Leningsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België

Type Verdrag
Publication 1951-11-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden enerzijds en de Regering van het Koninkrijk België anderzijds,

Gezien het besluit C (49) 94 genomen door de Raad van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking in zijn vergadering van 2 Juli 1949, betreffende het stelsel van intra-Europese betalingen voor de dienst 1949-1950 en in het bijzonder paragraaf II van dit besluit.

Gezien het besluit C (49) 120 genomen door de Raad van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake intra-Europese Betalingen en Compensaties voor de dienst 1949-1950, alsmede het besluit C (49) 138 van dezelfde Raad, houdende goedkeuring van het Protocol tot voorlopige toepassing van de voornoemde Overeenkomst inzake Betalingen en Compensaties.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Regering van het Koninkrijk België opent hierbij ten gunste van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een crediet in Belgische franken gelijkwaardig aan acht en dertig millioen U.S.A. dollars (U.S.A. $ 38 000 000) ter financiering van het tekort van het guldensgebied tegenover het Belgisch monetaire gebied, zoals dit tekort zal worden vastgesteld door toepassing van het Verdrag inzake intra-Europese Betalingen en Compensaties gesloten te Parijs op 7 September 1949.

Artikel 2

Het crediet bedoeld in artikel 1 zal eerst dan door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden mogen worden gebruikt, nadat een tekort ten opzichte van het Belgisch monetaire gebied, gelijk aan de tegenwaarde van U.S.A. $ 52 000 000 zal zijn gedekt door middel van trekkingsrechten die aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zijn verleend krachtens het voornoemde Verdrag inzake Betalingen en Compensaties.

Artikel 3

I. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal het crediet, bedoeld in artikel 1, moeten besteden door gelijktijdig gebruik te maken, ter dekking van het tekort van het guldensgebied ten opzichte van het Belgisch monetaire gebied, van het gedeelte van de trekkingsrechten - te weten de tegenwaarde van negen-en-veertig millioen U.S.A.-dollars - dat aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is toegewezen tot dekking van het overschot van het Belgisch monetaire gebied ten opzichte van de monetaire gebieden van de landen die deelnemen in het Verdrag inzake Betalingen en Compensaties voor 1949-1950 en dat tweehonderd millioen U.S.A.-dollars zal overschrijden.

II. Dit gelijktijdig gebruik zal op de volgende wijze geschieden:

III. Als gebruik van trekkingsrechten zal eventueel voor de doeleinden van de onderhavige overeenkomst ook worden beschouwd, de betaling aan België van dollars verschaft door de Administratie van de Economische Samenwerking der Verenigde Staten van Amerika, ter financiering van aankopen verricht in het Belgische monetaire gebied door peronen gevestigd in het guldensgebied, op voorwaarden in onderlinge overeenstemming vast te stellen door de Regering van het Koninkrijk België en de Administratie van de Economische Samenwerking van de Verenigde Staten van Amerika en, eventueel, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 4

Het Koninkrijk België verbindt zich bij deze, binnen de grenzen en voorwaarden als hierboven gesteld en op verzoek van de „Bank voor Internationale Betalingen”, handelend in het kader van de instructies gevoegd bij deze overeenkomst (bijlage II), die haar te dien einde zullen worden verstrekt door de ondergetekende partijen, Belgische franken ter beschikking te stellen van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden tot zodanige bedragen en op zodanige tijdstippen als noodzakelijk zal zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst en van het Verdrag inzake intra-Europese Betalingen en Compensaties voor het dienstjaar 1949-1950.

Artikel 5

Voor elk bedrag aan Belgische franken dat onder toepassing van artikel 4 hierboven te harer beschikking zal zijn gesteld, zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ten gunste van de Regering van het Koninkrijk België afgeven een door haar ondertekende obligatie tot een gelijk bedrag aan Belgische franken, gedateerd op de dag, waarop dit bedrag ter beschikkig van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal zijn gesteld. Deze obligatie wordt opgesteld volgens het model gespecificeerd in de bijlage bij deze overeenkomst (bijlage I).

Artikel 6

De Regering van het Koninkrijk België zal de krachtens deze overeenkomst door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ondertekende obligaties niet overdragen, noch in onderpand geven, tenzij dit geschiedt aan een of meer Belgische publiekrechtelijke lichamen, in welk geval genoemde Regering binnen dertig dagen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden van deze overdracht of verpanding in kennis zal stellen.

Artikel 7

Indien een deel van de Amerikaanse hulp voor het dienstjaar 1949-1950 aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal worden toegekend in de vorm van leningen met een rentevoet afwijkend van de rentevoet van de obligatie genoemd in artikel 5, zal laatstgenoemde rentevoet, indien een van de contracterende partijen dit verzoekt, in overeenstemming worden gebracht met de rentevoet vastgesteld voor de Amerikaanse leningen gedurende de dienst 1949-1950 verstrekt aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 8

Indien na ondertekening van deze overeenkomst voor het Belgisch monetaire gebied ten opzichte van het guldensgebied een tekort mocht ontstaan en dit tekort niet mocht kunnen worden aangezuiverd met voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden acceptabele betaalmiddelen anders dan goud, U.S.A.-dollars of deviezen inwisselbaar in goud of U.S.A.-dollars, zal de Regering van het Koninkrijk België de bevoegdheid hebben dit tekort aan te zuiveren door het, bij wijze van buitengewone aflossing door de Regering van het Koninkrijk der Nedelanden, in mindering te brengen van de op de voet van deze overeenkomst aangegane schuld.

Artikel 9

Indien op een gegeven ogenblik de contracterende partijen in onderlinge overeenstemming beslissen, dat het in hun belang zou zijn, ter oorzake van tegenwerkende economische omstandigheden of om elke andere oorzaak, de betaling van een of meer halfjaarlijkse aflossingen uit te stellen of een zodanig uitstel in het vooruitzicht te stellen, of om meer in het algemeen een verandering aan te brengen of in het vooruitzicht te stellen in enige voorwaarde verbonden aan de obligaties genoemd in artkel 5 van de onderhavige overeenkomst, kunnen zij in onderlinge overeenstemming schriftelijk voorzien in elk uitstel, elke verandering of elke andere wijziging in de genoemde voorwaarden.

Indien de Regering van het Koninkrijk België de onderhavige obligaties zou overdragen aan een of meer Belgische publiekrechtelijke lichamen of deze obligaties in onderpand zou geven aan dergelijke instellingen, zal zij alle nodige schikkingen treffen, opdat de overdracht of het in onderpand geven geen beletsel vormen voor het gestelde in de eerste alinea van dit artikel.

Artikel 10

Tot het bedrag, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden krachtens deze overeenkomst schuldig is, zullen de door haarzelf of door de Nederlandsche Bank opgenomen of nog op te nemen tegoeden in Belgische franken geen koersgarantie genieten.

De betalingsovereenkomsten of andere thans bestaande regelingen zullen in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen in de hieraan vooafgaande alinea.

Artikel 11

Dit Leningsverdrag zal van kracht worden na goedkeuring door de beide Contracterende Partijen, overeenkomstig hun nationaal recht.

De beide Contracterende Partijen zullen binnen de kortst mogelijke tijd elkaar mededelen op welke datum deze goedkeuring heeft plaatsgevonden.

Op het ogenblik van ondertekening van dit Leningsverdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden hebben de Ondertekenaars van de Contracterende Partijen hun volmachten uitgewisseld, welke in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden.

Fait à Paris, le 7 septembre 1949, en double exemplaire, au siège de la Mission belge auprès de l'Organisation Européenne de Coopération Economique.

Pour le Gouvernement du Royaume de Belgique:

DE MEEUS.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:

S. J. VAN TUYLL VAN SEROOSKERKEN.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.