Soevereiniteit

De Verdragsluitende Staten erkennen dat elke Staat de volledige en uitsluitende soevereiniteit heeft over de luchtruimte boven zijn grondgebied.

Artikel 2. Grondgebied

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt het grondgebied van een Staat geacht te omvatten het grondgebied en de daaraan grenzende territoriale wateren welke staan onder de soevereiniteit, suzereiniteit, bescherming of het mandaat van die Staat.

Artikel 3. Burgerluchtvaartuigen en staatsluchtvaartuigen

(a). Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing op burgerluchtvaartuigen, niet op staatsluchtvaartuigen.

(b). Luchtvaartuigen, in gebruik voor militaire diensten, douane en politiediensten worden geacht staatsluchtvaartuigen te zijn.

(c). Geen staatsluchtvaartuig van een Verdragsluitende Staat mag over het grondgebied van een andere Staat vliegen of daarop landen, anders dan met vergunning krachtens een speciale regeling of anderszins en overeenkomstig de bepalingen daarvan.

(d). De Verdragsluitende Staten verbinden zich bij het uitvaardigen van voorschriften voor hun staatsluchtvaartuigen de veiligheid van het verkeer met burgerluchtvaartuigen in het oog te zullen houden.

Artikel 3 bis

a. De Verdragsluitende Staten erkennen dat elke Staat zich ervan dient te onthouden over te gaan tot het gebruik van wapens tegen burgerluchtvaartuigen tijdens de vlucht en dat, in geval van onderschepping, het leven van personen aan boord en de veiligheid van luchtvaartuigen niet in gevaar mogen worden gebracht. Deze bepaling mag niet zo worden uitgelegd dat daardoor op enigerlei wijze de rechten en plichten van Staten vervat in het Handvest van de Verenigde Naties worden gewijzigd.

b. De Verdragsluitende Staten erkennen dat elke Staat, in de uitoefening van zijn soevereiniteit, gerechtigd is de landing op een daartoe aangewezen vliegveld te eisen van een burgerluchtvaartuig dat zonder vergunning boven zijn grondgebied vliegt of indien er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat dit luchtvaartuig wordt gebruikt voor doeleinden die onverenigbaar zijn met de strekking van dit Verdrag; een Staat is tevens gerechtigd een dergelijk luchtvaartuig iedere andere instructie te geven ten einde dergelijke schendingen te beëindigen. Hiertoe kunnen de Verdragsluitende Staten alle passende maatregelen nemen, die verenigbaar zijn met de daarop betrekking hebbende regels van het internationale recht, waaronder de daarop betrekking hebbende bepalingen van dit Verdrag, in het bijzonder lid a van dit artikel. Elke Verdragsluitende Staat stemt ermede in zijn van kracht zijnde voorschriften betreffende de onderschepping van burgerluchtvaartuigen te publiceren.

c. Elk burgerluchtvaartuig dient een bevel, gegeven in overeenstemming met het bepaalde in lid b van dit artikel, op te volgen. Elke Verdragsluitende Staat neemt alle noodzakelijke bepalingen in zijn nationale wetten of voorschriften op ten einde het opvolgen van dergelijke bevelen verplicht te stellen voor elk burgerluchtvaartuig dat in die Staat is geregistreerd of wordt geëxploiteerd door een exploitant die zijn hoofdkantoor of zijn vaste woonplaats in deze Staat heeft. Elke Verdragsluitende Staat stelt iedere schending van zodanige toepasselijke wetten of voorschriften strafbaar met strenge straffen en brengt de zaak voor zijn bevoegde autoriteiten overeenkomstig zijn wetten of voorschriften.

d. Elke Verdragsluitende Staat neemt passende maatregelen ten einde het opzettelijke gebruik van een burgerluchtvaartuig dat in die Staat is geregistreerd of wordt geëxploiteerd door een exploitant die zijn hoofdkantoor of zijn vaste woonplaats in deze Staat heeft, voor alle doeleinden die onverenigbaar zijn met de strekking van dit Verdrag, te voorkomen. Deze bepaling laat onverlet het bepaalde in lid a en doet niets af aan het bepaalde in de leden b en c van dit artikel.

Artikel 4. Misbruik van de burgerluchtvaart

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich de burgerluchtvaart niet te gebruiken voor doeleinden welke onverenigbaar zijn met de strekking van dit Verdrag.

HOOFDSTUK II. Uitoefening van de luchtvaart boven het grondgebied der Verdragsluitende Staten

Artikel 5. Recht van niet-geregelde vluchten

Elke Verdragsluitende Staat stemt ermede in dat alle luchtvaartuigen van de andere Verdragsluitende Staten, in gebruik anders dan op geregelde internationale luchtdiensten, met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag, het recht hebben zijn grondgebied binnen te vliegen of erover te vliegen zonder tussenlanding en er te landen anders dan voor verkeersdoeleinden, zonder voorafgaande vergunning, behoudens het recht van de Staat over wiens grondgebied wordt gevlogen, landing te eisen. Elke Verdragsluitende Staat behoudt zich echter, om redenen van vliegveiligheid, het recht voor, luchtvaartuigen welke zich willen begeven boven gebieden die ontoegankelijk zijn of waar niet voldoende luchtverkeersfaciliteiten aanwezig zijn, op te dragen voorgeschreven routes te volgen of voor zodanige vluchten speciale vergunning te verkrijgen.

Indien zodanige luchtvaartuigen gebruikt worden voor het vervoer van passagiers, goederen of post tegen vergoeding of beloning, anders dan op geregelde internationale luchtdiensten, hebben zij bovendien, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, het recht passagiers, goederen of post op te nemen of af te zetten, behoudens het recht van een Staat waar zulk opnemen of afzetten plaatsvindt, om zodanige bepalingen, voorwaarden of beperkingen te stellen, als hem wenselijk voorkomen.

Artikel 6. Geregelde luchtdiensten

Geen geregelde internationale luchtdienst mag worden geëxploiteerd over of tot in het grondgebied van een Verdragsluitende Staat anders dan met de speciale toestemming of vergunning van die Staat en overeenkomstig de voorwaarden verbonden aan een zodanige toestemming of vergunning.

Artikel 7. Cabotage

Elke Verdragsluitende Staat heeft het recht aan de luchtvaartuigen van andere Verdragsluitende Staten vergunning te weigeren tot het opnemen binnen zijn grondgebied van passagiers, post en goederen tot vervoer tegen vergoeding of beloning bestemd voor een ander punt binnen zijn grondgebied. Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich geen regelingen te treffen waarmede aan enige andere Staat of aan een luchtvaartmaatschappij van enige andere Staat bij uitsluiting een zodanig recht uitdrukkelijk wordt toegekend of waardoor van enige andere Staat een zodanig uitsluitend recht wordt verkregen.

Artikel 8. Onbemande luchtvaartuigen

Geen luchtvaartuig dat zonder bestuurder kan vliegen, mag zonder bestuurder vliegen over het grondgebied van een Verdragsluitende Staat anders dan met de speciale vergunning van die Staat en overeenkomstig de voorwaarden verbonden aan een zodanige vergunning.

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich te waarborgen dat de vlucht van zulk een luchtvaartuig zonder bestuurder in gebieden opengesteld voor burgerluchtvaartuigen zodanig wordt gecontroleerd, dat gevaar voor burgerluchtvaartuigen wordt voorkomen.

Artikel 9. Verboden gebieden

(a). Elke Verdragsluitende Staat kan, om redenen van militaire noodzaak of openbare veiligheid, het uitoefenen van de luchtvaart met luchtvaartuigen van andere Staten boven bepaalde delen van zijn grondgebied op eenvormige wijze beperken of verbieden, mits terzake geen onderscheid wordt gemaakt tussen de luchtvaartuigen, gebruikt op geregelde internationale luchtdiensten van de Staat wiens grondgebied in het geding is en de luchtvaartuigen van andere Verdragsluitende Staten welke op dezelfde wijze worden gebruikt. Zodanige verboden gebieden dienen redelijke afmetingen te hebben en zodanig te zijn gelegen dat zij niet onnodig de luchtvaart hinderen. Beschrijvingen van zodanige verboden gebieden op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, zowel als latere wijzigingen daarin, moeten zo spoedig mogelijk aan de andere Verdragsluitende Staten en aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie worden medegedeeld.

(b). Elke Verdragsluitende Staat behoudt zich tevens het recht voor, in buitengewone omstandigheden of in tijd van nood, dan wel in het belang van de openbare veiligheid, met onmiddellijke inwerkingtreding de uitoefening van de luchtvaart over zijn gehele grondgebied of een deel daarvan tijdelijk te beperken of te verbieden, onder voorwaarde dat zodanig (e) beperking of verbod zonder onderscheid van nationaliteit van toepassing zal zijn op luchtvaartuigen van alle andere Staten.

(c). Elke Verdragsluitende Staat kan op grond van door hem uitgevaardigde voorschriften eisen dat luchtvaartuigen die gebieden als onder (a) en (b) bedoeld, binnenvliegen, zo spoedig mogelijk daarna landen op een aangewezen luchthaven binnen zijn grondgebied.

Artikel 10. Landing op douaneluchthaven

Behoudens de gevallen waarin op grond van de bepalingen van dit Verdrag of van een speciale vergunning, luchtvaartuigen zonder landing over het grondgebied van een Verdragsluitende Staat mogen vliegen, moet elk luchtvaartuig dat het grondgebied van een Verdragsluitende Staat binnenvliegt, indien de reglementen van die Staat zulks eisen, landen op een door die Staat aangewezen luchthaven voor douanecontrole en ander onderzoek. Bij vertrek uit het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, moet een zodanig luchtvaartuig vertrekken van een eveneens door die Staat aangewezen douaneluchthaven. Bijzonderheden omtrent alle aangewezen douaneluchthavens worden door de Staat bekendgemaakt en gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, opgericht krachtens Deel II van dit Verdrag, ter mededeling aan alle andere Verdragsluitende Staten.

Artikel 11. Toepasselijkheid van luchtvaartvoorschriften

Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag dienen de wetten en voorschriften van een Verdragsluitende Staat betreffende de toelating tot of het vertrek uit zijn grondgebied van luchtvaartuigen gebruikt in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen, zolang zij zich binnen zijn grondgebied bevinden, zonder onderscheid van nationaliteit, van toepassing te zijn op de luchtvaartuigen van alle Verdragsluitende Staten; deze wetten en voorschriften moeten door deze luchtvaartuigen worden nagekomen bij het binnenvliegen of verlaten van het grondgebied of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van die Staat.

Artikel 12. Luchtverkeersregels

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich maatregelen te treffen ten einde te verzekeren dat elk luchtvaartuig dat over zijn grondgebied vliegt of zich binnen zijn grondgebied beweegt en elk luchtvaartuig dat zijn nationaliteitskenmerk draagt, waar het zich ook bevindt, de aldaar van kracht zijnde regels en voorschriften inzake het vliegen en het zich bewegen van luchtvaartuigen in acht neemt.

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich zijn eigen voorschriften op dit gebied zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met die, welke van tijd tot tijd uit hoofde van dit Verdrag worden vastgesteld. Boven volle zee zijn de krachtens dit Verdrag vastgestelde bepalingen van kracht.

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich de vervolging van allen die de toepasselijke voorschriften overtreden te verzekeren.

Artikel 13. Voorschriften voor toelating en in- en uitklaring

De wetten en voorschriften van een Verdragsluitende Staat betreffende de toelating tot of het vertrek uit zijn grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende toelating, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, moeten door of vanwege deze passagiers, bemanningen dan wel ten behoeve van deze lading bij binnenkomst in of vertrek uit of tijdens het verblijf binnen het grondgebied van die Staat worden nagekomen.

Artikel 14. Voorkoming van verbreiding van ziekten

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich doeltreffende maatregelen te nemen tot het voorkomen van de verbreiding, door middel van de luchtvaart, van cholera, vlektyfus (epidemische), pokken, gele koorts, pest en zodanige andere besmettelijke ziekten als de Verdragsluitende Staten van tijd tot tijd zullen besluiten aan te wijzen; te dien einde onderhouden de Verdragsluitende Staten nauw contact met de instanties die bemoeienis hebben met de internationale voorschriften inzake gezondheidsmaatregelen van toepassing op luchtvaartuigen. Dit overleg laat de toepassing van bestaande internationale verdragen op dit gebied, waarbij de Verdragsluitende Staten partij kunnen zijn, onverlet.

Artikel 15. Luchthavenrechten en soortgelijke heffingen

Elke luchthaven in een Verdragsluitende Staat, opengesteld voor openbaar gebruik door zijn eigen luchtvaartuigen, is eveneens, behoudens het bepaalde in artikel 68, onder gelijke voorwaarden opengesteld voor de luchtvaartuigen van alle andere Verdragsluitende Staten. Deze gelijke voorwaarden hebben betrekking op het gebruik door luchtvaartuigen van iedere Verdragsluitende Staat van alle luchtverkeersfaciliteiten, radiodiensten en meteorologische diensten inbegrepen, welke voor openbaar gebruik voor de veiligheid van de luchtvaart en een vlot luchtverkeer ter beschikking kunnen worden gesteld.

De heffingen opgelegd door of met toestemming van een Verdragsluitende Staat voor het gebruik van zodanige luchthavens en luchtverkeersfaciliteiten door de luchtvaartuigen van een andere Verdragsluitende Staat mogen niet hoger zijn:

Al deze heffingen worden openbaar gemaakt en medegedeeld aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, met dien verstande dat, op verzoek van een belanghebbende Verdragsluitende Staat, de heffingen in rekening gebracht voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten, onderworpen worden aan een onderzoek door de Raad, die daarover verslag uitbrengt en aanbevelingen doet ter overweging van de daarbij betrokken Staat of Staten.

Geen tarieven, rechten of andere heffingen mogen door een Verdragsluitende Staat worden opgelegd voor het enkele recht van het vliegen over, het binnenvliegen in of het vertrek uit zijn grondgebied door een luchtvaartuig van een Verdragsluitende Staat of van daarmede vervoerde personen of eigendommen.

Artikel 16. Doorzoeken van luchtvaartuigen

De bevoegde autoriteiten van elk van de Verdragsluitende Staten hebben het recht zonder onredelijke vertraging luchtvaartuigen van de andere Verdragsluitende Staten bij landing of vertrek te doorzoeken en de bewijzen en andere bescheiden, door dit Verdrag voorgeschreven, te controleren.

HOOFDSTUK III. Nationaliteit van luchtvaartuigen

Artikel 17. Nationaliteit van luchtvaartuigen

Luchtvaartuigen hebben de nationaliteit van de Staat waar zij zijn ingeschreven.

Artikel 18. Dubbele inschrijving

Een luchtvaartuig kan niet rechtsgeldig in meer dan een Staat zijn ingeschreven, maar het kan van de ene Staat naar een andere worden overgeschreven.

Artikel 19. Nationale wetten inzake inschrijving

De inschrijving of overschrijving van luchtvaartuigen in een Verdragsluitende Staat geschiedt overeenkomstig zijn wetten en voorschriften.

Artikel 20. Voeren van kenmerken

Elk luchtvaartuig gebruikt in de internationale luchtvaart, moet het aan dat luchtvaartuig toegekende nationaliteits- en inschrijvingskenmerk voeren.

Artikel 21. Rapporten omtrent inschrijvingen

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich aan iedere andere Verdragsluitende Staat of aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie op verzoek inlichtingen te verstrekken betreffende de inschrijving en de eigendom van elk in die Staat ingeschreven luchtvaartuig. Bovendien doet elke Verdragsluitende Staat aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, volgens door deze te stellen richtlijnen, rapporten toekomen, waarin de beschikbare, ter zake betrekkelijke gegevens voorkomen betreffende de eigendom van en het toezicht op luchtvaartuigen in die Staat ingeschreven en gewoonlijk gebruikt in de internationale luchtvaart. De aldus door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verkregen gegevens worden door haar, op verzoek, ter beschikking van de andere Verdragsluitende Staten gesteld.

HOOFDSTUK IV. Maatregelen ter vergemakkelijking van de luchtvaart

Artikel 22. Vergemakkelijking van formaliteiten

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich door middel van speciale voorschriften of anderszins, alle uitvoerbare maatregelen te treffen om het verkeer met luchtvaartuigen tussen de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten te vergemakkelijken en te bespoedigen en onnodige vertragingen voor luchtvaartuigen, bemanningen, passagiers en lading te voorkomen, in het bijzonder met betrekking tot de toepassing van wetten inzake de immigratie, quarantaine, douane en in- en uitklaring.

Artikel 23. Douane- en immigratiebepalingen

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich, voorzover hij zulks uitvoerbaar acht, douane- en immigratiebepalingen vast te stellen met betrekking tot de internationale luchtvaart overeenkomstig de werkwijzen welke op grond van dit Verdrag van tijd tot tijd kunnen worden vastgesteld of aanbevolen. Niets in dit Verdrag mag worden uitgelegd als een beletsel voor de instelling van vrijhavens voor de luchtvaart.

Artikel 24. Douanerechten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.