Luchtvaartovereenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Federale Regering
De Regeringen van Nederland en Oostenrijk, geleid door de wens het burgerlijk luchtvervoer tussen Nederland en Oostenrijk te bevorderen, sluiten hierbij de volgende Overeenkomst betreffende de geregelde diensten van luchtvaartmaatschappijen tussen haar onderscheidene grondgebieden, welke diensten aan de volgende bepalingen zullen zijn onderworpen.
Artikel 1
Elke overeenkomstsluitende partij verleent aan de andere overeenkomstsluitende partij rechten in de mate, omschreven in de bij deze Overeenkomst behorende Bijlage, met het doel de daarin omschreven luchtdiensten (hierna te noemen „de overeengekomen diensten”) in te stellen.
Artikel 2
(1). De overeengekomen diensten kunnen onmiddellijk, dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend, aanvangen, maar niet voordat
- (a). de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de aangegeven route of routes heeft aangewezen, en
- (b). de overeenkomstsluitende partij, welke de rechten verleent, de passende exploitatievergunning heeft gegeven aan de betrokken luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen (hetgeen zij, behoudens het bepaalde in par. 2 van dit artikel en in artikel 7 zonder onnodig uitstel zal doen).
(2). Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij, welke de rechten verleent, aantoont, dat zij in staat is (zijn) de voorwaarden na te komen, welke worden gesteld bij of krachtens de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commerciële luchtvaartmaatschappijen worden toegepast.
(3). In gebieden, welke militair bezet zijn, of in gebieden, welke daarbij betrokken zijn, zal zulk een opening, waar nodig, onderworpen blijven aan de goedkeuring van de bevoegde militaire autoriteiten.
Artikel 3
Exploitatierechten, welke tevoren zouden kunnen zijn toegestaan door een van de overeenkomstsluitende partijen aan enige staat, niet partij bij deze overeenkomst, of aan een luchtvaartmaatschappij, zullen, overeenkomstig hun bepalingen, van kracht blijven.
Artikel 4
Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:
- (a). Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan opleggen of doen opleggen billijke en redelijke kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten. Elk van de overeenkomstsluitende partijen neemt echter op zich, dat deze kosten niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van zodanige luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten.
- (b). Op motorbrandstof, smeeroliën en reservedelen, welke in het gebied van een overeenkomstsluitende partij door de andere overeenkomstsluitende partij of haar onderdanen worden ingevoerd of aan boord genomen, en welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik door luchtvaartuigen van die andere overeenkomstsluitende partij, zal ten aanzien van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten of kosten, opgelegd door de eerste overeenkomstsluitende partij, een behandeling worden toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan nationale en andere buitenlandse luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer.
- (c). Luchtvaartuigen, welke gebezigd worden op de overeengekomen diensten en voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingstukken en proviand, welke aan boord blijven van burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van de overeenkomstsluitende partijen, waaraan vergunning is verleend de in de Bijlage omschreven routes en diensten te exploiteren, zijn bij binnenkomst in en vertrek uit het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten en kosten, zelfs indien zodanige voorraden worden gebruikt of verbruikt door zulke luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied.
- (d). De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere overeenkomstsluitende partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.
Artikel 5
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van geschiktheid en vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een overeenkomstsluitende partij, zullen door de andere overeenkomstsluitende partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de in de Bijlage omschreven luchtlijnen en diensten. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid en vergunningen, door een andere staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.
Artikel 6
(a). De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van alle overeenkomstsluitende partijen zonder onderscheid van nationaliteit, en zullen door deze luchtvaartuigen moeten worden nagekomen bij het binnenkomen in of verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van die partij.
(b). De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of lading van luchtvaartuigen, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zullen door of vanwege de passagiers, bemanning en lading van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van de andere overeenkomstsluitende partij moeten worden nagekomen gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde partij.
Artikel 7
Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor de uitoefening van de rechten, vermeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere overeenkomstsluitende partij, niet te verlenen of in te trekken in elk geval waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijk toezicht, berusten bij onderdanen van een partij bij deze Overeenkomst, dan wel ingeval een luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten van de staten, over wier grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt, als omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst, na te komen of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te voldoen.
Artikel 8
Indien een van de overeenkomstsluitende partijen het wenselijk acht enige bepaling of bepalingen van de bij deze Overeenkomst behorende Bijlage te wijzigen, kan zulk een wijziging worden aangebracht door rechtstreeks tot overeenstemming leidend overleg tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen.
Artikel 9
Enig geschil tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of van de Bijlage zal ter beslissing worden voorgelegd aan een in onderling overleg tussen de overeenkomstsluitende partijen samengesteld Scheidsgerecht, of aan enig ander persoon of lichaam. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich zich te houden aan de gegeven beslissing.
Artikel 10
Elk der overeenkomstsluitende partijen kan te allen tijde aan de andere mededeling doen van haar wens deze Overeenkomst te beëindigen. Indien een zodanige mededeling wordt gedaan, zal deze Overeenkomst ophouden te bestaan 12 maanden na het tijdstip, waarop de mededeling door de andere overeenkomstsluitende partij werd ontvangen, tenzij de mededeling van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken voordat die termijn is verstreken.
Artikel 11
Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag harer ondertekening.
Done at Vienna this 22nd day of January 1948.
For the Government of the Netherlands:
F. d'ANSEMBOURG
For the Austrian Federal Government:
GRUBER
ÜBELEIS
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.