Europese Overeenkomst houdende toepassing van artikel 23 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 1949, betreffende de afmetingen en gewichten der op bepaalde wegen van de Overeenkomstsluitende Partijen toegelaten voertuigen

Type Verdrag
Publication 1956-10-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Vergaderd onder de auspiciën van de Economische Commissie voor Europa te Genève,

Verlangende het verkeer van voertuigen zoveel mogelijk te ontwikkelen en te intensiveren op de wegen waarvoor zij bevoegd zijn het gebruik te regelen, voor zover dit verenigbaar is met de eisen van de verkeersveiligheid,

Overwegende dat artikel 23 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 1949 voorziet in het sluiten van regionale overeenkomsten tot aanwijzing van bepaalde wegen der Verdragsluitende Partijen, waarop verkeer toegelaten is van voertuigen waarvan de maximumafmetingen en -gewichten niet groter zijn dan de in Bijlage 7 van het voornoemde Verdrag vastgestelde,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

De wegen die door de Overeenkomstsluitende Partijen zijn aangewezen in de bijlage van deze Overeenkomst, zijn toegankelijk voor het verkeer met voertuigen waarvan de toegestane maximum-afmetingen en -gewichten, onverschillig of het voertuig ledig of geladen is, en met dien verstande dat voertuigen niet zwaarder beladen mogen zijn dan is toegestaan door het bevoegde gezag van het land van inschrijving, niet groter zijn dan de maximum-afmetingen en -gewichten, vastgesteld in Bijlage 7 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 1949.

Artikel 2
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties er te allen tijde kennis van geven dat zij met ingang van de datum der kennisgeving een bepaalde in de bijlage van deze Overeenkomst aangewezen weg voor een beperkte of onbeperkte tijd van de toepassing van deze Overeenkomst uitsluit.

2.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ervan in kennis stellen dat zij met ingang van de datum der kennisgeving, buiten de in de bijlage van deze Overeenkomst aangewezen wegen, een nieuwe weg aanwijst waarop verkeer toegelaten is met voertuigen waarvan de maximum-afmetingen en -gewichten, onverschillig of ze ledig of geladen zijn, niet meer bedragen dan de maximum-afmetingen en -gewichten, vastgesteld in Bijlage 7 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 1949.

3.

De Secretaris-Generaal deelt de bovenbedoelde kennisgevingen aan de andere Overeenkomstsluitende Partijen mede.

Artikel 3
1.

Deze Overeenkomst staat tot 30 Juni 1951 open voor ondertekening en na die datum voor toetreding door de landen die aan de werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa deelnemen.

2.

De akten van toetreding en, eventueel, de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties, die daarvan mededeling doet aan al de in het eerste lid van dit artikel bedoelde landen.

Artikel 4

Deze Overeenkomst kan worden opgezegd met inachtneming van een termijn van zes maanden door een daartoe strekkende kennisgeving aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties, die daarvan mededeling doet aan de Overeenkomstsluitende Partijen.

Na het verstrijken van die termijn houdt de Overeenkomst op van kracht te zijn voor de Overeenkomstsluitende Partij die deze heeft opgezegd.

Artikel 5
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer drie van de hierboven in artikel 3, eerste lid, bedoelde landen er Partij bij zijn geworden.

2.

Deze Overeenkomst eindigt indien het aantal Overeenkomstsluitende Partijen op enig ogenblik minder dan drie bedraagt.

Artikel 6

Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen, met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, hetwelk de Partijen noch door onderhandeling noch anderszins kunnen oplossen, kan door elk der betrokken Overeenkomstsluitende Partijen ter beslissing aanhangig worden gemaakt bij een arbitragecommissie, waarvoor elk van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen een lid aanwijst en waarvan de voorzitter door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt aangewezen.

Artikel 7
1.

Het origineel van deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan elk van de in artikel 3, eerste lid, bedoelde landen een gewaarmerkt afschrift ervan doet toekomen.

2.

De Secretaris-Generaal is gemachtigd deze Overeenkomst bij het in werking treden ervan te registreren.

IN FAITH WHEREOF the undersigned representatives, having communicated their full powers, found in good and due form, have signed this Agreement.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.