Statuut van het Internationaal Gerechtshof
Artikel 1
Het Internationaal Gerechtshof, ingesteld bij het Handvest van de Verenigde Naties als het voornaamste gerechtelijke orgaan van de Verenigde Naties, is samengesteld en functioneert overeenkomstig de bepalingen van dit Statuut.
Hoofdstuk I. ORGANISATIE VAN HET HOF
Artikel 2
Het Hof wordt gevormd door een college van onafhankelijke rechters die, onverschillig van welke nationaliteit zij zijn, worden gekozen uit personen van hoog zedelijk aanzien die aan de vereisten voldoen die in hun onderscheiden landen worden gesteld om de hoogste rechterlijke ambten te bekleden, ofwel die rechtsgeleerden zijn van erkende bekwaamheid op het gebied van het internationaal recht.
Artikel 3
Het Hof bestaat uit vijftien leden, van wie geen twee onderdaan van dezelfde staat mogen zijn.
Iemand die, wat het lidmaatschap van het Hof betreft, zou kunnen worden beschouwd als een onderdaan van meer dan één staat, wordt geacht een onderdaan te zijn van de staat waar hij zijn burgerlijke en politieke rechten pleegt uit te oefenen.
Artikel 4
De leden van het Hof worden door de Algemene Vergadering en door de Veiligheidsraad gekozen uit een lijst van personen, voorgedragen door de nationale groepen van het Permanente Hof van Arbitrage overeenkomstig de volgende bepalingen.
Wanneer het Leden van de Verenigde Naties betreft die niet zijn vertegenwoordigd in het Permanente Hof van Arbitrage, worden de kandidaten voorgedragen door nationale groepen die daartoe door hun regeringen worden aangewezen op dezelfde voorwaarden als die welke worden gesteld voor leden van het Permanente Hof van Arbitrage in artikel 44 van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1907 betreffende de vreedzame beslechting van internationale geschillen.
De voorwaarden waarop een staat die partij is bij dit Statuut, doch die geen Lid is van de Verenigde Naties, kan deelnemen aan de verkiezing van de leden van het Hof, worden, bij gebreke van een bijzondere overeenkomst, vastgesteld door de Algemene Vergadering, op aanbeveling van de Veiligheidsraad.
Artikel 5
Ten minste drie maanden voor de datum van de verkiezing richt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een schriftelijk verzoek aan de leden van het Permanente Hof van Arbitrage die behoren tot de staten die partij zijn bij dit Statuut, alsmede aan de leden van de ingevolge artikel 4, tweede lid, aangewezen nationale groepen, waarbij zij worden uitgenodigd binnen een bepaalde termijn, als nationale groepen, personen voor te dragen die de functie van lid van het Hof kunnen vervullen.
Geen enkele groep mag meer dan vier personen voordragen, van wie er niet meer dan twee haar eigen nationaliteit mogen bezitten. In geen geval mag het aantal door een groep voorgedragen kandidaten groter zijn dan tweemaal het aantal te bezetten zetels.
Artikel 6
Elke nationale groep wordt aanbevolen, alvorens kandidaten voor te dragen, overleg te plegen met haar hoogste rechtscollege, haar faculteiten rechtsgeleerdheid en soortgelijke inrichtingen waar onderwijs in de rechten wordt gegeven, haar nationale academies en nationale afdelingen van internationale academies die zich bezighouden met de studie van het recht.
Artikel 7
de Secretaris-Generaal stelt een alfabetische lijst op van alle personen die aldus zijn voorgedragen. Behoudens als bepaald in artikel 12, tweede lid, zijn alleen dezen verkiesbaar.
De Secretaris-Generaal zendt deze lijst aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad.
Artikel 8
De Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad gaan onafhankelijk van elkaar over tot de verkiezing van de leden van het Hof.
Artikel 9
Bij elke verkiezing dienen de kiezers niet alleen in het oog te houden dat de te verkiezen personen individueel aan de gestelde vereisten moeten voldoen, doch tevens dat in het Hof als geheel de vertegenwoordiging van de belangrijkste vormen der beschaving en van de voornaamste rechtsstelsels van de wereld is verzekerd.
Artikel 10
Als te zijn verkozen worden die kandidaten beschouwd die zowel in de Algemene Vergadering als de Veiligheidsraad een volstrekte meerderheid van stemmen hebben behaald.
Elke stemming in de Veiligheidsraad, hetzij voor de verkiezing van rechters, hetzij voor het aanwijzen van leden van de in artikel 12 bedoelde commissie, wordt gehouden zonder dat enig onderscheid wordt gemaakt tussen permanente en niet-permanente leden van de Veiligheidsraad.
Ingeval meer dan één onderdaan van een zelfde staat zowel in de Algemene Vergadering als in de Veiligheidsraad een volstrekte meerderheid van stemmen behaalt, wordt alleen de oudste van hen beschouwd als te zijn verkozen.
Artikel 11
Indien, nadat de eerste verkiezingsbijeenkomst is gehouden, nog één of meer zetels onbezet zijn gebleven, wordt een tweede en, zo nodig, nog een derde bijeenkomst gehouden.
Artikel 12
Indien, na de derde bijeenkomst, nog één of meer zetels onbezet blijven, kan op verzoek van de Algemene Vergadering of van de Veiligheidsraad te allen tijde een bemiddelingscommissie worden gevormd van zes leden, van wie er drie door de Algemene Vergadering en drie door de Veiligheidsraad worden benoemd, met het doel met een volstrekte meerderheid van stemmen voor elke nog onbezette zetel één naam te kiezen en die aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad voor te leggen te hunner onderscheiden goedkeuring.
Indien de bemiddelingscommissie het met eenparigheid van stemmen eens wordt over een persoon die aan de gestelde eisen voldoet, kan deze op de lijst van de commissie worden geplaatst, ook al kwam hij niet voor op de in artikel 7 bedoelde kandidatenlijst.
Indien de bemiddelingscommissie ervan overtuigd is dat haar pogingen tot een verkiezing te komen niet met succes zullen worden bekroond, gaan de reeds verkozen leden van het Hof, binnen een door de Veiligheidsraad vast te stellen termijn, over tot het bezetten van de nog opengebleven zetels, door een keuze te doen uit de kandidaten die hetzij in de Algemene Vergadering, hetzij in de Veiligheidsraad stemmen op zich hebben verenigd.
Indien onder de rechters de stemmen staken, geeft de stem van de in jaren oudste rechter de doorslag.
Artikel 13
De leden van het Hof worden verkozen voor negen jaar en zijn herkiesbaar, met dien verstande evenwel dat van de bij de eerste verkiezing gekozen rechters de ambtstermijn van vijf van hen afloopt na drie jaar en de ambtstermijn van vijf anderen na zes jaar.
De rechters wier ambtstermijn afloopt aan het einde van de hierboven genoemde periodes van drie en zes jaar worden terstond na de eerste verkiezing bij loting aangewezen door de Secretaris-Generaal.
De leden van het Hof blijven in functie tot hun vervanging. Ook na hun vervanging doen zij de zaken waarmee zij een aanvang hebben gemaakt, nog af.
In geval een lid van het Hof aftreedt, wordt een kennisgeving van zijn aftreden gezonden aan de President van het Hof, die deze doorzendt aan de Secretaris-Generaal. Door laatstgenoemde kennisgeving valt de zetel open.
Artikel 14
In vacatures wordt op dezelfde wijze voorzien als die welke voor de eerste verkiezing is vastgesteld, onder voorbehoud van de volgende bepaling: binnen één maand na het ontstaan van de vacature zendt de Secretaris-Generaal de in artikel 5 bedoelde uitnodigingen rond, terwijl de datum van de verkiezing door de Veiligheidsraad wordt vastgesteld.
Artikel 15
Een lid van het Hof dat is verkozen in de plaats van een lid welks ambtstermijn nog niet is verstreken, blijft in functie voor de rest van de ambtstermijn van zijn voorganger.
Artikel 16
Een lid van het Hof mag geen politieke of administratieve functie uitoefenen, noch in enige andere als beroep uitgeoefende functie werkzaam zijn.
In geval van twijfel hierover beslist het Hof.
Artikel 17
Een lid van het Hof mag in geen enkele zaak optreden als agent, raadsman of advocaat.
Een lid mag niet deelnemen aan de berechting van een zaak waarbij hij voordien betrokken is geweest als agent, raadsman of advocaat van een der partijen, als lid van een nationaal of internationaal gerechtshof, als lid van een commissie van feitenonderzoek, of in enige andere hoedanigheid.
In geval van twijfel hierover beslist het Hof.
Artikel 18
Een lid van het Hof kan niet van zijn functie worden ontheven, tenzij het, naar het eenparig oordeel der andere leden, niet langer aan de vereiste voorwaarden voldoet.
De Secretaris-Generaal wordt hiervan officieel door de Griffier in kennis gesteld
Door deze kennisgeving valt de zetel open.
Artikel 19
De leden van het Hof genieten in de uitoefening van hun functie diplomatieke voorrechten en immuniteiten.
Artikel 20
Elk lid van het Hof verklaart, alvorens zijn functie te aanvaarden, plechtig in een openbare zitting dat het zijn bevoegdheden in volkomen onpartijdigheid en naar geweten zal uitoefenen.
Artikel 21
Het Hof verkiest zijn President en Vice-President voor een termijn van drie jaar; zij zijn herkiesbaar.
Het Hof benoemt zijn Griffier en kan een regeling treffen voor de benoeming van eventueel noodzakelijke andere functionarissen.
Artikel 22
De zetel van het Hof is gevestigd te 's-Gravenhage. Dit belet het Hof evenwel niet elders zijn zittingen te houden en elders zijn functies uit te oefenen, telkens wanneer het dit wenselijk oordeelt.
De President en de Griffier zijn woonachtig in de plaats waar het Hof is gevestigd.
Artikel 23
Het Hof blijft voortdurend in zitting, behalve gedurende de gerechtelijke recessen, waarvan de tijdstippen en de duur door het Hof worden vastgesteld.
De leden van het Hof hebben recht op periodiek verlof, waarvan de tijdstippen en de duur worden vastgesteld door het Hof, waarbij rekening wordt gehouden met de afstand tussen 's-Gravenhage en de woonplaats van de afzonderlijke rechters.
De leden van het Hof zijn verplicht zich voortdurend ter beschikking van het Hof te houden, tenzij zij met verlof zijn of door ziekte of om andere aan de President bekend te maken ernstige redenen, verhinderd zijn.
Artikel 24
Indien een lid, om een bijzondere reden, meent niet te moeten deelnemen aan de beslissing in een bepaalde zaak, stelt het de President daarvan in kennis.
Indien de President meent dat een van de leden van het Hof om een bijzondere reden in een bepaalde zaak geen zitting moet nemen, stelt hij dit lid daarvan in kennis.
Indien in zulk een geval het lid van het Hof en de President van mening verschillen, beslist het Hof.
Artikel 25
Behoudens waar in dit Statuut anders wordt bepaald, houdt het Hof voltallig zitting.
Het Reglement van het Hof kan bepalen dat één of meer rechters, afhankelijk van de omstandigheden en bij toerbeurt, kunnen worden ontslagen van hun verplichting deel te nemen aan de zitting, mits het aantal rechters dat beschikbaar is om het Hof te vormen daardoor niet beneden elf daalt.
Een quorum van negen rechters is voldoende om het Hof te vormen.
Artikel 26
Het Hof kan, naar behoefte, één of meer kamers vormen die, al naar het Hof bepaalt, uit drie of meer rechters worden samengesteld en die zich bezighouden met bijzondere categorieën zaken, zoals arbeidszaken en zaken betreffende transit en verbindingen.
Het Hof kan te allen tijde een kamer vormen voor de behandeling van een bijzondere zaak. Het aantal rechters waaruit zulk een kamer bestaat wordt door het Hof, met goedkeuring van de partijen, vastgesteld.
Indien de partijen daarom verzoeken, worden zaken door de in dit artikel bedoelde kamers behandeld en afgedaan.
Artikel 27
Een vonnis, gewezen door één der in de artikelen 26 en 29 bedoelde kamers, wordt geacht te zijn gewezen door het Hof.
Artikel 28
De in de artikelen 26 en 29 bedoelde kamers kunnen, met goedvinden der partijen, in andere plaatsen dan's-Gravenhage zitting houden en hun functies uitoefenen.
Artikel 29
Met het oog op een snelle afdoening van de zaken vormt het Hof elk jaar een uit vijf rechters samengestelde kamer die, op verzoek van partijen, in kort geding recht kan spreken. Tevens worden twee rechters aangewezen ter vervanging van die rechters die verhinderd zijn zitting te nemen.
Artikel 30
Het Hof stelt een reglement vast voor de uitoefening van zijn functies. Met name regelt het de procedure.
Het Reglement van het Hof kan voorzien in de benoeming van bijzitters, die de zittingen van het Hof of van de kamers van het Hof bijwonen, echter zonder stemrecht.
Artikel 31
Rechters die de nationaliteit bezitten van één der partijen behouden het recht zitting te nemen in de zaak die voor het Hof dient.
Indien zich onder de rechters die zitting zullen nemen een rechter bevindt die de nationaliteit van één der partijen bezit, kan elk der andere partijen naar eigen keuze een persoon aanwijzen die zitting zal nemen als rechter. Deze wordt bij voorkeur gekozen uit de personen die overeenkomstig het in de artikelen 4 en 5 bepaalde waren voorgedragen.
Indien zich onder de rechters die zitting zullen nemen geen rechter bevindt die de nationaliteit van de partijen bezit, kan elk dezer partijen een rechter kiezen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op het geval bedoeld in de artikelen 26 en 29. In deze gevallen verzoekt de President één of, zo nodig, twee van de leden van het Hof die de kamer vormen hun plaats af te staan aan de leden van het Hof die de nationaliteit van de betrokken partijen bezitten en, zo dezen er niet zijn of verhinderd zijn, aan de voor dit doel door de partijen gekozen rechters.
Wanneer verschillende partijen in een zaak hetzelfde belang hebben, worden zij voor de toepassing van de voorgaande bepalingen beschouwd als één partij. In geval van twijfel hierover beslist het Hof.
De rechters gekozen overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid van dit artikel dienen te voldoen aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in de artikelen 2, 17 (tweede lid), 20 en 24 van dit Statuut. Zij nemen deel aan de beslissing op voet van volkomen gelijkheid met hun ambtgenoten.
Artikel 32
Elk lid van het Hof ontvangt een jaarlijkse bezoldiging.
De President ontvangt een bijzondere jaarlijkse toelage.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.