Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering betreffende de deblokkering van eigendommen welke onderworpen waren aan speciale maatregelen ten gevolge van de vijandelijke bezetting van Nederland
Minister van Buitenlandse Zaken,
Canberra,
26 April 1950.
Mijnheer de Gezant,
Ik heb de eer te verwijzen naar vorige onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Australische Gemenebest betreffende de deblokkering van zich in Nederland en Australië bevindende eigendommen, welke onderscheidenlijk toebehoren aan personen in Australië en Nederland en welke onderworpen waren aan speciale maatregelen ten gevolge van de vijandelijke bezetting van Nederland.
De Australische Regering verstaat dat de volgende Overeenkomst bereikt is tussen onze beide Regeringen:
„Artikel 1
Tenzij het tegendeel blijkt, geldt voor de uitleg van deze Overeenkomst:
„Persoon” betekent natuurlijke persoon.
„Instelling” omvat enigerlei firma, overheidslichaam, regeringsinstantie, maatschap en vennootschap, al of niet rechtspersoonlijkheid bezittende.
„Nederland” betekent het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van zijn Overzeese Gebiedsdelen.
„Australië” omvat de gebiedsdelen behorende tot of onder bestuur van Australië.
„Beheerder” betekent de Beheerder van Vijandelijke Eigendommen in Australië.
Artikel 2
De Beheerder verstrekt de Nederlandse Legatie te Canberra of zodanige andere vertegenwoordiger, als de Nederlandse Regering mocht aanwijzen, volledige gegevens met betrekking tot:
- (a). Alle gelden, welke aan de Australische Regering betaald zijn ingevolge de „National Security (Enemy Property) Regulations” en de „Trading with the Enemy Act 1939—1947” (verder aangeduid als „de wetten van het Gemenebest”) ten behoeve van personen in Nederland en van instellingen gevestigd in Nederland; en
- (b). Alle andere gelden en eigendommen, toebehorende aan personen in Nederland en instellingen, gevestigd in Nederland, welke onderworpen waren aan de „National Security (Enemy Property) Regulations,” en welke onder het beheer zijn van de Beheerder op de dag dat deze Overeenkomst van kracht wordt.
Artikel 3
De Beheerder verstrekt de Legatie of zodanige andere vertegenwoordiger, als de Nederlandse Regering mocht aanwijzen, tevens gegevens betreffende alle te zijnen kantore geregistreerde vorderingen:
- (a). van personen en instellingen in Australië op personen in Nederland en op instellingen, gevestigd in Nederland; en
- (b). met betrekking tot eigendommen in Nederland, toebehorende aan personen in Australië, personen van Australische nationaliteit woonachtig buiten Australië en instellingen gevestigd in Australië.
Artikel 4
Gelden, welke de Australische Regering op het ogenblik onder zich heeft krachtens de bepalingen van de wetten van het Gemenebest ten behoeve van Nederlandse personen en instellingen gevestigd in Nederland, worden aan de Nederlandse Regering of aan zodanige Bank als door de Nederlandse Regering mocht worden aangewezen, uitbetaald ter voldoening van de vorderingen van de Nederlandse personen of instellingen aan wie deze gelden verschuldigd zijn.
Artikel 5
De Beheerder geeft, telkens wanneer hij een desbetreffend verzoek van de Nederlandse Regering ontvangt en onverminderd de bepalingen van Artikel 6 van deze Overeenkomst, andere Nederlandse gelden en eigendommen, waarop de „National Security (Enemy Property) Regulations” van toepassing zijn geweest, vrij.
Voor de toepassing van dit Artikel wordt een verzoek, gedaan of een vergunning verleend door de Nederlandse Bank, geacht te zijn een verzoek van de Nederlandse Regering.
Artikel 6
De Nederlandse Regering treft regelingen voor de verificatie van alle aan haar ingevolge Artikel 2 door de Beheerder verstrekte gegevens, stelt er te zijner tijd de Beheerder van in kennis, indien daaronder gelden of eigendommen zijn begrepen, welke niet verschuldigd zijn aan of het eigendom zijn van Nederlandse personen of instellingen. De Nederlandse Regering neemt op zich om aan de Beheerder alle gelden, waarvan bevonden wordt dat zij niet verschuldigd zijn aan of het eigendom zijn van Nederlandse personen of instellingen, en welke betaald zijn aan de Nederlandse Regering ingevolge Artikel 4 van deze Overeenkomst, te restitueren.
Artikel 7
De Nederlandse Regering verbindt zich hierbij om de Regering van Australië, het Ministerie van Financiën van het Australische Gemenebest en de Beheerder te vrijwaren en te blijven vrijwaren voor actie, vordering in rechte, daad, aanspraak of eis, welke kunnen voortvloeien uit de betaling of de overmaking van vorenbedoelde gelden of eigendommen aan de Nederlandse Regering of zodanige bank als mocht worden aangewezen door de Nederlandse Regering of aan andere personen of instellingen in overeenstemming met deze Overeenkomst.
Artikel 8
De Beheerder zal niet verantwoordelijk gesteld worden voor gelden, die niet krachtens de „National Security (Enemy Property) Regulations” bij hem zijn aangegeven of die, om welke redenen dan ook, niet aan hem betaald zijn. Indien de Australische Regering overtuigd is, dat zodanige gelden verschuldigd zijn aan Nederlandse personen of instellingen gevestigd in Nederland, zal de Beheerder echter, naar zijn beste vermogen, zijn medewerking verlenen tot de invordering.
Artikel 9
De Nederlandse Regering zal de van de Beheerder, overeenkomstig Artikel 3 van deze Overeenkomst, ontvangen opgave van vorderingen onderzoeken en zal de Beheerder mededeling doen van de gegrondheid der vorderingen. Zij zal eveneens de Beheerder alle gegevens verstrekken betreffende de stand van alle vorderingen met betrekking tot eigendommen in Nederland en zij zal aangeven of zodanige eigendommen beschikbaar zijn voor teruggave aan de eigenaren in Australië en verslag uitbrengen over de toestand van zodanige eigendommen. De Nederlandse Regering zal voorzover mogelijk medewerking verlenen tot het realiseren van activa en tot het herstellen der eigenaren in het genot hunner eigendomsrechten.
Artikel 10
De Nederlandse Regering neemt hierbij op zich alle activa in Nederland, welke bij het van kracht worden van deze Overeenkomst toebehoren aan Australische personen en instellingen ter vrije beschikking te stellen van de eigenaren, zulks voorzover deze activa beschikbaar zijn en behoudens het bepaalde in Artikel 11 van deze Overeenkomst.
Artikel 11
Deze Overeenkomst heeft niet de strekking om enig geld of eigendom uit te zonderen van de wettelijke bepalingen, welke op het stuk van belasting of deviezencontrôle, van kracht zijn in Australië of Nederland.
Artikel 12
De Regeringen van Australië en van Nederland kunnen nader overeenkomen dat de bepalingen van deze Overeenkomst niet van toepassing zijn op bepaalde eigendommen.
Artikel 13
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op enige schikking tussen de overeenkomstsluitende Regeringen of waarbij een of meer Regeringsinstanties betrokken zijn, tenzij met wederzijds goedvinden.
Artikel 14
Gelden, die overeenkomstig de wetten van het Gemenebest ontvangen zijn of mochten worden ten behoeve van Nederlandse personen, die sindsdien overleden zijn, worden niet uitbetaald aan de Nederlandse Regering onder de bepalingen van deze Overeenkomst, alvorens een wettige persoonlijke vertegenwoordiger benoemd is.
Artikel 15
Er zullen geen kosten berekend worden met betrekking tot gelden of eigendommen welke onder deze Overeenkomst vallen.
Tenslotte wenst de Australische Regering het volgende aan te tekenen:
- (i). De Nederlandse Regering machtigt de Nederlandse Bank voor haar rekening de gelden in ontvangst te nemen, als vermeld in Artikel 4 van de Overeenkomst en de Nederlandse Bank zal tot dat doel een rekening openen bij de „Commonwealth Bank of Australia” te Sydney;
- (ii). In verband met Artikel 9 van de Overeenkomst heeft de Australische Regering nota genomen van het feit, dat gedurende de Duitse bezetting van Nederland (in Europa) geld en eigendom toebehorende aan onderdanen der Verenigde Naties in vele gevallen overgemaakt zijn door schuldenaren en „trustees” in Nederland in opdracht van de bezettingsautoriteiten. De Australische Regering verstaat derhalve, dat de Nederlandse Regering niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de maatregelen genomen door de Duitse bezettingsautoriteiten, of voor het beheer van de „Deutsche Revisions und Treuhand Gesellschaft” en dat in geval enig Australisch geld of eigendom in beslag genomen of geliquideerd is, de vorderingen van de Australische eigenaren slechts voldaan zullen worden in verhouding tot het totaal der beschikbare fondsen voor de voldoening van alle vorderingen van onderdanen der Verenigde Naties.
De Australische Regering neemt er verder nota van, dat iets dergelijks het geval zou kunnen zijn met gelden of eigendommen, toebehorende aan onderdanen der Verenigde Naties in de Nederlandse Overzeese Gebiedsdelen gedurende de Japanse bezetting en stemt er mede in, dat de Nederlandse Regering geen verantwoordelijkheid aanvaarden kan voor maatregelen genomen door de Japanse bezettingsautoriteiten en/of voor het beheer van de Japanse Nampo-bank.”
Indien de hierboven vermelde bepalingen aanvaardbaar zijn voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, heb ik de eer voor te stellen, dat deze Nota en Uw bevestigend antwoord daarop geacht zullen worden de Overeenkomst tussen onze beide Regeringen te dezer zake te vormen en te waarmerken.
Canberra, 26 April 1950.
Mijnheer de Minister,
Ik heb de eer de ontvangst te erkennen van Uwe nota van heden, waarin U mij mededeelt dat, als het resultaat van de onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van de Regering van het Australische Gemenebest en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de deblokkering van zich in Australië en Nederland bevindende eigendommen, welke onderscheidenlijk toebehoren aan personen in Nederland en Australië en welke onderworpen waren aan speciale maatregelen, ten gevolge van de vijandelijke bezetting van Nederland, de Australische Regering verstaat, dat de volgende overeenkomst bereikt is tussen onze beide Regeringen:
„Artikel 1
Tenzij het tegendeel blijkt, geldt voor de uitleg van deze Overeenkomst:
„Persoon” betekent natuurlijke persoon.
„Instelling” omvat enigerlei firma, overheidslichaam, regeringsinstantie, maatschap en vennootschap, al of niet rechtspersoonlijkheid bezittende.
„Nederland” betekent het Koninkrijk der Nederlanden, met inbegrip van zijn Overzeese Gebiedsdelen.
„Australië” omvat de gebiedsdelen behorende tot of onder bestuur van Australië.
„Beheerder” betekent de Beheerder van Vijandelijke Eigendommen in Australië.
Artikel 2
De Beheerder verstrekt de Nederlandse Legatie te Canberra of zodanige andere vertegenwoordiger, als de Nederlandse Regering mocht aanwijzen, volledige gegevens met betrekking tot:
- (a). Alle gelden, welke aan de Australische Regering betaald zijn ingevolge de „National Security (Enemy Property) Regulations” en de „Trading with the Enemy Act 1939—1947” (verder aangeduid als „de wetten van het Gemenebest”) ten behoeve van personen in Nederland en van instellingen gevestigd in Nederland; en
- (b). Alle andere gelden en eigendommen, toebehorende aan personen in Nederland en instellingen, gevestigd in Nederland, welke onderworpen waren aan de „National Security (Enemy Property) Regulations,” en welke onder het beheer zijn van de Beheerder op de dag dat deze Overeenkomst van kracht wordt.
Artikel 3
De Beheerder verstrekt de Legatie of zodanige andere vertegenwoordiger, als de Nederlandse Regering mocht aanwijzen, tevens gegevens betreffende alle te zijnen kantore geregistreerde vorderingen:
- (a). van personen en instellingen in Australië op personen in Nederland en op instellingen, gevestigd in Nederland; en
- (b). met betrekking tot eigendommen in Nederland, toebehorende aan personen in Australië, personen van Australische nationaliteit woonachtig buiten Australië en instellingen gevestigd in Australië.
Artikel 4
Gelden, welke de Australische Regering op het ogenblik onder zich heeft krachtens de bepalingen van de wetten van het Gemenebest ten behoeve van Nederlandse personen en instellingen gevestigd in Nederland, worden aan de Nederlandse Regering of aan zodanige Bank als door de Nederlandse Regering mocht worden aangewezen, uitbetaald ter voldoening van de vorderingen van de Nederlandse personen of instellingen aan wie deze gelden verschuldigd zijn.
Artikel 5
De Beheerder geeft, telkens wanneer hij een desbetreffend verzoek van de Nederlandse Regering ontvangt en onverminderd de bepalingen van Artikel 6 van deze Overeenkomst, andere Nederlandse gelden en eigendommen, waarop de „National Security (Enemy Property) Regulations” van toepassing zijn geweest, vrij.
Voor de toepassing van dit Artikel wordt een verzoek, gedaan of een vergunning verleend door de Nederlandse Bank, geacht te zijn een verzoek van de Nederlandse Regering.
Artikel 6
De Nederlandse Regering treft regelingen voor de verificatie van alle aan haar ingevolge Artikel 2 door de Beheerder verstrekte gegevens, stelt er te zijner tijd de Beheerder van in kennis, indien daaronder gelden of eigendommen zijn begrepen, welke niet verschuldigd zijn aan of het eigendom zijn van Nederlandse personen of instellingen. De Nederlandse Regering neemt op zich om aan de Beheerder alle gelden, waarvan bevonden wordt dat zij niet verschuldigd zijn aan of het eigendom zijn van Nederlandse personen of instellingen, en welke betaald zijn aan de Nederlandse Regering ingevolge Artikel 4 van deze Overeenkomst, te restitueren.
Artikel 7
De Nederlandse Regering verbindt zich hierbij om de Regering van Australië, het Ministerie van Financiën van het Australische Gemenebest en de Beheerder te vrijwaren en te blijven vrijwaren voor actie, vordering in rechte, daad, aanspraak of eis, welke kunnen voortvloeien uit de betaling of de overmaking van vorenbedoelde gelden of eigendommen aan de Nederlandse Regering of zodanige bank als mocht worden aangewezen door de Nederlandse Regering of aan andere personen of instellingen in overeenstemming met deze Overeenkomst.
Artikel 8
De Beheerder zal niet verantwoordelijk gesteld worden voor gelden, die niet krachtens de „National Security (Enemy Property) Regulations” bij hem zijn aangegeven of die, om welke redenen dan ook, niet aan hem betaald zijn. Indien de Australische Regering overtuigd is, dat zodanige gelden verschuldigd zijn aan Nederlandse personen of instellingen gevestigd in Nederland, zal de Beheerder echter, naar zijn beste vermogen, zijn medewerking verlenen tot de invordering.
Artikel 9
De Nederlandse Regering zal de van de Beheerder, overeenkomstig Artikel 3 van deze Overeenkomst, ontvangen opgave van vorderingen onderzoeken en zal de Beheerder mededeling doen van de gegrondheid der vorderingen. Zij zal eveneens de Beheerder alle gegevens verstrekken betreffende de stand van alle vorderingen met betrekking tot eigendommen in Nederland en zij zal aangeven of zodanige eigendommen beschikbaar zijn voor teruggave aan de eigenaren in Australië en verslag uitbrengen over de toestand van zodanige eigendommen. De Nederlandse Regering zal voorzover mogelijk medewerking verlenen tot het realiseren van activa en tot het herstellen der eigenaren in het genot hunner eigendomsrechten.
Artikel 10
De Nederlandse Regering neemt hierbij op zich alle activa in Nederland, welke bij het van kracht worden van deze Overeenkomst toebehoren aan Australische personen en instellingen ter vrije beschikking te stellen van de eigenaren, zulks voorzover deze activa beschikbaar zijn en behoudens het bepaalde in Artikel 11 van deze Overeenkomst.
Artikel 11
Deze Overeenkomst heeft niet de strekking om enig geld of eigendom uit te zonderen van de wettelijke bepalingen, welke op het stuk van belasting of deviezencontrôle, van kracht zijn in Australië of Nederland.
Artikel 12
De Regeringen van Australië en van Nederland kunnen nader overeenkomen dat de bepalingen van deze Overeenkomst niet van toepassing zijn op bepaalde eigendommen.
Artikel 13
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op enige schikking tussen de overeenkomstsluitende Regeringen of waarbij een of meer Regeringsinstanties betrokken zijn, tenzij met wederzijds goedvinden.
Artikel 14
Gelden, die overeenkomstig de wetten van het Gemenebest ontvangen zijn of mochten worden ten behoeve van Nederlandse personen, die sindsdien overleden zijn, worden niet uitbetaald aan de Nederlandse Regering onder de bepalingen van deze Overeenkomst, alvorens een wettige persoonlijke vertegenwoordiger benoemd is.
Artikel 15
Er zullen geen kosten berekend worden met betrekking tot gelden of eigendommen welke onder deze Overeenkomst vallen.
Tenslotte wenst de Australische Regering het volgende aan te tekenen:
- (i). De Nederlandse Regering machtigt de Nederlandse Bank voor haar rekening de gelden in ontvangst te nemen, als vermeld in Artikel 4 van de Overeenkomst en de Nederlandse Bank zal tot dat doel een rekening openen bij de „Commonwealth Bank of Australia” te Sydney;
- (ii). In verband met Artikel 9 van de Overeenkomst heeft de Australische Regering nota genomen van het feit, dat gedurende de Duitse bezetting van Nederland (in Europa) geld en eigendom toebehorende aan onderdanen der Verenigde Naties in vele gevallen overgemaakt zijn door schuldenaren en „trustees” in Nederland in opdracht van de bezettingsautoriteiten. De Australische Regering verstaat derhalve, dat de Nederlandse Regering niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de maatregelen genomen door de Duitse bezettingsautoriteiten, of voor het beheer van de „Deutsche Revisions und Treuhand Gesellschaft” en dat in geval enig Australisch geld of eigendom in beslag genomen of geliquideerd is, de vorderingen van de Australische eigenaren slechts voldaan zullen worden in verhouding tot het totaal der beschikbare fondsen voor de voldoening van alle vorderingen van onderdanen der Verenigde Naties.
De Australische Regering neemt er verder nota van, dat iets dergelijks het geval zou kunnen zijn met gelden of eigendommen, toebehorende aan onderdanen der Verenigde Naties in de Nederlandse Overzeese Gebiedsdelen gedurende de Japanse bezetting en stemt er mede in, dat de Nederlandse Regering geen verantwoordelijkheid aanvaarden kan voor maatregelen genomen door de Japanse bezettingsautoriteiten en/of voor het beheer van de Japanse Nampo-bank.”
Ik ben door de Nederlandse Regering gemachtigd te verklaren, dat de Nederlandse Regering accoord gaat met de hierboven vermelde bepalingen en met het voorstel, dat Uwe Nota en dit antwoord geacht zullen worden de Overeenkomst tussen onze beide Regeringen in deze materie te vormen en te waarmerken.
I have the honour to be,
Sir,
Your obedient servant,
(s.) P. C. SPENDER,
Minister of State for External
Affairs.
His Excellency Mr. P. E. Teppema,
Envoy Extraordinary and
Minister Plenipotentiary of
the Kingdom of the Netherlands.
Canberra.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.