Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië
De Verenigde Staten van Amerika, China, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, de Unie van Socialistische Sowjet-Republieken, Australië, België, de Wit-Russische Socialistische Sowjet-Republiek, Brazilië, Canada, Ethiopië, Griekenland, India, Nieuw-Zeeland, Nederland, Polen, Tsjechoslowakije, de Socialistische Sowjet Republiek Oekraïne, de Unie van Zuid-Afrika, de Federatieve Volksrepubliek Zuidslavië, hieronder aangeduid als „de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden”, enerzijds en Italië anderzijds;
Overwegende, dat Italië, onder het fascistische regime, partij is geworden bij het driemogendhedenverdrag met Duitsland en Japan, dat het een aanvalsoorlog heeft ontketend en dientengevolge de oorlogstoestand in het leven heeft geroepen met alle Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en met andere Verenigde Naties, en dat het zijn deel draagt in de verantwoordelijkheid voor de oorlog;
Overwegende, dat tengevolge van de overwinningen der Geallieerde strijdkrachten en met bijstand van de democratische elementen uit het Italiaanse volk, het fascistische regime in Italië op 25 Juli 1943 omvergeworpen is, en dat Italië, nadat het onvoorwaardelijk gecapituleerd had, op 3 en 29 September van hetzelfde jaar wapenstilstandsvoorwaarden heeft ondertekend;
Overwegende, dat na voornoemde wapenstilstand Italiaanse strijdkrachten, zowel van de Regering als van het verzet, een werkzaam aandeel hebben genomen in de oorlog tegen Duitsland, en Italië op 13 October 1943 aan Duitsland de oorlog heeft verklaard en aldus mede-oorlogvoerende is geworden in de oorlog tegen Duitsland;
Overwegende, dat de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië een vredesverdrag wensen te sluiten, dat in overeenstemming met de beginselen van het recht kwesties zal regelen, die nog hangende zijn tengevolge van de hierboven vermelde feiten en de basis zal vormen van onderlinge vriendschappelijke betrekkingen, aldus de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden in staat stellende het verzoek van Italië te ondersteunen om lid te worden van de Verenigde Naties en tevens toe te treden tot ieder verdrag, dat gesloten is onder de auspiciën van de Verenigde Naties;
Zijn mitsdien overeengekomen de oorlogstoestand voor geëindigd te verklaren en met dit doel het onderhavige Vredesverdrag te sluiten, en hebben derhalve de Ondergetekende Gevolmachtigden aangewezen, die, na overlegging van hun volmachten, in juiste en behoorlijke vorm bevonden, de volgende voorwaarden hebben aangenomen:
DEEL I. TERRITORIALE BEPALINGEN
PARAGRAAF I. GRENZEN
Artikel 1
Behoudens de wijzigingen, vervat in de artikelen 2, 3, 4, 11 en 22, blijven de grenzen van Italië zoals die waren op 1 Januari 1938. Het verloop van deze grenzen is aangegeven op de kaarten, gevoegd bij dit verdrag (bijlage I). In geval van afwijking tussen de beschrijvende tekst en de kaarten, is de tekst beslissend.
Artikel 2
De op 1 Januari 1938 bestaande grens tussen Italië en Frankrijk wordt gewijzigd als volgt:
-
- Kleine St. Bernard Pas. De nieuwe grens volgt de waterscheiding, afwijkende van de bestaande grens op een punt ongeveer 2 km ten Noord-Westen van het Hospitium, kruist de weg ongeveer 1 km ten Noord-Oosten van het Hospitium en verenigt zich ongeveer 2 km ten Zuid-Oosten van het Hospitium met de bestaande grens.
-
- Mont Cenis Plateau. De nieuwe grenslijn verlaat de bestaande grens ongeveer 3 km ten Noord-Westen van de Rochemelon bergtop, kruist de weg ongeveer 4 km ten Zuid-Oosten van het Hospitium en verenigt zich ongeveer 4 km ten Noord-Oosten van de Mont d'Ambin met de bestaande grens.
-
- Mont Thabor-Chaberton.
- a. In het Mont Thabor gebied verlaat de nieuwe grenslijn de bestaande grens ongeveer 5 km ten Oosten van Mont Thabor, loopt dan in Zuid-Oostelijke richting om zich ongeveer 3 km ten Westen van de Pointe de Charra met de bestaande grens te verenigen.
- b. In het Chaberton gebied verlaat de grenslijn de bestaande grens ongeveer 3 km ten Noord-Noordwesten van Chaberton, trekt hier Oostelijk omheen, kruist vervolgens de weg op ongeveer 1 km van de bestaande grens, waarbij zij zich weder aansluit op een punt ongeveer 2 km ten Zuid-Oosten van het dorp Montgenèvre.
-
- Boven-dalen van de Tinée, de Vésube en de Roya. De bestaande grens bij Colla Langa verlatend, volgt de nieuwe grens de waterscheiding langs de Mont Clapier, Col de Tenda, de Mont Marguareis, vanwaar zij naar het Zuiden afbuigt langs de Mont Saccarello, de Mont Vacchi, de Mont Pietravecchia, de Mont Lega tot aan een punt ongeveer 100 m van de bestaande grens bij Colla Pegairolle, ongeveer 5 km ten Noord-Oosten van Breil; vervolgens loopt zij in Zuid-Westelijke richting en verenigt zich ongeveer 100 m ten Zuid-Westen van de Mont Mergo met de bestaande grens.
-
- De gedetailleerde beschrijving van deze grensgedeelten, waarop de wijzigingen, vervat in lid 1, 2, 3 en 4 van dit artikel, van toepassing zijn, is neergelegd in bijlage II van dit Verdrag, en de kaarten, waarop deze beschrijving betrekking heeft, maken deel uit van bijlage I.
Artikel 3
De grens tussen Italië en Zuidslavië wordt vastgesteld als volgt:
-
- De nieuwe grens volgt een lijn, die begint bij het punt, waar de op 1 Januari 1938 bestaande grenzen van Oostenrijk, Italië en Zuidslavië samenkomen en in Zuidelijke richting loopt langs de Zuidslavisch-Italiaanse grens van 1938 tot aan het punt, waar die grens zich verenigt met de bestuursgrens tussen de Italiaanse provincies Friuli (Udine) en Gorizia;
-
- Van dit punt valt de grenslijn samen met voornoemde provinciale grens tot een punt ongeveer 0,5 km ten Noorden van het dorp Mernico in de Iudrio vallei;
-
- Van dit punt op de grens tussen de Italiaanse provincies Priuli en Gorizia loopt de lijn in Oostelijke richting tot een punt op ongeveer 0,5 km ten Westen van het dorp Vercoglia di Cosbana en vervolgens in Zuidelijke richting tussen het Quarnizzo dal en het Cosbana dal tot een punt op ongeveer 1 km ten Zuid-Westen van het dorp Fleana, nadat de grenslijn een zodanige bocht heeft gemaakt, dat zij de Recca kruist op een punt ongeveer 1,5 km ten Oosten van de Iudrio, waarbij zij de weg van Cosbana via Nebola naar Castel Dobra Oostelijk laat liggen;
-
- De grens zet zich dan voort naar het Zuid-Oosten onmiddellijk ten Zuiden van de weg tussen de punten 111 en 172, vervolgens langs de punten 57 en 122 ten Zuiden van de weg van Vipulzano naar Uclanzi om ongeveer 100 m ten Oosten van punt 122 die weg te kruisen en naar het Noorden om te buigen in de richting van een punt op 350 m ten Zuid-Oosten van punt 266 gelegen;
-
- Ongeveer 0,5 km ten Noorden van het dorp San Floriano lopend, zet de grens zich voort in Oostelijke richting tot Mont Sabotino (punt 610) en laat het dorp Poggio San Valentino Noordelijk liggen;
-
- Van Mont Sabotino loopt de grens in Zuidelijke richting, kruist de Isonzo (Soca) bij de stad Salcano, die op Zuidslavisch gebied blijft, vanwaar zij vlak langs de Westzijde van de spoorweg van Canale d'Isonzo naar Montespino loopt tot een punt ongeveer 750 m ten Zuiden van de weg van Gorizia naar Aisovizza gelegen;
-
- Van de spoorweg buigt de grens naar het Zuid-Westen, laat de stad San Pietro op Zuidslavisch gebied en het Hospitium en de daaraan grenzende weg op Italiaans grondgebied liggen en kruist op ongeveer 700 m van het station Gorizia S. Marco de spoorweglijn, die bovengenoemde spoorweg met die van Sagrado naar Cormons verbindt; zij loopt vervolgens langs het kerkhof te Gorizia, hetwelk op Italiaans gebied blijft, loopt tussen de grote weg No. 55 van Gorizia naar Triëst, welke weg Italiaans blijft, en het kruispunt bij punt 54, terwijl de steden Vertoiba en Merna op Zuidslavisch gebied blijven en bereikt een punt ongeveer bij punt 49 gelegen;
-
- Van hier gaat de grens in Zuidelijke richting over het Karstplateau ongeveer 1 km ten Oosten van de grote weg No. 55 en laat het dorp Opacchiasella Oostelijk en het dorp Iamiano Westelijk liggen;
-
- Van een ongeveer 1 km ten Oosten van Iamiano gelegen punt volgt de nieuwe lijn de grens tussen de provincies Gorizia en Triëst tot aan een punt ongeveer 2 km ten Noord-Oosten van het dorp San Giovanni en ongeveer 0,5 km ten Noord-Westen van punt 208, waar de grenzen van Zuidslavië, Italië en het Vrije Gebied van Triëst samenkomen.
De kaart, waarop deze beschrijving betrekking heeft, maakt deel uit van bijlage I.
Artikel 4
De grens tussen Italië en het Vrije Gebied van Triëst wordt vastgesteld als volgt:
-
- Zij begint bij een punt, gelegen aan de grens tussen de provincies Gorizia en Triëst, ongeveer 2 km ten Noord-Oosten van het dorp San Giovanni en ongeveer 0,5 km ten Noord-Westen van punt 208, waar de grenzen van Zuidslavië, Italië en het Vrije Gebied van Triëst samenkomen; zij loopt dan in Zuid-Westelijke richting tot een punt aan de grote weg No. 14 en ongeveer 1 km ten Noord-Oosten van de plaats, waar de grote wegen No. 55 en No. 14 samenkomen, welke wegen onderscheidenlijk van Gorizia en Monfalcone naar Triëst lopen;
-
- De grens gaat dan in Zuidelijke richting tot een punt in de Golf van Panzano, op gelijke afstand van Punta Sdobba aan de mond van de Isonzo (Soca) en van Castello Vecchio in Duino, ongeveer 3,3 km ten Zuiden van het punt, waar zij de kust verlaat, dat ongeveer 2 km ten Noord-Westen van de stad Duino gelegen is;
-
- Van hier naar de volle zee lopend, volgt de grens een lijn, getrokken op gelijke afstand van de Italiaanse kust en die van het Vrije Gebied van Triëst.
De kaart, waarop deze beschrijving betrekking heeft, maakt deel uit van bijlage I.
Artikel 5
Het juiste beloop van de in de artikelen 2, 3, 4 en 22 van dit Verdrag bepaalde nieuwe grenzen zal ter plaatse definitief worden vastgesteld door Grens-Commissies, samengesteld uit vertegenwoordigers der twee betrokken Regeringen.
Deze Commissies zullen, onmiddellijk na het van kracht worden van dit Verdrag, hun werkzaamheden beginnen en deze zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen een tijdsverloop van zes maanden, voltooien.
Alle aangelegenheden, waaromtrent deze Commissies het niet eens kunnen worden, zullen worden voorgelegd aan de Ambassadeurs te Rome van de Verenigde Staten van Amerika, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Sowjet-Unie, die, overeenkomstig de procedure in artikel 86 bepaald, op een wijze te hunner keuze een definitieve regeling zullen treffen, zo nodig door het benoemen van een onpartijdige derde Commissaris.
De kosten van de Grenscommissies worden gelijkelijk door de twee betrokken Regeringen gedragen.
Voor de definitieve vaststelling ter plaatse van de in de artikelen 3, 4 en 22 bepaalde grenzen zijn de Commissarissen gemachtigd 0,5 km af te wijken van de in dit Verdrag aangewezen lijn, teneinde de grens aan plaatselijke geographische en economische toestanden aan te passen, op voorwaarde evenwel, dat geen dorp of stad van meer dan 500 inwoners, noch een belangrijke spoorweg of grote weg, noch een voorname bron van water- of electriciteitsvoorziening geplaatst wordt onder een ander gezag dan dat, hetwelk het gevolg is van de in dit Verdrag bepaalde grensregelingen.
PARAGRAAF II. FRANKRIJK (Bijzondere bepalingen)
Artikel 6
Het vroegere Italiaanse gebied, gelegen aan de Franse zijde van de Frans-Italiaanse grens, zoals deze wordt omschreven in artikel 2, wordt door Italië afgestaan aan Frankrijk, dat hierover de volledige souvereiniteit verkrijgt.
Artikel 7
Door de Italiaanse Regering worden aan de Franse Regering overgedragen alle historische zowel als bestuurs-archieven, welke, daterend uit de tijd vóór 1860, betrekking hebben op het gebied, hetwelk bij het Verdrag van 24 Maart 1860 en de Conventie van 23 Augustus 1860 aan Frankrijk werden afgestaan.
Artikel 8
De Italiaanse Regering zal aan de Franse Regering haar medewerking verlenen tot de eventuele totstandkoming van een spoorwegverbinding tussen Briançon en Modane, via Bardonnèche.
De Italiaanse Regering zal, vrij van douanerechten, zonder visitatie, paspoortencontrôle of enige andere formaliteit, het spoorwegvervoer in beide richtingen toestaan van passagiers en goederen welke, om van het ene punt in Frankrijk naar het andere te gaan, op Italiaans gebied van deze verbindingslijn gebruik maken; zij zal de nodige maatregelen treffen om het passeren van de Franse treinen, welke van die verbindingslijn gebruik maken, op de voornoemde voorwaarden van vrijdom en zonder ongemotiveerde vertraging te verzekeren.
De beide Regeringen zullen te gelegener tijd de nodige overeenkomsten treffen.
Artikel 9
Plateau van de Mont Cenis.
Ten einde Italië inzake de hydro-electrische energie- en watervoorziening uit het meer van de Mont Cenis dezelfde faciliteiten te verschaffen, als waarover het beschikte vóór de afstand van deze streek aan Frankrijk, zal Italië van Frankrijk door middel van een bilateraal verdrag de technische garanties ontvangen, welke in bijlage III zijn aangegeven.
De streek Tenda—Briga
Om te voorkomen, dat Italië een verminderde levering van electrische energie verkrijgt, vergeleken bij die, welke voortkwam uit bronnen in de streek Tenda—Briga vóór de afstand van deze streek aan Frankrijk, zal Italië van Frankrijk door middel van een bilateraal verdrag de technische garanties ontvangen, welke in bijlage III zijn aangegeven.
PARAGRAAF III. OOSTENRIJK (Bijzondere bepalingen)
Artikel 10
Italië zal met Oostenrijk regelingen treffen om het vrije passagiers- en goederenverkeer tussen Noord- en Oost-Tirol te verzekeren, of zal bestaande regelingen op dit gebied bevestigen.
De Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden hebben nota genomen van de regelingen (waarvan de tekst in bijlage IV is vervat), waarover de Oostenrijkse en Italiaanse Regeringen op 5 September 1946 overeenstemming hebben verkregen.
PARAGRAAF IV. FEDERATIEVE VOLKSREPUBLIEK ZUIDSLAVIË (Bijzondere bepalingen)
Artikel 11
Italië staat af aan Zuidslavië in volle souvereiniteit het gebied, gelegen tussen de in de artikelen 3 en 22 omschreven nieuwe grenzen van Zuidslavië en de op 1 Januari 1938 bestaande Italiaans-Zuidslavische grens, alsmede de gemeente Zara en alle eilanden en naburige eilandjes in de hieronder omschreven gebieden.
- a. Het gebied begrensd:
- in het Noorden door de breedte-cirkel 42° 50' noorderbreedte;
- in het Zuiden door de breedte-cirkel 42° 42' noorderbreedte;
- in het Oosten door de meridiaan 17° 10' oosterlengte;
- in het Westen door de meridiaan 16° 25' oosterlengte.
- b. Het gebied begrensd: Een kaart van deze gebieden maakt deel uit van bijlage I.
- in het Noorden door een lijn, die loopt door Porto del Quieto op gelijke afstand van de kustlijn van het Vrije Gebied van Triëst en van Zuidslavië en vandaar naar het punt 45° 15' noorderbreedte 13° 24' oosterlengte;
- in het Zuiden door de breedte-cirkel 44° 23' noorderbreedte;
- in het Westen door een lijn , die de volgende punten verbindt: in het Oosten door de westkust van Istrië, de eilanden en het vaste land van Zuidslavië.
- (1). 45° 15' noorderbreedte — 13° 24' oosterlengte;
- (2). 44° 51' noorderbreedte — 13° 37' oosterlengte;
- (3). 44° 23' noorderbreedte — 14° 18' 30'' oosterlengte;
Italië staat af aan Zuidslavië in volle souvereiniteit het eiland Pelagosa met de omliggende eilandjes. Het eiland Pelagosa zal gedemilitariseerd blijven.
Italiaanse vissers zullen op Pelagosa en in de naburige wateren dezelfde rechten genieten als die, welke de Zuidslavische vissers genoten vóór 6 April 1941.
Artikel 12
Italië zal aan Zuidslavië teruggeven alle voorwerpen van artistieke, historische, wetenschappelijke, opvoedkundige of godsdienstige aard (met inbegrip van alle akten, handschriften, documenten en bibliografisch materiaal), alsmede bestuursarchieven (dossiers, registers, plannen en documenten van welke aard ook), welke tussen 4 November 1918 en 2 Maart 1924 als gevolg van de Italiaanse bezetting werden weggevoerd uit de gebieden, welke door de op 12 November 1920 te Rappallo en 27 Januari 1924 te Rome getekende Verdragen aan Zuidslavië werden afgestaan. Italië zal eveneens alle voorwerpen teruggeven, vallende onder voornoemde categorieën, welke uit die gebieden werden verwijderd door de Italiaanse Wapenstilstandscommissie, die na de Eerste Wereldoorlog in Wenen zetelde.
Italië zal aan Zuidslavië teruggeven alle voorwerpen, welke onder de in lid 1 van dit artikel genoemde categorieën vallen, juridisch als publiek eigendom zijn te beschouwen en na 4 November 1918 zijn weggevoerd uit het gebied, dat krachtens dit Verdrag aan Zuidslavië is afgestaan, alsmede de voorwerpen, betrekking hebbende op voornoemd gebied, welke Italië van Oostenrijk of Hongarije verkreeg bij de Vredesverdragen, 10 September 1919 te St. Germain en 4 Juni 1920 te Trianon getekend en krachtens de Conventie tussen Oostenrijk en Italië, die op 4 Mei 1920 te Wenen getekend werd.
Mocht Italië in bijzondere gevallen niet in staat zijn de in lid 1 en 2 van dit artikel omschreven voorwerpen aan Zuidslavië terug te geven, dan zal het aan Zuidslavië voorwerpen van dezelfde aard en van ongeveer dezelfde waarde leveren, voor zover zulke voorwerpen in Italië verkrijgbaar zijn.
Artikel 13
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.