Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee

Type Verdrag
Publication 2008-12-11
State In force
Source BWB
artikelen 96
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Opnieuw hun overtuiging bevestigend dat de internationale handel op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van vriendschappelijke betrekkingen tussen Staten,

Ervan overtuigd dat het verder harmoniseren en unificeren van het internationale handelsrecht door het verminderen of wegnemen van juridische belemmeringen voor de internationale handelsstromen, een aanzienlijke bijdrage levert aan universele economische samenwerking tussen alle Staten op basis van gelijkheid, billijkheid en gemeenschappelijk belang en aan het welzijn van alle volkeren,

Erkennend de aanzienlijke bijdrage die het Verdrag ter vaststelling van enige eenvormige regelen betreffende het cognossement, ondertekend te Brussel op 25 augustus 1924, en de Protocollen daarbij, en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het vervoer van goederen over zee, ondertekend te Hamburg op 31 maart 1978, hebben geleverd aan de harmonisatie van het recht dat van toepassing is op het vervoer van goederen over zee,

Indachtig de technologische en commerciële ontwikkelingen die sinds de aanneming van deze verdragen hebben plaatsgevonden en de noodzaak deze te consolideren en aan de moderne tijd aan te passen,

Vaststellend dat afzenders en vervoerders niet beschikken over een bindend universeel regime ter ondersteuning van de uitvoering van zeevervoerovereenkomsten waarbij andere wijzen van vervoer worden gebruikt,

Ervan overtuigd dat het aannemen van uniforme regels die van toepassing zijn op overeenkomsten voor het internationale vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee, de rechtszekerheid zal bevorderen, de doelmatigheid van het internationale goederenvervoer zal vergroten en voorheen geïsoleerde partijen en markten nieuwe afzetmogelijkheden zal bieden, hetgeen fundamenteel zal bijdragen aan het bevorderen van de handel en economische ontwikkeling, zowel op nationaal als internationaal niveau,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

    1. Wordt verstaan onder „vervoerovereenkomst” een overeenkomst waarbij een vervoerder zich, tegen betaling van vracht, verplicht goederen van de ene plaats naar een andere te vervoeren. De overeenkomst voorziet in vervoer over zee en kan voorzien in vervoer op andere wijze dat in aanvulling op het zeevervoer plaatsvindt.
    1. Wordt verstaan onder „volumeovereenkomst” een vervoerovereenkomst die voorziet in het vervoer van een omschreven hoeveelheid goederen in een aantal zendingen gedurende een overeengekomen tijdvak. De hoeveelheid kan in de vorm van een minimum, een maximum of met een bepaalde marge worden aangeduid.
    1. Wordt verstaan onder „lijnvaart” een vervoerdienst die door middel van publicatie of soortgelijke middelen wordt aangeboden en wordt uitgevoerd door schepen die op basis van een reguliere dienstregeling varen tussen omschreven havens overeenkomstig openbaar gemaakte afvaartschema’s.
    1. Wordt verstaan onder „niet-lijnvaart” elk vervoer dat geen lijnvaart is.
    1. Wordt verstaan onder „vervoerder” een persoon die een vervoerovereenkomst met een afzender aangaat.
  • 6.
  • a. Wordt verstaan onder „uitvoerende partij” een persoon, niet zijnde de vervoerder, die enige verplichting van de vervoerder uit hoofde van een vervoerovereenkomst inzake het ontvangen, laden, behandelen, stuwen, vervoeren, bewaren, verzorgen, lossen of afleveren van de goederen uitvoert of zich tot uitvoering ervan verbindt, voor zover deze persoon, direct of indirect, handelt op verzoek van de vervoerder of onder diens toezicht of leiding.
  • b. Wordt onder „uitvoerende partij” niet verstaan een persoon die, direct of indirect, door een afzender, documentaire afzender, de partij met zeggenschap of de geadresseerde, maar niet door de vervoerder wordt aangesteld.
    1. Wordt verstaan onder „maritieme uitvoerende partij” een uitvoerende partij voor zover zij één van de verplichtingen van de vervoerder uitvoert of zich tot uitvoering ervan verbindt gedurende het tijdvak tussen de aankomst van de goederen in de haven van inlading van een schip en het vertrek ervan uit de haven van lossing van een schip. Een vervoerder over land of binnenwateren kan slechts als maritieme uitvoerende partij worden aangemerkt indien hij zijn diensten uitsluitend in het havengebied uitvoert of zich tot uitvoering ervan verbindt.
    1. Wordt verstaan onder „afzender” een persoon die een vervoerovereenkomst met een vervoerder aangaat.
    1. Wordt verstaan onder „documentaire afzender” een persoon, niet zijnde de afzender, die accepteert als „afzender” genoemd te worden in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand.
    1. Wordt verstaan onder „houder”:
  • a. een persoon die in het bezit is van een verhandelbaar vervoerdocument; en i. indien het document een orderpapier is, erin wordt geïdentificeerd als de afzender of geadresseerde, of de persoon is aan wie het document naar behoren is geëndosseerd; of ii. indien het document een blanco geëndosseerd orderpapier of een toonderpapier is, de houder daarvan is; of
  • b. de persoon aan wie een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven of overgedragen overeenkomstig de in artikel 9, eerste lid, bedoelde procedures.
    1. Wordt verstaan onder „geadresseerde” een persoon die recht heeft op aflevering van de goederen uit hoofde van een vervoerovereenkomst of een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand.
    1. Wordt verstaan onder „zeggenschap” over de goederen het recht om uit hoofde van de vervoerovereenkomst de vervoerder instructies te geven met betrekking tot de goederen in overeenstemming met hoofdstuk 10.
    1. Wordt verstaan onder „partij met zeggenschap” de persoon die ingevolge artikel 51 het recht heeft de zeggenschap over de goederen uit te oefenen.
    1. Wordt verstaan onder „vervoerdocument” een document dat uit hoofde van een vervoerovereenkomst door de vervoerder wordt afgegeven en:
  • a. dat de ontvangst van goederen uit hoofde van een vervoerovereenkomst door de vervoerder of een uitvoerende partij aantoont; en
  • b. dat het bestaan van een vervoerovereenkomst aantoont of waarin een vervoerovereenkomst is opgenomen.
    1. Wordt verstaan onder „verhandelbaar vervoerdocument” een vervoerdocument dat aangeeft, door bewoordingen als „aan order” of „verhandelbaar” of andere bewoordingen met dezelfde werking volgens het recht dat op het document van toepassing is, dat de goederen zijn geadresseerd aan order van de afzender, aan order van de geadresseerde of aan toonder, en waarin niet uitdrukkelijk is vermeld dat het „niet-verhandelbaar” is.
    1. Wordt verstaan onder „niet-verhandelbaar vervoerdocument” een vervoerdocument dat geen verhandelbaar vervoerdocument is.
    1. Wordt verstaan onder „elektronische communicatie” informatie die op zodanige wijze met elektronische, optische, digitale of soortgelijke middelen is gegenereerd, verzonden, ontvangen of opgeslagen dat de doorgegeven informatie toegankelijk is om vervolgens te kunnen worden geraadpleegd;
    1. Wordt verstaan onder „elektronisch vervoerbestand” informatie in één of meer berichten die door middel van elektronische communicatie door een vervoerder uit hoofde van een vervoerovereenkomst worden afgegeven, met inbegrip van informatie die logisch verband houdt met het elektronische vervoerbestand in de vorm van toevoegsels of die op andere wijze aan het elektronisch vervoerbestand is gekoppeld gelijktijdig met of na de afgifte ervan door de vervoerder teneinde deel uit te gaan maken van het elektronische vervoerbestand, die;
  • a. de ontvangst van goederen uit hoofde van een vervoerovereenkomst door de vervoerder of een uitvoerende partij aantoont; en
  • b. het bestaan van een vervoerovereenkomst aantoont of waarin een vervoerovereenkomst is opgenomen.
    1. Wordt verstaan onder „verhandelbaar elektronisch vervoerbestand” een elektronisch vervoerbestand:
  • a. dat aangeeft, door bewoordingen als „aan order” of „verhandelbaar” of andere bewoordingen met dezelfde werking volgens het recht dat op het bestand van toepassing is, dat de goederen zijn geadresseerd aan order van de afzender, aan order van de geadresseerde of aan toonder, en waarin niet uitdrukkelijk is vermeld dat het „niet-verhandelbaar” is; en
    1. Wordt verstaan onder „niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand” een elektronisch vervoerbestand dat niet een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is.
    1. Wordt verstaan onder „afgifte” van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand de afgifte van het bestand in overeenstemming met procedures die de exclusieve zeggenschap over het bestand waarborgen vanaf het tijdstip van aanmaak ervan tot het tijdstip waarop het zijn werking of geldigheid verliest.
    1. Wordt verstaan onder „overdracht” van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand de overdracht van de exclusieve zeggenschap over het bestand.
    1. Wordt verstaan onder „overeenkomstgegevens” alle informatie met betrekking tot de vervoerovereenkomst of de goederen (met inbegrip van voorwaarden, aantekeningen, ondertekeningen en endossementen) die in het vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand vermeld staat.
    1. Wordt verstaan onder „goederen” de koopwaar, handelswaar en zaken van welke aard dan ook, tot het vervoer waarvan een vervoerder zich uit hoofde van een vervoerovereenkomst verbindt, met inbegrip van de verpakking en van de uitrusting en containers die niet door of namens de vervoerder ter beschikking worden gesteld.
    1. Wordt verstaan onder „schip” elk vaartuig dat wordt gebruikt om goederen over zee te vervoeren.
    1. Wordt verstaan onder „container” elk type container, verplaatsbare tank of laadplaat, wissellaadbak of soortgelijke laadeenheid die wordt gebruikt om goederen bijeen te brengen, en alle uitrusting die bij deze eenheid hoort.
    1. Wordt verstaan onder „voertuig” een weg- of spoorvoertuig gebruikt voor goederenvervoer.
    1. Wordt verstaan onder „vracht” de vergoeding die aan de vervoerder verschuldigd is voor het vervoer van goederen uit hoofde van een vervoerovereenkomst.
    1. Wordt verstaan onder „woonplaats” a. een plaats waar een vennootschap of andere rechtspersoon of samenwerkingsverband van natuurlijke of van rechtspersonen i. de statutaire zetel of plaats van oprichting of centraal geregistreerd kantoor heeft, naargelang van welke van toepassing is, ii. de vestiging van haar hoofdbestuur heeft of iii. haar hoofdvestiging heeft, en b. de gewone verblijfplaats van een natuurlijke persoon.
    1. Wordt verstaan onder „bevoegd gerecht” een rechter in een Verdragsluitende Staat die, volgens de regels inzake interne toekenning van bevoegdheid tussen de gerechten van die Staat, bevoegd is over het geschil te oordelen.

Artikel 2. Uitlegging van dit Verdrag

Bij de uitlegging van dit Verdrag dient rekening te worden gehouden met het internationale karakter en met de noodzaak tot zowel het bevorderen van de uniforme toepassing ervan als het in acht nemen van de goede trouw in de internationale handel.

Artikel 3. Vormvereisten

De kennisgevingen, bevestiging, instemming, afspraak, verklaring en andere communicatie bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, 23, eerste tot en met vierde lid, 36, eerste lid, onderdelen b, c en d, 40, vierde lid, onderdeel b, 44, 48, derde lid, 51, eerste lid, onderdeel b, 59, eerste lid, 63, 66, 67, tweede lid, 75, vierde lid, en 80, tweede en vijfde lid, geschieden schriftelijk. Elektronische communicatie mag voor deze doeleinden worden gebruikt op voorwaarde dat zowel de verzender als degene voor wie zij bestemd is, hiermee instemmen.

Artikel 4. Toepasselijkheid van verweermiddelen en beperking van aansprakelijkheid

1.

Elke bepaling van dit Verdrag waaraan een vervoerder een verweermiddel kan ontlenen of die zijn aansprakelijkheid kan beperken, is van toepassing in elke gerechtelijke of arbitrageprocedure, ongeacht of deze is gebaseerd op overeenkomst, onrechtmatige daad of anderszins, die aanhangig wordt gemaakt wegens verlies van, schade aan of vertraging in de aflevering van goederen waarop een vervoerovereenkomst van toepassing is of wegens een tekortkoming in de nakoming van enige andere verplichting uit hoofde van dit Verdrag jegens:

  • a. de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij;
  • b. de kapitein, bemanning of enige andere persoon die diensten aan boord van het schip verricht; of
  • c. ondergeschikten van de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij.
2.

Elke bepaling van dit Verdrag waaraan de afzender of documentaire afzender een verweermiddel kan ontlenen, is van toepassing in elke gerechtelijke of arbitrageprocedure, ongeacht of deze is gebaseerd op overeenkomst, onrechtmatige daad of anderszins, die aanhangig wordt gemaakt tegen de afzender, documentaire afzender of hun niet ondergeschikte hulppersonen, agenten of ondergeschikten.

HOOFDSTUK 2. WERKINGSSFEER

Artikel 5. Algemene reikwijdte

1.

Met inachtneming van artikel 6 is dit Verdrag van toepassing op vervoerovereenkomsten waarbij zowel de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering als de haven van inlading van een vervoer over zee en de haven van lossing van dat vervoer in verschillende Staten zijn gelegen, indien, volgens de vervoerovereenkomst, één van de onderstaande plaatsen in een Verdragsluitende Staat is gelegen:

  • a. de plaats van inontvangstneming;
  • b. de haven van inlading;
  • c. de plaats van aflevering; of
  • d. de haven van lossing.
2.

Dit Verdrag is van toepassing, ongeacht de nationaliteit van het schip, de vervoerder, de uitvoerende partijen, de afzender, de geadresseerde of enige andere belanghebbende partij.

Artikel 6. Specifieke uitsluitingen

1.

Dit Verdrag is niet van toepassing op de volgende overeenkomsten in de lijnvaart:

  • a. bevrachtingsovereenkomsten; en
  • b. overige overeenkomsten inzake het gebruik van een schip of een ruimte daarvan.
2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op vervoerovereenkomsten in de niet-lijnvaart tenzij

  • a. er tussen de partijen geen bevrachtingsovereenkomst of andere overeenkomst is inzake het gebruik van een schip of een ruimte daarvan; en
  • b. een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand is afgegeven.

Artikel 7. Toepassing op bepaalde partijen

Niettegenstaande artikel 6 is dit Verdrag van toepassing op de betrekkingen tussen de vervoerder en de geadresseerde, de partij met zeggenschap of de houder die niet een oorspronkelijke partij is bij de bevrachtingsovereenkomst of andere vervoerovereenkomst die uitgesloten is van toepassing van dit Verdrag. Het Verdrag is evenwel niet van toepassing op de betrekkingen tussen de oorspronkelijke partijen bij een vervoerovereenkomst die uit hoofde van artikel 6 is uitgesloten.

HOOFDSTUK 3. ELEKTRONISCHE VERVOERBESTANDEN

Artikel 8. Gebruik en werking van elektronische vervoerbestanden

Met inachtneming van de in dit Verdrag vervatte vereisten:

  • a. kunnen alle gegevens die uit hoofde van dit Verdrag in een vervoerdocument dienen te worden opgenomen in een elektronisch vervoerbestand worden vastgelegd, op voorwaarde dat de vervoerder en de afzender instemmen met de afgifte en het daaropvolgende gebruik van het elektronische vervoerbestand; en
  • b. hebben de afgifte van, exclusieve zeggenschap over of overdracht van een elektronisch vervoerbestand dezelfde werking als de afgifte, het bezit of de overdracht van een vervoerdocument.

Artikel 9. Procedures voor het gebruik van verhandelbare elektronische vervoerbestanden

1.

Het gebruik van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is onderworpen aan procedures die in het volgende voorzien:

  • a. de methode voor het afgeven en overdragen van dat document aan een beoogde houder;
  • b. een waarborg dat het verhandelbare elektronische vervoerbestand zijn integriteit behoudt;
  • c. de wijze waarop de houder kan aantonen dat hij de houder is; en
2.

In de overeenkomstgegevens wordt verwezen naar de in het eerste lid van dit artikel bedoelde procedures en deze zijn eenvoudig te achterhalen.

Artikel 10. Vervanging van een verhandelbaar vervoerdocument of een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand

1.

Indien een verhandelbaar vervoerdocument is afgegeven en de vervoerder en de houder overeenkomen dit document te vervangen door een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand:

  • a. overhandigt de houder het verhandelbare vervoerdocument, of alle exemplaren daarvan indien er meer dan één is afgegeven, aan de vervoerder;
  • b. geeft de vervoerder aan de houder een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand af waarin een verklaring is opgenomen dat dit bestand het verhandelbare vervoerdocument vervangt; en
  • c. heeft het verhandelbare vervoerdocument daarna geen werking meer of verliest het zijn geldigheid.
2.

Indien een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven en de vervoerder en de houder overeenkomen dit bestand te vervangen door een verhandelbaar vervoerdocument:

  • a. geeft de vervoerder aan de houder, in plaats van het elektronische vervoerbestand, een verhandelbaar vervoerdocument af waarin een verklaring is opgenomen dat dit document het verhandelbare elektronische vervoerbestand vervangt; en
  • b. heeft het elektronische vervoerbestand daarna geen werking meer of verliest het zijn geldigheid.

HOOFDSTUK 4. VERPLICHTINGEN VAN DE VERVOERDER

Artikel 11. Vervoer en aflevering van de goederen

De vervoerder vervoert de goederen naar de plaats van bestemming en levert deze af aan de geadresseerde, met inachtneming van dit Verdrag en in overeenstemming met de voorwaarden van de vervoerovereenkomst.

Artikel 12. Periode van de verantwoordelijkheid van de vervoerder

1.

De periode waarin de vervoerder uit hoofde van dit Verdrag verantwoordelijk is voor de goederen vangt aan op het tijdstip waarop de vervoerder of een uitvoerende partij de goederen voor vervoer ontvangt en eindigt op het tijdstip waarop de goederen worden afgeleverd.

  • a. Indien de wet- of regelgeving van de plaats van inontvangstneming vereist dat de goederen worden overgedragen aan een autoriteit of een andere derde waar de vervoerder deze kan ophalen, is de vervoerder verantwoordelijk voor de goederen vanaf het tijdstip waarop hij deze bij de autoriteit of de andere derde ophaalt.
  • b. Indien de wet- of regelgeving van de plaats van aflevering vereist dat de vervoerder de goederen overdraagt aan een autoriteit of een andere derde waar de geadresseerde deze kan ophalen, eindigt de verantwoordelijkheid van de vervoerder op het tijdstip waarop hij de goederen overdraagt aan de autoriteit of de andere derde.
3.

Teneinde de periode van de verantwoordelijkheid van de vervoerder vast te stellen kunnen de partijen het tijdstip en de locatie van de inontvangstneming en aflevering van de goederen overeenkomen. Een dergelijke bepaling in een vervoerovereenkomst is evenwel nietig voor zover hierin wordt bepaald dat:

  • a. het tijdstip van inontvangstneming van de goederen later is dan het tijdstip waarop wordt aangevangen met de eerste belading van de goederen uit hoofde van de vervoerovereenkomst; of
  • b. het tijdstip van aflevering van de goederen eerder is dan het tijdstip waarop de laatste lossing uit hoofde van de vervoerovereenkomst wordt voltooid.

Artikel 13. Specifieke verplichtingen

1.

Gedurende de periode waarin de vervoerder verantwoordelijk is, zoals omschreven in artikel 12, en met inachtneming van artikel 26, dient de vervoerder de goederen behoorlijk en zorgvuldig te ontvangen, laden, behandelen, stuwen, vervoeren, bewaren, verzorgen, lossen en af te leveren.

2.

Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel en onverminderd de overige bepalingen in hoofdstuk 4 en de hoofdstukken 5 tot en met 7, kunnen de vervoerder en de afzender overeenkomen dat het laden, behandelen, stuwen of lossen van de goederen door de afzender, de documentaire afzender of de geadresseerde wordt uitgevoerd. Naar een dergelijke afspraak wordt in de overeenkomstgegevens verwezen.

Artikel 14. Specifieke verplichtingen van toepassing op de reis over zee

De vervoerder is gehouden voor, bij aanvang van, en tijdens de reis over zee redelijke zorg aan te wenden voor:

  • a. het zeewaardig maken en houden van het schip;
  • b. het behoorlijk bemannen, uitrusten en bevoorraden van het schip en het gedurende de gehele reis behoorlijk bemand, uitgerust en bevoorraad houden; en
  • c. het geschikt maken en in goede staat brengen en het geschikt en in goede staat houden van de ruimen en alle andere delen van het schip waarin de goederen worden vervoerd alsmede van door de vervoerder ter beschikking gestelde containers waarin of waarop de goederen worden vervoerd, om de goederen daarin te bergen, te vervoeren en goed te houden.

Artikel 15. Goederen die gevaar kunnen opleveren

Niettegenstaande de artikelen 11 en 13 mag de vervoerder of een uitvoerende partij weigeren de goederen in ontvangst te nemen of te laden, en kan hij elke andere redelijke maatregel treffen, waaronder het lossen, vernietigen of onschadelijk maken van de goederen, indien deze gedurende het tijdvak waarin de vervoerder voor deze goederen verantwoordelijk is, daadwerkelijk gevaar opleveren, of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij waarschijnlijk gevaar gaan opleveren, voor personen, zaken of het milieu.

Artikel 16. Opoffering van goederen tijdens de zeereis

Niettegenstaande de artikelen 11, 13 en 14 kan de vervoerder of een uitvoerende partij de goederen op zee opofferen indien deze maatregel redelijk is met het oog op de gemeenschappelijke veiligheid of om personen of andere zaken die bij de gemeenschappelijke onderneming betrokken zijn te behoeden voor gevaar.

HOOFDSTUK 5. AANSPRAKELIJKHEID VAN DE VERVOERDER VOOR VERLIES, SCHADE OF VERTRAGING

Artikel 17. Grondslag van de aansprakelijkheid

1.

De vervoerder is aansprakelijk voor verlies van of schade aan de goederen, alsmede voor vertraging in de aflevering daarvan, indien de rechthebbende bewijst dat het verlies, de schade of de vertraging of de gebeurtenis of omstandigheid die dit of deze heeft veroorzaakt of eraan heeft bijgedragen, plaats vond gedurende het tijdvak waarin de vervoerder verantwoordelijk was, zoals omschreven in hoofdstuk 4.

2.

De vervoerder wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid van dit artikel ontheven, indien hij bewijst dat de oorzaak of één van de oorzaken van het verlies, de schade of de vertraging niet toe te rekenen is aan zijn schuld of aan die van een in artikel 18 genoemde persoon.

3.

De vervoerder wordt tevens geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid van dit artikel ontheven indien hij, in plaats van het bewijzen van het ontbreken van schuld zoals voorzien in het tweede lid van dit artikel, bewijst dat één of meer van de volgende gebeurtenissen of omstandigheden het verlies, de schade of de vertraging heeft of hebben veroorzaakt of eraan heeft of hebben bijgedragen:

  • a. natuurgebeuren;
  • b. gevaren, onheil en ongevallen van de zee of andere bevaarbare wateren;
  • c. oorlogshandelingen, vijandelijkheden, gewapend conflict, piraterij, terrorisme, oproer en onlusten;
  • d. quarantainemaatregelen; ingrijpen door of belemmeringen opgeworpen door regeringen, het openbaar gezag of machthebbers, waaronder vasthouding, aanhouding of inbeslagneming die de vervoerder of een in artikel 18 bedoelde persoon niet kan worden toegerekend;
  • e. werkstakingen, uitsluitingen, werkonderbrekingen of belemmering van de arbeid;
  • f. brand aan boord van het schip;
  • g. verborgen gebreken die met het aanwenden van redelijke zorg niet te ontdekken waren;
  • h. handelen of nalaten van de afzender, documentaire afzender, partij met zeggenschap of een andere persoon voor wiens daden de afzender of documentaire afzender aansprakelijk is uit hoofde van artikel 33 of 34;
  • i. laden, behandelen, stuwen of lossen van de goederen uitgevoerd ingevolge een in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, gemaakte afspraak, tenzij de vervoerder of een uitvoerende partij deze werkzaamheden namens de afzender, de documentaire afzender of de geadresseerde uitvoert;
  • j. verlies van volume of gewicht of enig ander verlies of enige andere schade ontstaan uit een verborgen gebrek, de bijzondere aard of een eigen gebrek van de goederen;
  • k. ontoereikendheid of gebrekkigheid van verpakking of merktekens die niet door of namens de vervoerder is of zijn aangebracht;
  • l. redding of poging tot redding van mensenlevens op zee;
  • m. redelijke maatregelen om zaken op zee te redden of pogen te redden;
  • n. redelijke maatregelen om schade aan het milieu te voorkomen of pogen te voorkomen; of
  • o. handelingen van de vervoerder uit hoofde van de hem in de artikelen 15 en 16 toegekende bevoegdheden.
4.

Niettegenstaande het derde lid van dit artikel is de vervoerder aansprakelijk voor het geheel of een deel van het verlies, de schade of de vertraging indien:

  • a. de rechthebbende bewijst dat de schuld van de vervoerder of van een in artikel 18 bedoelde persoon de gebeurtenis of omstandigheid waarop de vervoerder zich beroept, heeft veroorzaakt of daaraan heeft bijgedragen; of
  • b. de rechthebbende bewijst dat een niet in het derde lid van dit artikel genoemde gebeurtenis of omstandigheid heeft bijgedragen aan het verlies, de schade of de vertraging en de vervoerder niet kan bewijzen dat deze gebeurtenis of omstandigheid niet aan zijn schuld of aan die van aan een in artikel 18 bedoelde persoon is toe te rekenen.
5.

Niettegenstaande het derde lid van dit artikel is de vervoerder tevens aansprakelijk voor het geheel of een deel van het verlies, de schade of de vertraging indien:

  • a. de rechthebbende bewijst dat de volgende gebeurtenissen of omstandigheden het verlies, de schade of de vertraging hebben of waarschijnlijk hebben veroorzaakt of daaraan hebben of waarschijnlijk hebben bijgedragen: i. de onzeewaardigheid van het schip; ii. het niet behoorlijk bemannen, uitrusten of bevoorraden van het schip; of iii. het feit dat de ruimen of andere delen van het schip waarin de goederen werden vervoerd of door de vervoerder ter beschikking gestelde containers waarin of waarop de goederen werden vervoerd, geschikt noch in goede staat waren om de goederen daarin te bergen, te vervoeren en goed te houden; en
  • b. de vervoerder niet kan bewijzen dat: i. geen van de in onderdeel a van dit lid genoemde gebeurtenissen of omstandigheden het verlies, de schade of de vertraging heeft veroorzaakt; of ii. hij voldeed aan zijn verplichting de in artikel 14 bedoelde redelijke zorg aan te wenden.
6.

Wanneer de vervoerder uit hoofde van dit artikel gedeeltelijk van zijn aansprakelijk is ontheven, is hij slechts aansprakelijk voor dat deel van het verlies, de schade of de vertraging dat kan worden toegerekend aan de gebeurtenis of omstandigheid waarvoor hij uit hoofde van dit artikel aansprakelijk is.

Artikel 18. Aansprakelijkheid van de vervoerder voor andere personen

De vervoerder is aansprakelijk voor de tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag als gevolg van het handelen of nalaten van:

  • a. een uitvoerende partij;
  • b. de kapitein of bemanning van het schip;
  • c. ondergeschikten van de vervoerder of een uitvoerende partij; of
  • d. elke andere persoon die één van de verplichtingen van de vervoerder ingevolge de vervoerovereenkomst uitvoert of zich tot uitvoering ervan verbindt, voor zover de persoon, hetzij direct hetzij indirect, op verzoek van de vervoerder of onder diens toezicht of leiding handelt.

Artikel 19. Aansprakelijkheid van maritieme uitvoerende partijen

1.

Op een maritieme uitvoerende partij rusten de verplichtingen en aansprakelijkheden die de vervoerder uit hoofde van dit Verdrag worden opgelegd en deze partij kan zich beroepen op de verweermiddelen en aansprakelijkheidsbeperkingen van de vervoerder zoals vervat in dit Verdrag indien:

  • a. de maritieme uitvoerende partij de te vervoeren goederen in een Verdragsluitende Staat in ontvangst heeft genomen of de goederen in een Verdragsluitende Staat heeft afgeleverd of haar werkzaamheden met betrekking tot de goederen heeft uitgevoerd in een haven van een Verdragsluitende Staat; en
  • b. de gebeurtenis die het verlies, de schade of de vertraging heeft veroorzaakt plaatsvond: i. in het tijdvak tussen de aankomst van de goederen in de haven van inlading van het schip en het vertrek ervan uit de haven van lossing van het schip en hetzij ii. terwijl de maritieme uitvoerende partij de goederen onder haar hoede had of iii. op enig ander tijdstip voor zover zij deelnam aan de uitvoering van één van de in de vervoerovereenkomst voorziene werkzaamheden.
2.

Indien de vervoerder ermee instemt andere verplichtingen op zich te nemen dan die welke hem uit hoofde van dit Verdrag worden opgelegd, of instemt met aansprakelijkheid die ruimer is dan die in dit Verdrag is omschreven, is een maritieme uitvoerende partij niet aan deze afspraak gebonden tenzij zij deze verplichtingen of deze ruimere aansprakelijkheid uitdrukkelijk aanvaardt.

3.

Een maritieme uitvoerende partij is onder de in het eerste lid van dit artikel vervatte voorwaarden aansprakelijk voor de tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag als gevolg van het handelen of nalaten van elke persoon aan wie zij de uitvoering van één van de verplichtingen van de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst heeft toevertrouwd.

4.

Geen van de bepalingen in dit Verdrag legt de kapitein of bemanning van het schip of een ondergeschikte van de vervoerder of van een maritieme uitvoerende partij enige aansprakelijkheid op.

Artikel 20. Hoofdelijke aansprakelijkheid

1.

Indien de vervoerder en één of meer maritieme uitvoerende partijen aansprakelijk zijn voor het verlies van, schade aan of de vertraging in de aflevering van de goederen, zijn zij hiervoor hoofdelijk aansprakelijk, maar niet verder dan de door dit Verdrag voorziene beperkingen.

2.

Onverminderd artikel 61 mag de som van de vergoedingsplichten van alle bedoelde personen de algemene aansprakelijkheidsbeperkingen uit hoofde van dit Verdrag niet overschrijden.

Artikel 21. Vertraging

Er is vertraging in de aflevering wanneer de goederen niet binnen de afgesproken tijd op de in de vervoerovereenkomst voorziene bestemming worden afgeleverd.

Artikel 22. Berekening van de schadevergoeding

1.

Met inachtneming van artikel 59 wordt de schadevergoeding die de vervoerder verschuldigd is voor het verlies van of de schade aan de goederen, berekend op basis van de waarde van deze goederen op de plaats en het tijdstip van aflevering zoals vastgesteld in overeenstemming met artikel 43.

2.

De waarde van de goederen wordt vastgesteld volgens de koers op de goederenbeurs of, bij gebreke daarvan, volgens de marktwaarde of, bij gebreke van beide, volgens de normale waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit op de plaats van aflevering.

3.

In geval van verlies van of schade aan de goederen is de vervoerder niet verplicht tot betaling van enige verdere schadevergoeding dan die vervat in het eerste en tweede lid van dit artikel, tenzij de vervoerder en de afzender zijn overeengekomen de schadevergoeding op een andere wijze te berekenen binnen de grenzen van hoofdstuk 16.

Artikel 23. Kennisgeving in geval van verlies, schade of vertraging

1.

De vervoerder wordt verondersteld, bij ontbreken van bewijs van het tegendeel, de goederen conform hun omschrijving in de overeenkomstgegevens te hebben afgeleverd, tenzij aan de vervoerder of de uitvoerende partij die de goederen heeft afgeleverd vóór of op het tijdstip van aflevering kennis is gegeven van verlies van of schade aan de goederen onder vermelding van de algemene aard van dit verlies of de schade, of, indien het verlies of de schade niet waarneembaar is, binnen zeven werkdagen op de plaats van aflevering na aflevering van de goederen.

2.

Verzuim de in dit artikel bedoelde kennisgeving te doen aan de vervoerder of de uitvoerende partij laat zowel onverlet het recht uit hoofde van dit Verdrag schadevergoeding te vorderen voor verlies van of schade aan de goederen, als de verdeling van de bewijslast zoals vervat in artikel 17.

3.

De in dit artikel bedoelde kennisgeving is niet vereist wanneer verlies of schade bij gezamenlijke inspectie van de goederen wordt vastgesteld door de persoon aan wie de goederen zijn afgeleverd en de vervoerder of de maritieme uitvoerende partij die aansprakelijk wordt gesteld.

4.

Geen schadevergoeding wegens vertraging is verschuldigd tenzij een kennisgeving van verlies wegens vertraging aan de vervoerder is gedaan binnen eenentwintig opeenvolgende dagen na aflevering van de goederen.

5.

Wanneer de in dit artikel bedoelde kennisgeving is gedaan aan de uitvoerende partij die de goederen heeft afgeleverd, heeft deze hetzelfde gevolg als wanneer zij aan de vervoerder zou zijn gedaan, en een kennisgeving aan de vervoerder heeft hetzelfde gevolg als een kennisgeving aan een maritieme uitvoerende partij.

6.

In geval van een feitelijk(e) of verondersteld(e) verlies of schade verschaffen de partijen bij het geschil elkaar alle redelijke faciliteiten om de goederen te inspecteren en te tellen en bieden elkaar toegang tot de bestanden en documenten die betrekking hebben op het vervoer van de goederen.

HOOFDSTUK 6. AANVULLENDE BEPALINGEN BETREFFENDE BEPAALDE TRAJECTEN VAN HET VERVOER

Artikel 24. Deviaties

Wanneer het toepasselijke recht deviaties beschouwt als een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de vervoerder, worden de vervoerder of een maritieme uitvoerende partij door deze deviatie op zich geen in dit Verdrag opgenomen verweermiddelen of beperkingen ontzegd, behoudens voor zover bepaald in artikel 61.

Artikel 25. Deklading op schepen

1.

Goederen mogen slechts aan dek van een schip worden vervoerd indien:

  • a. dat wettelijk vereist is;
  • b. de goederen worden vervoerd in of op containers of voertuigen die geschikt zijn voor vervoer aan dek en de dekken speciaal zijn uitgerust voor dergelijke containers of voertuigen; of
  • c. het vervoer aan dek in overeenstemming is met de vervoerovereenkomst of met de gewoonten, gebruiken of praktijken in de desbetreffende handel.
2.

De bepalingen van dit Verdrag inzake de aansprakelijkheid van de vervoerder zijn van toepassing op het verlies van, de schade aan of de vertraging in de aflevering van goederen die uit hoofde van het eerste lid van dit artikel aan dek worden vervoerd, maar indien de goederen worden vervoerd in overeenstemming met het eerste lid, onderdelen a of c, van dit artikel, is de vervoerder niet aansprakelijk voor het verlies van of de schade aan die goederen, of voor de vertraging in de aflevering daarvan, veroorzaakt door de bijzondere risico’s waarmee het vervoer van deze goederen aan dek gepaard gaat.

3.

Indien de goederen aan dek zijn vervoerd in andere gevallen dan die zijn toegestaan uit hoofde van het eerste lid van dit artikel, is de vervoerder aansprakelijk voor verlies van of schade aan de goederen of voor vertraging in de aflevering daarvan, indien uitsluitend veroorzaakt door het vervoer aan dek, en kan hij zich niet beroepen op de in artikel 17 voorziene verweermiddelen.

4.

De vervoerder mag zich jegens een derde die een verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand te goeder trouw heeft verworven, niet beroepen op onderdeel c van het eerste lid van dit artikel, tenzij in de overeenkomstgegevens vermeld staat dat de goederen aan dek mogen worden vervoerd.

5.

Indien de vervoerder en de afzender uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de goederen onderdeks worden vervoerd, kan de vervoerder zich niet beroepen op beperking van zijn aansprakelijkheid voor verlies van, schade aan of vertraging in de aflevering van de goederen voor zover het verlies, de schade of de vertraging het gevolg is van het aan dek vervoeren van de goederen.

Artikel 26. Vervoer voorafgaand aan of volgend op het vervoer over zee

Wanneer verlies van of schade aan de goederen, of een gebeurtenis of omstandigheid die tot vertraging in de aflevering daarvan leidt, optreedt gedurende de periode waarin de vervoerder verantwoordelijk is maar uitsluitend vóór het inladen van de goederen aan boord van het schip of uitsluitend na het lossen ervan uit het schip, hebben de bepalingen van dit Verdrag geen voorrang boven de bepalingen van een ander internationaal instrument die ten tijde van een het verlies, de schade of de gebeurtenis of omstandigheid die tot de vertraging heeft geleid:

  • a. ingevolge de bepalingen van dit internationale instrument van toepassing zouden zijn op alle of één van de werkzaamheden van de vervoerder indien de afzender een afzonderlijke en rechtstreekse overeenkomst met de vervoerder zou hebben gesloten met betrekking tot het specifieke vervoertraject tijdens welk het verlies van, of de schade aan de goederen, of een gebeurtenis of omstandigheid die tot de vertraging heeft geleid, is opgetreden;
  • b. specifiek voorzien in de aansprakelijkheid van de vervoerder, de beperking van zijn aansprakelijkheid of de termijn waarbinnen de vordering moet worden ingesteld; en
  • c. geen enkele contractuele afwijking of geen contractuele afwijking ten nadele van de afzender uit hoofde van het instrument toestaan.

HOOFDSTUK 7. VERPLICHTINGEN VAN DE AFZENDER JEGENS DE VERVOERDER

Artikel 27. Aanlevering voor vervoer

1.

Tenzij anderszins in de vervoerovereenkomst is overeengekomen, levert de afzender de goederen gereed voor vervoer aan. De afzender levert de goederen in ieder geval in een zodanige toestand aan dat zij bestand zijn tegen het beoogde vervoer, met inbegrip van het laden, behandelen, stuwen, sjorren en vastzetten, en lossen ervan, en dat zij geen schade berokkenen aan personen of zaken.

2.

De afzender dient elke verplichting die hij is aangegaan uit hoofde van een overeenkomst krachtens artikel 13, tweede lid, behoorlijk en zorgvuldig na te komen.

3.

Wanneer de afzender een container of een voertuig belaadt, dient hij de inhoud behoorlijk en zorgvuldig te stuwen, te sjorren en vast te zetten in of op de container of het voertuig, zodanig dat de goederen geen schade berokkenen aan personen of zaken.

Artikel 28. Samenwerking tussen de afzender en de vervoerder bij het verstrekken van informatie en aanwijzingen

De vervoerder en de afzender beantwoorden elkaars verzoeken om informatie en aanwijzingen die nodig zijn voor het op de juiste wijze behandelen en vervoeren van de goederen, indien deze informatie in het bezit is van de aangezochte partij of de aangezochte partij redelijkerwijs in staat is deze aanwijzingen te geven en deze niet redelijkerwijs op andere wijze beschikbaar zijn voor de verzoekende partij.

Artikel 29. Verplichting van de afzender om informatie, aanwijzingen en documenten te verstrekken

1.

De afzender voorziet de vervoerder tijdig van de op de goederen betrekking hebbende informatie, aanwijzingen en documenten waarover de vervoerder niet redelijkerwijs op andere wijze kan beschikken en die redelijkerwijs noodzakelijk zijn:

  • a. voor het op de juiste wijze behandelen en vervoeren van de goederen, met inbegrip van de voorzorgsmaatregelen die de vervoerder of een uitvoerende partij dient te nemen; en
  • b. om de vervoerder in staat te stellen de wet- en regelgeving en overige vereisten van het openbaar gezag in verband met het beoogde vervoer na te leven, op voorwaarde dat de vervoerder de afzender tijdig laat weten welke informatie, aanwijzingen en documenten hij nodig heeft.
2.

Geen van de bepalingen in dit artikel doet afbreuk aan een specifieke verplichting om bepaalde informatie, aanwijzingen en documenten met betrekking tot de goederen te verstrekken uit hoofde van de wet- en regelgeving en overige vereisten van het openbaar gezag in verband met het beoogde vervoer.

Artikel 30. Grondslag voor aansprakelijkheid van de afzender jegens de vervoerder

1.

De afzender is aansprakelijk voor door de vervoerder geleden verlies of schade indien de vervoerder bewijst dat het verlies of de schade werd veroorzaakt door een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de afzender uit hoofde van dit Verdrag.

2.

Behoudens in het geval van verlies of schade als gevolg van een tekortkoming in de nakoming door de afzender van zijn verplichtingen ingevolge de artikelen 31, tweede lid, en 32 is de afzender geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien de oorzaak of één van de oorzaken van het verlies of de schade niet toe te rekenen is aan zijn schuld of aan de schuld van een in artikel 34 bedoelde persoon.

3.

Wanneer de afzender gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van dit artikel is ontheven, is hij slechts aansprakelijk voor het deel van het verlies of de schade dat toe te rekenen is aan zijn schuld of aan de schuld van een in artikel 34 bedoelde persoon.

Artikel 31. Informatie voor het vastleggen van de overeenkomstgegevens

1.

De afzender voorziet de vervoerder tijdig van de juiste informatie die nodig is voor het vastleggen van de overeenkomstgegevens en de afgifte van de vervoerdocumenten of elektronische vervoerbestanden, met inbegrip van de in artikel 36, eerste lid, bedoelde gegevens; de naam van de partij die als afzender in de overeenkomstgegevens wordt vermeld; in voorkomend geval, de naam van de geadresseerde; en de naam van de persoon aan wiens order het vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand in voorkomend geval dient te worden afgegeven.

2.

De afzender wordt geacht in te staan voor de juistheid van de uit hoofde van het eerste lid van dit artikel verstrekte informatie op het tijdstip waarop deze informatie door de vervoerder wordt ontvangen. De afzender stelt de vervoerder schadeloos voor het verlies dat of de schade die voortvloeit uit de onjuistheid van deze informatie.

Artikel 32. Bijzondere regels inzake gevaarlijke goederen

Wanneer goederen vanwege hun aard of eigenschappen gevaar opleveren voor personen, zaken of het milieu, of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij daarvoor waarschijnlijk gevaar gaan opleveren:

  • a. stelt de afzender de vervoerder tijdig in kennis van de gevaarlijke aard of eigenschappen van de goederen alvorens zij worden aangeleverd aan de vervoerder of een uitvoerende partij. Indien de afzender dit verzuimt en de vervoerder of uitvoerende partij niet op andere wijze kennis heeft verkregen van de gevaarlijke aard of eigenschappen van de goederen, is de afzender jegens de vervoerder aansprakelijk voor het verlies dat of de schade die uit dit verzuim voortvloeit; en
  • b. voorziet de afzender de gevaarlijke goederen van merktekens of etiketten in overeenstemming met de wet- of regelgeving of andere vereisten van het openbaar gezag die van toepassing zijn tijdens enig traject van het beoogde vervoer van de goederen. Indien de afzender dit verzuimt is hij jegens de vervoerder aansprakelijk voor het verlies dat of de schade die uit dit verzuim voortvloeit.

Artikel 33. Verkrijging door de documentaire afzender van de rechten en verplichtingen van de afzender

1.

Een documentaire afzender is onderworpen aan de verplichtingen en aansprakelijkheden die de afzender uit hoofde van dit hoofdstuk en artikel 55 zijn opgelegd en kan zich beroepen op de rechten en verweermiddelen van de afzender zoals voorzien in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 13.

2.

Het eerste lid van dit artikel doet geen afbreuk aan de verplichtingen, aansprakelijkheden, rechten of verweermiddelen van de afzender.

Artikel 34. Aansprakelijkheid van de afzender voor andere personen

De afzender is aansprakelijk voor de tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag als gevolg van het handelen of nalaten van een persoon, met inbegrip van ondergeschikten, agenten en niet ondergeschikte hulppersonen, aan wie hij de uitvoering van één van zijn verplichtingen heeft toevertrouwd. De afzender is evenwel niet aansprakelijk voor het handelen of nalaten van de vervoerder of een uitvoerende partij die namens de vervoerder handelt, aan wie de afzender de uitvoering van zijn verplichtingen heeft toevertrouwd.

HOOFDSTUK 8. VERVOERDOCUMENTEN EN ELEKTRONISCHE VERVOERBESTANDEN

Artikel 35. Afgifte van het vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand

Tenzij de afzender en de vervoerder zijn overeengekomen geen gebruik te maken van een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand of het de gewoonte, het gebruik of de handelspraktijk is hier geen gebruik van te maken, is de afzender of, indien de afzender daarmee instemt, de documentaire afzender, bij aanlevering van de goederen voor vervoer aan de vervoerder of uitvoerende partij, gerechtigd één van de onderstaande documenten van de vervoerder te ontvangen, naar keuze van de afzender:

  • a. een niet-verhandelbaar vervoerdocument of, met inachtneming van artikel 8, onderdeel a, een niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand; of
  • b. een geëigend verhandelbaar vervoerdocument of, met inachtneming van artikel 8, onderdeel a, een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand, tenzij de afzender en de vervoerder zijn overeengekomen geen gebruik te maken van een verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand of het de gewoonte, het gebruik of de handelspraktijk is hier geen gebruik van te maken.

Artikel 36. Overeenkomstgegevens

1.

De overeenkomstgegevens in het in artikel 35 bedoelde vervoerdocument of elektronische vervoerbestand bevatten onder meer de volgende informatie, zoals die door de afzender is verstrekt:

  • a. een omschrijving van de goederen geëigend voor het vervoer;
  • b. de belangrijkste merktekens die voor identificatie van de goederen nodig zijn;
  • c. het aantal colli of stuks, of de hoeveelheid van de goederen; en
  • d. het gewicht van de goederen, indien door de afzender vermeld.
2.

De overeenkomstgegevens in het in artikel 35 bedoelde vervoerdocument of elektronische vervoerbestand bevatten tevens:

  • a. een verklaring inzake de uiterlijk zichtbare staat en gesteldheid van de goederen op het tijdstip waarop de vervoerder of een uitvoerende partij de goederen voor vervoer in ontvangst neemt;
  • b. de naam en het adres van de vervoerder;
  • c. de datum waarop de vervoerder of een uitvoerende partij de goederen heeft ontvangen of waarop de goederen aan boord van het schip zijn geladen, of waarop het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand is afgegeven; en
  • d. indien het een verhandelbaar vervoerdocument betreft en er meer dan één origineel exemplaar is afgegeven, het aantal originele exemplaren van het verhandelbare vervoerdocument.
3.

De overeenkomstgegevens in het in artikel 35 bedoelde vervoerdocument of elektronische vervoerbestand bevatten tevens:

  • a. de naam en het adres van de geadresseerde, indien deze door de afzender is vermeld;
  • b. de naam van een schip, indien deze in de vervoerovereenkomst is vermeld;
  • c. de plaats van inontvangstneming en, indien bekend bij de vervoerder, de plaats van aflevering; en
  • d. de haven van inlading en de haven van lossing, indien vermeld in de vervoerovereenkomst.
4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt met de zinsnede „uiterlijk zichtbare staat en gesteldheid van de goederen” in het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel de staat en gesteldheid van de goederen bedoeld die zijn gebaseerd op:

  • a. een redelijke inspectie aan de buitenzijde van de goederen zoals verpakt op het tijdstip waarop de afzender deze aanlevert aan de vervoerder of een uitvoerende partij; en
  • b. een eventuele aanvullende inspectie die de vervoerder of een uitvoerende partij feitelijk uitvoert voorafgaande aan afgifte van het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand.

Artikel 37. Identiteit van de vervoerder

1.

Indien een vervoerder met naam wordt vermeld in de overeenkomstgegevens, heeft alle andere informatie in het vervoerdocument of het elektronische vervoerbestand die betrekking heeft op de identiteit van de vervoerder geen gevolgen voor zover deze informatie niet verenigbaar is met deze vermelding.

2.

Indien geen persoon als de vervoerder wordt genoemd in de overeenkomstgegevens, zoals vereist uit hoofde van artikel 36, tweede lid, onderdeel b, maar deze gegevens wel aangeven dat de goederen zijn geladen aan boord van een met naam genoemd schip, wordt de geregistreerde eigenaar van dat schip vermoed de vervoerder te zijn, tenzij deze bewijst dat het schip op het tijdstip van het vervoer in rompbevrachting voer en de naam van de rompbevrachter noemt en diens adres verstrekt, in welk geval deze rompbevrachter vermoed wordt de vervoerder te zijn. De geregistreerde eigenaar kan het vermoeden dat hij de vervoerder is ook weerleggen door de vervoerder te noemen en diens adres te verstrekken. De rompbevrachter kan het vermoeden dat hij de vervoerder is op overeenkomstige wijze weerleggen.

3.

Geen van de bepalingen van dit artikel belet de rechthebbende te bewijzen dat een andere persoon dan de in de overeenkomstgegevens of uit hoofde van het tweede lid genoemde persoon de vervoerder is.

Artikel 38. Ondertekening

1.

Een vervoerdocument wordt ondertekend door de vervoerder of een persoon die namens hem optreedt.

2.

Een elektronisch vervoerbestand bevat de elektronische handtekening van de vervoerder of een persoon die namens hem optreedt. Deze elektronische handtekening identificeert de ondertekenaar in relatie tot het elektronische vervoerbestand en geeft aan dat de vervoerder zijn goedkeuring aan het elektronische vervoerbestand verleent.

Artikel 39. Onvolkomenheden in de overeenkomstgegevens

1.

Het ontbreken of de onjuistheid van één of meer van de in artikel 36, eerste, tweede of derde lid, genoemde overeenkomstgegevens doet op zichzelf geen afbreuk aan het rechtskarakter of de geldigheid van het vervoerdocument of het elektronische vervoerbestand.

2.

Indien in de overeenkomstgegevens wel de datum wordt vermeld, maar de betekenis daarvan niet wordt aangegeven, wordt de datum geacht te zijn:

  • a. de datum waarop alle in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand aangeduide goederen aan boord van het schip zijn geladen, indien de overeenkomstgegevens aangeven dat de goederen aan boord van een schip zijn geladen; of
  • b. de datum waarop de vervoerder of een uitvoerende partij de goederen heeft ontvangen, indien de overeenkomstgegevens niet aangeven dat de goederen aan boord van een schip zijn geladen.
3.

Indien in de overeenkomstgegevens geen verklaring is opgenomen inzake de uiterlijke staat en gesteldheid van de goederen op het tijdstip waarop de vervoerder of een uitvoerende partij deze in ontvangst neemt, worden de overeenkomstgegevens geacht de verklaring te bevatten dat de goederen in goede uiterlijke staat en gesteldheid verkeerden op het tijdstip waarop zij door de vervoerder of een uitvoerende partij in ontvangst zijn genomen.

Artikel 40. Voorbehouden bij de informatie inzake de goederen in de overeenkomstgegevens

1.

De vervoerder maakt een voorbehoud bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde informatie om aan te geven dat hij geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor de juistheid van de door de afzender verstrekte informatie indien:

  • a. de vervoerder over feitelijke kennis beschikt dat een essentiële vermelding in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand onjuist of misleidend is; of
  • b. de vervoerder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een essentiële vermelding in het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand onjuist of misleidend is.
2.

Onverminderd het eerste lid van dit artikel kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde informatie, in de in het derde en vierde lid van dit artikel bedoelde omstandigheden en op de daarin vervatte wijze, om aan te geven dat de vervoerder geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor de juistheid van de door de afzender verstrekte informatie.

3.

Wanneer de goederen niet aan de vervoerder of een uitvoerende partij voor vervoer worden aangeboden in een gesloten container of voertuig of wanneer zij wel in een gesloten container of voertuig worden aangeleverd en door de vervoerder of een uitvoerende partij daadwerkelijk worden geïnspecteerd, kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de informatie bedoeld in artikel 36, eerste lid, indien:

  • a. het voor de vervoerder vanuit fysiek oogpunt niet doenlijk of vanuit commercieel oogpunt onredelijk was om de door de afzender verstrekte informatie te controleren, in welk geval de vervoerder kan aangeven welke informatie niet gecontroleerd kon worden; of
  • b. de vervoerder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de door de afzender geleverde informatie onjuist is, in welk geval hij een bepaling kan toevoegen met daarin de informatie die hij redelijkerwijs als juist beschouwt.
4.

Wanneer de goederen aan de vervoerder of een uitvoerende partij voor vervoer worden aangeleverd in een gesloten container of voertuig, kan de vervoerder een voorbehoud maken bij de informatie bedoeld in:

  • i. de goederen in de container of het voertuig niet daadwerkelijk zijn geïnspecteerd door de vervoerder of een uitvoerende partij; en
  • ii. de vervoerder noch een uitvoerende partij anderszins feitelijk kennis had van de inhoud daarvan voorafgaand aan de afgifte van het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand; en
  • i. de vervoerder noch een uitvoerende partij de container of het voertuig heeft gewogen en de afzender en de vervoerder niet voorafgaand aan de verscheping waren overeengekomen dat de container of het voertuig zou worden gewogen en het gewicht zou worden vermeld in de overeenkomstgegevens; of
  • ii. het vanuit fysiek oogpunt niet doenlijk of vanuit commercieel oogpunt onredelijk was om het gewicht van de container of het voertuig te controleren.

Artikel 41. Bewijskracht van de overeenkomstgegevens

Behoudens voor zover er voorbehouden zijn gemaakt bij de overeenkomstgegevens in de omstandigheden en op de wijze zoals vervat in artikel 40:

  • a. levert een vervoerdocument of elektronisch vervoerbestand, behoudens tegenbewijs, bewijs op van de in ontvangstneming door de vervoerder van de goederen zoals vermeld in de overeenkomstgegevens;
  • b. wordt tegenbewijs door de vervoerder met betrekking tot de overeenkomstgegevens niet toegelaten wanneer deze overeenkomstgegevens vermeld staan in:
  • i. een verhandelbaar vervoerdocument of een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand dat is overgedragen aan een derde te goeder trouw; of
  • ii. een niet-verhandelbaar vervoerdocument dat aangeeft dat het dient te worden overhandigd om aflevering van de goederen te verkrijgen en dat is overgedragen aan de geadresseerde te goeder trouw;
  • c. wordt tegenbewijs door de vervoerder niet toegelaten jegens een geadresseerde die te goeder trouw heeft gehandeld afgaande op de onderstaande overeenkomstgegevens die zijn opgenomen in een niet-verhandelbaar vervoerdocument of niet-verhandelbaar elektronisch vervoerbestand:
  • i. de in artikel 36, eerste lid, bedoelde overeenkomstgegevens wanneer deze gegevens door de vervoerder zijn verstrekt;
  • ii. het aantal, het type en de identificatienummers van de containers, maar niet de identificatienummers van de containerverzegelingen; en

Artikel 42. „Vooruitbetaalde vracht”

Indien in de overeenkomstgegevens de vermelding „vooruitbetaalde vracht” of een soortgelijke vermelding is opgenomen kan de vervoerder zich jegens de houder of de geadresseerde niet beroepen op het feit dat de vracht niet is betaald. Dit artikel is niet van toepassing indien de houder of de geadresseerde tevens de afzender is.

HOOFDSTUK 9. AFLEVERING VAN DE GOEDEREN

Artikel 43. Verplichting tot inontvangstneming

Wanneer de goederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen neemt de geadresseerde die aflevering van de goederen uit hoofde van de vervoerovereenkomst vordert, de goederen in ontvangst op het tijdstip of binnen het tijdsbestek en op de plaats zoals overeengekomen in de vervoerovereenkomst of, bij gebreke van een dergelijke afspraak, op het tijdstip en de plaats waarop, gezien de voorwaarden van de overeenkomst, de gebruiken, gewoonten en handelspraktijk en de vervoersomstandigheden, aflevering redelijkerwijs verwacht zou kunnen worden.

Artikel 44. Verplichting de ontvangst te bevestigen

Op verzoek van de vervoerder of de uitvoerende partij die de goederen aflevert, bevestigt de geadresseerde de ontvangst van de goederen van de vervoerder of de uitvoerende partij op de wijze die gebruikelijk is op de plaats van aflevering. De vervoerder mag aflevering weigeren indien de geadresseerde weigert de ontvangst te bevestigen.

Artikel 45. Aflevering in geval er geen verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven

Wanneer er geen verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven:

  • a. levert de vervoerder de goederen aan de geadresseerde af op het tijdstip en de plaats bedoeld in artikel 43. De vervoerder mag de aflevering weigeren indien de persoon die de geadresseerde zegt te zijn zich, na een verzoek daartoe van de vervoerder, niet naar behoren als de geadresseerde kan identificeren;
  • b. stelt de partij met zeggenschap, voorafgaand aan of bij de aankomst van de goederen op de plaats van bestemming, de vervoerder in kennis van de naam en het adres van de geadresseerde, indien deze niet in de overeenkomstgegevens zijn vermeld;
  • c. kan, onverminderd artikel 48, eerste lid, indien de goederen niet kunnen worden afgeleverd omdat i. de geadresseerde, na bericht van aankomst te hebben ontvangen, niet op het tijdstip of binnen het tijdsbestek bedoeld in artikel 43 van de vervoerder aflevering van de goederen vordert nadat de goederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen, ii. de vervoerder aflevering weigert omdat de persoon die de geadresseerde zegt te zijn nalaat zich naar behoren als de geadresseerde te identificeren, of iii. de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de geadresseerde zich bevindt om afleveringsinstructies te vragen, de vervoerder de partij met zeggenschap hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen. Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de partij met zeggenschap zich bevindt, kan de vervoerder de afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen voor de aflevering van de goederen. Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de afzender zich bevindt, kan de vervoerder de documentaire afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen;
  • d. wordt de vervoerder die de goederen aflevert op instructies van de partij met zeggenschap, de afzender of documentaire afzender ingevolge onderdeel c van dit artikel, ontheven van zijn verplichting de goederen uit hoofde van de vervoerovereenkomst af te leveren.

Artikel 46. Aflevering in geval van afgifte van een niet-verhandelbaar vervoerdocument dat overhandigd dient te worden

Wanneer een niet-verhandelbaar vervoerdocument is afgegeven dat aangeeft dat het dient te worden overhandigd teneinde aflevering van de goederen te verkrijgen:

  • a. levert de vervoerder de goederen op het tijdstip en de plaats bedoeld in artikel 43 aan de geadresseerde af wanneer deze zich op verzoek van de vervoerder naar behoren identificeert en het niet-verhandelbare vervoerdocument overhandigt. De vervoerder mag de aflevering weigeren indien de persoon die de geadresseerde zegt te zijn, nalaat, na een verzoek daartoe van de vervoerder, zich naar behoren te identificeren, en weigert de aflevering indien het niet-verhandelbare document niet wordt overhandigd. Indien er meer dan één origineel exemplaar van het niet-verhandelbare document is afgegeven, kan met de overhandiging van één origineel exemplaar worden volstaan en hebben de overige originele exemplaren geen werking of geldigheid meer;
  • b. kan, onverminderd artikel 48, eerste lid, indien de goederen niet kunnen worden afgeleverd omdat i. de geadresseerde, na bericht van aankomst te hebben ontvangen, niet op het tijdstip of binnen het tijdsbestek bedoeld in artikel 43 van de vervoerder aflevering van de goederen vordert nadat de goederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen, ii. de vervoerder aflevering weigert omdat de persoon die de geadresseerde zegt te zijn, nalaat zich naar behoren als de geadresseerde te identificeren of het document niet overhandigt, of iii. de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de geadresseerde zich bevindt om afleveringsinstructies te vragen, de vervoerder de afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen. Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de afzender zich bevindt, kan de vervoerder de documentaire afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen;
  • c. wordt de vervoerder die de goederen aflevert op instructies van de afzender of documentaire afzender ingevolge onderdeel b van dit artikel, ontheven van zijn verplichting de goederen uit hoofde van de vervoerovereenkomst af te leveren, ongeacht of het niet-verhandelbare vervoerdocument aan hem is overhandigd.

Artikel 47. Aflevering in geval van afgifte van een verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand

1.

Wanneer een verhandelbaar vervoerdocument of verhandelbaar elektronisch vervoerbestand is afgegeven:

  • a. heeft de houder van het verhandelbare vervoerdocument of verhandelbare elektronische vervoerbestand het recht van de vervoerder aflevering van de goederen te verlangen nadat deze op de plaats van bestemming zijn aangekomen, in welk geval de vervoerder de goederen op het tijdstip en de plaats zoals bedoeld in artikel 43 aan de houder zal afleveren:
  • i. na overhandiging van het verhandelbare vervoerdocument en, indien de houder één van de in artikel 1, tiende lid, onderdeel a, onder i, bedoelde personen is, nadat de houder zich naar behoren heeft geïdentificeerd; of
  • ii. nadat de houder, in overeenstemming met de procedures bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft aangetoond dat hij de houder is van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand;
  • b. weigert de vervoerder aflevering indien niet wordt voldaan aan de vereisten van onderdeel a, onder i of ii, van dit lid;
  • c. kan, indien meer dan één origineel exemplaar van het verhandelbare vervoerdocument is afgegeven en het aantal originele exemplaren in dat document vermeld staat, met de overhandiging van één origineel exemplaar worden volstaan en hebben de overige originele exemplaren geen werking of geldigheid meer. Wanneer gebruik is gemaakt van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand, heeft dit document geen werking of geldigheid meer na aflevering van de goederen aan de houder in overeenstemming met de in artikel 9, eerste lid, vereiste procedures.
2.

Onverminderd artikel 48, eerste lid, zijn, indien in het verhandelbare vervoerdocument of verhandelbare elektronische vervoerbestand uitdrukkelijk vermeld staat dat de goederen zonder overhandiging van het vervoerdocument of elektronische vervoerbestand mogen worden afgeleverd, de volgende regels van toepassing:

  • a. Indien de goederen niet kunnen worden afgeleverd omdat i. de houder, na bericht van aankomst te hebben ontvangen, niet op het tijdstip of binnen het tijdsbestek bedoeld in artikel 43 van de vervoerder aflevering van de goederen vordert nadat de goederen op de plaats van bestemming zijn aangekomen, ii. de vervoerder aflevering weigert omdat de persoon die een houder zegt te zijn, nalaat zich naar behoren te identificeren als één van de personen bedoeld in artikel 1, tiende lid, onderdeel a, onder i, of iii. de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de houder zich bevindt om afleveringsinstructies te vragen, kan de vervoerder de afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen. Indien de vervoerder, na redelijke inspanningen, niet in staat is vast te stellen waar de afzender zich bevindt, kan de vervoerder de documentaire afzender hiervan in kennis stellen en instructies vragen omtrent de aflevering van de goederen;
  • b. De vervoerder die de goederen aflevert op instructies van de afzender of documentaire afzender ingevolge het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel, wordt ontheven van zijn verplichting de goederen uit hoofde van de vervoerovereenkomst aan de houder af te leveren, ongeacht of het verhandelbare vervoerdocument aan hem is overhandigd of de persoon die aflevering vordert uit hoofde van een verhandelbaar elektronisch vervoerbestand, in overeenstemming met de procedures bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft aangetoond de houder te zijn;
  • c. De persoon die uit hoofde van het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel instructies geeft, stelt de vervoerder schadeloos voor verlies dat voortvloeit uit het feit dat deze aansprakelijk wordt gesteld jegens de houder ingevolge het tweede lid, onderdeel e, van dit artikel. De vervoerder mag weigeren deze instructies op te volgen indien de persoon verzuimt voldoende zekerheid te stellen waarom de vervoerder redelijkerwijs kan verzoeken;
  • d. Wanneer een persoon, na aflevering van de goederen door de vervoerder in overeenstemming met het tweede lid, onderdeel b, van dit artikel, houder wordt van het verhandelbare vervoerdocument of verhandelbare elektronische vervoerbestand ingevolge contractuele of andersoortige regelingen die vóór deze aflevering zijn getroffen, verkrijgt hij rechten tegen de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst, met uitzondering van het recht aflevering van de goederen te vorderen;
  • e. Niettegenstaande het tweede lid, onderdelen b en d, van dit artikel verkrijgt een houder die houder wordt na een dergelijke aflevering en geen kennis had van een dergelijke aflevering op het tijdstip waarop hij houder werd en evenmin redelijkerwijs over deze kennis had kunnen beschikken, de rechten die zijn vervat in het verhandelbare vervoerdocument of verhandelbare elektronische vervoerbestand. Wanneer in de overeenkomstgegevens de verwachte aankomsttijd van de goederen vermeld staat of is aangegeven hoe informatie verkregen kan worden of de goederen zijn afgeleverd, wordt de houder op het tijdstip waarop hij houder werd, vermoed kennis van de aflevering van de goederen te hebben gehad of redelijkerwijs over kennis daarvan te hebben kunnen beschikken.

Artikel 48. Niet-afgeleverde goederen

1.

Voor de toepassing van dit artikel worden goederen slechts geacht niet te zijn afgeleverd indien, na hun aankomst op de plaats van bestemming:

  • a. de geadresseerde de goederen niet in ontvangst neemt uit hoofde van dit hoofdstuk op het tijdstip en de plaats als bedoeld in artikel 43;
  • b. de partij met zeggenschap, de houder, de afzender of de documentaire afzender niet kan worden gevonden of geen passende instructies geeft aan de vervoerder uit hoofde van de artikelen 45, 46 en 47;
  • c. de vervoerder gerechtigd of gehouden is aflevering te weigeren uit hoofde van de artikelen 44, 45, 46 en 47;
  • d. het de vervoerder niet is toegestaan de goederen af te leveren aan de geadresseerde uit hoofde van de wet- of regelgeving van de plaats waar om de aflevering wordt verzocht; of
  • e. de goederen anderszins niet door de vervoerder kunnen worden afgeleverd.
2.

Onverminderd enige ander recht dat de vervoerder tegen de afzender, de partij met zeggenschap of de geadresseerde kan inroepen, kan de vervoerder, indien de goederen niet afgeleverd konden worden, voor rekening en risico van de persoon die recht heeft op de goederen, de maatregelen nemen met betrekking tot de goederen die de omstandigheden redelijkerwijs vergen, waaronder:

  • a. het opslaan van de goederen op een geschikte plaats;
  • b. het uitpakken van de containers of voertuigen indien de goederen zich daarin bevinden of het treffen van andere maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van de goederen; en
  • c. het doen verkopen of vernietigen van de goederen in overeenstemming met de praktijk of de wet- of regelgeving van de plaats waar de goederen zich op dat tijdstip bevinden.
3.

De vervoerder mag de rechten uit hoofde van het tweede lid van dit artikel uitsluitend uitoefenen nadat hij een redelijke kennisgeving heeft gedaan van de beoogde maatregel uit hoofde van het tweede lid van dit artikel aan de persoon die, in voorkomend geval, in de overeenkomstgegevens staat vermeld als de persoon die in kennis moet worden gesteld van de aankomst van de goederen op de plaats van bestemming en aan één van de volgende personen, in de aangegeven volgorde, mits deze bij de vervoerder bekend zijn: de geadresseerde, de partij met zeggenschap of de afzender.

4.

Indien de goederen uit hoofde van het tweede lid, onderdeel c, van dit artikel worden verkocht, houdt de vervoerder de opbrengst van de verkoop onder zich ten behoeve van de persoon die recht heeft op de goederen, onder aftrek van eventuele door de vervoerder gemaakte kosten en eventuele overige bedragen die aan de vervoerder verschuldigd zijn in verband met het vervoer van de betreffende goederen.

5.

De vervoerder is niet aansprakelijk voor verlies van of schade aan goederen dat of die optreedt gedurende de tijd dat zij overeenkomstig dit artikel niet zijn afgeleverd, tenzij de rechthebbende bewijst dat het verlies of de schade voortvloeit uit het verzuim van de vervoerder redelijkerwijs van hem te vergen maatregelen te nemen om de goederen te behouden en dat de vervoerder wist of had moeten weten dat het achterwege laten van dergelijke maatregelen tot het verlies van of de schade aan de goederen zou leiden.

Artikel 49. Retentie van goederen

Geen van de bepalingen van dit Verdrag doet afbreuk aan een retentierecht op de goederen dat door de vervoerder of een uitvoerende partij uit hoofde van de vervoerovereenkomst of de toepasselijke wetgeving kan worden uitgeoefend tot zekerheid van de betaling van hetgeen verschuldigd is.

HOOFDSTUK 10. RECHTEN VAN DE PARTIJ MET ZEGGENSCHAP

Artikel 50. Uitoefening en omvang van de zeggenschap

1.

De zeggenschap mag uitsluitend worden uitgeoefend door de partij met zeggenschap en is beperkt tot:

  • a. het recht instructies met betrekking tot de goederen te geven of te wijzigen voor zover deze geen wijziging van de vervoerovereenkomst inhouden;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)