Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek betreffende luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1985-06-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeeringen van Nederland en Portugal geleid door den wensch het burgerlijke luchtvervoer tusschen Nederlandsche en Portugeesche gebiedsdeelen te bevorderen, en gelet op de resolutie, onderteekend op 7 December 1944 op de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Conferentie te Chicago, Illinois, U. S. A., tot aanneming van een standaardmodel van een overeenkomst voor voorloopige luchtroutes en diensten, sluiten hierbij de volgende Overeenkomst betreffende de in de bijlagen aangegeven luchtdiensten tusschen haar onderscheidenlijke grondgebieden, welke diensten aan de volgende bepalingen zullen zijn onderworpen.

Artikel 1

De overeenkomstsluitende partijen verleenen de rechten, opgesomd in de hierbij aangehechte Bijlage, welke vereischt zijn om de daarin omschreven internationale burgerlijke luchtlijnen en diensten in te stellen, onverschillig of zulke diensten onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de overeenkomstsluitende partij, aan welke de rechten worden verleend, zullen worden geopend.

Artikel 2

a). Elk van de aldus omschreven luchtdiensten zal in exploitatie worden genomen, zoodra de overeenkomstsluitende partij, aan welke krachtens artikel 1 het recht is verleend, één of meer luchtvaartmaatschappijen voor de betreffende route aan te wijzen, aan een luchtvaartmaatschappij voor zoodanige route machtiging heeft verleend en de overeenkomstsluitende partij, welke het recht verleent, zal overeenkomstig artikel 7 van deze Overeenkomst, verplicht zijn aan de betreffende luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de passende exploitatievergunning te verleenen, mits van de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd, dat zij, alvorens het haar zal zijn toegestaan de exploitaties als bedoeld in deze Overeenkomst, aan te vangen, ten overstaan van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij, welke de rechten, overeenkomstig de wetten en voorschriften,welke gewoonlijk door deze autoriteiten worden toegepast, verleent, haar bevoegdheid bewijst en mits de opening van de luchtdiensten in gebieden, waar vijandelijkheden plaats hebben of die militair bezet zijn of in gebieder, welke daarvan den weerslag ondervinden, onderworpen zal zijn aan de goedkeuring van de bevoegde militaire autoriteiten.

b). Het is wel te verstaan, dat elke overeenkomstsluitende partij, aan welke krachtens deze Overeenkomst commercieele rechten zijn verleend, deze zoo spoedig mogelijk moet uitoefenen, behoudens in geval zij daartoe tijdelijk niet in staat is.

Artikel 3

Exploitatierechten, welke vroeger mochten zijn verleend door een van de overeenkomstsluitende partijen aan een Staat, die niet partij is bij deze Overeenkomst, of aan een luchtvaartmaatschappij, blijven onder dezelfde voorwaarden van kracht.

Artikel 4

Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen, dat:

Artikel 5

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van geschiktheid, uitgereikt of geldig verklaard door de eene overeenkomstsluitende partij, zullen door de andere overeenkomstsluitende partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de luchtlijnen en diensten, omschreven in de Bijlage. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid, door een anderen Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.

Artikel 6

(a). De wetten en voorschriften van de eene overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de andere overeenkomstsluitende partij en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nagekomen bij het binnenkomen of verlaten van, of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van die partij.

(b). De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot, of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen, zooals voorschriften betreffende toelating, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zullen door of vanwege deze passagiers, bemanningen of lading bij binnenkomst in, vertrek uit, of tijdens het verblijf binnen het grondgebied van die partij moeten worden nagekomen.

Artikel 7

Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor een luchtvaartmaatschappij van de andere overeenkomstsluitende partij een bewijs of vergunning te onthouden, of deze te herroepen, in elk geval, waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijke toezicht berusten bij onderdanen van een van beide overeenkomstsluitende partijen, dan wel in geval een luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst, van den Staat, over welks grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt na te komen of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te voldoen.

Artikel 8

Deze Overeenkomst, en alle daarmede in verband staande contracten, zullen bij de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie worden geregistreerd.

Artikel 9

Indien een van de overeenkomstsluitende partijen het wenschelijk acht de routes of voorwaarden, vermeld in de bijbehoorende Bijlage, te wijzigen, mag zij verzoeken, dat de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de beide overeenkomstsluitende partijen overleg plegen, welk overleg moet aanvangen binnen den termijn van zestig dagen vanaf den datum van het verzoek.

Wanneer deze autoriteiten wederzijds tot overeenstemming geraken omtrent nieuwe of herziene voorwaarden, welke de Bijlage raken, zullen haar aanbevelingen terzake van kracht worden, nadat deze door een uitwisseling van diplomatieke nota's bevestigd zijn geworden.

Artikel 10

Alle geschillen tusschen de overeenkomstsluitende partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of van de daarbij behoorende Bijlage, zullen ter beslissing worden voorgelegd aan den Tijdelijken Raad, in overeenstemming met de bepalingen van artikel III, sectie 6 (8) van de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, onderteekend te Chicago op 7 December 1944, tenzij de overeenkomstsluitende partijen overeenkomen het geschil te regelen door het voor te leggen aan een Scheidsgerecht, of een ander persoon of lichaam, benoemd in onderling overleg tusschen de overeenkomstsluitende partijen. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich, zich aan de gegeven beslissing te houden.

Artikel 11

Indien een algemeen multilateraal luchtvaartverdrag, dat door beide overeenkomstsluitende partijen wordt aanvaard, van kracht wordt, zal deze Overeenkomst aldus gewijzigd worden, dat zij met de bepalingen van genoemd verdrag zal overeenstemmen.

Artikel 12

Elke der overeenkomstsluitende partijen kan te allen tijde aan de andere kennis geven, indien zij deze Overeenkomst wenscht te beëindigen. Zulk een kennisgeving zal tegelijkertijd ter kennis worden gebracht van de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie.

Indien zulk een kennisgeving wordt gedaan, zal deze Overeenkomst ophouden van kracht te zijn twaalf maanden na den dag van ontvangst van de kennisgeving door de andere overeenkomstsluitende partij, tenzij de kennisgeving van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken, voordat deze termijn is verstreken.

Bij afwezigheid van ontvangstbevestiging door de andere overeenkomstsluitende partij, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen 14 dagen na de ontvangst van de kennisgeving door de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie.

Artikel 13

Deze Overeenkomst zal in werking treden op den dag van onderteekening.

Gedaan te Lissabon op 12 April 1946 in drievoud in de Nederlandsche, Portugeesche en Engelsche taal, welke gelijkelijk authentiek zijn.

Voor de Portugeesche Regeering, A. O. Salazar.

Voor de Nederlandsche Regeering, P. A. van Buttingha Wichers.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.