Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federale Republiek Brazilië inzake samenwerking ter zake van defensiegerelateerde aangelegenheden

Type Verdrag
Publication 2018-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Regering van de Federale Republiek Brazilië,

hun staten hierna gezamenlijk te noemen „de partijen” en afzonderlijk de „partij”,

Geleid door hun gezamenlijke opvatting dat onderlinge samenwerking op defensiegebied de relatie tussen de partijen ten goede zal komen; en

Geleid door de wens de verschillende vormen van samenwerking tussen de partijen te versterken op basis van wederzijds belang,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Reikwijdte

De samenwerking tussen de partijen, die wordt beheerst door de beginselen van gelijkheid, wederkerigheid en wederzijds belang in overeenstemming met de nationale wetgeving en internationale verplichtingen van elke partij, dient de volgende doelen:

Artikel 2. Samenwerking

Samenwerking tussen de partijen ten behoeve van defensiegerelateerde aangelegenheden kan door middel van de volgende activiteiten worden geïmplementeerd:

Artikel 3. Waarborgen

Bij de uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van dit Verdrag verplichten de partijen zich de desbetreffende beginselen en doelstellingen van het Handvest van de Verenigde Naties te eerbiedigen, waaronder de soevereine gelijkheid van staten, territoriale integriteit en onschendbaarheid en niet-inmenging in de interne aangelegenheden van andere staten.

Artikel 4. Financiële regelingen
1.

Tenzij onderling schriftelijk anders is overeengekomen, is elke partij verantwoordelijk voor de kosten die haar personeel maakt in verband met de uitvoering van officiële taken uit hoofde van dit Verdrag.

2.

Alle uit hoofde van dit Verdrag uitgevoerde activiteiten zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen van de partijen.

Artikel 5. Beveiliging van gerubriceerde informatie
1.

Nadere regelingen voor de beveiliging van gerubriceerde informatie worden vastgelegd in een tussen de partijen te sluiten afzonderlijke overeenkomst inzake de beveiliging van gerubriceerde informatie.

2.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van bovengenoemde overeenkomst wordt alle gerubriceerde informatie die tussen de partijen wordt uitgewisseld of direct gegenereerd, alsmede informatie van algemeen belang die door een partij langs andere weg wordt verworven beveiligd in overeenstemming met het volgende:

Artikel 6. Vorderingen
1.

Een partij stelt geen vorderingen tegen de andere partij in naar aanleiding van verlies of beschadiging van eigendommen van de overheid die door hun strijdkrachten worden gebruikt of wegens letsel (met inbegrip van letsel met de dood tot gevolg) van hun personeel ontstaan bij de uitvoering van de officiële taken van dit Verdrag.

2.

Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien het verlies, de beschadiging of het letsel is veroorzaakt door grove nalatigheid of opzettelijk nalatig handelen. De partijen bepalen onderling of er sprake is van grove nalatigheid of opzettelijk nalatig handelen. In dat geval stellen de partijen tevens de kosten vast die verband houden met de afwikkeling van de vordering.

3.

Vorderingen van derden (behoudens vorderingen uit overeenkomst) wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendende partij bij de uitoefening van zijn officiële taken uit hoofde van dit Verdrag worden afgewikkeld in overeenstemming met de op het grondgebied van de ontvangende partij van kracht zijnde nationale wetgeving. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de zendende partij terugbetaald.

4.

Vorderingen van derden wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van beide partijen bij de uitoefening van hun officiële taken uit hoofde van dit Verdrag worden afgewikkeld in overeenstemming met de op het grondgebied van de ontvangende partij van kracht zijnde nationale wetgeving. Kosten die verband houden met de afwikkeling van dergelijke vorderingen worden door de partijen gedragen naar evenredigheid van het verlies dat of de schade die zij veroorzaken.

5.

Vorderingen van derden wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van een van de partijen of door het personeel van beide partijen buiten de uitoefening van hun officiële taken uit hoofde van dit Verdrag worden afgewikkeld in direct overleg tussen de partijen en in overeenstemming met het nationale recht dat op het grondgebied van de ontvangende partij van kracht is.

6.

Voorafgaand aan de afwikkeling van vorderingen van derden treedt de ontvangende partij in overleg met de zendende partij.

Artikel 7. Geschillenbeslechting
1.

Elk geschil omtrent de uitlegging of toepassing van dit Verdrag wordt langs diplomatieke weg beslecht door middel van direct overleg en onderhandelingen tussen de partijen.

2.

Tijdens het proces van geschillenbeslechting blijven beide partijen hun verplichtingen in overeenstemming met dit Verdrag nakomen.

Artikel 8. Aanvullend protocol en uitvoeringsregelingen
1.

Teneinde de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken kunnen tussen de partijen aanvullende protocols worden gesloten ter zake van onderwerpen binnen dit kaderverdrag.

2.

Teneinde de doelstellingen van dit Verdrag of de aanvullende protocollen daarbij te verwezenlijken kunnen tussen de bevoegde autoriteiten van de ministeries van Defensie van de partijen uitvoeringsregelingen worden gesloten. Deze uitvoeringsregelingen dienen te worden beperkt tot de onderwerpen van dit Verdrag en verenigbaar te zijn met de onderscheiden wetgeving van de partijen.

Artikel 9. Status van personeel

De partijen sluiten een overeenkomst over de status van hun personeel dat wordt uitgewisseld ten behoeve van samenwerking ter zake van defensiegerelateerde aangelegenheden.

Artikel 10. Wijzigingen
1.

Dit Verdrag kan na instemming van de partijen langs diplomatieke weg schriftelijk worden gewijzigd.

2.

Wijzigingen worden van kracht zoals omschreven in artikel 11 van dit Verdrag.

Artikel 11. Inwerkingtreding en beëindiging
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving waarbij de ene partij de andere er langs diplomatieke weg van in kennis stelt dat de voor de inwerkingtreding van dit Verdrag vereiste interne procedures zijn voltooid.

2.

Elke partij kan te allen tijde de andere partij schriftelijk en langs diplomatieke weg in kennis stellen van haar besluit dit Verdrag te beëindigen. De beëindiging wordt van kracht negentig (90) dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving en is, tenzij anders overeengekomen door de partijen, niet van invloed op lopende programma’s en activiteiten uit hoofde van dit Verdrag.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden gelegen in Europa.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brasilia, op 7 december 2011, in tweevoud in de Nederlandse, de Portugese en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie van dit Verdrag is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

J. S. J. HILLEN

Voor de Regering van de Federale Republiek Brazilië,

C. AMORIM

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.