Derde Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

Type Verdrag
Publication 2012-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De lidstaten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Geleid door de wens hun individuele en gezamenlijke vermogen om op te treden tegen criminaliteit te versterken;

Gelet op de bepalingen van het Europees Verdrag betreffende uitlevering (ETS nr. 24), opengesteld voor ondertekening te Parijs op 13 december 1957, (hierna te noemen „het Verdrag”) alsmede de twee Aanvullende Protocollen daarbij (ETS nr. 86 en nr. 98), onderscheidenlijk gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1975 en 17 maart 1978;

Overwegend dat het wenselijk is het Verdrag in bepaalde opzichten aan te vullen teneinde de uitleveringsprocedure te vereenvoudigen en te bespoedigen, wanneer de gezochte persoon instemt met uitlevering.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Verplichting tot uitlevering volgens de verkorte procedure

De Verdragsluitende partijen verplichten zich ertoe om elkaar, overeenkomstig de verkorte procedure voorzien in dit Protocol, personen die in overeenstemming met artikel 1 van het Verdrag worden gezocht uit te leveren, mits deze personen daarmee instemmen en de aangezochte partij zijn toestemming daarvoor heeft gegeven.

Artikel 2. Instelling van de procedure
1.

Indien overeenkomstig artikel 16 van het Verdrag om de voorlopige aanhouding van de gezochte persoon is verzocht, is de uitlevering bedoeld in artikel 1 van dit Protocol niet afhankelijk van het indienen van een verzoek om uitlevering en het overleggen van de vereiste documenten overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 5 van dit Protocol en voor het nemen van de definitieve beslissing inzake de uitlevering volgens de verkorte procedure worden door de aangezochte partij de volgende, door de verzoekende partij verschafte gegevens toereikend geacht:

2.

Het eerste lid laat overlet dat om aanvullende gegevens kan worden verzocht indien de in bedoeld lid voorziene gegevens voor de aangezochte partij onvoldoende zijn om te kunnen beslissen over de uitlevering.

3.

In gevallen waarin de aangezochte partij in overeenstemming met artikel 12 van het Verdrag een verzoek om uitlevering heeft ontvangen, is dit Protocol van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Verplichting tot het informeren van de betrokkene

Indien een persoon die wordt gezocht ten behoeve van uitlevering in overeenstemming met artikel 16 van het Verdrag wordt aangehouden, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij betrokkene overeenkomstig haar recht en zonder onnodige vertraging in kennis van het verzoek dat op hem of haar betrekking heeft en van de mogelijkheid de verkorte uitleveringsprocedure in overeenstemming met dit Protocol toe te passen.

Artikel 4. Instemming met uitlevering
1.

De instemming van de gezochte persoon en, in voorkomend geval, zijn of haar uitdrukkelijke afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel, geschiedt ten overstaan van de bevoegde rechterlijke instantie van de aangezochte partij overeenkomstig het recht van die partij.

2.

Elke partij neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de instemming en, in voorkomend geval, de afstand als bedoeld in het eerste lid, wordt verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de betrokkene uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de rechtsgevolgen. De gezochte persoon heeft het recht zich daartoe door een raadsman te doen bijstaan. Wanneer nodig ziet de aangezochte partij erop toe dat de gezochte persoon wordt bijgestaan door een tolk.

3.

De instemming en, in voorkomend geval, de afstand als bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd overeenkomstig het recht van de aangezochte partij.

4.

Onder voorbehoud van het vijfde lid kan de instemming en, in voorkomend geval, de afstand als bedoeld in het eerste lid, niet worden herroepen.

5.

Elke staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of op enig tijdstip daarna, verklaren dat de instemming en, in voorkomend geval, de afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel, kunnen worden herroepen. De instemming kan worden herroepen totdat de aangezochte partij haar definitieve beslissing over uitlevering overeenkomstig de verkorte procedure heeft genomen. In dat geval wordt het tijdvak tussen de kennisgeving inzake de instemming en die inzake de herroeping ervan niet in aanmerking genomen bij het vaststellen van de tijdvakken voorzien in artikel 16, vierde lid, van het Verdrag. De afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel kan worden herroepen tot de feitelijke uitlevering van de betrokkene. Elke herroeping van de instemming met uitlevering en elke herroeping van de afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel wordt overeenkomstig het recht van de aangezochte partij vastgelegd en de verzoekende partij wordt daarvan onverwijld in kennis gesteld.

Artikel 5. Afstand van de bescherming van het specialiteitsbeginsel

Elke staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of op een later tijdstip verklaren dat het bepaalde in artikel 14 van het Verdrag niet van toepassing is indien de door deze staat uitgeleverde persoon overeenkomstig artikel 4 van dit Protocol:

Artikel 6. Kennisgeving na voorlopige aanhouding
1.

Teneinde de verzoekende partij in de gelegenheid te stellen, in voorkomend geval, een verzoek om uitlevering overeenkomstig artikel 12 van het Verdrag in te dienen, stelt de aangezochte partij haar zo spoedig mogelijk en uiterlijk tien dagen na de datum van de voorlopige aanhouding ervan in kennis of de gezochte persoon heeft ingestemd met de uitlevering.

2.

Indien de aangezochte partij in uitzonderlijke gevallen besluit de verkorte procedure ondanks de instemming van de gezochte persoon niet toe te passen, stelt zij de verzoekende partij daarvan tijdig genoeg in kennis om deze in de gelegenheid te stellen een verzoek om uitlevering in te dienen voordat de ingevolge artikel 16 van het Verdrag vastgestelde termijn van veertig dagen verstrijkt.

Artikel 7. Kennisgeving van de beslissing

Indien de gezochte persoon heeft ingestemd met de uitlevering, stelt de aangezochte partij de verzoekende partij binnen twintig dagen na de datum van de instemming in kennis van haar beslissing ter zake van de uitlevering volgens de verkorte procedure.

Artikel 8. Communicatiemiddelen

Voor de toepassing van dit Protocol kunnen mededelingen langs elektronische weg of met andere middelen worden verzonden op zodanige wijze dat schriftelijke vastlegging mogelijk is onder voorwaarden die de partijen in de gelegenheid stellen de authenticiteit ervan vast te stellen, alsmede via de Internationale Criminele Politie Organisatie (Interpol). In alle gevallen legt de betrokken partij op verzoek te allen tijde de originele stukken of gewaarmerkte afschriften daarvan over.

Artikel 9. Feitelijke uitlevering van de opgeëiste persoon

De feitelijke uitlevering geschiedt zo spoedig mogelijk en bij voorkeur binnen tien dagen na de datum van de kennisgeving van de beslissing omtrent de uitlevering.

Artikel 10. Instemming na het verstrijken van de termijn bepaald in artikel 6

Indien de gezochte persoon na het verstrijken van de termijn van 10 dagen, vervat in artikel 6, eerste lid, van dit Protocol, instemt met de uitlevering, past de aangezochte partij de verkorte procedure toe zoals voorzien in dit Protocol, indien zij nog geen verzoek om uitlevering in de zin van artikel 12 van het Verdrag heeft ontvangen.

Artikel 11. Doortocht

In geval van doortocht onder de voorwaarden vervat in artikel 21 van het Verdrag waarbij een persoon volgens een verkorte procedure dient te worden uitgeleverd aan de verzoekende partij gelden de volgende bepalingen:

Artikel 12. Verhouding tot het Verdrag en andere internationale instrumenten
1.

De in dit Protocol gebruikte woorden en uitdrukkingen worden uitgelegd in de geest van het Verdrag. Voor de partijen bij dit Protocol zijn de bepalingen van het Verdrag van overeenkomstige toepassing voor zover zij verenigbaar zijn met de bepalingen van dit Protocol.

2.

De bepalingen van dit Protocol laten de toepassing van artikel 28, tweede en derde lid, van het Verdrag ter zake van de verhouding tussen het Verdrag en bilaterale of multilaterale verdragen onverlet.

Artikel 13. Minnelijke regeling

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de toepassing van dit Protocol en stelt alles in het werk om een minnelijke regeling te bewerkstelligen voor elk probleem dat zou kunnen voortvloeien uit de uitlegging en toepassing ervan.

Artikel 14. Ondertekening en inwerkingtreding
1.

Dit Protocol is opengesteld voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa die partij zijn bij of het Verdrag hebben ondertekend. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Een ondertekenaar van dit Protocol kan het uitsluitend bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren na of tegelijkertijd met de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van het Verdrag. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

3.

Met betrekking tot elke ondertekenende staat die vervolgens zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van het Protocol nederlegt, treedt dit Protocol in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging.

Artikel 15. Toetreding
1.

Een staat die geen lid is en die is toegetreden tot het Verdrag mag tot dit Protocol toetreden na de inwerkingtreding ervan.

2.

De toetreding geschiedt door de nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

3.

Ten aanzien van elke toetredende staat treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte van toetreding.

Artikel 16. Territoriale toepassing
1.

Elke staat kan, bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het gebied of de gebieden waarop dit Protocol van toepassing is nader aanduiden.

2.

Elke staat kan op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van die verklaring door de Secretaris-Generaal.

3.

Elke krachtens de twee voorgaande leden gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring nader aangeduid grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 17. Verklaringen en voorbehouden
1.

Door een staat gemaakte voorbehouden ten aanzien van de bepalingen van het Verdrag of de twee Aanvullende Protocollen daarbij zijn eveneens op dit Protocol van toepassing, tenzij die staat anderszins verklaart op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Hetzelfde is van toepassing op verklaringen ter zake van of uit hoofde van een bepaling van het Verdrag of de twee Aanvullende Protocollen daarbij.

2.

Elke staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren gebruik te maken van het recht artikel 2, eerste lid, van dit Protocol geheel of ten dele niet te aanvaarden. Andere voorbehouden kunnen niet worden gemaakt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.