Aanvullende Overeenkomst ter uitvoering van het Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid (Stelsel van Sociale Zekerheid van toepassing op arbeiders in de mijnen en daarmede gelijkgestelde ondernemingen)
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek; besloten hebbende een aanvullende overeenkomst te sluiten voor de toepassing van artikel 31 van het op 7 Januari 1950 tussen Nederland en Frankrijk gesloten Algemeen Verdrag,
Zijn overeengekomen nopens de volgende bepalingen:
AFDELING I. Algemene bepalingen
Artikel 1
De onderhavige Overeenkomst regelt het pensioenstelsel, van toepassing op de Nederlandse of Franse onderdanen, die arbeid verrichten of verricht hebben in de mijnen of daarmede gelijkgestelde ondernemingen van het ene of het andere land, alsmede op hun rechtverkrijgenden.
Artikel 2
De bepalingen van het Algemeen Verdrag zijn van toepassing op de arbeiders, bedoeld in artikel 1, alsmede op hun rechtverkrijgenden, onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen van deze Overeenkomst
AFDELING II. Ouderdoms- en invaliditeitsverzekering en verzekering bij overlijden (pensioenen)
HOOFDSTUK I. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 3
Voor de arbeiders, die achtereenvolgens of om beurten in het ene en het andere land onderworpen zijn geweest aan de bijzondere wetgeving of regeling voor de mijnarbeiders, werden de verzekeringstijdvakken of tijdvakken van premiestorting, in het ene of andere land vervuld, alsmede de tijdvakken, welke volgens bedoelde wetgeving of regeling met verzekeringstijdvakken zijn gelijkgesteld, tezamen in aanmerking genomen, zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkeringen ingevolge de ouderdoms- en invaliditeitsverzekering en de verzekering bij overlijden (pensioenen) als met het oog op het behoud of het terugverkrijgen van dit recht.
Arbeidstijdvakken, welke ingevolge de bijzondere wetgeving of regeling, geldende voor mijnarbeiders van een der beide landen, aangemerkt worden als tijdvakken van ondergrondse arbeid, worden eveneens beschouwd als tijdvakken van ondergrondse arbeid ten aanzien van de wetgeving of regeling van het andere land.
Artikel 4
Een tijdvak, dat gelijkgesteld wordt met een verzekeringstijdvak of tijdvak van premiestorting wordt bij toepassing van de wetgeving of regeling van beide landen slechts in aanmerking genomen door het orgaan van het land, waar de belanghebbende het laatst, vóór het bedoelde tijdvak, in een mijn werkzaam is geweest.
Indien de belanghebbende vóór bedoeld tijdvak niet werkzaam is geweest in een mijn, wordt dit tijdvak in aanmerking genomen door het orgaan van het land, waar hij voor de eerste maal in een mijn arbeid heeft verricht.
Artikel 5
Elk orgaan bepaalt overeenkomstig de eigen wetgeving of regeling en rekening houdend met het totaal der verzekeringstijdvakken of tijdvakken van premiestorting, zonder onderscheid, in welk land deze werden vervuld, of een belanghebbende voldoet aan de voorwaarden om aanspraak te hebben op de voordelen voorzien bij die wetgeving of regeling.
Het orgaan bepaalt het bedrag van de uitkering in geld, waarop een belanghebbende in beginsel aanspraak zou kunnen maken, indien alle verzekerings- of premietijdvakken uitsluitend onder de eigen wetgeving of regeling zouden zijn vervuld. Het verschuldigde bedrag wordt vastgesteld in verhouding tot de duur der tijdvakken, welke onder bedoelde wetgeving of regeling werden vervuld.
Evenwel zullen geen uitkeringen ten laste komen van een orgaan, wanneer de tijdvakken, vervuld overeenkomstig de wetgeving of regeling, met welker uitvoering dat orgaan belast is, in totaal niet tenminste een vol jaar belopen; onder een vol jaar wordt hier verstaan het jaarlijks minimum aantal werkelijke arbeidsdagen of daarmede gelijkgestelde arbeidsdagen, bedoeld bij die wetgeving of regeling.
De uitkering, bedoeld in (het) tweede lid van dit artikel omvat alle onderdelen, voorzien bij de nationale wetgeving of regeling, met uitzondering van de uitkeringen bedoeld in artikel 18.
Artikel 6
Indien ingevolge de sociale zekerheidswetgeving van een der beide landen bij de toekenning van uitkeringen rekening wordt gehouden met het gemiddeld loon gedurende het gehele verzekeringstijdvak of een gedeelte van dat tijdvak, wordt voor de berekening van de uitkeringen, welke ten laste van dat land komen, het gemiddeld loon dat in aanmerking moet worden genomen, bepaald aan de hand van de lonen, welke gelden gedurende het verzekeringstijdvak, vervuld onder de sociale zekerheidswetgeving van dat land.
Artikel 7
Wanneer een verzekerde met inachtneming van het totaal der tijdvakken van verzekering op hetzelfde tijdstip niet voldoet aan de bij de wetgeving of regeling van beide landen voor het recht op uitkering gestelde voorwaarden, wordt dat recht overeenkomstig elke wetgeving of regeling vastgesteld, naarmate hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.
Artikel 8
Is een verzekerde, op grond van zijn werkzaamheden in een mijn of een daarmede gelijkgestelde onderneming, slechts in één der beide landen onderworpen geweest aan de bijzondere wetgeving of regeling, geldende voor de mijnarbeiders, dan zal ter toepassing van de artikelen 3 tot en met 7 van de onderhavige Overeenkomst, het verzekeringsorgaan, dat in dat land met de uitvoering van deze wetgeving of regeling belast is, rekening houden met de verzekeringstijdvakken of tijdvakken van premiestorting in beide landen, tijdens die werkzaamheden vervuld.
Van zijn kant zal het bevoegde verzekeringsorgaan van het andere land rekening houden met de verzekeringstijdvakken of tijdvakken van premiestorting tijdens die werkzaamheden in de beide landen vervuld, zulks ter toepassing van het Algemeen Verdrag of van de Accoorden, gesloten ter uitvoering van dat Verdrag, voor verzekerden, onderworpen aan het algemeen geldende verzekeringsstelsel.
HOOFDSTUK II. Ouderdomsverzekering
Artikel 9
Elke belanghebbende kan, op het ogenblik, dat zijn recht op uitkering ontstaat, afzien van de voordelen, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 van de onderhavige Overeenkomst.
De uitkeringen waarop hij dan krachtens elk der nationale wetgevingen of regelingen aanspraak kan maken, worden afzonderlijk vastgesteld door de betrokken organen, onafhankelijk van de verzekeringstijdvakken of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken vervuld in het andere land.
De verzekerde is bevoegd opnieuw te kiezen tussen de voordelen van bovenaangehaalde artikelen en die bepaald bij dit artikel, indien hij er belang bij heeft dit te doen en wel in de navolgende gevallen:
-
- in verband met een wijziging van een der nationale wetgevingen of regelingen;
-
- in geval van verhuizing van het ene naar het andere land;
-
- in het geval, voorzien bij artikel 7 van deze Overeenkomst, op het moment, dat hij een nieuw recht op pensioen verkrijgt krachtens een der wetgevingen of regelingen, welke op hem van toepassing zijn.
Artikel 10
De aanvullende schadeloosstelling en de bijzondere bijslag, voorzien bij de Franse wetgeving, worden slechts uitgekeerd aan de belanghebbenden, die in de Franse mijnen werkzaam zijn.
HOOFDSTUK III. Invaliditeitsverzekering
Artikel 11
Het recht op invaliditeitspensioen kan nimmer eerder ontstaan dan nadat de belanghebbende uitkering van ziekengeld heeft genoten over de maximumtermijn, voorzien bij de wetgeving of regeling van het land, waar hij werkzaam was, toen het ongeval of de ziekte, welke de invaliditeit tengevolge heeft gehad, hem overkwam.
Artikel 12
Het pensioen vanwege beroepsinvaliditeit, voorzien bij de bijzondere wetgeving of regeling, geldende voor mijnarbeiders van een der beide landen wordt slechts uitgekeerd aan verzekerden, die, toen het ongeval of de ziekte, welke de invaliditeit tengevolge heeft gehad, hun overkwam, aan die wetgeving of regeling onderworpen waren en tot het tijdstip van de toekenning van dat pensioen hun woonplaats hadden in het land, waar die wetgeving van toepassing is.
Indien degene, aan wie een pensioen is toegekend, de arbeid buiten dat land hervat, wordt de uitbetaling van het pensioen gestaakt.
Artikel 13
Wanneer de verzekerde niet voldoet aan de voorwaarden, welke bij de ene of de andere wetgeving, geldende voor de mijnarbeiders van beide landen, voor de toekenning van een invaliditeitspensioen zijn gesteld, worden de bepalingen van artikel 9 van het Algemeen Verdrag toegepast.
Artikel 14
Indien de verzekerde, na schorsing of intrekking van zijn invaliditeitspensioen, daarop opnieuw aanspraak kan maken, wordt, indien de invaliditeit het gevolg is van de ziekte of het ongeval, op grond waarvan het pensioen was toegekend, de uitbetaling van het pensioen hervat door het orgaan, dat het pensioen oorspronkelijk heeft toegekend.
De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de pensioenen vanwege beroepsinvaliditeit, voorzien zowel bij de Nederlandse wetgeving, als bij de Franse wetgeving.
HOOFDSTUK IV. Verzekering bij overlijden (pensioenen)
Artikel 15
De bepalingen van artikel 9 zijn van toepassing op de verschillende soorten van weduwenrenten.
Artikel 16
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 van deze Overeenkomst komen de uitkeringen aan wezen uitsluitend ten laste van het orgaan van het land, waar de verzekerde het laatst in de mijnen heeft gewerkt.
HOOFDSTUK V. Kinderbijslagen
Artikel 17
In afwijking van het bepaalde in artikel 5 van deze Overeenkomst worden de kinderbijslagen, voorzien bij de bijzondere Franse wetgeving voor de mijnarbeiders uitgekeerd aan degenen, die een ouderdomspensioen genieten of aan hun weduwen onder de voorwaarden, welke bij die wetgeving zijn gesteld.
HOOFDSTUK VI. Verstrekking van kolen en logies
Artikel 18
Inzake het verstrekken van kolen en logies of van uitkeringen, welke daarvoor in de plaats treden, aan personen, die in het genot zijn gesteld van een pensioen zal tussen de hoogste administratieve autoriteiten van de beide landen een Accoord worden gesloten.
HOOFDSTUK VII. Bepalingen van onderscheiden aard
Artikel 19
De aanvragen voor het verkrijgen van uitkeringen in geld ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst moeten gericht worden tot een der organen, waarbij de verzekerde aangesloten is geweest.
De aanvragen worden geacht te zijn gedaan op de dag, dat zij in het bezit van de in het eerste lid bedoelde organen zijn gekomen.
De aanvragen moeten vergezeld zijn van de documenten en bewijsstukken, vereist ingevolge de wetgevingen of regelingen van de verschillende verzekeringsstelsels, waaraan de verzekerde onderworpen is geweest.
Met de in het eerste en tweede lid bedoelde verzekeringsorganen worden gelijkgesteld de instanties, welke krachtens de desbetreffende wettelijke of reglementaire voorschriften bevoegd zijn om deze aanvragen in ontvangst te nemen.
Artikel 20
De autonome Nationale Kas van de Sociale Zekerheid in de Mijnen en het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg zullen elkaar wederkerig tussenkomst verlenen bij de uitvoering van deze Overeenkomst en zullen daartoe rechtstreeks met elkaar in briefwisseling treden.
Artikel 21
Deze Overeenkomst treedt in werking met ingang van 1 November 1951.
Artikel 22
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor de tijd van één jaar. Zij zal stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd, behoudens opzegging door één van de Regeringen, welke drie maanden vóór afloop van de termijn moet plaats vinden.
EN FOI DE QUOI, les représentants soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.
Fait à PARIS, le 1er Juin 1954, en deux exemplaires en langue française, une traduction officielle en langue néerlandaise étant jointe au présent Accord.
(s.) W. van BOETZELAER
(s.) P. BACON
(s.) J. SERRES
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.