Overeenkomst inzake de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Type Verdrag
Publication 1957-10-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Overeenkomstsluitende Staten,

Overwegende dat de vrije uitwisseling van denkbeelden en kennis, en, in het algemeen, de verbreiding op zo ruim mogelijke schaal van de verschillende manieren waarop de beschavingen zich kenbaar maken, van het allergrootste belang zijn zowel voor de intellectuele vooruitgang als voor een goede internationale verstandhouding en mitsdien voor het handhaven van de wereldvrede;

Overwegende dat deze uitwisseling voornamelijk tot stand wordt gebracht door middel van boeken, publicaties en materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke en culturele aard;

Overwegende dat het Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur aandringt op de samenwerking tussen de naties op alle gebieden van intellectuele werkzaamheid met inbegrip van „de uitwisseling van publicaties, voorwerpen van belang uit artistiek en wetenschappelijk oogpunt en ander materiaal dat tot voorlichting kan dienen” en anderzijds bepaalt, dat de Organisatie zal „medewerken aan het bevorderen van de kennis en het begrip der volken onderling door alle middelen van volksvoorlichting en te dien einde iedere internationale overeenkomst aanbevelen, die dienstig kan zijn om de ongestoorde loop der denkbeelden door woord en beeld te vergemakkelijken”,

Erkennen, dat een internationale overeenkomst strekkend om de ongestoorde loop van boeken, publicaties en van materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke en culturele aard te vergemakkelijken, een doeltreffend middel zal zijn om deze doeleinden te verwezenlijken;

Hebben te dien einde overeenstemming bereikt t.a.v. de volgende bepalingen:

Artikel I
1.

De Overeenkomstsluitende Staten verplichten zich geen douanerechten en andere heffingen te doen gelden op of in verband met de invoer van:

welke vervaardigd zijn in een andere Overeenkomstsluitende Staat, behoudens de bepalingen neergelegd in die Bijlagen.

2.

Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel zal geen enkele Overeenkomstsluitende Staat beletten op het ingevoerde materiaal te heffen:

Artikel II
1.

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich de noodzakelijke vergunningen en/of deviezen af te geven voor de invoer van de volgende voorwerpen:

2.

De Overeenkomstsluitende Staten, welke te eniger tijd kwantitatieve beperkingen en deviezencontrôle-maatregelen toepassen, verbinden zich, zoveel mogelijk, de noodzakelijke deviezen en invoervergunningen te verstrekken voor ander materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, en met name voor het materiaal, als bedoeld in de bijlagen van deze Overeenkomst.

Artikel III
1.

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich alle mogelijke faciliteiten te verlenen bij de invoer van materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, dat uitsluitend wordt ingevoerd om te worden ten toon gesteld op een voor het publiek toegankelijke tentoonstelling, waarvoor de bevoegde autoriteiten in het land van invoer toestemming hebben verleend, en dat bestemd is om daarna weer te worden uitgevoerd. Deze faciliteiten zullen mede omvatten toekenning van de noodzakelijke vergunningen en de vrijstelling van douanerechten en alle soorten binnenlandse belastingen en heffingen te betalen bij de invoer, met uitzondering van leges en heffingen, welke zouden overeenkomen met de geschatte kosten van de bewezen diensten.

2.

Geen bepaling in dit artikel zal de autoriteiten van het land van invoer beletten de noodzakelijke maatregelen te nemen ten einde te verzekeren, dat het bedoelde materiaal wederom zal worden uitgevoerd na sluiting der tentoonstelling.

Artikel IV

De Overeenkomstsluitende Staten verplichten zich zoveel mogelijk

Artikel V

Geen bepaling der onderhavige Overeenkomst maakt inbreuk op het recht der Overeenkomstsluitende Staten om in overeenstemming met hun nationale wetgeving maatregelen te treffen met het doel de invoer, of het verkeer na invoer, te verbieden of te beperken van bepaalde voorwerpen, wanneer deze maatregelen hun grond vinden in beweegredenen welke onmiddellijk verband houden met de nationale veiligheid, de openbare orde of goede zeden van de Overeenkomstsluitende Staat.

Artikel VI

Deze Overeenkomst brengt geen wijziging in, en maakt geen inbreuk op de wetten en verordeningen van een Overeenkomstsluitende Staat, of een van zijn internationale verdragen, overeenkomsten of proclamaties inzake de bescherming van het auteursrecht, handelsmerken of octrooien.

Artikel VII

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich hun toevlucht te nemen tot onderhandelingen of verzoening ter oplossing van enig geschil ter zake van de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst, onverminderd de bepalingen van vroegere verdragen, waaraan zij onderworpen zouden kunnen zijn met betrekking tot de oplossing van geschillen welke tussen hen zouden kunnen rijzen.

Artikel VIII

Bij een geschil tussen Overeenkomstsluitende Staten over de opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van ingevoerd materiaal, kunnen de belanghebbende partijen in gemeen overleg het geschil voorleggen aan de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur voor advies.

Artikel IX
1.

Deze Overeenkomst, waarvan de Engelse en de Franse tekst gelijkelijk authentiek zijn, zal de dagtekening van heden dragen en zal openstaan ter ondertekening door alle Staten, welke Lid zijn van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, alle Staten welke Lid zijn van de Verenigde Naties en alle Staten, welke geen Lid zijn en tot welke een daartoe strekkende uitnodiging is gericht door de Uitvoerende Raad van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

2.

Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd door de Staten, welke de Overeenkomst ondertekenen, in overeenstemming met hun onderscheidene grondwettelijke voorschriften.

3.

De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.

Artikel X

De in lid 1 van Artikel IX bedoelde Staten kunnen deze Overeenkomst aanvaarden met ingang van 22 November 1950. De aanvaarding wordt van kracht na het nederleggen van een officiële akte bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.

Artikel XI

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties akten van bekrachtiging of aanvaarding heeft ontvangen van tien Staten.

Artikel XII
1.

De Staten, welke partij zijn bij deze Overeenkomst op de dag van haar inwerkingtreding, zullen elk alle nodige maatregelen nemen voor haar doeltreffende werking binnen een periode van zes maanden na die datum.

2.

Voor Staten, welke hun akten van bekrachtiging of aanvaarding nederleggen na de datum van inwerkingtreding dezer Overeenkomst, zullen deze maatregelen genomen worden binnen een termijn van drie maanden na de datum van nederlegging.

3.

Binnen een maand na het verstrijken van de termijnen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit Artikel, zullen de Overeenkomstsluitende Staten een rapport zenden aan de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur over de maatregelen, welke zij hebben genomen voor een doeltreffende werking van de Overeenkomst.

4.

De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zal dit rapport doen toekomen aan alle Staten, die deze Overeenkomst hebben ondertekend en aan de Internationale Handelsorganisatie (voorlopig aan haar Interim-Commissie).

Artikel XIII

Elke Overeenkomstsluitende Staat kan, ten tijde van de ondertekening, of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of aanvaarding, of te eniger tijd nadien, door een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties verklaren, dat deze Overeenkoms mede van toepassing zal zijn op alle of enige van de gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen bij verantwoordelijk is.

Artikel XIV
1.

Twee jaren na de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, kan elke Overeenkomstsluitende Staat, namens zichzelf of namens een van de gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, deze Overeenkomst opzeggen, door een schriftelijke akte, nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.

2.

De opzegging wordt van kracht een jaar na ontvangen van de akte van opzegging.

Artikel XV

De Secretaris-Generaal der Verenigde Naties zal de Staten, bedoeld in het eerste lid van artikel IX alsmede de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en de Internationale Handelsorganisatie (voorlopig haar Interim-Commissie) verwittigen van de nederlegging van alle akten van bekrachtiging en aanvaarding vermeld in de artikelen IX en X, alsmede van de kennisgevingen en opzeggingen, vermeld in de artikelen XIII en XIV.

Artikel XVI

Op verzoek van een derde der Overeenkomstsluitende Staten zal de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur op de agenda voor de eerstvolgende zitting van de algemene conferentie dezer Organisatie het Verzoek plaatsen tot bijeenroepen van een vergadering voor de herziening dezer Overeenkomst.

Artikel XVII

De bijlagen A, B, C, D en E alsmede het aan deze Overeenkomst gehecht Protocol vormen een integrerend onderdeel dezer Overeenkomst.

Artikel XVIII
1.

In overeenstemming met artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, zal deze Overeenkomst worden geregistreerd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties op de datum van haar inwerkingtreding.

2.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend uit naam van hun onderscheidene Regeringen.

Done at Lake Success, New York, this twenty-second day of November, one thousand nine hundred and fifty, in a single copy, which shall remain deposited in the archives of the United Nations and certified true copies of which shall be delivered to all the States referred to in paragraph 1 of article IX, as well as to the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation and to the International Trade Organisation (provisionally, to its Interim Commission).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.