Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict
De Hoge Verdragsluitende Partijen,
Vaststellende, dat culturele goederen ernstige schade hebben geleden gedurende de jongste gewapende conflicten en dat zij als gevolg van de ontwikkeling van de techniek der oorlogvoering, in steeds ernstiger mate worden bedreigd met vernietiging;
Ervan overtuigd, dat schade, toegebracht aan culturele goederen, ongeacht aan welk volk zij toebehoren, schade betekent aan het culturele erfdeel van de gehele mensheid, aangezien ieder volk zijn bijdrage levert aan de wereldcultuur;
Overwegende, dat de instandhouding van het culturele erfdeel van groot belang is voor alle volkeren der wereld en dat het van belang is, dit erfdeel internationaal te beschermen;
Geleid door de beginselen betreffende de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, vastgelegd in de Verdragen van 's-Gravenhage van 1899 en van 1907 en in het Pact van Washington van 15 April 1935;
Overwegende, dat deze bescherming alleen doeltreffend kan zijn indien zowel nationaal als internationaal maatregelen worden genomen om deze bescherming in vredestijd te organiseren;
Vastbesloten alle mogelijke maatregelen te nemen ter bescherming van culturele goederen;
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:
HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen betreffende de bescherming
Artikel 1. Definitie van culturele goederen
Voor de toepassing van dit Verdrag worden beschouwd als culturele goederen, welke ook hun oorsprong of wie ook hun eigenaar is:
- a). roerende of onroerende goederen, welke van groot belang zijn voor het cultureel erfdeel van ieder volk, zoals monumenten van bouwkunst, kunst of geschiedenis, hetzij van godsdienstige, hetzij van wereldlijke aard; terreinen van oudheidkundig belang; groepen gebouwen, welke, als een geheel, uit een oogpunt van geschiedenis of kunst van belang zijn; kunstwerken; handschriften, boeken en andere voorwerpen, welke uit een oogpunt van kunst, geschiedenis of oudheidkunde van belang zijn, en voorts wetenschappelijke verzamelingen en belangrijke verzamelingen boeken, archiefbescheiden of afbeeldingen van de hierboven omschreven goederen;
- b). gebouwen, waarvan de voornaamste en daadwerkelijke bestemming is de in alinea a) bedoelde roerende culturele goederen te bewaren of ten toon te stellen, zoals musea, grote bibliotheken en archiefbewaarplaatsen, en voorts de schuilplaatsen, bestemd om in geval van een gewapend conflict bescherming te bieden aan de in alinea a) bedoelde roerende culturele goederen;
- c). centra, welke een groot aantal culturele goederen, als bedoeld in de alinea's a) en b), bevatten, welke zullen worden aangeduid met „monumenten-centra”.
Artikel 2. Bescherming van culturele goederen
Voor de toepassing van dit Verdrag omvat de bescherming van culturele goederen zowel de veiligstelling als de eerbiediging van deze goederen.
Artikel 3. Veiligstelling van culturele goederen
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, door het reeds in vredestijd nemen van alle daartoe door haar geëigend geachte maatregelen, de veiligstelling van culturele goederen, welke zich op haar eigen grondgebied bevinden, tegen de voorzienbare gevolgen van een gewapend conflict voor te bereiden.
Artikel 4. Eerbiediging van culturele goederen
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, zowel de culturele goederen welke zich op haar eigen grondgebied bevinden als die, welke zich bevinden op het grondgebied van andere Hoge Verdragsluitende Partijen, te eerbiedigen door zich te onthouden van ieder gebruik van deze goederen en van hun onmiddellijke omgeving of van de middelen voor hun bescherming, voor doeleinden, welke deze goederen aan vernietiging of beschadiging zouden kunnen blootstellen in geval van een gewapend conflict, en door zich te onthouden van iedere tegen zulke goederen gerichte vijandelijke daad.
Van de verplichtingen, omschreven in lid 1 van dit artikel, kan alleen worden afgeweken, indien een militaire noodzaak een dergelijke afwijking gebiedend vereist.
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich bovendien, iedere vorm van diefstal, plundering of ontvreemding van, en iedere daad van vandalisme gericht tegen, culturele goederen te verbieden, te voorkomen en er zo nodig een eind aan te maken. Zij zullen zich ervan onthouden roerende culturele goederen, welke zich bevinden op het grondgebied van een andere Hoge Verdragsluitende Partij, te vorderen.
Zij zullen zich onthouden van iedere tegen culturele goederen gerichte represaillemaatregel.
Een Hoge Verdragsluitende Partij kan zich ten aanzien van een andere Hoge Verdragsluitende Partij niet onttrekken aan de krachtens dit artikel op haar rustende verplichtingen op grond van de overweging, dat deze laatste de in artikel 3 bedoelde maatregelen tot veiligstelling niet heeft toegepast.
Artikel 5. Bezetting
De Hoge Verdragsluitende Partijen, die het grondgebied van een andere Hoge Verdragsluitende Partij geheel of gedeeltelijk bezet houden, moeten zoveel mogelijk steun verlenen aan de bevoegde nationale autoriteiten van het bezette gebied met betrekking tot de veiligstelling en instandhouding van zijn culturele goederen.
Indien het noodzakelijk mocht blijken maatregelen te nemen voor de instandhouding van in bezet gebied gelegen culturele goederen, welke als gevolg van militaire operaties zijn beschadigd, en indien de bevoegde nationale autoriteiten niet in staat mochten zijn, dergelijke maatregelen te nemen, moet de bezettende mogendheid zoveel mogelijk, en in nauwe samenwerking met die autoriteiten, die maatregelen tot instandhouding nemen welke het meest noodzakelijk zijn.
Iedere Hoge Verdragsluitende Partij, welker regering door de leden van een verzetsorganisatie als hun rechtmatige regering wordt beschouwd, moet, indien dit mogelijk is, de aandacht van deze leden vestigen op de verplichting die bepalingen van het Verdrag, welke betrekking hebben op de eerbiediging van culturele goederen, in acht te nemen.
Artikel 6. Aanduiding van culturele goederen
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 mogen culturele goederen worden voorzien van een kenteken teneinde de herkenning ervan te vergemakkelijken.
Artikel 7. Maatregelen van militaire aard
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, reeds in vredestijd in de bij haar strijdkrachten in gebruik zijnde reglementen of instructies, bepalingen op te nemen, welke ten doel hebben de naleving van dit Verdrag te verzekeren, en bij de leden van haar strijdkrachten een geest van eerbied aan te kweken voor de cultuur en de culturele goederen van alle volkeren.
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich reeds in vredestijd bij haar strijdkrachten diensten in te stellen of deskundig personeel aan te stellen of een en ander voor te bereiden, welke diensten of welk personeel tot taak zullen hebben te zorgen voor de eerbiediging van culturele goederen en samen te werken met de burgerlijke autoriteiten, welke belast zijn met de veiligstelling van deze goederen.
HOOFDSTUK II. Bijzondere bescherming
Artikel 8. Verlenen van bijzondere bescherming
Onder bijzondere bescherming kunnen worden gesteld een beperkt aantal schuilplaatsen, bestemd om bescherming te bieden aan roerende culturele goederen in geval van een gewapend conflict, monumenten-centra en andere onroerende culturele goederen van zeer grote betekenis, op voorwaarde dat zij:
- a). zich bevinden op voldoende afstand van een groot industrieel centrum of van enig belangrijk militair object, dat een kwetsbaar punt vormt, zoals bijvoorbeeld een vliegveld, een radiozendstation, een inrichting werkzaam voor de nationale verdediging, een haven of een spoorwegstation van zeker belang of een belangrijke verkeers- of waterweg of spoorlijn;
- b). niet worden gebruikt voor militaire doeleinden.
Een schuilplaats voor roerende culturele goederen kan eveneens onder bijzondere bescherming worden geplaatst, ongeacht de ligging, als zij zodanig is gebouwd, dat zij naar alle waarschijnlijkheid niet door bommen kan worden beschadigd.
Een monumenten-centrum wordt geacht voor militaire doeleinden te worden gebruikt als van dit centrum gebruik wordt gemaakt voor de verplaatsing van militair personeel of materieel, zelfs ingeval van doorvoer. Dit is eveneens het geval wanneer in dat centrum werkzaamheden worden verricht, welke rechtstreeks verband houden met militaire operaties, de legering van militair personeel of de vervaardiging van oorlogsmaterieel.
Het bewaken van in lid 1 van dit artikel bedoelde culturele goederen door gewapende bewakers, die daartoe speciaal zijn gemachtigd, of de aanwezigheid in de nabijheid van dergelijke culturele goederen van politietroepen, welke normaal belast zijn met het handhaven van de openbare orde, wordt niet beschouwd als gebruik voor militaire doeleinden.
Indien een van de in lid 1 van dit artikel bedoelde culturele goederen is gelegen in de nabijheid van een belangrijk militair object als omschreven in dat lid, kan het niettemin onder bijzondere bescherming worden geplaatst, indien de Hoge Verdragsluitende Partij, welke het verzoek doet, zich verbindt in geval van een gewapend conflict geen gebruik van het betrokken militair object te maken en in het bijzonder, als het een haven, een station of een vliegveld betreft, het verkeer zodanig te verleggen dat van die haven en van dat station of vliegveld geen gebruik wordt gemaakt. In dat geval moet deze verlegging reeds in vredestijd worden voorbereid.
De bijzondere bescherming wordt aan culturele goederen verleend door hun inschrijving in het „Internationale register van culturele goederen onder bijzondere bescherming”. Deze inschrijving kan slechts geschieden overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en onder de voorwaarden neergelegd in het Reglement van Uitvoering.
Artikel 9. Onschendbaarheid van culturele goederen onder bijzondere bescherming
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich de onschendbaarheid van culturele goederen onder bijzondere bescherming te verzekeren door zich, van het ogenblik van inschrijving in het Internationale Register af, te onthouden van iedere tegen zodanige goederen gerichte vijandelijke daad en, behalve in de gevallen voorzien in artikel 8, lid 5, van elk gebruik van die goederen of van hun omgeving voor militaire doeleinden.
Artikel 10. Aanduiding en contrôle
Gedurende een gewapend conflict moeten de culturele goederen onder bijzondere bescherming voorzien zijn van het in artikel 16 omschreven kenteken en open staan voor een internationale contrôle, zoals voorzien in het Reglement van Uitvoering.
Artikel 11. Opheffing van de onschendbaarheid
Indien een van de Hoge Verdragsluitende Partijen met betrekking tot een cultureel goed onder bijzondere bescherming een van de op grond van artikel 9 op haar rustende verplichtingen schendt, is de Wederpartij, zolang deze schending voortduurt, ontheven van haar verplichting de onschendbaarheid van het betrokken goed te verzekeren. Nochtans zal laatstbedoelde Partij, wanneer zulks enigszins mogelijk is, te voren eisen, dat binnen een redelijke termijn een einde wordt gemaakt aan de schending.
Behalve in het geval, voorzien in lid 1 van dit artikel, kan de onschendbaarheid van een cultureel goed onder bijzondere bescherming slechts worden opgeheven in uitzonderlijke gevallen van onvermijdelijke militaire noodzaak en slechts zolang deze noodzaak voortduurt. Deze noodzaak kan slechts worden vastgesteld door de bevelhebber van een formatie gelijk aan of groter dan een divisie. In alle gevallen, waarin de omstandigheden dit toelaten, zal de Wederpartij tijdig van te voren in kennis worden gesteld van de beslissing, dat de onschendbaarheid wordt opgeheven.
De Partij, die de onschendbaarheid opheft, dient daarvan zo spoedig mogelijk, schriftelijk, en met opgave van redenen, kennis te geven aan de Commissaris-Generaal voor culturele goederen bedoeld in het Reglement van Uitvoering.
HOOFDSTUK III. Vervoer van culturele goederen
Artikel 12. Vervoer onder bijzondere bescherming
Vervoer uitsluitend beperkt tot het overbrengen van culturele goederen, hetzij binnen een grondgebied, hetzij naar een ander grondgebied, kan, op verzoek van de betrokken Hoge Verdragsluitende Partij, geschieden onder bijzondere bescherming volgens de voorwaarden omschreven in het Reglement van Uitvoering.
Vervoer onder bijzondere bescherming vindt plaats onder het internationaal toezicht voorzien in het Reglement van Uitvoering. Het transport zal voorzien zijn van het in artikel 16 omschreven kenteken.
De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen zich onthouden van iedere vijandelijke daad gericht tegen een transport onder bijzondere bescherming.
Artikel 13. Vervoer in spoedeisende gevallen
Indien een Hoge Verdragsluitende Partij van oordeel is, dat de veiligheid van bepaalde culturele goederen vereist, dat zij naar elders worden overgebracht en dat de noodzaak hiervan zo dringend is, dat de in artikel 12 voorgeschreven procedure niet kan worden gevolgd, in het bijzonder in het begin van een gewapend conflict, mag het transport worden voorzien van het in artikel 16 omschreven kenteken, tenzij een aanvraag tot het verlenen van onschendbaarheid bedoeld in artikel 12 is ingediend en deze aanvraag is geweigerd. Voor zover mogelijk moet van het transport kennis worden gegeven aan de Wederpartijen. Niettemin mag een transport van culturele goederen naar het grondgebied van een ander land niet voorzien zijn van het kenteken, tenzij de onschendbaarheid aan dit transport uitdrukkelijk is verleend.
De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen zoveel mogelijk de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen treffen teneinde de in lid 1 van dit artikel bedoelde transporten, welke voorzien zijn van het kenteken, te beveiligen tegen daartegen gerichte vijandelijke daden.
Artikel 14. Onschendbaarheid met betrekking tot inbeslagneming, buitmaking en verbeurdverklaring
Onschendbaarheid met betrekking tot inbeslagneming, buitmaking en verbeurdverklaring wordt verleend aan:
- a). culturele goederen, die de bescherming genieten bedoeld in artikel 12 of die bedoeld in artikel 13;
- b). vervoermiddelen uitsluitend bestemd voor het overbrengen van die goederen.
Het bepaalde in dit artikel beperkt op geen enkele wijze het recht van inspectie en visitatie.
HOOFDSTUK IV. Het personeel
Artikel 15. Personeel
Personeel belast met de bescherming van culturele goederen moet, voorzover dit verenigbaar is met de eisen welke de veiligheid stelt, worden geëerbiedigd in het belang van die goederen en moet, indien het in handen van de Wederpartij valt, zijn functie kunnen blijven uitoefenen, in alle gevallen, waarin de culturele goederen, waarvoor het verantwoordelijk is, eveneens in handen van de Wederpartij zijn gevallen.
HOOFDSTUK V. Het kenteken
Artikel 16. Kenteken van het Verdrag
Het kenteken van het Verdrag bestaat uit een schild, puntig aan de onderzijde, schuin gevierendeeld in koningsblauw en wit (een schild gevormd door een koningsblauw vierkant, waarvan een van de hoeken de punt van het schild vormt en door een koningsblauwe driehoek boven het vierkant, zodanig dat aan beide zijden een witte driehoek overblijft).
Het kenteken wordt gebruikt in enkelvoud of driemaal herhaald in driehoekige vorm (één schild aan de onderzijde) overeenkomstig de bepalingen van artikel 17.
Artikel 17. Gebruik van het kenteken
Het kenteken, driemaal herhaald, mag slechts worden gebruikt voor:
- a). onroerende culturele goederen onder bijzondere bescherming;
- b). het vervoer van culturele goederen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12 en 13;
- c). noodschuilplaatsen overeenkomstig de bepalingen van het Reglement van Uitvoering.
Het kenteken mag enkelvoudig slechts worden gebruikt voor:
- a). culturele goederen, die niet onder bijzondere bescherming zijn geplaatst;
- b). personen belast met het toezicht overeenkomstig het Reglement van Uitvoering;
- c). het personeel belast met de bescherming van culturele goederen;
- d). de identiteitskaarten bedoeld in het Reglement van Uitvoering.
Tijdens een gewapend conflict is het verboden het kenteken te gebruiken in andere gevallen dan die, vermeld in de voorgaande leden van dit artikel, en is het eveneens verboden om, voor welk doel ook, een teken te gebruiken dat op het kenteken lijkt.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.