Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties

Type Verdrag
Publication 1948-12-02
State In force
Source BWB
artikelen 49
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Aangezien de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 13 Februari 1946 een resolutie aannam, strekkende tot zo ver mogelijke unificatie van de voorrechten en immuniteiten, welke de Verenigde Naties en de verschillende gespecialiseerde organisaties genieten;

Aangezien besprekingen betreffende de ten uitvoerlegging van voornoemde resolutie plaats gehad hebben tussen de Verenigde Naties en de gespecialiseerde organisaties;

Heeft de Algemene Vergadering derhalve in een resolutie, aangenomen op 21 November 1947, het volgende verdrag goedgekeurd, hetwelk aan de gespecialiseerde organisaties ter aanvaarding en aan ieder Lid van de Verenigde Naties en iedere andere Staat, welke lid is van een of meer gespecialiseerde organisaties, ter toetreding wordt overgelegd.

Artikel I. Definities en omvang

§ 1. In dit Verdrag:

§ 2. Elke Staat, partij bij dit Verdrag, past met betrekking tot elke gespecialiseerde organisatie, waarop dit Verdrag van toepassing is overeenkomstig paragraaf 37, de voorrechten en immuniteiten toe, welke in de standaardbepalingen zijn voorzien, op de voorwaarden, zoals die daarin zijn gespecificeerd, behoudens de in die bepalingen aangebrachte wijzigingen, welke vervat zijn in de definitieve (of herziene) tekst van het aanhangsel, dat op die organisatie betrekking heeft en ingevolge de paragrafen 36 en 38 is overgelegd.

Artikel II. Rechtspersoonlijkheid

§ 3. De gespecialiseerde organisaties bezitten rechtspersoonlijkheid. Zij hebben de bevoegdheid:

Artikel III. Eigendommen, fondsen en bezittingen

§ 4. De gespecialiseerde organisaties, haar eigendommen en bezittingen, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van rechtsvervolging, behoudens wanneer zij in een bijzonder geval uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van haar immuniteit. Het is echter wel verstaan, dat afstand van immuniteit zich niet uitstrekt tot enige maatregel van tenuitvoerlegging.

§ 5. De gebouwen en de terreinen van de Verenigde Naties zijn onschendbaar. De eigendommen en bezittingen van de gespecialiseerde organisaties, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, confiscatie, onteigening of van iedere andere vorm van ingrijpen, hetzij door optreden van uitvoerende, administratieve, recchterlijke of wetgevende aard.

§ 6. De archieven van de gespecialiseerde organisaties en in het algemeen alle stukken, die aan haar behoren of die zij ook onder zich hebben, zijn onschendbaar, waar deze zich ook bevinden.

§ 7. Zonder beperkt te worden door financiële voorschriften, regelingen of moratoria van enigerlei aard,

§ 8. Bij de uitoefening van de rechten, die haar zijn verleend krachtens Par. 7 hierboven, zullen de gespecialiseerde organisaties de nodige aandacht schenken aan vertogen van de Regering van een Staat, Partij bij dit Verdrag, voor zover geoordeeld wordt, dat aan zodanig vertoog gevolg kan worden gegeven zonder de belangen van de organisatie te schaden.

§ 9. De gespecialiseerde organisaties, haar bezittingen, inkomen en verdere eigendommen zijn:

§ 10. Terwijl de gespecialiseerde organisaties in principe geen vrijstelling zullen opeisen van accijnzen en van belastingen op de verkoop van roerend en onroerend goed, welk een deel vormen van de te betalen prijs, zullen niettemin, wanneer de gespecialiseerde organisaties voor officieel gebruik belangrijke inkopen doen van goederen, waarop zodanige rechten en belastingen gelegd zijn of gelegd kunnen worden, de Staten, Partij bij dit Verdrag, telkens wanneer dit mogelijk is, de nodige administratieve regelingen treffen voor de kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige rechten of belastingen.

Artikel IV. Faciliteiten met betrekking tot communicatiemiddelen

§ 11. Elke gespecialiseerde organisatie geniet op het grondgebied van iedere Staat, Partij bij dit Verdrag voor haar officiële mededelingen een behandeling, die niet minder gunstig zal zijn dan die, welke door de Regering van die Staat wordt toegestaan aan enige andere Regering met inbegrip van haar diplomatieke missie, wat betreft prioriteiten, tarieven en belastingen op post, kabeltelegrammen, radiogrammen, telefoto's, telefoon en andere communicatiemiddelen, alsmede perstarieven voor mededelingen aan pers of radio.

§ 12. Op de officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de gespecialiseerde organisaties wordt geen censuur toegepast.

De gespecialiseerde organisaties hebben het recht codes te gebruiken en haar correspondentie te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde zakken, welke dezelfde immuniteiten en voorrechten hebben als diplomatieke koeriers en zakken.

Niets in deze paragraaf verbiedt het nemen van geschikte veiligheidsmaatregelen, welke bij een overeenkomst tussen een Staat, Partij bij dit Verdrag en een gespecialiseerde organisatie vastgesteld moeten worden.

Artikel V. Vertegenwoordigers van leden

§ 13. De vertegenwoordigers van leden op vergaderingen, die door een gespecialiseerde organisatie zijn bijeengeroepen, genieten gedurende de uitoefening van hun functies en gedurende hun reis naar en van de plaats van samenkomst de volgende voorrechten en immuniteiten:

§ 14. Teneinde de vertegenwoordigers van leden van de gespecialiseerde organisaties op conferenties, die door haar zijn bijeengeroepen, volledige vrijheid van het woord en onafhankelijkheid bij de uitoefening van hun taak te verzekeren, blijft de immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun taak verrichte handelingen toegekend, ook wanneer het mandaat van de betrokken personen beëindigd is.

§ 15. In die gevallen, waarin de verschuldigdheid tot enige vorm van belasting afhangt van verblijf, worden de perioden, gedurende welke de vertegenwoordigers van de leden van de gespecialiseerde organisaties op vergaderingen, die door haar zijn bijeengeroepen, in een Staat aanwezig zijn voor de uitoefening van hun taak, niet geacht perioden van verblijf te zijn.

§ 16. Voorrechten en immuniteiten worden aan de vertegenwoordigers van leden niet toegekend voor het persoonlijke voordeel van deze individuële vertegenwoordigers, doch teneinde de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de gespecialiseerde organisaties te verzekeren. Derhalve heeft een lid niet alleen het recht, maar is het verplicht de immuniteit van zijn vertegenwoordiger op te heffen, telkens wanneer naar het oordeel van dit lid de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en van de immuniteit afstand kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel, waarvoor de immuniteit wordt toegekend.

§ 17. De bepalingen van § 13, 14 en 15 zijn niet van toepassing op de autoriteiten van de Staat, waarvan de persoon een onderdaan is of waarvan hij een vertegenwoordiger is of is geweest.

Artikel VI. Functionarissen

§ 18. Elke gespecialiseerde organisatie geeft aan, op welke categorieën van functionarissen de bepalingen van dit artikel en artikel VIII van toepassing zijn. Zij doet met betrekking tot die organisatie daarvan mededeling aan de Regering van elke Staat, Partij bij dit Verdrag, alsmede aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties. De namen van de functionarissen, die in deze categorieën begrepen zijn, worden van tijd tot tijd ter kennis van voornoemde Regeringen gebracht.

§ 19. De functionarissen der gespecialiseerde organisaties:

§ 20. De functionarissen van de gespecialiseerde organisaties zijn vrijgesteld van nationale dienstplicht, behoudens dat, met betrekking tot de Staten, welker natonaliteit zij hebben, die vrijstelling beperkt is tot functionarissen van de gespecialiseerde organisaties, wier namen, uit hoofde van hun functies, op een lijst geplaatst zijn, welke door het uitvoerende hoofd van de gespecialiseerde organisatie is opgesteld en door de betrokken Staat is goedgekeurd.

In het geval, dat andere functionarissen van gespecialiseerde organisaties voor nationale dienstplicht worden opgeroepen, verleent de betrokken Staat, op verzoek van de gespecialiseerde organisatie, aan dergelijke functionarissen zodanig uitstel als vereist wordt om onderbreking van volstrekt noodzakelijk werk te vermijden.

§ 21. Behalve de immuniteiten en voorrechten, die aangegeven zijn in § 19 en 20, wordt aan het uitvoerend hoofd, van een gespecialiseerde organisatie, de functionaris, die tijdens afwezigheid namens het uitvoerend hoofd optreedt, met betrekking tot hem zelf, zijn echtgenote en minderjarige kinderen, de voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten toegestaan, welke overeenkomstig het internationale recht worden toegestaan aan hen, die met een diplomatieke zending belast zijn.

§ 22. Voorrechten en immuniteiten worden aan de functionarissen slechts verleend in het belang van de gespecialiseerde organisaties en niet voor het persoonlijke van deze individuële functionarissen. Iedere gespecialiseerde organisatie heeft het recht en de plicht afstand te doen van de immuniteit van een functionaris, telkens wanneer naar haar oordeel de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en afstand van de immuniteit kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de gespecialiseerde organisaties.

§ 23. Iedere gespecialiseerde organisatie dient te allen tijde met de daarvoor aangewezen autoriteiten van de Statenleden samen te werken om de juiste rechtbedeling te bevorderen, het nakomen van politievoorschriften te verzekeren en te voorkomen, dat misbruik optreedt in verband met de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, bedoeld in dit artikel.

Artikel VII. Misbruik van voorrechten

§ 24. Wanneer een Staat, Partij van dit Verdrag, van mening is, dat zich een misbruik heeft voorgedaan van een bij dit Verdrag verleend voorrecht of verleende immuniteit, wordt tussen die Staat en de betrokken gespecialiseerde organisatie overleg gepleegd teneinde vast te stellen, of zulk een misbruik heeft plaats gehad en indien dit het geval blijkt te zijn, teneinde te trachten een herhaling er van te voorkomen. Indien, tengevolge van dit overleg, niet een resultaat wordt bereikt, dat die Staat en de gespecialiseerde organisatie bevredigt, wordt de vraag, of er misbruik van een voorrecht of immuniteit heeft plaats gehad, overeenkomstig § 32 voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof. Indien het Internationale Gerechtshof beslist, dat een dergelijk misbruik heeft plaats gehad, heeft de Staat, Partij bij dit Verdrag, die dit misbruik heeft ondervonden, het recht, na kennisgeving aan de gespecialiseerde organisatie, de voordelen van het voorrecht of de immuniteit, waarvan misbruik is gemaakt, aan de betrokken gespecialiseerde organisatie te onthouden.

§ 25.

Artikel VIII. Laissez-passer

§ 26. De functionarissen van de gespecialiseerde organisaties zijn gerechtigd de laissez-passer van de Verenigde Naties te gebruiken overeenkomstig de te treffen administratieve regelingen tussen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en de bevoegde autoriteiten van de gespecialiseerde organisaties, aan welke organisaties speciale bevoegdheden om de laissez-passer uit te geven zijn verleend. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt iedere Staat, Partij van dit Verdrag, in kennis van de aldus getroffen administratieve regelingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.