Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 8 juli 1950 tussen Nederland en het Groothertogdom Luxemburg gesloten Algemeen Verdrag inzake de sociale zekerheid

Type Verdrag
Publication 1953-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voor de toepassing van artikel 21 van het op 8 Juli 1950 tussen Nederland en het Groothertogdom Luxemburg gesloten Algemeen Verdrag hebben de hoogste administratieve Nederlandse en Luxemburgse autoriteiten, vertegenwoordigd door:

van Nederlandse zijde:

de Heer J. G. Suurhoff, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;

van Luxemburgse zijde:

de Heer N. Biever, Minister van Arbeid, Sociale Zekerheid en de Mijnen;

in gemeen overleg de navolgende regels vastgesteld met betrekking tot de wijze van toepassing van dat Verdrag.

TITEL I. Uitvoering van artikel 3 van het Algemeen Verdrag

Artikel 1

Wanneer loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn, krachtens het bepaalde bij artikel 3, tweede lid, onder a, van het Algemeen Verdrag onderworpen blijven aan de wettelijke regelingen van het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

TITEL II. Bijzondere bepalingen betreffende de ziekteverzekering en de moederschapsuitkeringen

Artikel 2

Wanneer een arbeider, die zich van het ene land naar het andere heeft begeven, een beroep op de voordelen van het Algemeen Verdrag moet doen om aanspraak te kunnen maken op uitkering bij ziekte en moederschap, wendt het orgaan van het land van zijn nieuwe plaats van tewerkstelling, bij hetwelk de uitkering is aangevraagd, zich zo nodig tot het bevoegde orgaan van het andere land, in het bijzonder met het oog op het verkrijgen van inlichtingen betreffende de tijdvakken van verzekering van de arbeider.

Artikel 3

Voor de toepassing van de artikelen 5 en 6 van het Algemeen Verdrag, alsmede in het geval waarin samentelling van tijdvakken plaats vindt voor de beoordeling van het recht op uitkering in het land van de nieuwe verblijfplaats, worden tijdvakken van verzekering of daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke in Nederland zijn vervuld, beschouwd als tijdvakken van verzekering in de zin van de Luxemburgse wetgeving en worden tijdvakken van verzekering of daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke in het Groothertogdom zijn vervuld, beschouwd als tijdvakken van verzekering in de zin van de Nederlandse wetgeving.

TITEL III. Invaliditeits- en ouderdomsverzekering en verzekering bij overlijden (Renten)

Hoofdstuk Eerste. — Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 4

Voor de beoordeling van het recht op uitkeringen worden de tijdvakken van verzekering vervuld ingevolge de wetgevingen van elk der beide landen en de tijdvakken, welke krachtens de wetgevingen dier landen met tijdvakken van verzekering zijn gelijkgesteld, aldus samengeteld, dat bij de tijdvakken van verzekering of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, vervuld ingevolge de wetgeving van het ene land, worden gevoegd de tijdvakken van verzekering of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, vervuld ingevolge de wetgeving van het andere land, voor zover het nodig is met die tijdvakken rekening te houden, teneinde, zonder dat zij samenvallen, de tijdvakken van verzekering of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, vervuld in het eerste land, aan te vullen.

Wanneer krachtens de wetgeving van één der beide landen bepaalde tijdvakken niet volledig met tijdvakken van verzekering worden gelijkgesteld, worden die tijdvakken wederzijds slechts in aanmerking genomen in de mate en met de gevolgen, voorzien in de wetgeving van het land, ingevolge welke zij zijn vervuld.

Artikel 5

De tijdvakken, welke in elk van de beide landen met tijdvakken van verzekering worden gelijkgesteld, zijn die welke als zodanig worden beschouwd krachtens de wetgeving van het land waar zij zijn vervuld.

Elk tijdvak, dat tegelijk èn krachtens de Luxemburgse wetgeving èn krachtens de Nederlandse wetgeving gelijkgesteld is met een tijdvak van verzekering, wordt voor de toekenning van de uitkering in aanmerking genomen door de organen van het land waar de belanghebbende laatstelijk vóór het betreffende tijdvak werkzaam is geweest.

Wanneer een tijdvak van verzekering krachtens de wetgeving van het ene land samenvalt met een tijdvak dat krachtens de wetgeving van het andere land met een tijdvak van verzekering is gelijkgesteld, wordt alleen het tijdvak van verzekering in aanmerking genomen.

Wanneer voor een bepaald kalenderjaar tijdvakken van verzekering of daarmede gelijkgestelde tijdvakken worden vermeld zonder aanduiding van de data, worden deze tijdvakken voor de beoordeling van het recht geacht niet samen te vallen, voor zover het totaal niet meer bedraagt dan 12 maanden, 365 kalenderdagen of 313 werkdagen.

Artikel 6

Wanneer de wetgeving van een der beide landen de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de tijdvakken zijn vervuld in een beroep waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, en wanneer deze tijdvakken niet voldoende zijn geweest om recht te kunnen geven op de voordelen krachtens genoemde bijzondere regeling, worden deze tijdvakken in aanmerking genomen voor de toekenning van de voordelen krachtens de algemene regeling.

Artikel 7

Voor zover het tweede lid van artikel 4 van toepassing is, worden voor de berekening van de renten alle tijdvakken welke meetellen voor de beoordeling van de rechten in aanmerking genomen, zelfs indien zij samenvallen.

Hoofdstuk Tweede. — Bijzondere bepalingen betreffende de invaliditeitsverzekering

Artikel 8

Voor de beoordeling van de mate van invaliditeit maken de organen van elk van de beide landen gebruik van de geneeskundige rapporten en de administratieve gegevens, welke door de organen van het andere land worden verstrekt.

Genoemde organen behouden niettemin het recht de belanghebbende te doen onderzoeken door een geneeskundige hunner keuze.

Artikel 9

De administratieve en medische contrôle ten aanzien van personen, die in het genot zijn van een invaliditeitsrente ingevolge de Luxemburgse wetgeving en die in Nederland verblijven, wordt op verzoek van het betrokken uitvoeringsorgaan uitgeoefend door de Rijksverzekeringsbank.

De administratieve en medische contrôle ten aanzien van personen, die in het genot zijn van een invaliditeitsrente ingevolge de Nederlandse wetgeving en die in het Groothertogdom verblijven, wordt, op verzoek van de Rijksverzekeringsbank, uitgeoefend door de „Etablissement d'assurance contre la vieillesse et l'invalidité”.

Genoemde organen behouden niettemin het recht de belanghebbende te doen onderzoeken door een geneeskundige hunner keuze.

Artikel 10

Wanneer de Rijksverzekeringsbank bij gelegenheid van een administratieve contrôle dan wel naar aanleiding van een desbetreffend verzoek van de Luxemburgse instelling heeft geconstateerd dat degene, die in het genot is van een invaliditeitsrente ingevolge de Luxemburgse wetgeving, niet langer invalide is of het werk in Nederland heeft hervat, zendt zij een rapport aan het betrokken Luxemburgse orgaan; zij verstrekt alle noodzakelijke inlichtingen welke haar door het betrokken Luxemburgse orgaan zijn gevraagd.

Artikel 11

Wanneer het Luxemburgse orgaan bij gelegenheid van een administratieve controle dan wel naar aanleiding van een desbetreffend verzoek van de Rijksverzekeringsbank heeft geconstateerd dat degene, die in het genot is van een invaliditeitsrente ingevolge de Nederlandse wetgeving, niet langer invalide is of het werk in het Groothertogdom heeft hervat, zendt het een rapport aan de Rijksverzekeringsbank. Het orgaan verstrekt alle noodzakelijke inlichtingen welke door de Rijksverzekeringsbank aan dit orgaan zijn gevraagd.

Artikel 12

De werkelijke kosten van een geneeskundig onderzoek en van observatie in een ziekenhuis, reiskosten van geneeskundigen en rentetrekkers en de kosten van een geneeskundig onderzoek, voor zover nodig voor de uitoefening van de contrôle, komen ten laste van het orgaan dat de rente verschuldigd is en in uitsluitend belang waarvan de kosten zijn gemaakt.

Het orgaan, dat de kosten moet terugontvangen, stelt aan de hand van zijn eigen tarief het bedrag der kosten vast; de vergoeding geschiedt door het orgaan dat de kosten verschuldigd is, op vertoon van een uitgewerkte staat van kosten.

Wanneer de kosten zijn gemaakt in het gemeenschappelijk belang, blijven zij ten laste van het orgaan dat de kosten gemaakt heeft.

Hoofdstuk Derde. — Indiening van aanvragen

Artikel 13

De verzekerde, die in het Groothertogdom of in Nederland verblijft en die aanspraak wenst te maken op een invaliditeits- of ouderdomsrente met samentelling van verzekeringstijdvakken overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Verdrag, dient zijn aanvrage, in de vorm en binnen de termijn voorgeschreven door de wetgeving van het land van zijn verblijfplaats, in bij het orgaan dat ingevolge genoemde wetgeving bevoegd is.

De verzekerde moet bij zijn aanvrage zo nauwkeurig mogelijk vermelden, bij welk verzekeringsorgaan of bij welke verzekeringsorganen van het andere land hij verzekerd is geweest.

Een aanvrage, welke is ingediend bij een orgaan van het ene land, wordt als geldig beschouwd in het andere. In dat geval moet bedoeld orgaan de aanvrage onverwijld doorzenden aan het bevoegde orgaan van het andere land, onder mededeling van de datum van indiening en van alle gegevens, vervat in die aanvrage.

Artikel 14

Het bepaalde bij artikel 13 is van toepassing op de verzekerde die in Nederland verblijft en die uitsluitend aanspraak wenst te maken op een rente krachtens de Luxemburgse wetgeving, alsmede op de verzekerde die in het Groothertogdom verblijft en die uitsluitend aanspraak wenst te maken op een rente krachtens de Nederlandse wetgeving.

Artikel 15

Bij de behandeling van aanvragen om rente met samentelling van tijdvakken van verzekering, maken de bevoegde Luxemburgse en Nederlandse organen gebruik van een formulier, waarvan het model door de betrokken organen van de beide landen in gemeen overleg wordt vastgesteld.

Dit formulier dient met name de nodige gegevens te bevatten omtrent de burgerlijke staat van de verzekerde, een volledige opsomming van de tijdvakken van verzekering en eventueel de datum van beëindiging van de uitkering in geld, bedoeld in artikel 9 van het Verdrag.

De toezending van dit formulier in tweevoud aan de organen van het andere land vervangt het overleggen van bewijsstukken.

Hoofdstuk Vierde. — Behandeling van aanvragen door de Nederlandse organen

Artikel 16

Het orgaan, dat in Nederland de aanvrage behandelt, zendt het formulier, bedoeld in artikel 15, vergezeld van de gegevens waarover het beschikt, door tussenkomst van de Rijksverzekeringsbank door aan het betrokken Luxemburgse orgaan.

Het Luxemburgse orgaan stelt de krachtens de Luxemburgse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering en de daarmede gelijkgestelde tijdvakken vast.

Voor het overblijvende deel houdt het Luxemburgse orgaan rekening met de krachtens de Nederlandse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering, waarbij een weekpremie geldt voor 6 verzekeringsdagen en 4 weekpremiën gelden voor een verzekeringsmaand, zonder dat echter 13 weekpremiën gerekend kunnen worden als meer dan 3 verzekeringsmaanden.

Het Luxemburgse orgaan telt de tijdvakken, welke overeenkomstig de bovenomschreven regels zijn vastgesteld, samen en stelt de rechten welke krachtens de Luxemburgse wetgeving ontstaan vast.

Artikel 17

Voor de toepassing van het derde lid van artikel 8 van het Verdrag stelt het Luxemburgse orgaan het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende recht heeft, als volgt vast:

De vaste delen worden verminderd overeenkomstig de verhouding van de in het Groothertogdom vervulde tijdvakken tot het totaal der in beide landen vervulde tijdvakken, met dien verstande dat onder tijdvakken in de zin van deze bepaling dienen te worden verstaan de werkelijke tijdvakken van verzekering of de daarmede voor de berekening van renten volledig gelijkgestelde tijdvakken overeenkomstig de wetgeving van het land waar zij zijn vervuld.

De delen, welke zijn berekend in verhouding tot de tijdvakken van verzekering of tot het totaal bedrag der premiën betaald in het Groothertogdom, ondergaan geen enkele vermindering.

Artikel 18

Het Luxemburgse orgaan zendt aan de Rijksverzekeringsbank het formulier, bedoeld in artikel 15, vergezeld van de gegevens waarover het beschikt, terug en stelt haar in kennis, enerzijds van de uitkering, welke is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het vorige artikel, en anderzijds van de uitkering, waarop de belanghebbende aanspraak zou kunnen maken, ingeval hij zou afzien van de voordelen van artikel 8 van het Algemeen Verdrag.

Artikel 19

Behalve met de krachtens de Nederlandse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering houdt de Rijksverzekeringsbank rekening met de krachtens de Luxemburgse wetgeving geldige tijdvakken van verzekering, waarbij zes dagen gelden voor een weekpremie en een maand geldt voor vier weekpremiën, zonder dat echter drie maanden mogen leiden tot minder dan 13 weekpremiën.

De Rijksverzekeringsbank telt de tijdvakken, welke overeenkomstig de bovenomschreven regels zijn vastgesteld, samen en stelt de rechten, welke krachtens de Nederlandse wetgeving ontstaan, vast.

Artikel 20

Voor de toepassing van het derde lid van artikel 8 van het Verdrag stelt het Nederlandse orgaan het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende recht heeft, als volgt vast:

De vaste delen worden verminderd overeenkomstig de verhouding van de in Nederland vervulde tijdvakken tot het totaal der in beide landen vervulde tijdvakken, met dien verstande dat onder tijdvakken in de zin van deze bepaling dienen te worden verstaan de werkelijke tijdvakken van verzekering of de daarmede voor de berekening van renten volledig gelijkgestelde tijdvakken overeenkomstig de wetgeving van het land waar zij zijn vervuld.

De delen, welke zijn berekend in verhouding tot de tijdvakken van verzekering of tot het totaal bedrag der premiën, betaald in Nederland, ondergaan geen enkele vermindering.

Artikel 21

De Rijksverzekeringsbank stelt de aanvrager door middel van een aangetekende brief in kennis van de beslissingen welke door de bevoegde organen van elk der beide landen zijn genomen met betrekking tot de uitkeringen, berekend overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Verdrag, en licht hem in omtrent de bedragen van de uitkeringen, welke hij zou ontvangen ingeval hij zou afzien van de voordelen van artikel 8 van dat Verdrag.

In deze kennisgeving moet de aanvrager mededeling worden gedaan van:

De Rijksverzekeringsbank deelt aan het bevoegde Luxemburgse orgaan mede:

Hoofdstuk Vijfde. — Behandeling van aanvragen door de Luxemburgse organen

Artikel 22

De procedure, geregeld in het vierde Hoofdstuk zal mutatis mutandis worden gevolgd, wanneer de aanvrage is ingediend bij een Luxemburgs orgaan.

Hoofdstuk Zesde. — Betaling van renten

Artikel 23

De betrokken Luxemburgse organen betalen op de vervaldagen, voorzien bij de Luxemburgse wetgeving, aan de rechthebbenden die in Nederland verblijven de hun toekomende uitkeringen rechtstreeks uit.

De betrokken Nederlandse organen betalen op de vervaldagen, voorzien bij de Nederlandse wetgeving, aan de rechthebbenden die in het Groothertogdom verblijven de hun toekomende uitkeringen rechtstreeks uit.

TITEL IV. Bijzondere bepalingen

Artikel 24

Indien een belanghebbende overeenkomstig het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van het Algemeen Verdrag afstand doet van de voordelen van artikel 8 van dat Verdrag, moet hij zulks persoonlijk per gedagtekend, ondertekend en aangetekend schrijven mededelen aan het orgaan dat hem overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 21 en 22 van dit Accoord in kennis heeft gesteld van de beslissingen.

Artikel 25

Het recht van keuze, bedoeld in artikel 10 van het Algemeen Verdrag, kan door de nagelaten betrekkingen onder dezelfde voorwaarden als door de verzekerden worden uitgeoefend.

Artikel 26

De bevoegde organen van de beide landen kunnen overeenkomstig de regeling, vervat in de artikelen 9 tot en met 12, een medische en administratieve controle laten instellen op arbeiders die een uitkering genieten ingevolge de ziekteverzekering van hun land en verblijven in het andere land.

Artikel 27

De bevoegde organen van de beide landen laten overeenkomstig de regeling, vervat in de artikelen 8 tot en met 12, een medische en administratieve controle instellen op personen die door een bedrijfsongeval zijn getroffen en die in het Groothertogdom of in Nederland verblijven.

Artikel 28

De kosten met betrekking tot de betaling van de uitkeringen, kosten van banken en deviezenkantoren en andere onkosten kunnen door de organen, welke met de uitbetaling zijn belast, op de rechthebbenden worden verhaald overeenkomstig de voorwaarden, vastgesteld door de administratieve autoriteit waaronder die organen ressorteren.

Artikel 29

Dit Accoord treedt in werking op de dag van ondertekening, met terugwerkende kracht te rekenen van 1 Juni 1952 af. Het zal dezelfde geldigheidsduur hebben als het Algemeen Verdrag.

Fait en double exemplaire, à Luxembourg, le 1er octobre 1953.

(s.) J. G. SUURHOFF

(s.) N. BIEVER.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.