Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar twee en dertigste zitting op 8 Juni 1949,
Besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen met betrekking tot de herziening van het Verdag betreffende migrerende arbeiders, 1939, door de Conferentie aangenomen in haar vijf en twintigste zitting, welk onderwerp begrepen is in het elfde punt op de agenda der zitting,
Overwegende dat deze voorstellen de vorm moeten aannemen van een internationaal verdrag,
neemt heden, de eerste Juli negentienhonderd negen en veertig, het volgende verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald, onder de titel „Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien), 1949”:
Artikel 1
Elk Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich op verzoek ter beschikking van het Internationaal Arbeidsbureau en van andere Leden te stellen:
- a. inlichtingen betreffende de nationale politiek, wetten en regelingen betreffende emigratie en immigratie;
- b. inlichtingen betreffende bijzondere bepalingen met betrekking tot de migratie van arbeiders en de arbeids- en levensvoorwaarden van migrerende arbeiders;
- c. inlichtingen betreffende algemene overeenkomsten en bijzondere regelingen terzake aangegaan door het Lid.
Artikel 2
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich een behoorlijke en kosteloze dienst in stand te houden, of zich ervan te verzekeren dat deze in stand gehouden wordt, teneinde migrerende arbeiders behulpzaam te zijn en in het bijzonder om hun juiste inlichtingen te verschaffen.
Artikel 3
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich, voor zover nationale wettelijke maatregelen dit mogelijk maken, alle passende maatregelen te nemen tegen misleidende propaganda betreffende emigratie en immigratie.
Tot dit doel zal het, waar passend, samenwerken met andere betrokken Leden.
Artikel 4
In passende gevallen moeten door elk Lid, binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, maatregelen worden genomen ter vergemakkeling van vertrek, reis en ontvangst van migrerende arbeiders.
Artikel 5
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich binnen de grenzen van zijn bevoegdheid behoorlijke medische diensten in stand te houden, met de taak
- a. waar nodig vast te stellen, zowel ten tijde van vertrek als ten tijde van aankomst, dat migrerende arbeiders en de leden van hun gezinnen, die toestemming verkregen hebben hen te vergezellen of zich bij hen te voegen, in goede gezondheid verkeren;
- b. er voor waken, dat migrerende arbeiders en hun gezinsleden een behoorlijk geneeskundig toezicht genieten en goede hygiënische omstandigheden ten tijde van het vertrek, gedurende de reis en bij aankomst in het land van bestemming.
Artikel 6
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich zonder onderscheid ten aanzien van nationaliteit, ras, godsdienst of geslacht, emigranten die wettig op zijn territoir verblijven, te behandelen op een wijze, die niet minder gunstig is dan die, welke het aan zijn eigen onderdanen verleent met betrekking tot de volgende onderwerpen:
- a. voor zover deze aangelegenheden bij wettelijke maatregelen geregeld worden, of aan het toezicht van administratieve autoriteiten onderworpen zijn
- (1). de beloning, daaronder begrepen gezinstoelagen waar deze een deel van de beloning uitmaken, arbeidsduur, overwerkregelingen, vacanties met behoud van loon, beperkingen ten aanzien van huisarbeid, minimum leeftijd voor toelating tot arbeid, leerlingschap en opleiding, vrouwenarbeid en de arbeid van jeugdige personen;
- (2). het lidmaatschap van vakverenigingen en het genieten van de voordelen van collectieve arbeidsovereenkomsten; en
- (3). de huisvesting;
- b. sociale zekerheid (te weten wettelijke bepalingen ten aanzien van arbeidsongevallen, beroepsziekten, moederschap, ziekte, invaliditeit, ouderdom, overlijden, werkloosheid, gezinslasten, en enige andere omstandigheid, welke krachtens nationale wettelijke maatregelen door een sociaal zekerheidstelsel gedekt wordt), behoudens de volgende beperkingen:
- (1). passende regelingen mogen worden vastgesteld ter handhaving van verkregen rechten en aanspraken;
- (2). nationale wettelijke maatregelen van immigratielanden mogen bijzondere regelingen geven betreffende uitkeringen of gedeelten van uitkeringen, welke geheel uit openbare fondsen worden bekostigd, en betreffende uitkeringen, gedaan aan personen, die niet voldoen aan de voorwaarden ten aanzien van de bijdrage vastgesteld ter verkrijging van een normaal pensioen;
- c. belastingen, contributies of bijdragen terzake van de arbeid, die ten aanzien van de arbeider geheven worden; en
- d. gerechtelijke acties betreffende de aangelegenheden in dit verdrag geregeld.
Wanneer het een bondsstaat betreft zullen de bepalingen van dit artikel van toepassing zijn voorzover de behandelde aangelegenheden geregeld worden door federale wettelijke maatregelen of onderworpen zijn aan het toezicht van federale administratieve autoriteiten. De mate waarin en de wijze waarop deze bepalingen zullen worden toegepast ten aanzien van aangelegenheden geregeld bij de wettelijke maatregelen van de samenstellende staten, provincies of cantons, of onderworpen aan het toezicht van de administratieve autoriteiten daarvan, zal door elk Lid worden vastgesteld. In zijn jaarrapport betreffende de toepassing van dit Verdrag, moet het Lid de mate aangeven, waarin de aangelegenheden behandeld in dit artikel, geregeld worden door federale wettelijke maatregelen of onderworpen zijn aan het toezicht van federale administratieve autoriteiten. Ten aanzien van aangelegenheden, geregeld bij de wettelijke maatregelen van de samenstellende staten, provincies of cantons, of onderworpen aan het toezicht van de administratieve autoriteiten daarvan, moet het Lid handelen overeenkomstig het bepaalde in lid 7, b van artikel 19 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Artikel 7
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich dat zijn dienst voor de werkgelegenheid en andere diensten, welke met migratie bemoeienis hebben, in daarvoor in aanmerking komende gevallen zullen samenwerken met de overeenkomstige diensten van andere Leden.
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich dat de werkzaamheden uitgevoerd door zijn openbare dienst voor de werkgelegenheid geen kosten zullen meebrengen voor de migrerende arbeiders.
Artikel 8
Een migrerende arbeider, die blijvend toegelaten is en de leden van zijn gezin, die toestemming verkregen hebben hem te vergezellen of zich bij hem te voegen, mogen niet worden teruggezonden naar het land van herkomst of het land van emigratie op grond van het feit, dat de migrerende arbeider niet in staat is zijn beroep uit te oefenen ten gevolge van ziekte of ongeval verkregen na aankomst, tenzij de betrokken persoon dit verlangt of een internationale overeenkomst, waarbij het Lid partij is, dit bepaalt.
Wanneer migrerende arbeiders blijvend toegelaten worden bij aankomst in het immigratieland, kan de bevoegde autoriteit van dat land vaststellen, dat de bepalingen van lid 1 van dit artikel slechts van toepassing zullen zijn na een redelijk tijdsverloop, hetwelk in geen geval een periode van vijf jaar te rekenen van de datum van toelating van die migrerende arbeiders, mag overschrijden.
Artikel 9
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, verbindt zich, met inachtneming van de beperkingen opgelegd door nationale wettelijke maatregelen betreffende de uitvoer en invoer van deviezen, goedkeuring te verlenen aan overmaking van een zodanig deel van de verdiensten en spaargelden van migrerende arbeiders als deze verlangen.
Artikel 10
Wanneer het aantal migrerende arbeiders, dat van het gebied van een Lid naar dat van een ander gaat, voldoende groot is, moeten de bevoegde autoriteiten van de betrokken gebieden, telkens wanneer dit nodig of wenselijk is, overeenkomsten sluiten ter regeling van zaken van gemeenschappelijk belang welke zich voordoen bij de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 11
In dit Verdrag betekent de term „migrerende arbeider” een persoon, die van een land naar een ander migreert met het oogmerk in dienstbetrekking en niet voor eigen rekening te arbeiden; de term sluit in elke persoon die regelmatig als migrerende arbeider is toegelaten.
Dit Verdrag is niet van toepassing op:
- a. grensarbeiders;
- b. verblijf van korte duur van personen, die een vrij beroep uitoefenen, en kunstenaars; en
- c. zeelieden.
Artikel 12
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.
Artikel 13
Dit Verdrag zal slechts verbindend zijn voor de Leden der Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen inschrijven.
Het zal van kracht worden twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.
Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder der Leden in werking treden twaalf maanden na de datum, waarop zijn bekrachtiging zal zijn ingeschreven.
Artikel 14
Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, kan bij een verklaring, gevoegd bij zijn bekrachtiging, een of meer bijlagen van dit Verdrag van de bekrachtiging uitzonderen.
Tenzij deze verklaring anders bepaalt, zullen de bepalingen van de bijlagen dezelfde rechtskracht hebben als de bepalingen van het Verdrag.
Elk Lid, dat de bedoelde verklaring aflegt, kan bij een nadere verklaring de Directeur-Generaal er van in kennis stellen, dat het een of meer bijlagen, vermeld in de verklaring, aanvaardt; met ingang van de datum van inschrijving van een zodanige mededeling door de Directeur-Generaal, zullen de bepalingen van die bijlagen van toepassing zijn op het betreffende Lid.
Zolang een verklaring, afgelegd krachtens lid 1, van kracht blijft ten aanzien van een bijlage, kan het Lid verklaren bereid te zijn die bijlage te aanvaarden als hebbende de kracht van een aanbeveling.
Artikel 15
Verklaringen, gezonden, aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig lid 2 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven:
- a. de gebieden, ten aanzien waarvan het betreffende Lid zich verbindt de bepalingen van het Verdrag of van een of meer bijlagen ongewijzigd toe te passen;
- b. de gebieden, ten aanzien waarvan het zich verbindt de bepalingen van het Verdrag en van een of meer bijlagen met wijzigingen toe te passen, en waarin die wijzigingen bestaan;
- c. de gebieden waar het Verdrag en een of meer bijlagen niet toegepast kunnen worden, en in die gevallen de redenen waarom;
- d. de gebieden waarvoor het zich zijn beslissing voorbehoudt, hangende nader onderzoek van de omstandigheden.
De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben.
Elk Lid kan bij een nadere verklaring van alle of een deel der voorbehouden, neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring krachtens het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel, afstand doen.
Elk Lid kan op enig tijdstip, waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden medegedeeld wordt.
Artikel 16
Verklaringen, gezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig de leden 4 en 5 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven of de bepalingen van het Verdrag en van een of meer bijlagen ongewijzigd of gewijzigd zullen worden toegepast in het betreffende gebied; indien de verklaring aangeeft, dat de bepalingen van het Verdrag of van een of meer bijlagen met wijzigingen zullen worden toegepast, moet deze aangeven waarin die wijzigingen bestaan.
Het betreffende Lid, de betreffende Leden of internationale autoriteit kunnen te allen tijde bij een volgende verklaring geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht zich te beroepen op een wijziging in een vorige verklaring medegedeeld.
Het betreffende Lid, de betreffende Leden of internationale autoriteit kunnen op enig tijdstip, waarop dit Verdrag of een of meer bijlagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 opgezegd kunnen worden, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van de toepassing van dit Verdrag medegedeeld wordt.
Artikel 17
Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum, waarop dit Verdrag van kracht is geworden, zulks bij een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar, nadat zij is ingeschreven.
Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden zijn en zal daarna dit Verdrag kunnen opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren, onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.
Op enig tijdstip waarop dit Verdrag opgezegd kan worden overeenkomstig het bepaalde in de vorige leden, kan elk Lid, dat niet tot opzegging overgaat, aan de Directeur-Generaal een verklaring doen toekomen, waarbij het een bijlage van het Verdrag, welke voor dat Lid van kracht is, afzonderlijk opzegt.
Opzegging van dit Verdrag of van een of meer bijlagen zal geen inbreuk maken op de rechten krachtens dezelve verleend aan een migrant of zijn gezinsleden, indien geimmigreerd terwijl het Verdrag of de betreffende bijlage van kracht was, ten aanzien van het gebied waar de vraag van behoud van geldigheid van die rechten zich voordoet.
Artikel 18
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan alle Leden der Internationale Arbeidsorganisatie kennis geven van de inschrijving van alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hem door de Leden der Organisatie zullen zijn medegedeeld.
Bij de kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, zal de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden der Organisatie vestigen op de datum, waarop dit Verdrag van kracht zal worden.
Artikel 19
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doen, ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Artikel 20
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 21
Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
- a. de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag medebrengen, niettegenstaande het bepaalde in artikel 17, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag, houdende herziening van kracht is geworden;
- b. met ingang van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
Het onderhavige Verdrag zal echter van kracht blijven naar vorm en inhoud voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Artikel 22
De Internationale Arbeidsconferentie kan in elke zitting, waarin het onderwerp op haar agenda geplaatst is, met een meerderheid van tweederden der stemmen, een herziene tekst van een of meer der bijlagen van dit Verdrag aannemen.
Elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, moet binnen een jaar, of in bijzondere omstandigheden binnen achttien maanden na de sluiting van de zitting der conferentie, deze herziene tekst voorleggen aan de bevoegde autoriteit of autoriteiten, teneinde de aangelegenheid in een wet te belichamen of andere maatregelen terzake te nemen.
Deze herziene tekst zal voor elk Lid, waarvoor dit Verdrag van kracht is, van kracht worden door het doen toekomen door dat Lid aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van een verklaring waarin het kennis geeft van aanvaarding van de herziene tekst
Met ingang van de datum waarop de conferentie de herziene tekst van de bijlage heeft aangenomen, zal slechts de herziene tekst door de Leden aanvaard kunnen worden.
Artikel 23
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
Artikel 1
Deze bijlage is van toepassing op migrerende arbeiders, die niet geworven zijn krachtens regelingen voor groeps-migratie, getroffen onder toezicht van de Regering.
Artikel 2
In deze bijlage
- a. betekent de term „werving”: zomede het treffen van maatregelen met betrekking tot de handelingen onder 1 en 2, met inbegrip van het zoeken naar en de selectie van emigranten en de voorbereiding van hun vertrek;
-
- het aannemen van een persoon in een gebied ten behoeve van een werkgever in een ander gebied, of
-
- het zich verbinden jegens een persoon in een gebied om hem arbeid te verschaffen in een ander gebied,
- b. betekent de term „binnenleiding”: handelingen ter verzekering of vergemakkelijking van de aankomst in of de toelating tot een gebied van personen, die geworven zijn als bedoeld in lid a. van dit artikel; en
- c. betekent de term „plaatsing”: handelingen ter verzekering of vergemakkeling van de arbeid van personen, die binnengeleid zijn als bedoeld in lid b. van dit artikel.
Artikel 3
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, wiens wettelijke maatregelen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing, als bedoeld in artikel 2, toestaan, moet de door zijn wettelijke maatregelen toegestane handelingen regelen in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
Behoudens de bepalingen van het volgende lid, zal het recht handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing te verrichten, beperkt zijn tot
- a. openbare diensten voor de werkgelegenheid of andere openbare lichamen van het gebied, waar de handelingen plaats hebben;
- b. openbare lichamen van een ander gebied dan dat, waar de handelingen plaats hebben, welke goedkeuring hebben verkregen in dat gebied werkzaam te zijn bij overeenkomst tussen de betrokken Regeringen;
- c. elk lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte.
Voorzover nationale wettelijke maatregelen of een bilaterale overeenkomst dit toestaan, kunnen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing verricht worden door
- a. de werkgever of een persoon in zijn dienst, handelende in zijn naam, behoudens goedkeuring en toezicht door de bevoegde autoriteit, indien noodzakelijk in het belang van de migrant,
- b. een particulier bureau, indien voorafgaande toestemming daartoe verleend is door de bevoegde autoriteit van het gebied, waar de handelingen zullen plaats hebben, in de gevallen en onder de voorwaarden als zullen worden voorgeschreven bij
- i. de wettelijke maatregelen van dat gebied, of
- ii. een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteit van het emigratiegebied of enig lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale acte en de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied.
De bevoegde autoriteit van het gebied, waar de werkzaamheden plaats hebben, moet toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van lichamen en personen aan wie toestemming is verleend krachtens lid 3 b, doch niet op enig lichaam, ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte, ten aanzien waarvan de bepalingen van die akte zullen blijven gelden, of van enige overeenkomst gesloten tussen dat lichaam en de bevoegde autoriteit.
Niets in dit artikel zal geacht worden toe te staan, dat een migrerende arbeider toegelaten wordt in het gebied van enig Lid door een andere persoon of een ander lichaam dan de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied.
Artikel 4
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, verbindt zich te verzekeren, dat de diensten verleend door zijn openbare dienst voor de werkgelegenheid in verband met de werving, de binnenleiding of de plaatsing van migrerende arbeiders, kosteloos worden verleend.
Artikel 5
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, dat een stelsel van toezicht handhaaft op arbeidscontracten tussen een werkgever, of een persoon die in zijn naam handelt, en een migrerende arbeider, verbindt zich te eisen
- a. dat een afschrift van het arbeidscontract voor vertrek aan de migrant ter hand wordt gesteld of, indien de betrokken Regeringen aldus overeenkomen, in een ontvangstcentrum bij aankomst in het immigratiegebied;
- b. dat het contract bepalingen bevat, aangevende de arbeidsvoorwaarden, en in het bijzonder de beloning, aan de migrant aangeboden;
- c. dat de migrant voor vertrek schriftelijk, door middel van een document, dat of hem persoonlijk betreft of een groep migranten waarvan hij deel uitmaakt, inlichtingen ontvangt betreffende de algemene arbeids- en levensvoorwaaren, welke voor hem gelden in het immigratiegebied.
Indien een afschrift van het contract aan de migrant ter hand moet worden gesteld bij aankomst in het immigratiegebied, moet hij voor vertrek schriftelijk door middel van een document, dat of hem persoonlijk betreft of een groep migranten waarvan hij deel uitmaakt, worden ingelicht omtrent de beroepscategorie, waarvoor hij is aangenomen, en de andere arbeidsvoorwaarden, in het bijzonder het minimum loon dat hem wordt gewaarborgd.
De bevoegde autoriteit moet verzekeren, dat de bepalingen van de voorgaande leden worden nageleefd, en dat passende sancties worden toegepast in geval van overtreding daarvan.
Artikel 6
De maatregelen genomen krachtens artikel 4 van het Verdrag moeten, waar passend, omvatten
- a. de vereenvoudiging van administratieve formaliteiten;
- b. het verschaffen van tolkendiensten;
- c. noodzakelijke bijstand gedurende een beginperiode bij de vestiging van migranten en leden van hun gezinnen, die toestemming verkregen hebben hen te vergezellen of zich bij hen te voegen; en
- d. het waarborgen van het welzijn gedurende de reis en in het bijzonder aan boord, van migranten en leden van hun gezinnen, die toestemming verkregen hebben hen te vergezellen of zich bij hen te voegen.
Artikel 7
Wanneer het aantal migrerende arbeiders, dat van het gebied van een Lid naar dat van een ander Lid gaat, voldoende groot is, moeten de bevoegde autoriteiten van de betrokken gebieden, telkens wanneer dit nodig of wenselijk is, overeenkomsten sluiten ter regeling van zaken van gemeenschappelijk belang welke zich voordoen bij de toepassing van de bepalingen van deze bijlage.
Waar de Leden een stelsel van toezicht op arbeidscontracten bezitten, moeten deze overeenkomsten de methoden aangeven waarop nakoming van de contractuele verplichtingen van de werkgevers zal worden verzekerd.
Artikel 8
Personen, die clandestiene of illegale emigratie bevorderen, moeten passend worden gestraft.
Artikel 1
Deze bijlage is van toepassing op migrerende arbeiders, die geworven zijn krachtens regelingen voor groeps-migratie, getroffen onder toezicht van de Regering.
Artikel 2
In deze bijlage
- a. betekent de term „werving”: zomede het treffen van maatregelen met betrekking tot de handelingen onder 1 en 2, met inbegrip van het zoeken naar en de selectie van emigranten en de voorbereiding van hun vertrek;
-
- het aannemen van een persoon in een gebied ten behoeve van een werkgever in een ander gebied krachtens een regeling voor groeps-migratie, getroffen onder toezicht van de Regering; of
-
- het zich verbinden jegens een persoon in een gebied om hem arbeid te verschaffen in een ander gebied krachtens een regeling voor groeps-migratie, getroffen onder toezicht van de Regering,
- b. betekent de term „binnenleiding”: handelingen ter verzekering of vergemakkelijking van de aankomst in of de toelating tot een gebied van personen, die geworven zijn krachtens een regeling voor groeps-migratie getroffen onder toezicht van de Regering, als bedoeld in lid a. van dit artikel; en
- c. betekent de term „plaatsing”: handelingen ter verzekering of vergemakkelijking van de arbeid van personen, die binnengeleid zijn krachtens een regeling voor groepsmigratie, getroffen onder toezicht van de Regering, als bedoeld in lid b. van dit artikel.
Artikel 3
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, wiens wettelijke maatregelen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing, als bedoeld in artikel 2, toestaan, moet de door zijn wettelijke maatregelen toegestane handelingen regelen in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
Behoudens de bepalingen van het volgende lid, zal het recht handelingen van werving, binnenleiding, en plaatsing te verrichten, beperkt zijn tot
- a. openbare diensten voor de werkgelegenheid of andere openbare lichamen van het gebied, waar de handelingen plaats hebben;
- b. openbare lichamen van een ander gebied dan dat, waar de handelingen plaats hebben, welke goedkeuring hebben verkregen in dat gebied werkzaam te zijn bij overeenkomst tussen de betrokken Regeringen;
- c. elk lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale acte.
Voor zover nationale wettelijke maatregelen of een bilaterale overeenkomst dit toestaan, en behoudens, waar nodig in het belang van de migrant, goedkeuring en toezicht door de bevoegde autoriteit, kunnen de handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing verricht worden door:
- a. de werkgever of een persoon in zijn dienst, handelende in zijn naam;
- b. particuliere bureaux.
Het recht handelingen van werving, binnenleiding en plaatsing te verrichten moet onderworpen worden aan voorafgaande toestemming door de bevoegde autoriteit van het gebied waar deze handelingen zullen plaats hebben in de gevallen en onder de voorwaarden, als worden vastgesteld bij:
- a. de wettelijke maatregelen van dat gebied; of
- b. een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteit van het emigratie gebied of enig lichaam ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte en de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied.
De bevoegde autoriteit van het gebied, waar de werkzaamheden plaats hebben, moet in overeenstemming met overeenkomsten gesloten tussen de betrokken bevoegde autoriteiten, toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van lichamen en personen aan wie toestemming is verleend krachtens het voorgaande lid, doch niet op enig lichaam, ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte, ten aanzien waarvan de bepalingen van die akte zullen blijven gelden of van enige overeenkomst gesloten tussen dat lichaam en de bevoegde autoriteit.
Alvorens de binnenleiding van migrerende arbeiders toe te staan, moet de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied nagaan of er niet reeds een voldoend aantal personen beschikbaar is, in staat om het betreffende werk te doen.
Niets in dit artikel zal geacht worden toe te staan, dat een migrerende arbeider toegelaten wordt in het gebied van enig Lid door een andere persoon of een ander lichaam dan de bevoegde autoriteit van het immigratie gebied.
Artikel 4
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, verbindt zich te verzekeren, dat de diensten, verleend door zijn openbare dienst voor de werkgelegenheid in verband met de werving, de binnenleiding of de plaatsing van migrerende arbeiders, kosteloos worden verleend.
De administratieve kosten van werving, binnenleiding en plaatsing zullen niet ten laste komen van de migranten.
Artikel 5
In gevallen van collectieve transporten van migranten van een land naar een ander, welke doorgang door een derde land noodzakelijk maken, moet de bevoegde autoriteit van het gebied van doorgang maatregelen treffen ter voorkoming van oponthoud en administratieve moeilijkheden.
Artikel 6
Elk Lid, waarvoor deze bijlage van kracht is, dat een stelsel van toezicht handhaaft op arbeidscontracten tussen een werkgever, of een persoon die in zijn naam handelt, en een migrerende arbeider, verbindt zich te eisen:
- a. dat een afschrift van het arbeidscontract voor vertrek aan de migrant ter hand wordt gesteld of, indien de betrokken Regeringen aldus overeenkomen, in een ontvangstcentrum bij aankomst in het immigratiegebied;
- b. dat het contract bepalingen bevat, aangevende de arbeidsvoorwaarden, en in het bijzonder de beloning, aan de migrant aangeboden;
- c. dat de migrant voor vertrek schriftelijk, door middel van een document, dat of hem persoonlijk betreft of een groep migranten waarvan hij deel uitmaakt, inlichtingen ontvangt betreffende de algemene arbeids- en levensvoorwaarden, welke voor hem gelden in het immigratiegebied.
Indien een afschrift van het contract aan de migrant ter hand moet worden gesteld bij aankomst in het immigratiegebied, moet hij voor vertrek schriftelijk, door middel van een document, dat of hem persoonlijk betreft of een groep migranten waarvan hij deel uitmaakt, worden ingelicht omtrent de beroepscategorie, waarvoor hij is aangenomen, en de andere arbeidsvoorwaarden, in het bijzonder het minimum loon dat hem wordt gewaarborgd.
De bevoegde autoriteit moet verzekeren, dat de bepalingen van de voorgaande leden worden nageleefd, en dat passende sancties worden toegepast in geval van overtreding daarvan.
Artikel 7
De maatregelen genomen krachtens artikel 4 van het Verdrag moeten, waar passend, omvatten:
- a. de vereenvoudiging van administratieve formaliteiten;
- b. het verschaffen van tolkendiensten;
- c. noodzakelijke bijstand gedurende een beginperiode bij de vestiging van migranten en leden van hun gezinnen, die toestemming verkregen hebben hen te vergezellen of zich bij hen te voegen;
- d. het waarborgen van het welzijn gedurende de reis en in het bijzonder aan boord, van migranten en leden van hun gezinnen, die toestemming verkregen hebben hen te vergezellen of zich bij hen te voegen; en
- e. toestemming tot de liquidatie en overdracht van de eigendommen van migrerende arbeiders, die blijvend toegelaten zijn.
Artikel 8
Passende maatregelen moeten worden genomen door de bevoegde autoriteit ter verlening van bijstand aan migrerende arbeiders, gedurende een beginperiode, ten aanzien van aangelegenheden betreffende hun arbeidsvoorwaarden; waar passend kunnen die maatregelen worden genomen in samenwerking met goedgekeurde particuliere organisaties.
Artikel 9
Indien een migrerende arbeider, binnengeleid in het gebied van een Lid overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van deze bijlage, er niet in slaagt, om redenen waarvoor hij niet verantwoordelijk is, het werk te verkrijgen waarvoor hij geworven is of ander passend werk, zullen de kosten van zijn terugreis en die van de leden van zijn gezin, die toestemming verkregen hebben hem te vergezellen of zich bij hem te voegen, onder welke kosten begrepen zijn administratiekosten, transport- en onderhoudskosten naar de plaats van bestemming, en kosten voor het vervoer van huishoudelijke bezittingen, niet ten laste van de migrant worden gebracht.
Artikel 10
Indien de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied van mening is, dat de arbeid waarvoor een migrerende arbeider geworven is krachtens artikel 3 van deze bijlage, ongeschikt is gebleken, moet zij passende maatregelen nemen teneinde hem bij te staan bij het vinden van passende arbeid, welke geen schade berokkent aan arbeiders van de eigen nationaliteit, en zal zij stappen nemen om zijn onderhoud te verzekeren hangende plaatsing in zodanige arbeid, of zijn terugkeer naar het gebied van werving indien de migrant bereid is tot terugkeer of indien hij met terugkeer ingestemd heeft ten tijde van zijn werving, of zijn vestiging elders.
Artikel 11
Indien een migrerende arbeider, die een vluchteling is of een verplaatste persoon, en die een immigratiegebied binnengekomen is overeenkomstig artikel 3 van deze bijlage, overtollig wordt in enige arbeid in dat gebied, moet de bevoegde autoriteit van dat gebied alles in het werk te stellen teneinde hem in staat te stellen passende arbeid te verkrijgen, welke geen schade berokkent aan arbeiders van de eigen nationaliteit, en moet zij maatregelen treffen teneinde zijn onderhoud te verzekeren hangende plaatsing in passende arbeid, of zijn vestiging elders.
Artikel 12
De bevoegde autoriteiten van de betrokken gebieden moeten overeenkomsten sluiten ter regeling van zaken van gemeenschappelijk belang, welke zich voordoen bij de toepassing van de bepalingen van deze bijlage.
Waar de Leden een stelsel van toezicht op arbeidscontracten bezitten moeten deze overeenkomsten de methoden aangeven waarop nakoming van de contractuele verplichtingen van de werkgevers zal worden verzekerd.
Deze overeenkomsten moeten, waar passend, voorzieningen treffen voor samenwerking tussen de bevoegde autoriteit van het emigratiegebied of een lichaam, ingesteld overeenkomstig de bepalingen van een internationale akte, en de bevoegde autoriteit van het immigratiegebied, ten aanzien van de bijstand, welke krachtens de bepalingen van artikel 8 verleend moet worden aan migranten met betrekking tot hun arbeidsvoorwaarden.
Artikel 13
Personen, die clandestiene of illegale emigratie bevorderen, moeten passend worden gestraft.
Artikel 1
De persoonlijke eigendommen van geworven migrerende arbeiders en de leden van hun gezinnen, die toestemming hebben verkregen hen te vergezellen of zich bij hen te voegen, moeten vrijgesteld zijn van douanerechten bij aankomst in het immigratiegebied.
Draagbare handgereedschappen en draagbare uitrustingsstukken, welke gewoonlijk in het bezit zijn van arbeiders voor de uitoefening van hun beroep, welke toebehoren aan geworven migrerende arbeiders en de leden van hun gezinnen, die toestemming hebben verkregen hen te vergezellen of zich bij hen te voegen, moeten vrijgesteld zijn van douanerechten bij aankomst in het immigratiegebied, indien bewezen kan worden, dat die gereedschappen en uitrustingsstukken ten tijde van invoer hun feitelijk eigendom of bezit zijn, een aanmerkelijke tijd in hun bezit zijn geweest en door hen zijn gebruikt, en bestemd zijn voor gebruik in de uitoefening van hun beroep.
Artikel 2
Persoonlijke eigendommen van migrerende arbeiders en van de leden van hun gezinnen, die toestemming hebben verkregen hen te vergezellen of zich bij hen te voegen, moeten vrijgesteld zijn van douanerechten bij de terugkeer van deze personen naar het land van herkomst, indien deze personen de nationaliteit van dat land hebben behouden.
Draagbare handgereedschappen en draagbare uitrustingsstukken, welke gewoonlijk in het bezit zijn van arbeiders voor de uitoefening van hun beroep, welke toebehoren aan migrerende arbeiders en de leden van hun gezinnen, die toestemming hebben verkregen hen te vergezellen of zich bij hen te voegen, moeten vrijgesteld zijn van douanerechten bij vertrek van deze personen naar het land van herkomst, indien zij hun nationaliteit hebben behouden, indien bewezen kan worden, dat die gereedschappen en uitrustingsstukken ten tijde van invoer hun feitelijk eigendom of bezit zijn, een aanmerkelijke tijd in hun bezit zijn geweest en door hen zijn gebruikt, en bestemd zijn voor gebruik in de uitoefening van hun beroep.