Overeenkomst tussen de Koninklijke Nederlandse Regering en de Koninklijke Griekse Regering inzake luchtvervoer tussen haar onderscheiden grondgebieden
De Koninklijke Nederlandse Regering en de Koninklijke Griekse Regering, geleid door de wens een overeenkomst te sluiten betreffende de instelling van luchtverbindingen tussen Nederland en Griekenland, hebben tot dit doel haar gevolmachtigden benoemd, die omtrent de volgende bepalingen tot overeenstemming zijn gekomen.
Artikel 1
De overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederzijds de rechten, opgesomd in de hieraan gehechte bijlage, ten aanzien van de instelling van de internationale burgerlijke luchtlijnen en van de diensten, vermeld in deze bijlage.
Genoemde diensten kunnen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke die rechten worden verleend, worden geopend.
Artikel 2
1). Elk van de luchtdiensten, genoemd in de hieraan gehechte bijlage, zal in exploitatie worden genomen zodra de Overeenkomstsluitende Partij, welke krachtens artikel 1 het recht heeft gekregen één of meer ondernemingen aan te wijzen om de betreffende lijnen te exploiteren, die aanwijzing zal hebben gedaan.
De Overeenkomstsluitende Partij, welke dat recht zal hebben toegekend, zal, behoudens de bepalingen van par. 2 van dit artikel en die van het hiernavolgende artikel 6, aan de belanghebbende onderneming of ondernemingen de benodigde exploitatievergunning onverwijld moeten verlenen.
- a). De aldus door een van de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen onderneming of ondernemingen zullen kunnen worden uitgenodigd, alvorens de door deze overeenkomst vastgestelde diensten aan te vangen, ten overstaan van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar bevoegdheid te bewijzen, zulks overeenkomstig de wetten en voorschriften, welke in dat land van kracht zijn, voor wat betreft de exploitatie van internationale burgerlijke lijnen door commerciële luchtvervoersondernemingen.
- b). In de gebieden, welke militair bezet zijn of in de gebieden, welke bij militaire bezetting betrokken zijn, zal de opening van luchtdiensten onderworpen zijn aan de goedkeuring van de bevoegde militaire autoriteiten.
Artikel 3
Ten einde elke bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:
- a). elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan opleggen of doen opleggen billijke en redelijke tarieven voor het gebruik van luchthavens en andere installaties. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze tarieven niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en installaties door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten.
- b). De motorbrandstoffen, smeeroliën en reservedelen, ingevoerd in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door een luchtvervoersonderneming, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij of voor rekening van een zodanige onderneming, en uitsluitend bestemd voor gebruik door luchtvaartuigen van deze laatste, zullen voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten en tarieven, geheven door de Overeenkomstsluitende Partij, op wier grondgebied de invoer zal zijn geschied, gelijke behandeling genieten als die, welke wordt toegepast op de nationale onderneming of op de meest begunstigde Staat.
- 3). Elk luchtvaartuig van de Overeenkomstsluitende Partijen, hetwelk gebruikt wordt op de in deze Overeenkomst genoemde lijnen, alsmede motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, gewone uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord blijven van burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvervoersondernemingen van de Overeenkomstsluitende Partijen, welke gerechtigd zijn de luchtlijnen en diensten, omschreven in de bijlage, te onderhouden, zullen bij hun aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij hun vertrek daaruit, vrijstelling genieten van douanerechten, inspectiekosten of andere soortgelijke rechten en tarieven, zelfs wanneer zulke voorraden zouden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten boven dat grondgebied.
- 4). De in par. 3 van dit artikel opgesomde voorraden, welke de hierboven genoemde vrijstelling genieten, mogen slechts worden gelost met goedkeuring van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze voorraden zullen, indien zij weer moeten worden uitgevoerd, tot wederuitvoer onder toezicht van de douane van de andere Overeenkomstsluitende Partij blijven.
Artikel 4
De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van geschiktheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen, en welke niet verlopen zijn, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van luchtlijnen en diensten, opgesomd in de Bijlage.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied, de erkenning van bewijzen van geschiktheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen toegekend, te weigeren.
Artikel 5
- 1). De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied, voor wat betreft luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen gedurende hun aanwezigheid binnen haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de onderneming of ondernemingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en bedoelde luchtvaartuigen zullen deze moeten nakomen bij aankomst, bij vertrek en gedurende hun aanwezigheid binnen het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij.
- 2). De wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de passagiers, bemanningen of goederen, vervoerd aan boord van de luchtvaartuigen, regelen, zoals die, welke van toepassing zijn op het binnenkomen, op de formaliteiten voor in- en uitklaring, op de immigratie, op de paspoorten, op de douane en op de quarantaine, zullen bij het binnenkomen, het vertrek en gedurende het verblijf op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij van toepassing zijn op passagiers, bemanningen en goederen, hetzij op hen persoonlijk, hetzij op een derde, die in hun naam optreedt.
Artikel 6
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich de bevoegdheid voor, aan een luchtvervoersonderneming, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, de rechten, opgesomd in de hieraan gehechte bijlage, te onthouden of deze te herroepen, wanneer zij niet het bewijs heeft, dat een belangrijk deel van het eigendom en het daadwerkelijk toezicht van die onderneming berust bij onderdanen van de laatste Overeenkomstsluitende Partij, dan wel ingeval deze luchtvervoersonderneming de wetten en voorschriften van de Staat, waarover gevlogen wordt, zoals die, bedoeld in Artikel 5 hierboven, niet in acht neemt of niet voldoet aan de verplichtingen, welke deze overeenkomst haar oplegt.
Artikel 7
Deze overeenkomst en alle daarmede in verband staande contracten zullen worden geregistreerd bij de Voorlopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, opgericht ingevolge de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, gesloten op 7 December 1944 te Chicago, of bij de Organisatie, welke deze zal opvolgen.
Artikel 8
In een geest van nauwe samenwerking zullen de Luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, wanneer hiertoe aanleiding bestaat, van tijd tot tijd overleg plegen, teneinde de toepassing van het beginsel neergelegd in deze overeenkomst en haar bijlage en de bevredigende naleving daarvan te verzekeren.
Artikel 9
Wanneer een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van de bijlage van deze overeenkomst te wijzigen, kunnen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen door rechtstreeks tot overeenstemming leidend overleg een zodanige wijziging aanbrengen.
Artikel 10
Alle geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging en de toepassing van deze overeenkomst of van haar bijlage, welke niet door rechtstreekse onderhandelingen kunnen worden geregeld, zullen worden voorgelegd aan de Tijdelijke Raad van de Voorlopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, overeenkomstig de bepalingen van Artikel III , Sectie 6 (8) van de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 December 1944, of aan de Organisatie, welke deze zal opvolgen.
De overeenkomstsluitende Partijen kunnen echter in onderling overleg het geschil regelen door het voor te leggen, hetzij aan een Scheidsgerecht, hetzij aan een ander door hen aangewezen persoon of lichaam.
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de gegeven beslissing.
Artikel 11
Voor het geval een multilateraal verdrag betreffende de Internationale Burgerlijke Luchtvaart voor beide Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zou worden, zullen deze overeenkomst en haar bijlage aldus gewijzigd worden, dat zij met de bepalingen van genoemd verdrag in overeenstemming komen.
Artikel 12
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij haar wens te kennen geven, deze overeenkomst op te zeggen. Een zodanige opzegging zal 12 maanden na het tijdstip, waarop de mededeling door de andere overeenkomstsluitende Partij werd ontvangen, van kracht worden, tenzij deze mededeling in onderling overleg wordt ingetrokken voordat die termijn is verstreken.
Artikel 13
De bepalingen van deze overeenkomst zullen in werking treden op de dag van haar ondertekening. De Koninklijke Griekse Regering zal aan de Koninklijke Nederlandse Regering mededeling doen van de bekrachtiging van deze overeenkomst door het Griekse Parlement, en de Nederlandse Regering zal deze overeenkomst als definitief beschouwen van de datum af van de mededeling van de Koninklijke Griekse Regering.
Ter oorkonde waarvan de gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheidene Regeringen, deze overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegels hebben voorzien.
Fait à Athènes, le 17 avril 1947, en double exemplaire en langue française.
Pour le Gouvernement Royal des Pays-Bas,
L. P. J . DE DECKER.
Pour le Gouvernement Royal Hellénique,
C. TSALDARIS.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.