Overeenkomst voor de vervolging en bestraffing van de grote oorlogsmisdadigers van de Europese As

Type Verdrag
Publication 1945-09-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Londen, 8 Augustus 1945.

Aangezien de Vereenigde Naties van tijd tot tijd verklaringen hebben afgelegd omtrent haar bedoeling, dat oorlogsmisdadigers zullen worden berecht;

En aangezien de Verklaring van Moskou van 30 October 1943 met betrekking tot Duitsche wreedheden in bezet Europa bepaalde, dat die Duitsche officieren en manschappen en leden van de Nazi-partij, die verantwoordelijk zijn geweest voor of door hun toestemming te geven hebben deelgenomen aan wreedheden en misdrijven, zullen worden teruggezonden naar de landen, waar hun afschuwelijke daden werden verricht, opdat zij overeenkomstig de wetten van deze bevrijde landen en van de vrije Regeeringen, die aldaar zullen worden opgericht, zullen worden berecht en gestraft;

En aangezien vastgesteld werd, dat deze Verklaring geen inbreuk zou maken op de zaak van de groote misdadigers, wier misdrijven niet aan een bijzondere aardrijkskundige plaats gebonden zijn en die gestraft zullen worden door de gezamenlijke beslissing van de Regeeringen van de Geallieerden;

Zoo is het, dat de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, de Regeering van de Vereenigde Staten van Amerika, de Voorloopige Regeering van de Fransche Republiek en de Regeering van de Unie van Socialistische Sowjet-Republieken (hieronder genoemd „de Onderteekenaars”), die in het belang van alle Vereenigde Naties handelen, door tusschenkomst van hun van behoorlijke volmachten voorziene vertegenwoordigers, deze Overeenkomst hebben gesloten.

Artikel 1

Er zal na overleg met den Raad van Toezicht voor Duitschland een Internationale Militaire Rechtbank worden ingesteld voor de berechting van oorlogsmisdadigers, wier misdrijven niet aan een bijzondere aardrijkskundige plaats gebonden zijn, hetzij zij beschuldigd worden individueel, hetzij in hun hoedanigheid van leden van organisaties of groepen of wel in beide hoedanigheden.

Artikel 2

De samenstelling, rechtsmacht en functies van de Internationale Militaire Rechtbank zullen zijn als uiteengezet in het Handvest, dat aan deze Overeenkomst is toegevoegd, welk Handvest een integreerend deel van deze Overeenkomst vormt.

Artikel 3

Ieder van de Onderteekenaars zal de noodige stappen doen om voor het onderzoek van de beschuldigingen en de berechting de groote oorlogsmisdadigers ter beschikking te stellen, die door hen in hechtenis worden gehouden, en die door de Internationale Militaire Rechtbank zullen worden berecht. De Onderteekenaars zullen eveneens al het mogelijke doen om voor het onderzoek van de beschuldigingen en de berechting voor de Internationale Militaire Rechtbank zoodanige groote oorlogsmisdadigers, die zich niet bevinden op de grondgebieden van een van de Onderteekenaars, beschikbaar te stellen.

Artikel 4

Niets in deze Overeenkomst zal inbreuk maken op de bepalingen vastgesteld door de Verklaring van Moskou betreffende den terugkeer van oorlogsmisdadigers naar de landen, waar zij hun misdrijven hebben begaan.

Artikel 5

Iedere Regeering van de Vereenigde Naties kan tot deze Overeenkomst toetreden door middel van een kennisgeving langs diplomatieken weg aan de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk, welke Regeering de andere onderteekenende en toetredende Regeeringen in kennis zal stellen van iedere zoodanige toetreding.

Artikel 6

Niets in deze Overeenkomst zal inbreuk maken op de rechtsmacht of de bevoegdheden van een nationale rechtbank of van een rechtbank van een bezetter, welke voor de berechting van oorlogsmisdadigers opgericht is of opgericht zal worden op Geallieerd grondgebied of in Duitschland.

Artikel 7

Deze Overeenkomst zal in werking treden op den dag van onderteekening en zal van kracht blijven voor den termijn van één jaar en zal daarna blijven gelden, behoudens het recht van iederen Onderteekenaar om langs diplomatieken weg met een opzeggingstermijn van één maand zijn voornemen te kennen te geven deze Overeenkomst te beëindigen. Deze beëindiging zal geen inbreuk maken op een proces, dat reeds is begonnen, of op een uitspraak, die reeds krachtens deze Overeenkomst is gegeven.

I. Samenstelling van de Internationale Militaire Rechtbank.

Artikel 1

Krachtens het Verdrag dat op 8 Augustus 1945 door de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-lerland, de Regeering van de Vereenigde Staten van Amerika, de Voorloopige Regeering van de Fransche Republiek en de Regeering van de Unie van Socialistische Sowjet-Republieken is onderteekend, zal worden opgericht een Internationale Militaire Rechtbank (hieronder genoemd „de Rechtbank”) voor de rechtvaardige en snelle berechting en bestraffing van de groote oorlogsmisdadigers van de Europeesche As.

Artikel 2

De Rechtbank zal bestaan uit vier leden, ieder met een plaatsvervanger. Eén lid en één plaatsvervanger zullen door ieder van de Onderteekenaars worden benoemd. De plaatsvervangers zullen, voor zoover zij daartoe in staat zijn, tegenwoordig zijn bij alle zittingen van de Rechtbank. Ingeval van ziekte van een lid van de Rechtbank of indien een lid om een andere reden niet in staat is zijn functies te vervullen, zal zijn plaatsvervanger zijn plaats innemen.

Artikel 3

Noch de Rechtbank noch haar leden noch hun plaatsvervangers kunnen door het Openbaar Ministerie of door de verdachten of hun raadslieden worden gewraakt. Iedere Onderteekenaar kan zijn lid van de Rechtbank of diens plaatsvervanger om redenen van gezondheid of om andere geldige redenen vervangen, met dien verstande, dat tijdens de terechtzitting geen andere vervanging mag plaats hebben dan door een plaatsvervanger.

Artikel 4
Artikel 5

Ingeval van noodzaak en naar gelang van het aantal zaken, die berecht moeten worden, kunnen andere Rechtbanken worden ingesteld; de oprichting, functies en procedure van iedere Rechtbank zullen identiek zijn en zullen door dit Handvest worden beheerscht.

II. Rechtsmacht en algemeene beginselen.

Artikel 6

De Rechtbank, die door de Overeenkomst bedoeld in art. 1 wordt ingesteld voor de berechting en bestraffing van de groote oorlogsmisdadigers van de landen van de Europeesche As, zal de bevoegdheid hebben personen te berechten en te bestraffen, die, handelende in het belang van de landen van de Europeesche As, hetzij individueel, hetzij als leden van organisaties, een van de volgende misdrijven hebben begaan.

De volgende handelingen, of een van deze, zijn misdrijven, die vallen binnen de rechtsmacht van de Rechtbank en waarvoor individueele aansprakelijkheid zal bestaan:

Leiders, organisatoren, zij die hebben uitgelokt en medeplichtigen, die hebben deelgenomen aan het opstellen of het uitvoeren van een gemeenschappelijk plan of samenzwering om een van de bovengenoemde misdrijven te begaan, zijn aansprakelijk voor alle daden, die door personen ter uitvoering van dit plan zijn verricht.

Artikel 7

De officieele positie van de verdachten, hetzij als Staatshoofden, hetzij als verantwoordelijke ambtenaren in Regeeringsdepartementen, zal niet geacht worden deze personen te bevrijden van hun aansprakelijkheid of als een reden tot verlichting van hun straf gelden.

Artikel 8

Het feit, dat de verdachte heeft gehandeld krachtens een bevel van zijn Regeering of van een boven hem gestelden, zal hem niet bevrijden van zijn aansprakelijkheid, doch zal kunnen worden beschouwd als reden tot verzachting van zijn straf, indien de Rechtbank beslist, dat de rechtvaardigheid zulks vereischt.

Artikel 9

Bij het proces van een individueel lid van een groep of organisatie kan de Rechtbank verklaren (in verband met eenige handeling, waaraan de persoon kan worden schuldig bevonden), dat de groep of organisatie, waarvan de persoon lid was, een misdadige organisatie was.

Na ontvangst van de telastelegging zal de Rechtbank op de wijze als zij gewenscht oordeelt bekend maken, dat het Openbaar Ministerie het voornemen heeft aan de Rechtbank te verzoeken, een zoodanige verklaring te geven en ieder lid van de organisatie zal alsdan bevoegd zijn aan de Rechtbank toestemming te vragen om door haar gehoord te worden omtrent de vraag van het misdadige karakter van de organisatie. De Rechtbank zal de bevoegdheid hebben deze aanvrage toe te staan of af te wijzen. Indien de aanvrage wordt toegestaan, kan de Rechtbank bepalen, op welke wijze de aanvragers zullen worden vertegenwoordigd en gehoord.

Artikel 10

In gevallen, waarin een groep of organisatie door de Rechtbank wordt verklaard misdadig te zijn, zal de bevoegde nationale autoriteit van ieder der Onderteekenaars het recht hebben, personen voor nationale of militaire rechtbanken of rechtbanken van een bezetter te doen berechten op grond van hun lidmaatschap van zoodanige groep of organisatie. In ieder zoodanig geval wordt het misdadige karakter van de groep of organisatie geacht te zijn bewezen en zal niet meer betwist kunnen worden.

Artikel 11

Een persoon, die door de Rechtbank is schuldig bevonden, kan voor een nationale of militaire rechtbank of een rechtbank van een bezetter als bedoeld in art. 10 van dit Handvest worden beschuldigd van een ander misdrijf dan dat van lidmaatschap van een misdadige groep of organisatie, en deze laatste rechtbank kan hem, na hem schuldig te hebben bevonden, een straf opleggen, die onafhankelijk is van en wordt toegevoegd aan de straf, waartoe de Rechtbank hem heeft veroordeeld wegens deelneming aan de misdadige handelingen van een zoodanige groep of organisatie.

Artikel 12

De Rechtbank zal het recht hebben de strafzaak tegen een persoon, beschuldigd van misdrijven als aangegeven in art. 6 van dit Handvest, in zijn afwezigheid te behandelen, indien hij niet gevonden is of indien de Rechtbank om een of andere reden het in het belang van het recht noodzakelijk oordeelt om het verhoor in zijn afwezigheid te doen plaats hebben.

Artikel 13

De Rechtbank zal regelen opstellen voor haar procedure. Deze regelen zullen niet in strijd zijn met de bepalingen van dit Handvest.

III. Comité voor het onderzoek en de vervolging van de groote oorlogsmisdadigers.

Artikel 14

Iedere Onderteekenaar zal een Hoofdaanklager voor het onderzoek van de beschuldigingen tegen en de vervolging van de groote oorlogsmisdadigers benoemen.

De Hoofdaanklagers zullen als Comité optreden voor de volgende doeleinden:

Het Comité zal bij alle bovenvermelde aangelegenheden met gewone meerderheid beslissen en een Voorzitter aanwijzen, zooals geschikt zal voorkomen en in overeenstemming met het beginsel van rouleering, met dien verstande, dat, indien de stemmen staken omtrent de aanwijzing van een verdachte, die door de Rechtbank moet worden berecht, of omtrent de misdrijven, waarvan hij zal worden beschuldigd, dat voorstel zal zijn aangenomen, dat gedaan is door de partij, die voorstelde, dat de betrokken verdachte zou worden berecht of de bedoelde beschuldigingen tegen hem zouden worden ingebracht.

Artikel 15

De Hoofdaanklagers zullen individueel en in samenwerking met elkander voorts de volgende functies op zich nemen:

Het is wel te verstaan, dat geen getuige of verdachte, die door een der Onderteekenaars in hechtenis is gehouden, zonder diens toestemming aan de rechtsmacht van dezen Onderteekenaar zal worden onttrokken.

IV. Rechtvaardige berechting van de verdachten.

Artikel 16

Ten einde aan de verdachten een rechtvaardige berechting te verzekeren, zal de volgende procedure worden gevolgd:

V. Bevoegdheden van de Rechtbank en het voeren van het proces.

Artikel 17

De Rechtbank zal de bevoegdheid hebben:

Artikel 18

De Rechtbank zal:

Artikel 19

De Rechtbank zal niet gebonden zijn aan technische regelen inzake bewijs. Zij zal in de grootst mogelijke mate een snelle en niet-technische procedure aanvaarden en toepassen en zal ieder bewijs toelaten, waarvan zij oordeelt, dat het bewijswaarde heeft.

Artikel 20

De Rechtbank kan inlichtingen vragen omtrent den aard van ieder bewijs, voordat dit wordt aangeboden, zoodat zij kan beslissen omtrent de vraag of het ter zake dienende is.

Artikel 21

De Rechtbank zal geen bewijs vragen van feiten, die algemeen bekend zijn, maar zal daarvan van rechtswege kennis nemen. Zij zal eveneens van rechtswege kennis nemen van officieele regeeringsstukken en rapporten van de Vereenigde Naties, met inbegrip van de akten en stukken van de comité's, die in de verschillende Geallieerde landen zijn ingesteld voor het onderzoek van oorlogsmisdrijven, evenals de processen-verbaal en uitspraken van militaire of andere Rechtbanken van een van de Vereenigde Naties.

Artikel 22

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.