Overeenkomst betreffende de van Duitsland te ontvangen herstelbetalingen, de instelling van een Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen en de teruggave van monetair goud
De Regeringen van Albanië, de Verenigde Staten van Amerika, Australië, België, Canada, Denemarken, Egypte, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk Groot Brittannië en Noord-Ierland, Griekenland, India, Luxemburg, Noorwegen, Nieuw-Zeeland, Nederland, Tsjecho-Elowakije, de Zuid-Afrikaanse Unie en Joego-Slavië, ten einde een billijke verdeling te verkrijgen van het totaal der goederen, die overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst en de voorzieningen, welke zijn getroffen te Potsdam, op 1 Augustus 1945, tussen de Regeringen van de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk Groot Brittannië en Noord-lerland en de Unie der Socialistische Sowjet Republieken, worden of zullen worden verklaard beschikbaar te zijn als van Duitsland te ontvangen herstelbetalingen (verder genoemd „Duitse Herstelbetalingen”), met de bedoeling een Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen in te stellen en een billijke procedure vast te stellen voor de teruggave van monetair goud,
Zijn overeengekomen als volgt:
DEEL I. Duitse herstelbetalingen
Artikel 1. Aandelen in de herstelbetalingen
A. De Duitse herstelbetalingen (met uitzondering van de fondsen, die moeten worden toegewezen volgens de bepalingen van artikel 8 van Deel I van deze overeenkomst) worden op de volgende wijze in categorieën verdeeld:
- Categorie A, omvattend alle vormen van Duitse herstelbetalingen, met uitzondering van die, welke begrepen zijn in categorie B,
- Categorie B, omvattend de gehele industriële outillage en andere kapitaalgoederen, die uit Duitsland worden weggevoerd, zomede de koopvaardijschepen en de binnenschepen.
B. Iedere ondertekenende Regering heeft recht op een percentage van de totale waarde der goederen van categorie A, alsook op een percentage van de totale waarde der goederen van categorie B, zoals voor ieder van deze categorieën is aangegeven in de corresponderende kolommen van onderstaande tabel:
| Landen | Categorie A | Categorie B |
|---|---|---|
| Albanië ...... | 0,05 | 0,35 |
| Verenigde Staten van Amerika ...... | 28,00 | 11,80 |
| Australië ...... | 0,70 | 0,95 |
| België ...... | 2,70 | 4,50 |
| Canada ...... | 3,50 | 1,50 |
| Denemarken ...... | 0,25 | 0,35 |
| Egypte ...... | 0,05 | 0,20 |
| Frankrijk ...... | 16,00 | 22,80 |
| Verenigd Koninkrijk ...... | 28,00 | 27,80 |
| Griekenland ...... | 2,70 | 4,35 |
| India ...... | 2,00 | 2,90 |
| Luxemburg ...... | 0,15 | 0,40 |
| Noorwegen ...... | 1,30 | 1,90 |
| Nieuw-Zeeland ...... | 0,40 | 0,60 |
| Nederland ...... | 3,90 | 5,60 |
| Tsjecho-Slowakije ...... | 3,00 | 4,30 |
| Zuid-Afrikaanse Unie1) ...... | 0,70 | 0,10 |
| Joego-Slavië ...... | 6,60 | 9,60 |
| Totaal | 100,00 | 100,00 |
1) De Regering der Zuid-Afrikaanse Unie heeft zich verbonden af te zien van haar rechten, voor zover nodig is om haar aandeel in categorie B op 0,1 % te brengen, maar deze Regering zal het recht hebben, als zij zal beschikken over vijandelijk Duitse bezittingen, welke zich bevinden op aan haar jurisdictie onderworpen grondgebied, het bedrag der netto waarde van die bezittingen te verrekenen met haar aandeel in de categorie A en met een aandeel van 1 % in categorie B.
C. Onder voorbehoud van het bepaalde in paragraaf D, hieronder vermeld, heeft iedere ondertekenende Regering het recht, van de koopvaardijschepen een deel, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deel I van deze overeenkomst, te ontvangen, op voorwaarde, dat de waarde van de koopvaardijschepen, die aan haar worden toegewezen, niet de waarde overtreft van het aandeel, waarop zij recht heeft in het totaal der goederen van categorie B.
Onder voorbehoud van het bepaalde in paragraaf D, hieronder vermeld, heeft iedere ondertekenende Regering insgelijks het recht een met haar rechten op het totaal der goederen van categorie A overeenkomend aandeel te ontvangen van de Duitse bezittingen, welke zich bevinden in de landen die in de oorlog tegen Duitsland neutraal zijn gebleven.
De verdeling onder de ondertekenende Regeringen van de goederen die beschikbaar zijn voor Duitse herstelbetalingen, andere dan koopvaardijschepen, binnenschepen en Duitse bezittingen in de landen, die in de oorlog tegen Duitsland neutraal zijn gebleven, zal geschieden overeenkomstig de beginselen, vermeld in artikel 4 van deel I van deze overeenkomst.
D. Indien een ondertekenende Regering van bepaalde soorten goederen, hetzij van categorie A, hetzij van categorie B, meer ontvangt dan haar percentage, zullen haar rechten op andere soorten goederen van dezelfde categorie zodanig worden verminderd, dat deze Regering in totaal niet meer ontvangt dan haar aandeel in de betrokken categorie in haar geheel.
E. Geen ondertekenende Regering kan meer ontvangen dan haar percentage, hetzij van categorie A, hetzij van categorie B in haar geheel, door afstand te doen van een gedeelte van haar percentage van de andere categorie; evenwel, wat de vijandelijke Duitse bezittingen betreft, die zijn onderworpen aan de jurisdictie van een ondertekenende Regering, zal deze Regering het recht hebben, het meerdere van zodanige bezittingen boven haar aandeel in het totaal der vijandelijke Duitse bezittingen, die onderworpen zijn aan de jurisdictie der ondertekenende Regeringen, zoals dit is vastgesteld voor het totaal der goederen van categorie A, te verrekenen, hetzij met de te ontvangen goederen van categorie A, hetzij met de te ontvangen goederen van categorie B, hetzij gedeeltelijk met de goederen der beide categorieën.
F. De Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen, die moet worden ingesteld overeenkomstig deel II van deze overeenkomst, zal de rekening der herstelbetalingen van elk der ondertekenende Regeringen debiteren voor de aan zijn jurisdictie onderworpen Duitse bezittingen door deze debetbedragen over een periode van 5 jaar te verdelen. De debetbedragen, in rekening gebracht op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, mogen niet lager zijn dan 20% van de netto-waarde van die bezittingen (bepaald bij artikel 6 van deel I van deze overeenkomst) volgens de taxatie, die er op die datum van zal zijn gedaan; aan het begin van het tweede jaar zullen ze niet lager zijn dan 25% van het saldo volgens de schatting op die datum; aan het begin van het derde jaar zullen zij niet minder mogen zijn dan 33 1/3% van het saldo volgens de schatting op die datum; aan het begin van het vierde jaar zullen ze niet lager mogen zijn dan 50% van het saldo volgens de schatting op die datum; aan het begin van het vijfde jaar zullen ze niet lager mogen zijn dan 90% van het saldo volgens schatting op die datum en aan het einde van het vijfde jaar zullen ze gelijk zijn aan het saldo van het totale bedrag, dat inderdaad is gerealiseerd.
G. De volgende afwijkingen van de bepalingen van bovenstaande paragrafen D en E zijn toepasselijk ten aanzien van een ondertekenende Regering, wier aandeel van categorie B lager is, dan haar aandeel van categorie A.
- I. De toewijzing van koopvaardijschepen aan een zodanige Regering zal haar rechten op andere soorten goederen van categorie B niet verminderen, dan voor zover deze toewijzingen te boven gaan de waarde die verkregen wordt wanneer het aan die Regering toegekende percentage van categorie A wordt toegepast op de totale waarde van de koopvaardijschepen.
- II. Indien de waarde der Duitse bezittingen, die onderworpen zijn aan de jurisdictie van een zodanige Regering, haar aandeel in het totaal der Duitse bezittingen, die aan de jurisdictie der ondertekenende Regeringen zijn onderworpen, overschrijdt, blijkens het haar toegewezen percentage van categorie A, zal het verschil in de eerste plaats ten laste worden gebracht van het aanvullende gedeelte van het percentage, waarop deze Regering recht zou hebben in categorie B, indien men het percentage, waarop zij recht heeft in categorie A zou toepassen op de vormen van herstelbetalingen van categorie B.
H. Indien een ondertekenende Regering geheel of gedeeltelijk afziet van haar aandeel in de Duitse herstelbetalingen, zoals vermeld in bovenstaande „Tabel van Percentages”, of zich uit de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen terugtrekt op een tijdstip, waarop aan het geheel of een gedeelte van haar rechten op de Duitse herstelbetalingen nog niet is voldaan, zal het aandeel of gedeeltelijk aandeel waarvan zij afziet, of dat haar nog verschuldigd is op het ogenblik waarop zij zich terugtrekt, onder de andere ondertekenende Regeringen worden verdeeld naar rato van derzelver percentages.
Artikel 2. Regeling der schuldvorderingen op Duitsland
A. De ondertekenende Regeringen komen onderling overeen, dat haar onderscheidene aandelen in de herstelbetalingen, zoals die door deze overeenkomst zijn vastgesteld, door ieder van haar beschouwd moeten worden als dekkende alle vorderingen van publiek en privaat karakter van haar en haar onderdanen op de Duitsche Regering en de Duitse Regeringsinstanties, voortgesproten uit de oorlog, voor zover niet uitdrukkelijk anders geregeld, met inbegrip van de kosten der Duitse bezetting, de tijdens de bezetting verkregen bedragen op rekening van de clearing en de schuldvorderingen op de Reichskreditkassen.
B. De bepalingen van bovenstaande paragraaf A prejudiciëren niet ten aanzien van:
- I. Het te zijner tijd bepalen van de vormen, de tijdsduur of het totale bedrag der herstelbetalingen, die Duitsland zal hebben te verrichten;
- II. Het recht, dat ieder der ondertekenende Regeringen zal kunnen hebben, inzake de definitieve regeling der Duitse herstelbetalingen:
- III. Iedere politieke, territoriale of andere eis, die een ondertekenende Regering zal kunnen stellen met betrekking tot de regeling van de vrede met Duitsland.
C. Niettegenstaande de bepalingen van bovenstaande paragraaf A, moet deze overeenkomst beschouwd worden geen betrekking te hebben op:
- I. De verplichting, die op de bevoegde autoriteiten in Duitsland rust om in de toekomst de betaling te verzekeren der schulden van Duitsland en zijn onderdanen, welke voortvloeien uit overeenkomsten en andere verplichtingen, die van kracht waren, evenals uit rechten, die reeds verkregen waren, voordat de staat van oorlog tussen Duitsland en de betrokken ondertekenende Regering bestond of vóór de bezetting van het betrokken land door Duitsland, naar gelang de eerste of de laatste gebeurtenis vroeger heeft plaatsgegrepen;
- II. De schuldvorderingen van instellingen voor sociale verzekering van de ondertekenende Regeringen of die van haar onderdanen op de instellingen voor sociale verzekering van de vroegere Duitse Regering;
- III. De bankbiljetten van Reichsbank en Rentenbank, met dien verstande, dat de besteding daarvan niet tot gevolg mag hebben, dat het bedrag der herstelbetalingen op ontoelaatbare wijze wordt verminderd, terwijl deze slechts mag plaats vinden met goedkeuring van de Bestuursraad in Duitsland.
D. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf A van dit artikel, komen de ondertekenende Regeringen overeen, voor zoveel haar aangaat, dat de Tsjecho-Slowaakse Regering bevoegd zal zijn om te trekken op de Girorekening van de Nationale Bank van Tsjecho-Slowakije bij de Reichsbank, voor het geval tot een zodanige maatregel zou worden besloten door de Tsjecho-Slowaakse Regering en deze wordt goedgekeurd door de Bestuursraad in Duitsland in verband met de wegvoering uit Tsjecho-Slowakije naar Duitsland van vroegere Tsjecho-Slowaakse onderdanen.
Artikel 3. Afstand van vorderingen inzake goederen, toegewezen bij wijze van herstelbetaling
Ieder der ondertekenende Regeringen verbindt zich niet op te komen voor, noch voor internationale rechtbanken te brengen, noch door diplomatieke actie te ondersteunen, vorderingen, die in haar naam of uit naam van personen, die recht hebben op haar bescherming, worden ingediend tegen enige andere ondertekenende Regering of tegen haar onderdanen, met betrekking tot goederen door die Regering ontvangen als herstelbetaling, onder goedkeuring van de Bestuursraad in Duitsland.
Artikel 4. Algemene beginselen voor de verdeling van industriële outillage en van andere kapitaalgoederen
A. Geen ondertekenende Regering mag toewijzing vragen, bij wijze van herstelbetaling, van industriële outillage of andere kapitaalgoederen, die uit Duitsland zijn weggevoerd, tenzij voor gebruik op eigen grondgebied of door eigen onderdanen buiten haar grondgebied.
B. Bij het voorleggen van haar aanvragen aan de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen zullen de ondertekenende Regeringen er naar streven verzamelopgaven in te dienen, die samenhangende groepen van goederen omvatten, liever dan aanvragen te doen voor afzonderlijke goederen of voor kleine groepen goederen. Erkend wordt, dat de werkzaamheid van het secretariaat van de Organisatie doeltreffender zijn naarmate de door de bedoelde Regeringen aangeboden aanvragen meer omvattend zijn.
C. Voor toewijzing van voor herstelbetaling beschikbaar verklaarde goederen, andere dan koopvaardijschepen, binnenschepen en Duitse bezittingen in landen die tijdens de oorlog tegen Duitsland neutraal zijn gebleven, zal de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen uitgaan van de volgende algemene beginselen:
- I. Ieder goed of iedere groep van met elkaar verband staande goederen, waarin een vragend land aanzienlijke financiële belangen heeft, daterend van vóór de oorlog, moet desverlangd aan dat land worden toegewezen. Voor het geval twee of meer vragende landen aanzienlijke belangen van dien aard hebben in een bepaald goed of een bepaalde groep van goederen, zal bij de toewijzing rekening worden gehouden met de hieronder vermelde creteria;
- II. Indien de toewijzing tussen mededingende aanvragers niet geregeld is door paragraaf I, zal, behalve aan andere ter zake dienende factoren, aandacht moeten worden geschonken aan de volgende overwegingen:
- (a). De mate, waarin ieder vragend land behoefte heeft, om te beschikken over het goed of over de goederen om zijn economie te herstellen, weder op te bouwen, of weer op gang te brengen;
- (b). De mate, waarin het goed of de goederen in de plaats zouden treden van goederen, welke tijdens de oorlog zijn verwoest, beschadigd of geroofd, of van goederen, die moeten worden vervangen ten gevolge van abnormale slijtage, veroorzaakt door de productie tijdens de oorlog, en welke van belang zijn voor de economie van het vragende land;
- (c). De functies van het betreffende goed of de betreffende goederen in het algemene kader der voor-oorlogse economie van het vragende land en in de plannen, opgesteld met het doel zijn naoorlogse economie aan te passen en te ontwikkelen;
- (d). De aanvragen van landen, wier aandeel in de herstelbetalingen klein is, maar die behoefte hebben aan zekere duidelijk omschreven goederen of groepen van goederen.
- III. Bij de toewijzigingen zal een redelijk evenwicht moeten worden bewaard tussen de verschillende rechthebbenden wat betreft het reeds voldane gedeelte van hun onderscheidene aandelen, onder voorbehoud van die tijdelijke uitzonderingen, die kunnen worden gerechtvaardigd door de overwegingen van bovenstaande paragraaf II (a).
Artikel 5. Algemene beginselen voor de toewijzing van koopvaardijschepen en binnenschepen
- I. De Duitse koopvaardijschepen, die beschikbaar zijn voor verdeling bij wijze van herstelbetaling onder de ondertekenende Regeringen, zullen tussen deze worden verdeeld in verhouding tot de globale verliezen aan koopvaardijschepen, die de ondertekenende Regeringen en haar onderdanen door oorlogshandelingen hebben geleden, berekend op basis van de bruto tonnenmaat. Erkend wordt, dat de overdracht van koopvaardijschepen door de Regeringen der Verenigde Staten van Amerika en van het Verenigd Koninkrijk aan andere Regeringen plaats heeft, onder voorbehoud van een definitieve goedkeuring door de wetgevende organen dezer beide landen, indien een zodanige goedkeuring vereist mocht zijn.
- II. Een speciale commissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de ondertekenende Regeringen, zal worden ingesteld door de Assemblée van de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen teneinde aanbevelingen te doen inzake het bepalen van die verliezen en de toewijzing der voor de verdeling beschikbare Duitse koopvaardijschepen.
- III. De waarde der Duitse koopvaardijschepen, die op de rekeningen der herstelbetalingen zal worden geboekt, zal worden vastgesteld door de uit drie leden bestaande Commissie van de Handelsvloot, op basis der prijzen in Duitsland van 1938, verhoogd met 15 % en met toepassing van een afschrijvingscoëfficiënt.
B. Erkennende, dat sommige landen in het bijzonder behoefte hebben aan binnenschepen, zal de verdeling van deze schepen worden toevertrouwd aan een speciale commissie, ingesteld door de Assemblée van de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen, voor het geval binnenschepen in de toekomst als herstelbetaling voor de ondertekenende Regeringen beschikbaar mochten komen.
De binnenschepen zullen worden getaxeerd op de basis, aangenomen voor de koopvaardijvloot of op een daarmee overeenkomende billijke basis.
Artikel 6. Buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
A. Iedere ondertekenende Regering zal, volgens zelf te bepalen methode, de vijandelijke Duitse bezittingen, die zich op het onder haar jurisdictie staand grondgebied bevinden, onder zich houden, of er over beschikken op een zodanige wijze, dat zij niet opnieuw Duits eigendom kunnen worden of weer onder Duitse zeggenschap kunnen komen, en zal deze bezittingen met haar aandeel in de herstelbetalingen verrekenen (na aftrek van achterstallige belastingen, bevoorrechte schulden en kosten van beheer en vrij van alle andere zakelijke lasten, die op bepaalde goederen drukken, en vrij van alle wettelijke contractuele vorderingen op vroegere Duitse eigenaars dier bezittingen).
B. De ondertekenende Regeringen zullen aan de Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen alle inlichtingen verschaffen, welke deze zal vragen omtrent de waarde van die bezittingen en omtrent de opbrengsten, welke periodiek worden verkregen door de liquidatie van deze bezittingen.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.