Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Type Verdrag
Publication 1952-09-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Franse Republiek, het Koninkrijk Griekenland, de Ierse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groot-Hertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden, de Turkse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland;

Aangezien de Raad van Europa, de vertegenwoordigers van de Leden en het Secretariaat op het grondgebied van de Leden, krachtens artikel 40, lid (a) van het Statuut van de Raad van Europa, die voorrechten en immuniteiten genieten welke nodig zijn voor de uitoefening van hun functies;

Aangezien krachtens de bepalingen van lid (b) van vorengenoemd Artikel, de Leden van de Raad zich hebben verbonden, een overeenkomst te sluiten ten einde de bepalingen van genoemd lid ten uitvoer te leggen;

Aangezien overeenkomstig het vorengenoemde lid (b), het Comité van Ministers de Regeringen der Leden heeft aanbevolen onderstaande bepalingen aan te nemen;

Komen overeen als volgt:

TITEL I. Persoonlijkheid, bevoegdheid

Artikel 1

De Raad van Europa bezit rechtspersoonlijkheid. Hij heeft de bevoegdheid overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en in rechte te verschijnen.

In deze aangelegenheden zal de Secretaris-Generaal optreden namens de Raad van Europa.

Artikel 2

De Secretaris-Generaal werkt te allen tijde samen met de bevoegde autoriteiten van de Leden ten einde een goede rechtsbediening te bevorderen, de inachtneming van de politie-reglementen te verzekeren en elk misbruik van de voorrechten, immuniteiten, vrijdommen en faciliteiten, welke in dit Verdrag zijn genoemd, te voorkomen.

TITEL II. Eigendommen, Fondsen en Bezittingen

Artikel 3

De Raad, zijn eigendommen en bezittingen, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van rechtsvervolging, behoudens wanneer het Comité van Ministers in een bijzonder geval uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn immuniteit. Het spreekt echter vanzelf, dat afstand van immuniteit zich niet uitstrekt tot maatregelen van tenuitvoerlegging of detentie.

Artikel 4

De gebouwen en terreinen van de Raad zijn onschendbaar. Zijn eigendommen en bezittingen, waar deze ook gelegen zijn en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, confiscatie, onteigening of van iedere andere vorm van ingrijpen, hetzij door optreden van administratieve, rechterlijke of wetgevende aard.

Artikel 5

Het archief van de Raad en in het algemeen alle documenten, welke hem toebehoren of die hij onder zich heeft, zijn onschendbaar, waar deze zich ook bevinden.

Artikel 6

Zonder beperkt te worden door financiële voorschriften, regelen of moratoria van enigerlei aard:

Artikel 7

De Raad, zijn bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zullen zijn vrijgesteld:

TITEL III. Communicatiemiddelen

Artikel 8

Het Comité van Ministers en de Secretaris-Generaal genieten op het grondgebied van elk Lid, voor hun officiële communicatiemiddelen, een behandeling welke ten minste even gunstig is als die welke door dit Lid wordt toegestaan aan de diplomatieke missies van elke andere regering.

Geen censuur zal worden toegepast op de officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van het Comité van Ministers en van het Secretariaat.

TITEL IV. Vertegenwoordigers der Leden in het Comité van Ministers

Artikel 9

De vertegenwoordigers in het Comité van Ministers zullen, tijdens de uitoefening van hun functies en tijdens hun reizen naar en van de plaats van samenkomst, de volgende voorrechten en immuniteiten genieten:

Artikel 10

Teneinde de vertegenwoordigers in het Comité van Ministers volledige vrijheid van woord en onafhankelijkheid bij de uitoefening van hun taak te verzekeren, zal de immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen, van kracht blijven, ook wanneer het mandaat van de betreffende personen beëindigd is.

Artikel 11

Voorrechten en immuniteiten worden aan de vertegenwoordigers der Leden niet toegekend voor het persoonlijk voordeel van deze individuele vertegenwoordigers, doch ten einde de onafhankelijke uitoefening van hun functie in verband met het Comité van Ministers te verzekeren. Derhalve heeft een Lid niet alleen het recht, maar tevens de plicht afstand te doen van de immuniteit van zijn vertegenwoordiger, telkens wanneer naar het oordeel van het Lid de immuniteit de loop der gerechtigheid in de weg zou staan, en van de immuniteit afstand kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel, waarvoor de immuniteit wordt toegekend.

Artikel 12

(a). De bepalingen van de artikelen 9, 10 en 11 gelden niet voor de autoriteiten van een staat waarvan de persoon onderdaan is, of waarvan hij vertegenwoordiger is of is geweest.

(b). In de artikelen 9, 10, 11 en 12 (a) hierboven, zal de term „vertegenwoordiger” geacht worden te omvatten alle vertegenwoordigers, plaatsvervangende vertegenwoordigers, adviseurs, technische deskundigen en secretarissen van delegaties.

TITEL V. Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering

Artikel 13

Geen administratieve of andere beperking zal worden toegepast op de bewegingsvrijheid van de vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun vervangers, die zich begeven naar of terugkeren van de plaats van samenkomst van de Vergadering.

Aan de Vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers zullen, wat betreft douane- en deviezen-regelingen, worden toegekend:

Artikel 14

Vertegenwoordigers bij de Raadgevende Vergadering en hun plaatsvervangers zullen vrijgesteld zijn van alle officiële ondervragingen en van arrestatie en gerechtelijke vervolging naar aanleiding van door hen gesproken woorden of door hen uitgebrachte stemmen in de uitoefening van hun functie.

Artikel 15

Tijdens de duur der zittingen van de Raadgevende Vergadering genieten de vertegenwoordigers bij de Vergadering en haar plaatsvervangers, of zij parlementsleden zijn of niet:

Deze immuniteit geldt ook wanneer zij op weg zijn van of naar de plaats van samenkomst van de Raadgevende Vergadering. Dit geldt echter niet wanneer van de vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers ontdekt wordt, dat zij een overtreding begaan, proberen te begaan of juist begaan hebben, evenmin in gevallen waarin de Vergadering de immuniteit heeft opgeheven.

TITEL VI. Functionarissen van de Raad

Artikel 16

Behalve de immuniteiten en de voorrechten aangegeven in het hieronder genoemde artikel 18, zullen aan de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangende Secretaris-Generaal, met betrekking tot henzelven, hun echtgenoten en minderjarige kinderen, de voorrechten en immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten worden verleend, welke worden toegekend aan hen, die met een diplomatieke zending zijn belast in overeenstemming met het Internationale Recht.

Artikel 17

De Secretaris-Generaal geeft nader aan op welke categorieën functionarissen de bepalingen van artikel 18 hieronder van toepassing zullen zijn. Hij doet hiervan mededeling aan de regeringen van alle Leden. De namen van de functionarissen, die in deze categorieën begrepen zijn, zullen van tijd tot tijd ter kennis van de hierboven genoemde Regeringen worden gebracht.

Artikel 18

Functionarissen van de Raad van Europa zullen:

Artikel 19

Voorrechten en immuniteiten worden aan de functionarissen slechts verleend in het belang van de Raad van Europa en niet tot het persoonlijk voordeel van deze individuele functionarissen. De Secretaris-Generaal zal het recht en de plicht hebben, de immuniteit van een functionaris op te heffen telkens wanneer naar zijn oordeel de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en afstand van de immuniteit kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de Raad van Europa. In geval het de Secretaris-Generaal en de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal betreft heeft het Comité van Ministers het recht de immuniteit op te heffen.

TITEL VII. Aanvullende overeenkomsten

Artikel 20

De Raad kan met elk Lid of meerdere Leden aanvullende overeenkomsten sluiten, waarbij de bepalingen van dit Algemeen Verdrag, voor zover zij dat Lid of die Leden betreffen, worden gewijzigd.

TITEL VIII. Geschillen

Artikel 21

Elk geschil tussen de Raad en particuliere personen betreffende geleverde voorraden, verrichte diensten of onroerende goederen welke namens de Raad zijn aangekocht, zal worden onderworpen aan arbitrage, zoals daarin wordt voorzien door een administratief besluit van de Secretaris-Generaal met toestemming van het Comité van Ministers.

TITEL IX. Slotbepalingen

Artikel 22

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd. De bekrachtigingsoorkonden zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal. Het Verdrag treedt in werking zodra zeven der ondertekenaars hun bekrachtigingsoorkonde hebben nedergelegd.

Ten einde elke vertraging van een doeltreffende werking van de Raad te voorkomen, komen de ondertekenaars echter overeen, hangende de inwerkingtreding van het Verdrag in overeenstemming met het bepaalde in het vorige lid, dit Verdrag voorlopig toe te passen met ingang van de datum van ondertekening, voor zover dat mogelijk is onder hun respectieve grondwettelijke bepalingen.

In witness whereof the undersigned plenipotentiaries being duly authorised to that effect, have signed the present General Agreement.

Done at Paris, this 2nd day of September, 1949, in French and in English, both texts being equally authentic, in a single copy which shall remain in the Archives of the Council of Europe. The Secretary General shall transmit certified copies to each of the signatories.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.