Overeenkomst inzake het internationale luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1945-02-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten, die, lid zijnde van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, deze Overeenkomst inzake het Internationale Luchtvervoer onderteekenen en aanvaarden, verklaren het volgende:

Artikel I

Sectie 1.

Elke overeenkomstsluitende Staat kent met betrekking tot geregelde internationale luchtdiensten aan de andere overeenkomstsluitende Staten toe de volgende vrijheden van de lucht:

Voor wat de rechten, vermeld onder de punten (3), (4) en (5) van deze Sectie betreft, heeft de verbintenis van elken overeenkomstsluitenden Staat enkel betrekking op doorgaande diensten, welke routes volgen, die een redelijk rechtstreeksche lijn vormen met het eigen gebied van den Staat, welks nationaliteit het luchtvaartuig bezit, als begin of eindpunt.

De rechten, vervat in deze Sectie zijn niet van toepassing op luchthavens, welke met uitsluiting van alle geregelde nationale luchtdiensten gebruikt worden voor militaire doeleinden. In gebieden waar daadwerkelijke vijandelijkheden plaats hebben of welke militair bezet zijn, en, in tijd van oorlog, langs de toevoerwegen naar zulke gebieden, zal de uitoefening van deze rechten onderworpen zijn aan de goedkeuring van de bevoegde militaire autoriteiten.

Sectie 2.

De uitoefening van bovengenoemde rechten zal geschieden overeenkomstig de bepalingen van de op 7 December 1944 te Chicago opgestelde Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart en van het eveneens op 7 December 1944 te Chicago opgestelde Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, wanneer dit Verdrag van kracht wordt.

Sectie 3.

Een overeenkomstsluitende Staat, welke aan de luchtvaartmaatschappijen van een anderen overeenkomstsluitenden Staat het recht verleent om te landen voor andere dan verkeersdoeleinden, zal den eisch mogen stellen, dat zoodanige luchtvaartmaatschappijen op de plaatsen waar deze tusschenlandingen worden gemaakt redelijke commercieele diensten bieden.

Een zoodanige eisch zal niet tengevolge mogen hebben eenig verschil in behandeling tusschen luchtvaartmaatschappijen, welke dezelfde route vliegen; hij zal rekening moeten houden met het laadvermogen van de luchtvaartuigen en hij zal worden toegepast op zoodanige wijze, dat de normale uitoefening van de betrokken internationale luchtdiensten of de rechten en verplichtingen van een overeenkomstsluitenden Staat niet worden geschaad.

Sectie 4.

Elke overeenkomstsluitende Staat zal het recht hebben, aan de luchtvaartuigen van andere overeenkomstsluitende Staten vergunning te weigeren om binnen zijn grondgebied op te nemen passagiers, post en goederen, vervoerd tegen vergoeding of belooning, bestemd voor een ander punt binnen zijn grondgebied. Elke overeenkomstsluitende Staat neemt op zich geen regelingen aan te gaan, welke, met uitsluiting van de andere, aan een bepaalden Staat of aan een luchtvaartmaatschappij van een anderen Staat een zoodanig recht uitdrukkelijk toekent, noch van een anderen Staat geen zoodanig alleenrecht te verkrijgen.

Sectie 5.

Elke overeenkomstsluitende Staat kan, met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst:

Sectie 6.

Elke overeenkomstsluitende Staat behoudt zich het recht voor, een luchtvervoersonderneming van een anderen Staat een bewijs of vergunning te onthouden of deze te herroepen, in elk geval, dat niet tot zijn genoegen is gebleken, dat het wezenlijke eigendomsrecht en het daadwerkelijke toezicht berusten bij onderdanen van een overeenkomstsluitenden Staat, dan wel in geval een zoodanige luchtvervoersonderneming in gebreke blijft de wetten van den Staat, over welks grondgebied zij luchtdiensten uitoefent, na te komen of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te voldoen.

Artikel II

Sectie 1.

De overeenkomstsluitende Staten aanvaarden deze Overeenkomst als opheffende alle tusschen hen bestaande verplichtingen en afspraken, welke onvereenigbaar zijn met haar bepalingen en nemen op zich, zoodanige verplichtingen en afspraken niet aan te gaan. Een overeenkomstsluitende Staat, welke eenige andere verplichting heeft aangegaan, welke onvereenigbaar is met deze Overeenkomst, zal onmiddellijk stappen doen om van zijn verplichtingen te worden ontslagen. Indien een luchtvaartmaatschappij van een overeenkomstsluitenden Staat zoodanige onvereenigbare verplichtingen heeft aangegaan, zal de Staat, welks nationaliteit zij bezit, zijn beste krachten aanwenden om de onverwijlde beëindiging ervan te verzekeren en zal in ieder geval zorgdragen, dat zij worden beëindigd zoo spoedig als zulks op wettige wijze na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan geschieden.

Sectie 2.

Met inachtneming van de bepalingen, vervat in de voorgaande Sectie, kan een overeenkomstsluitende Staat regelingen treffen met betrekking tot internationale luchtdiensten, welke niet onvereenigbaar zijn met deze Overeenkomst. Elke zoodanige regeling zal onverwijld worden geregistreerd bij den Raad, die deze zoo spoedig mogelijk openbaar zal maken.

Artikel III

Elke overeenkomstsluitende Staat neemt op zich, dat bij het instellen en uitoefenen van doorgaande diensten behoorlijk rekening zal worden gehouden met de belangen van de andere overeenkomstsluitende Staten, door niet onnoodig hun locale diensten te hinderen of de ontwikkeling van hun doorgaande diensten te bemoeilijken.

Artikel IV

Sectie 1

Elke overeenkomstsluitende Staat, kan door middel van een voorbehoud, gehecht aan deze Overeenkomst, op het oogenblik van onderteekening of aanvaarding verkiezen om de rechten en verplichtingen, bedoeld in Artikel I, Sectie 1, lid (5), niet te verleenen en te aanvaarden, en kan te allen tijde na de aanvaarding zich met een opzeggingstermijn van zes maanden door een mededeeling aan den Raad aan deze rechten en verplichtingen onttrekken. Zoodanige overeenkomstsluitende Staat kan door middel van een mededeeling aan den Raad met een termijn van zes maanden deze rechten en verplichtingen naar gelang van den aard van het geval op zich nemen of weder op zich nemen.

Geen overeenkomstsluitende Staat zal verplicht zijn rechten, als bedoeld in meergenoemd lid, toe te kennen aan een overeenkomstsluitenden Staat, welke deze rechten niet aanvaard heeft.

Sectie 2.

Een overeenkomstsluitende Staat, welke meent, dat een bepaalde daad van een anderen overeenkomstsluitenden Staat in het bestek van deze Overeenkomst hem onrecht of overlast veroorzaakt, kan de Raad vragen, de aangelegenheid te onderzoeken. De Raad zal daarop de aangelegenheid in onderzoek nemen en de betrokken Staten tot het plegen van overleg bijeenroepen. In geval een zoodanig overleg de moeilijkheid niet zou oplossen, zal de Raad aan de betrokken Staten zijn meening terzake kenbaar maken en aanbevelingen doen. Indien daarna een der betrokken overeenkomstsluitende Staten naar de meening van den Raad zou nalaten de noodige maatregelen tot verbetering van den toestand te nemen, kan de Raad de Vergadering van bovengenoemde Organisatie in overweging geven, dat aan zoodanigen overeenkomstsluitenden Staat zijn rechten en voorrechten, voortvloeiende uit deze Overeenkomst, worden ontzegd, totdat die maatregelen zijn genomen. De Vergadering kan dan bij een meerderheid van twee derden der stemmen zoodanigen overeenkomstsluitenden Staat uitsluiten voor een tijdvak als haar goeddunkt of totdat de Raad van Oordeel is, dat zoodanige Staat de maatregelen tot verbetering van den toestand heeft genomen.

Sectie 3.

Indien eenige oneenigheid tusschen twee of meer overeenkomstsluitende Staten met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst niet opgelost kan worden door onderhandelingen, zullen de bepalingen van Hoofdstuk XVIII van bovengenoemd Verdrag, geldende voor gevallen van oneenigheid met betrekking tot de uitlegging of toepassing daarvan, van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel V

Deze Overeenkomst blijft even lang van kracht als bovengenoemd Verdrag, met dien verstande evenwel, dat een overeenkomstsluitende Staat, welke partij is bij deze Overeenkomst, haar kan opzeggen met een opzeggingstermijn van een jaar door middel van een mededeeling aan de Regeering van de Vereenigde Staten van Amerika, die onverwijld alle andere overeenkomstsluitende Staten kennis zal geven van zoodanige mededeeling en opzegging.

Artikel VI

Hangende het van kracht worden van bovengenoemd Verdrag, zullen alle verwijzingen naar dat Verdrag, welke in deze Overeenkomst voorkomen, met uitzondering van die, vervat in Artikel IV, Sectie 3, en in Artikel VII, geacht worden verwijzingen te zijn naar de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, opgesteld te Chicago op 7 December 1944; verwijzingen naar de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, de Vergadering en den Raad zullen worden geacht verwijzingen te zijn onderscheidenlijk naar de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, de Voorloopige Vergadering en den Voorloopigen Raad.

Artikel VII

In deze Overeenkomst zal onder „grondgebied” worden verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in Artikel 2 van bovengenoemd Verdrag.

Artikel VIII. Onderteekeningen en Aanvaardingen van deze Overeenkomst.

De ondergeteekende gedelegeerden ter Internationale Burgerlijke Luchtvaart Conferentie, bijeengeroepen te Chicago op 1 November 1944, hebben hun handteekening onder deze Overeenkomst geplaatst, met dien verstande, dat aan de Regeering van de Vereenigde Staten van Amerika ten spoedigste door elk der Regeeringen, in wier naam de Overeenkomst is onderteekend, zal worden medegedeeld, of onderteekening uit haar naam beteekent de aanvaarding door die Regeering van de Overeenkomst en een verplichting welke haar bindt.

Elke Staat, welke lid is van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, kan deze Overeenkomst aanvaarden als een hem bindende verplichting door middel van een kennisgeving nopens haar aanvaarding, gericht tot de Regeering van de Vereenigde Staten, en zoodanige aanvaarding zal van kracht worden met ingang van het tijdstip van de ontvangst van de kennisgeving door die Regeering.

Deze Overeenkomst wordt tusschen de overeenkomstsluitende Staten van kracht door de aanvaarding door elk van hen. Daarna zal zij bindend worden voor elken anderen Staat welke van haar aanvaarding kennis geeft aan de Regeering van de Vereenigde Staten, met ingang van den dag van ontvangst van de aanvaarding door die Regeering. De Regeering van de Vereenigde Staten zal alle Staten, welke de Overeenkomst hebben onderteekend en aanvaard, inlichten omtrent het tijdstip waarop zij door de verschillende Staten is aanvaard, alsook omtrent het tijdstip waarop zij voor iederen Staat, welke haar aanvaardt, van kracht wordt.

In witness whereof, the undersigned, having been duly authorized, sign this Agreement on behalf of their respective governments on the date appearing opposite their respective signatures.

Done at Chicago the seventh day of December 1944 in the English language. A text drawn up in the English, French, and Spanish languages, each of which shall be of equal authenticity, shall be opened for signature at Washington, D. C. Both texts shall be deposited in the archives of the Government of the United States of America, and certified copies shall be transmitted by that Government to the governments of all the States which may sign or accept this Agreement.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.