Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie
De Staten, die partij zijn bij dit Statuut, verklaren in overeenstemming met het Handvest van de Vereenigde Naties, dat de volgende beginselen een noodzakelijke grondslag zijn voor het geluk, de harmonieuze verhoudingen en veiligheid van alle volken:
Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of zwakheid.
Het genot van een zoo goed mogelijken gezondheidstoestand is een van de grondrechten van ieder menschelijk wezen zonder onderscheid van ras, godsdienst, politiek geloof, economische of sociale positie.
De gezondheid van alle volken is een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van vrede en veiligheid en is afhankelijk van de meest volledige samenwerking van individuen en Staten.
Hetgeen een Staat bereikt op het gebied van bevorderen en beschermen van de gezondheid is van waarde voor allen.
Ongelijke ontwikkeling in de verschillende landen in het bevorderen van de gezondheid en het bestrijden, van ziekten, in het bijzonder van besmettelijke ziekten, is een gemeenschappelijk gevaar.
Een gezonde ontwikkeling van het kind is van fundamenteel belang; geschiktheid om harmonieus te leven in een geheel veranderende omgeving is een essentieele voorwaarde voor zoodanige ontwikkeling.
Het verbreiden onder alle volken van de weldaden der medische, psychologische en aanverwante wetenschappen is van essentieel belang voor het bereiken van een zoo hoog mogelijk gezondheidspeil.
Een goed voorgelichte openbare meening en actieve medewerking van de zijde van het publiek zijn van het grootste belang voor de verbetering van de volksgezondheid.
Regeeringen dragen verantwoordelijkheid voor de gezondheid van haar volken, aan welke verantwoordelijkheid alleen kan worden voldaan door het nemen van doeltreffende maatregelen, zoowel op gezondheidsgebied, als op sociaal gebied.
Deze beginselen aanvaardende en met het doel samen te werken met elkander en met anderen ter bevordering en bescherming van de gezondheid van alle volken, stemmen de verdragsluitende partijen in met dit Statuut en richten zij hierbij op de Wereldgezondheidsorganisatie als een gespecialiseerde organisatie van de Vereenigde Naties.
HOOFDSTUK I. Doel.
Artikel 1
Het doel van de Wereldgezondheidsorganisatie (hieronder genoemd de Organisatie) is alle volkeren te brengen op een zoo hoog mogelijk gezondheidspeil.
HOOFDSTUK II. Functies.
Artikel 2
Ten einde haar doel te bereiken zullen de functies van de Organisatie zijn:
- a). op te treden als leidende en coördineerende instantie bij het internationale gezondheidswerk;
- b). een doelmatige samenwerking tot stand te brengen en te handhaven met de Vereenigde Naties, de gespecialiseerde organisaties, de openbare gezondheidsdiensten, groepen van beroepsgenooten en zoodanige andere organisaties als wenschelijk zal worden geacht;
- c). op haar verzoek bijstand te verleenen aan regeeringen bij het verbeteren van haar gezondheidsdiensten;
- d). passende technische bijstand en in dringende gevallen noodzakelijke hulp te verleenen op verzoek van of na goedkeuring door de Regeeringen;
- e). op verzoek van de Vereenigde Naties voor bepaalde groepen, zooals de bevolkingen van trustgebieden, gezondheidsdiensten in het leven te roepen of deze groepen bij dit werk of op andere wijze behulpzaam te zijn;
- f). zoodanige administratieve en technische diensten als vereischt zullen zijn in te stellen en in stand te houden, met inbegrip van epidemiologische en statistische diensten;
- g). de werkzaamheden tot het uitroeien van epidemische, endemische en andere ziekten te stimuleeren en te bevorderen;
- h). waar noodig in samenwerking met andere gespecialiseerde organisaties het voorkomen van letsel tengevolge van ongevallen te bevorderen;
- i). waar noodig in samenwerking met andere gespecialiseerde organisaties, verbetering in voeding, huisvesting, sanitaire verzorging, ontspanning, economische omstandigheden, arbeidstoestanden en andere elementen van de hygiëne van het milieu te bevorderen;
- j). samenwerking tusschen beoefenaren der wetenschap en der beroepen die bijdragen tot den vooruitgang van de gezondheid, te bevorderen;
- k). verdragen, overeenkomsten en regelingen voor te stellen en aanbevelingen te doen met betrekking tot internationale gezondheidsaangelegenheden en zoodanige taken te vervullen als door deze aan de Organisatie kunnen worden opgedragen en niet in strijd zijn met haar doel;
- l). de gezondheid en het welzijn van moeder en kind te bevorderen en de geschiktheid aan te kweeken om harmonieus te leven in een geheel veranderende omgeving;
- m). werkzaamheden op het gebied van de geestelijke gezondheid te bevorderen, in het bijzonder, die welke ten doel hebben de harmonie van menschelijke verhoudingen te verbeteren;
- n). wetenschappelijk onderzoek op gezondheidsgebied te bevorderen en te leiden;
- o). te bevorderen, dat het peil van onderwijs en opleiding bij hygiënische, medische en aanverwante beroepen wordt verbeterd;
- p). te bestudeeren en te rapporteeren, zoo noodig in samenwerking met andere gespecialiseerde organisaties, nopens de administratieve en sociale technische hulpmiddelen betrekking hebbende op de openbare gezondheid en de medische verzorging uit preventief en curatief gezichtspunt, met inbegrip van ziekenhuisdiensten en sociale zekerheid;
- q). inlichtingen, raad en bijstand te verschaffen op het gebied van de gezondheid;
- r). mede te werken, teneinde de openbare meening bij alle volken op juiste wijze over gezondheidszaken voor te lichten;
- s). op te stellen en zoo noodig te herzien, internationale nomenclatures van ziekten, doodsoorzaken en van methodes, die op het gebied van de openbare gezondheid gelden;
- t). voor zoover noodig diagnostische methodes te standaardiseeren;
- u). internationale maatstaven te ontwikkelen, in te stellen en te bevorderen met betrekking tot levensmiddelen en biologische, pharmaceutische en soortgelijke producten;
- v). in het algemeen alle noodzakelijke maatregelen te nemen om het doel van de Organisatie te bereiken.
HOOFDSTUK III. Lidmaatschap en toegevoegd Lidmaatschap.
Artikel 3
Het Lidmaatschap van de Organisatie staat open voor alle Staten.
Artikel 4
De Staten, die Lid zijn van de Vereenigde Naties kunnen Lid van de Organisatie worden door dit Statuut overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk XIX en overeenkomstig hun grondwettelijke procedure te onderteekenen of op andere wijze te aanvaarden.
Artikel 5
De Staten, wier Regeeringen uitgenoodigd zijn waarnemers te zenden naar de Internationale Gezondheidsconferentie, die in 1946 in New York is gehouden, kunnen Lid worden door dit Statuut overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk XIX en overeenkomstig hun grondwettelijke procedure te onderteekenen of op andere wijze te aanvaarden, mits zoodanige onderteekening of aanvaarding zal plaats vinden voor de eerste zitting van de Gezondheidsvergadering.
Artikel 6
Met inachtneming van de voorwaarden van een overeenkomst, die tusschen de Vereenigde Naties en de Organisatie zal worden gesloten en welke krachtens Hoofdstuk XVI zal zijn goedgekeurd, kunnen Staten, die niet Lid worden overeenkomstig de artt. 4 en 5, aanvragen Lid te worden; zij zullen worden toegelaten als Lid, wanneer de aanvrage door de Gezondheidsvergadering bij gewone meerderheid zal zijn goedgekeurd.
Artikel 7
Indien een Lid zijn financieele verplichtingen tegenover de Organisatie niet nakomt of in andere buitengewone omstandigheden, kan de Gezondheidsvergadering op voorwaarden als zij passend oordeelt, het stemrecht en de diensten, waarop dit Lid recht heeft, schorsen. De Gezondheidsvergadering zal de bevoegdheid hebben dit stemrecht en deze diensten opnieuw te verleenen.
Artikel 8
Gebieden of groepen van gebieden, die niet verantwoordelijk zijn voor het voeren van hun internationale betrekkingen, kunnen door de Gezondheidsvergadering worden toegelaten als toegevoegde Leden, wanneer hiertoe een aanvrage wordt gedaan ten behoeve van zoodanig gebied of groep van gebieden door het Lid of door een andere autoriteit, die de verantwoordelijkheid draagt voor hun internationale betrekkingen. Vertegenwoordigers van de toegevoegde Leden in de Gezondheidsvergadering moeten bij voorkeur beschikken over technische deskundigheid op gezondheidsgebied en eveneens bij voorkeur uit de inlandsche bevolking worden gekozen. De aard en de omvang van de rechten en verplichtingen van toegevoegde Leden zullen door de Gezondheidsvergadering bepaald worden.
HOOFDSTUK IV. Organen.
Artikel 9
Het werk van de Organisatie zal worden uitgevoerd door:
- a). de Wereldgezondheidsvergadering (hieronder genoemd de Gezondheidsvergadering);
- b). den Uitvoerenden Raad (hieronder genoemd de Raad);
- c). het Secretariaat.
HOOFDSTUK V. De Wereldgezondheidsvergadering.
Artikel 10
De Gezondheidsvergadering bestaat uit gedelegeerden, die de Leden vertegenwoordigen.
Artikel 11
Ieder Lid zal vertegenwoordigd worden door ten hoogste drie afgevaardigden, waarvan één door het Lid zal worden aangewezen als leider der delegatie. Deze afgevaardigden moeten bij voorkeur worden gekozen uit personen, die door hun technische deskundigheid op gezondheidsgebied het meest bevoegd zijn, terwijl zij bij voorkeur den nationalen dienst van de volksgezondheid van het Lid moeten vertegenwoordigen.
Artikel 12
De afgevaardigden kunnen vergezeld zijn van plaatsvervangende afgevaardigden en deskundigen.
Artikel 13
De Gezondheidsvergadering komt in een gewone jaarlijksche bijeenkomst samen en verder in zoodanige buitengewone bijeenkomsten als noodig zal zijn. Buitengewone bijeenkomsten zullen worden bijeengeroepen op verzoek van den Raad of van een meerderheid van de Leden.
Artikel 14
De Gezondheidsvergadering kiest in iedere jaarlijksche bijeenkomst het land of de streek, waar de volgende jaarlijksche bijeenkomst zal worden gehouden, terwijl de Raad daarna de plaats vaststelt. De Raad bepaalt de plaats, waar een buitengewone bijeenkomst zal worden gehouden.
Artikel 15
De Raad bepaalt na overleg met den Secretaris-Generaal van de Vereenigde Naties den datum van iedere jaarlijksche en buitengewone bijeenkomst.
Artikel 16
De Gezondheidsvergadering kiest bij het begin van iedere jaarlijksche zitting haar voorzitter en andere functionarissen. Zij blijven in functie, totdat hun opvolgers zijn gekozen.
Artikel 17
De Gezondheidsvergadering stelt haar eigen Huishoudelijk Reglement vast.
Artikel 18
De functies van de Gezondheidsvergadering zijn:
- a). het beleid van de Organisatie te bepalen;
- b). de Leden te benoemen, die het recht zullen hebben een persoon aan te wijzen om in den Raad zitting te nemen;
- c). den Directeur-Generaal te benoemen;
- d). rapporten en werkzaamheden van den Raad en van den Directeur-Generaal te bestudeeren en goed te keuren en den Raad aanwijzingen te geven met betrekking tot zaken, waaromtrent maatregelen, studie, onderzoek of het opstellen van rapporten wenschelijk worden geoordeeld;
- e). zoodanige comité's in te stellen als voor het werk van de Organisatie noodzakelijk zal worden geoordeeld;
- f). toezicht te houden op het financieele beleid van de Organisatie alsmede de begrooting te bestudeeren en goed te keuren;
- g). den Raad en den Directeur-Generaal aanwijzingen te geven om een op de gezondheid betrekking hebbende zaak, die de Gezondheidsvergadering wenschelijk oordeelt, onder de aandacht te brengen van de Leden en van internationale al dan niet-officieele organisaties;
- h). een internationale of nationale, al dan niet-officieele organisatie, welke verantwoordelijkheden draagt van denzelfden aard als de verantwoordelijkheden van de Organisatie, uit te noodigen vertegenwoordigers aan te wijzen, om zonder stemrecht deel te nemen aan de zittingen van de Vergadering of van de comité's en conferenties, die onder auspiciën van de Vergadering worden bijeengeroepen, een en ander overeenkomstig de voorwaarden, die door de Gezondheidsvergadering zullen worden gesteld; intusschen zullen voor zoover het betreft nationale organisaties uitnoodigingen alleen worden gedaan met de toestemming van de betrokken Regeering;
- i). aanbevelingen, die gedaan zijn door de Algemeene Vergadering, den Economischen en Socialen Raad, den Veiligheidsraad of den Trustschapsraad der Vereenigde Naties en die betrekking hebben op de gezondheid, in studie te nemen en aan deze organen, rapport uit te brengen omtrent de stappen, welke door de Organisatie zijn genomen om aan zoodanige aanbevelingen gevolg te geven;
- j). aan den Economischen en Socialen Raad rapport uit te brengen overeenkomstig regelingen, die tusschen de Organisatie en de Vereenigde Naties zullen zijn getroffen;
- k). wetenschappelijk onderzoek op gezondheidsgebied door het personeel van de Organisatie te bevorderen en te leiden door de instelling van eigen instituten of door samenwerking met officieele of niet-officieele instituten van de Leden met de toestemming van de betrokken Regeering;
- l). andere instituten op te richten, die zij wenschelijk zal oordeelen;
- m). andere passende maatregelen te nemen om het doel van de Organisatie te bevorderen.
Artikel 19
De Gezondheidsvergadering is bevoegd verdragen of overeenkomsten aan te nemen met betrekking tot iedere aangelegenheid binnen het arbeidsveld van de Organisatie. Een meerderheid van tweederden van de Gezondheidsvergadering zal noodig zijn voor de aanneming van zoodanige verdragen of overeenkomsten, die voor ieder Lid van kracht zullen worden, wanneer zij door dit Lid zullen zijn aanvaard overeenkomstig zijn grondwettelijke procedure.
Artikel 20
Ieder Lid verbindt zich, om uiterlijk 18 maanden na de aanneming door de gezondheidsvergadering van een verdrag of overeenkomst maatregelen te nemen met betrekking tot de aanvaarding van dit verdrag of deze overeenkomst. Ieder Lid zal den Directeur-Generaal mededeeling doen van de genomen maatregelen, en indien het Lid het verdrag of de overeenkomst niet binnen den gestelden termijn aanvaardt, zal het een uiteenzetting geven van de redenen voor deze niet-aanvaarding. Ingeval het verdrag of de overeenkomst wel aanvaardt wordt, verbindt ieder Lid zich een jaarrapport aan den Directeur-Generaal uit te brengen overeenkomstig Hoofdstuk XIV.
Artikel 21
De Gezondheidsvergadering is bevoegd regelingen aan te nemen, betreffende:
- a). te stellen eischen op sanitair gebied en op het gebied der quarantaine, alsmede betreffende werkwijzen op ander terrein, die ten doel hebben de internationale verspreiding van ziekten tegen te gaan;
- b). nomenclatures met betrekking tot ziekten, doodsoorzaken en methodes, die op het gebied der openbare gezondheid gelden;
- c). normen, geschikt voor internationaal gebruik met betrekking tot het stellen van diagnoses;
- d). normen met betrekking tot de veiligheid, zuiverheid en werking van biologische, pharmaceutische en dergelijke producten, die in den internationalen handel verkrijgbaar zijn;
- e). het adverteeren van en het geven van namen aan biologische, pharmaceutische en dergelijke producten, die in den internationalen handel verkrijgbaar zijn.
Artikel 22
Regelingen, die aangenomen worden ingevolge art. 21, zullen voor alle Leden van kracht worden, nadat de aanneming hiervan door de Gezondheidsvergadering op behoorlijke wijze zal zijn bekend gemaakt, behalve voor die Leden, die den Directeur-Generaal binnen den in de bekendmaking vermelden termijn kennis geven, dat zij deze regelingen verwerpen of ten aanzien dier regelingen voorbehouden maken.
Artikel 23
De Gezondheidsvergadering is bevoegd, aanbevelingen te richten tot de Leden met betrekking tot iedere aangelegenheid, die binnen de bevoegdheid van de Organisatie valt.
HOOFDSTUK VI. De Uitvoerende Raad.
Artikel 24
De Raad bestaat uit vierendertig personen, die door even zovele lidstaten worden aangewezen. De Gezondheidsvergadering kiest, rekening houdende met een billijke geografische verdeling, de Leden die bevoegd zullen zijn een persoon aan te wijzen om in de Raad zitting te nemen, met dien verstande dat niet minder dan drie Leden worden gekozen uit elk van de ingevolge artikel 44 ingestelde regionale organisaties. Ieder van deze Leden moet in de Raad een persoon benoemen die technisch deskundig is op het gebied van de gezondheid. Deze persoon kan vergezeld zijn van plaatsvervangers en deskundigen.
Artikel 25
Deze Leden worden gekozen voor drie jaar en kunnen herkozen worden, met dien verstande dat van de Leden gekozen tijdens de eerste zitting van de Gezondheidsvergadering die wordt gehouden na het van kracht worden van de wijziging van dit Statuut, waarbij het aantal Leden van de Raad van tweeëndertig tot vierendertig werd uitgebreid, het mandaat van het gekozen bijkomende Lid, voor zover nodig, van zodanig kortere duur is dat de verkiezing, ieder jaar, van ten minste één Lid uit elke regionale organisatie wordt vergemakkelijkt.
Artikel 26
De Raad komt minstens twee maal per jaar bijeen en bepaalt de plaats van iedere bijeenkomst.
Artikel 27
De Raad kiest uit zijn Leden zijn voorzitter en stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel 28
De functies van den Raad zijn:
- a). uitvoering te geven aan de besluiten en de richtlijnen van de Gezondheidsvergadering;
- b). op te treden als uitvoerend orgaan van de Gezondheidsvergadering;
- c). alle andere functies te vervullen, die hem door de Gezondheidsvergadering worden opgedragen;
- d). de Gezondheidsvergadering van advies te dienen betreffende vragen, die hem door dit orgaan worden voorgelegd, alsmede nopens zaken, die door verdragen, overeenkomsten en regelingen naar de Organisatie worden verwezen;
- e). op eigen initiatief adviezen of voorstellen voor te leggen aan de Gezondheidsvergadering;
- f). de agenda van de bijeenkomsten van de Gezondheidsvergadering voor te bereiden;
- g). aan de Gezondheidsvergadering ter fine van onderzoek en ter goedkeuring een algemeen werkprogramma voor een bepaalde periode voor te leggen;
- h). alle vragen, die binnen zijn bevoegdheid vallen, te bestudeeren;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.