Arbeidsverdrag tussen Nederland en Frankrijk
De Regering van de Franse Republiek en de Regering van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
bezield met de wens de uitwisseling van arbeidskrachten tussen Nederland en Frankrijk te bevorderen en te organiseren en in zo groot mogelijke mate de gelijkheid van behandeling op elkanders grondgebied van de wederzijdse onderdanen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden tot stand te brengen, hebben besloten te dien einde een verdrag te sluiten en hebben tot hun gevolmachtigden benoemd, te weten:
De President van de Republiek:
de Heer Georges Bidault, Minister van Buitenlandse Zaken,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie Jonkheer A. W. L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer, Ambassadeur van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden te Parijs,
die, na uitwisseling van hun volmachten, welke in goede en behoorlijke vorm werden bevonden, nopens de navolgende bepalingen zijn overeengekomen:
Artikel 1
De Franse Regering en de Nederlandse Regering verbinden zich het vertrek harer wederzijdse onderdanen, die zich naar een der beide landen wensen te begeven om aldaar arbeid te verrichten, niet te zullen belemmeren, voor zoveel dit vertrek van arbeiders niet schadelijk is voor de economische en/of demografische toestand van het betrokken land en mits de toepassing van de gewone en algemene wetgeving in afzonderlijke gevallen zich daartegen niet verzet. Zij zullen hun, alsmede aan hun echtgenoten of aan hun kinderen die hen vergezellen of zich bij hen voegen, te dien einde alle ambtelijke faciliteiten verlenen. Zij zullen hun in het bijzonder de nodige identiteitspapieren en paspoorten verstrekken.
Ingeval de arbeiders van het ene en het andere land en hun gezinnen, die op het wederzijds grondgebied gevestigd zijn of regelmatig verblijven, naar hun land van oorsprong wensen terug te keren, zullen de beide regeringen hun alle ambtelijke faciliteiten hiervoor verlenen.
Artikel 2
De numerieke aanvragen, dat wil zeggen de aanvragen van niet met name aangeduide arbeiders, zullen voorzien worden van het visum van de daarvoor door de bevoegde Ministeries van het immigratieland aangewezen overheden en zullen vervolgens aan de bevoegde overheden van het andere land worden gezonden.
Deze aanvragen zullen geschieden volgens een door de bevoegde Franse en Nederlandse overheden in gemeenschappelijk overleg vastgesteld aanvraagformulier.
De aanvragen van mét name genoemde arbeiders zullen met inachtneming van dezelfde voorwaarden geviseerd worden.
De door de werkgevers voorgestelde arbeidsovereenkomsten en de door hen ingediende aanvragen mogen geen bepaling bevatten, die in strijd met het onderhavige verdrag is.
Artikel 3
De immigrerende arbeiders, die òf begrepen zijn in een numerieke aanvrage òf aangeworven worden op grond van een individueel contract, waarin zij met name zijn genoemd, zullen voor hun aankomst in het een of ander der beide landen in het bezit moeten zijn van een arbeidsovereenkomst, die onder de in Artikel 2 vermelde voorwaarden is geviseerd en voorzien is van een verklaring van geen bezwaar, afgegeven door hun eigen overheden.
Zij zullen bovendien voorzien moeten zijn van een geneeskundige verklaring, die is afgegeven door een speciaal te dien einde door het land op welks grondgebied zij tewerkgesteld zullen worden, aangewezen geneesheer.
Artikel 4
De verrichtingen met betrekking tot de binnenkomst in Frankrijk van Nederlandse arbeiders, die onder contrôle van de bevoegde Franse overheden aan de vertegenwoordiger in Nederland van het Office National d'Immigration worden opgedragen, zullen alleen in overeenstemming met en met medewerking van het Rijksarbeidsbureau geschieden.
De Nederlandse ambtelijke diensten verbinden zich, voor het geval de aanwerving van een contingent arbeiders van een bepaalde bedrijfstak in gemeenschappelijk overleg is overeengekomen, belanghebbende kringen daarmede op zodanige wijze in kennis te stellen, dat de aanmelding van geëigende gegadigden wordt uitgelokt.
Artikel 5
De geïmmigreerde arbeiders zullen bij gelijke arbeid een beloning ontvangen, gelijk aan die der arbeiders van dezelfe categorie, die in dezelfde onderneming werkzaam zijn, of, bij ontstentenis van arbeiders van dezelfde categorie werkzaam in dezelfde onderneming, de normale en gebruikelijke beloning der arbeiders van dezelfde categorie in dezelfde streek.
De Regering van het immigratieland zal er voor zorg dragen, dat op haar gebied de gelijkheid van beloning der geïmmigreerde arbeiders met die der eigen onderdanen in acht wordt genomen.
Artikel 6
De arbeiders van ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied van de andere Partij dezelfde bescherming als die welke aan de eigen onderdanen wordt verleend en gelijkheid van behandeling met laatstgenoemden genieten in alles wat betreft de toepassing van de wetten en reglementen nopens de arbeids-, bestaans- en huisvestingsvoorwaarden, de sociale verzekeringen, de hygiëne en de veiligheid der arbeiders. Deze gelijkheid van behandeling zal zich ook uitstrekken tot alle bepalingen, die in de toekomst op dit gebied in de beide landen mochten worden uitgevaardigd.
De renten of andere uitkeringen, waarop de arbeiders van een der Hoge Verdragsluitende Partijen overeenkomstig de wetgeving op de sociale verzekeringen der andere Hoge Verdragsluitende Partij recht hebben, zullen hun of aan hun weduwen of wezen zelfs dan worden uitbetaald, indien zij naar hun land zijn teruggekeerd.
Artikel 7
Ingeval de arbeiders van een der beide Staten, aan wie regelmatig toegestaan is in de andere Staat te verblijven, werkloos worden, moeten zij zich tot de bevoegde openbare arbeidsbemiddeling wenden, die trachten zal hun werk te verschaffen.
Deze arbeiders zullen dezelfde voordelen genieten als de onderdanen van de Staat van vestiging vanwege de eigenlijke instellingen voor werklozenverzekering en vanwege de nationale werklozenfondsen.
Artikel 8
Alle klachten der arbeiders, zowel die met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden, die hun worden toegekend door de werkgevers, als die ten aanzien van de bestaansvoorwaarden, zullen, zonder onderscheid of deze in de taal van het land van verblijf of in de taal van de arbeider zijn opgesteld, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de diplomatieke of consulaire ambtenaren worden medegedeeld of overgebracht aan de bevoegde overheid van het land waar zij verblijven; de bevoegde administratie van dit land zal bij uitsluiting bevoegd zijn tot het vereiste onderzoek over te gaan en tussenbeide te komen voor het bereiken van een minnelijke oplossing.
Iedere Regering zal aan haar diplomatieke vertegenwoordiging bij de andere Staat een specialist kunnen toevoegen voor arbeids-, emigratie- of sociale vraagstukken en voor het onderhouden van contact met de bevoegde overheden van het land, waarheen de arbeiders van het andere land geëmigreerd zijn. De beide regeringen zullen de taak van deze attaché's vergemakkelijken.
De bepalingen van dit artikel brengen generlei wijziging in de bevoegdheden der consuls, gelijk deze volgen uit de verdragen en overeenkomsten en de wetten van het verblijfsland.
Artikel 9
De bevoegde administraties der beide landen zullen in gemeenschappelijk overleg de ondergeschikte administratieve maatregelen vaststellen, die nodig zijn voor de uitvoering der bepalingen van dit verdrag en die samenwerking van haar diensten vereisen.
Zij stellen tevens de gevallen vast waarin en de voorwaarden waaronder deze diensten rechtstreeks met elkaar briefwisseling zullen voeren.
Verder zullen zij alle nodige inlichtingen uitwisselen nopens de arbeids- en bestaansvoorwaarden der arbeiders van een der beide landen, die in het andere verblijven, alsmede nopens de wettelijke, reglementaire en administratieve bepalingen met betrekking tot deze arbeiders.
Artikel 10
De twee Regeringen zullen een gemengde raadgevende Commissie samenstellen, die in voorkomende gevallen, op verzoek van de een of andere der Hoge Verdragsluitende Partijen, afwisselend in Frankrijk en in Nederland bijeen zal komen.
Deze Commissie zal bevoegd zijn de vragen nopens de uitvoering van dit Verdrag en der wetten en reglementen van iedere Staat, die van toepassing zijn op de arbeiders van de andere Staat te onderzoeken.
Zij heeft eveneens tot taak, voor zoveel nodig, enige herziening of uitbreiding van de bepalingen van dit Verdrag of van de in de voorgaande alinea bedoelde wetten en reglementen voor te stellen.
De Commissie zal samengesteld zijn uit ten hoogste 6 vertegenwoordigers van de betrokken administraties van iedere Staat. Aan iedere vertegenwoordiging kunnen deskundigen worden toegevoegd.
Artikel 11
Alle geschillen met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag zullen zoveel mogelijk langs diplomatieke weg worden opgelost na raadpleging zo nodig van de ingevolge Artikel 10 ingestelde gemengde Commissie.
Ingeval het niet mogelijk is gebleken langs deze weg tot een oplossing te geraken, zal het geschil geregeld worden door een arbitrale rechtspraak, die bij een tussen de twee Regeringen overeen te komen regeling in het leven geroepen zal worden; het arbitrale orgaan zal het geschil volgens de grondbeginselen en de geest van dit verdrag moeten oplossen.
Artikel 12
Dit Verdrag zal slechts van toepassing zijn op de grondgebieden van de Hoge Verdragsluitende Partijen in Europa.
Artikel 13
Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden zullen zo spoedig mogelijk worden uitgewisseld.
Het zal onmiddellijk na uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden in werking treden.
Het zal onmiddellijk na de ondertekening voorlopig worden toegepast.
Artikel 14
Dit Verdrag blijft van kracht tot 31 December 1948.
Zijn geldigheidsduur zal stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd, behoudens opzegging door de een of andere der Hoge Verdragsluitende Partijen.
Van de opzegging moet zes maanden voor de afloop van iedere termijn kennis worden gegeven.
Ter oorkonde waarvan de bovengenoemde behoorlijk gemachtigde gevolmachtigden,
dit Verdrag hebben ondertekend en er hun zegels aan hebben gehecht.
Fait à Paris, le 2 juin 1948.
(s.) BIDAULT.
(s.) A. W. L. TJARDA VAN STARKENBORGH STACHOUWER.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.