Verdrag betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden (overheidscontracten)

Type Verdrag
Publication 1964-11-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar twee en dertigste zitting op 8 Juni 1949,

Besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden in overheidscontracten, hetgeen het zesde punt is op de agenda der zitting,

Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt heden, de negen en twintigste Juni negentienhonderd negen en veertig, het volgende verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald onder de titel „Verdrag betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden (overheidscontracten), 1949”:

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing op contracten, die aan de volgende voorwaarden voldoen:

2.

De bevoegde autoriteit zal vaststellen de omvang waarin en de wijze waarop dit Verdrag zal worden toegepast op contracten, gesloten door andere autoriteiten dan de centrale autoriteit.

3.

Dit Verdrag is van toepassing op werken uitgevoerd door onderaannemers of uitvoerders van de contracten; passende maatregelen moeten door de bevoegde autoriteit worden genomen teneinde toepassing in dit geval te verzekeren.

4.

Contracten waarmee een bedrag uit de overheidskas is gemoeid, dat een grens, vastgesteld door de bevoegde autoriteit in overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan, niet te boven gaat, kunnen worden uitgezonderd van de toepassing van dit Verdrag.

5.

De bevoegde autoriteit kan, in overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan, van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen personen, die een leidende functie bekleden, of wier functie van technische of wetenschappelijke aard is, en wier arbeidsvoorwaarden niet geregeld zijn in nationale wetten of maatregelen, collectieve arbeidsovereenkomsten of arbitrale uitspraken, en die gewoonlijk geen handenarbeid verrichten.

Artikel 2
1.

De contracten, waarop dit Verdrag van toepassing is, moeten bepalingen bevatten, waarbij aan de betrokken arbeiders lonen (daaronder begrepen toeslagen), een arbeidsduur en andere arbeidsvoorwaarden worden verzekerd, welke niet ongunstiger zijn dan die, vastgesteld voor arbeid van dezelfde aard in het betrokken beroep of bedrijf in de streek, waar de arbeid wordt uitgeoefend,

2.

Indien de arbeidsvoorwaarden, bedoeld in het vorige lid, niet worden vastgesteld op de daar bedoelde wijze in de streek waar de arbeid wordt verricht, moeten de in de contracten op te nemen bepalingen aan de betrokken arbeiders lonen (daaronder begrepen toeslagen), een arbeidsduur en andere arbeidsvoorwaarden verzekeren, die niet ongunstiger zijn dan

3.

De inhoud van de in de contracten op te nemen bepalingen en afwijkingen daarvan zullen worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit, op een wijze, welke het meest passend wordt geacht gezien de nationale omstandigheden, na overleg met de daarbij betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan.

4.

Passende maatregelen moeten worden genomen door de bevoegde autoriteit, door het bekend maken van de bestekbepalingen of anderzins, teneinde te verzekeren, dat personen, die op contracten wensen in te schrijven, kennis dragen van de inhoud van de bepalingen.

Artikel 3

Waar passende bepalingen betreffende gezondheid, veiligheid en welzijn van de arbeiders, werkzaam bij de uitvoering van contracten, niet reeds van toepassing zijn krachtens nationale wettelijke maatregelen, collectieve arbeidsovereenkomst of arbitrale uitspraak, moet de bevoegde autoriteit alle passende maatregelen nemen ter verzekering van redelijke voorwaarden op het gebied van de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van de betrokken arbeiders.

Artikel 4

De wettelijke maatregelen of andere bepalingen, welke uitvoering aan de bepalingen van dit Verdrag geven,

Artikel 5
1.

Afdoende sancties moeten worden toegepast, door weigering te contracteren of anderszins, indien de bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden in overheidscontracten niet worden nageleefd of toegepast.

2.

Passende maatregelen moeten worden genomen, door het niet verrichten van de betalingen in het contract voorzien of anderszins, teneinde de arbeiders in de gelegenheid te stellen de lonen te ontvangen waarop zij recht hebben.

Artikel 6

In de jaarrapporten, ingediend krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten volledige mededelingen worden gedaan ten aanzien van de maatregelen genomen ter uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 7
1.

Indien het een Lid betreft, wiens territoir grote gebieden bevat, waar, door de dunbevolktheid of door het stadium van ontwikkeling van het gebied, de bevoegde autoriteit de toepassing van dit Verdrag onuitvoerbaar acht, kan die autoriteit, na overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar die bestaan, die gebieden van de toepassing van dit Verdrag uitzonderen, hetzij in het algemeen, hetzij met de uitzonderingen ten aanzien van bepaalde ondernemingen of beroepen, welke zij geschikt acht.

2.

Elk Lid moet in zijn eerste jaarrapport betreffende de toepassing van dit Verdrag, ingediend krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, aangeven voor welke gebieden het zich voorstelt gebruik te maken van de bepalingen van dit artikel, en moet de redenen daarvoor opgeven; geen Lid kan na de datum waarop zijn eerste jaarrapport werd ingediend, een beroep doen op de bepalingen van dit artikel, behoudens ten aanzien van de aangegeven gebieden.

3.

Elk Lid, dat gebruik maakt van de bepalingen van dit artikel, moet telkens na verloop van een termijn, welke ten hoogste drie jaren mag bevatten, in overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan, de mogelijkheid opnieuw onderzoeken om het Verdrag van toepassing te doen zijn op gebieden, die krachtens lid 1 uitgezonderd zijn.

4.

Elk Lid, dat gebruik maakt van de bepalingen van dit artikel, moet in volgende jaarrapporten de gebieden aangeven ten aanzien waarvan het van zijn recht afstand doet om gebruik te maken van de bepalingen van dit artikel, alsmede enige vooruitgang gericht op een steeds verdergaande toepassing van dit Verdrag in die gebieden.

Artikel 8

De bepalingen van dit Verdrag kunnen tijdelijk buiten werking worden gesteld door de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken organisaties van werkgevers en van arbeiders, waar deze bestaan, in geval van overmacht of in geval van een noodtoestand, waardoor het nationale welzijn en de nationale veiligheid in gevaar worden gebracht.

Artikel 9
1.

Dit Verdrag is niet van toepassing op contracten gesloten voor het Verdrag voor het Lid van kracht wordt.

2.

Opzegging van dit Verdrag zal geen invloed hebben op de toepassing er van ten aanzien van contracten, gesloten terwijl het van kracht was.

Artikel 10

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel 11
1.

Dit Verdrag zal slechts verbindend zijn voor de Leden der Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen inschrijven.

2.

Het zal van kracht worden twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.

3.

Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder der Leden in werking treden twaalf maanden na de datum, waarop zijn bekrachtiging zal zijn ingeschreven.

Artikel 12
1.

Verklaringen, gezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig lid 2 van Artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven:

2.

De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde gevolgen hebben.

3.

Elk Lid kan bij een nadere verklaring van alle of een deel der voorbehouden, neergelegd in zijn oorspronkelijke verklaring krachtens het bepaalde onder b, c en d van het eerste lid van dit artikel, afstand doen.

4.

Elk Lid kan op enig tijdstip, waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden medegedeeld wordt.

Artikel 13
1.

Verklaringen, gezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig de leden 4 en 5 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven of de bepalingen van het Verdrag ongewijzigd of gewijzigd zullen worden toegepast in het betreffende gebied; indien de verklaring aangeeft, dat de bepalingen van het Verdrag met wijzigingen zullen worden toegepast, moet deze aangeven waarin die wijzigingen bestaan.

2.

Het betreffende Lid, de betreffende Leden of internationale autoriteit kunnen te allen tijde bij een volgende verklaring geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht zich te beroepen op een wijziging in een vorige verklaring medegedeeld.

3.

Het betreffende Lid, de betreffende Leden of internationale autoriteit kunnen op enig tijdstip waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 opgezegd kan worden, aan de Directeur-Generaal een nadere verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van de toepassing van dit Verdrag medegedeeld wordt.

Artikel 14
1.

Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum, waarop dit Verdrag van kracht is geworden, zulks bij een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar, nadat zij is ingeschreven.

2.

Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een jaar na verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden zijn en zal daarna dit Verdrag kunnen opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren, onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.

Artikel 15
1.

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan alle Leden der Internationale Arbeidsorganisatie kennis geven van de inschrijving van alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hem door de Leden der Organisatie zullen zijn medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de inschrijving van de laatste bekrachtiging, nodig voor het van kracht worden van het Verdrag, zal de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden der Organisatie vestigen op de datum, waarop dit Verdrag van kracht zal worden.

Artikel 16

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doen, ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel 17

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 18
1.

Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:

2.

Het onderhavige Verdrag zal echter van kracht blijven naar vorm en inhoud voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Artikel 19

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.