Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de sociale zekerheid
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden
en
Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Groothertogin van Luxemburg
wensende de rechten, voortvloeiende uit de wetten betreffende de sociale zekerheid, van kracht in beide verdragsluitende Staten, te waarborgen voor personen, op wie die wetten van toepassing zijn of van toepassing zijn geweest, hebben besloten een verdrag te sluiten en hebben daartoe tot Haar Gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie Mr. A. M. Joekes, Minister van Sociale Zaken,
Zijne Excellentie Jhr G. L. van der Maesen de Sombreff, Gevolmachtigd Minister, Zaakgelastigde a.i. der Nederlanden;
en
Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Groothertogin van Luxemburg:
Zijne Excellentie Pierre Dupong, Minister van Staat, Minister-President, Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg,
Zijne Excellentie Eugène Schaus, Minister van Binnenlandse Zaken en van Justitie,
die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen nopens de volgende bepalingen:
TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 1
Nederlandse of Luxemburgse onderdanen, die in loondienst zijn of die bij de wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, bedoeld in artikel 2 van dit verdrag, met in loondienst zijnde personen zijn gelijkgesteld, zijn onderscheidenlijk onderworpen aan bedoelde in het Groothertogdom Luxemburg of in Nederland van toepassing zijnde wettelijke regelingen en ontlenen daaraan rechten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van elk van beide landen.
Artikel 2
De wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, waarop dit verdrag van toepassing is, omvatten:
- a). de wettelijke regelingen inzake de ziekteverzekering, daaronder begrepen die inzake de geneeskundige verzorging en die inzake de moederschapsuitkeringen;
- b). de wettelijke regelingen inzake de verzekering tegen geldelijke gevolgen van ouderdom, invaliditeit en voortijdig overlijden;
- c). de wettelijke regelingen inzake bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
- d). de wettelijke regelingen inzake kinderbijslag;
- e). de regeling betreffende het stelsel van pensionnering der mijnarbeiders en der met dezen gelijkgestelden.
Tot nader order vindt dit verdrag geen toepassing ten aanzien van de kraamgelduitkeringen.
Dit verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wetten of regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, hebben gewijzigd of aangevuld of zullen wijzigen of aanvullen, met dien verstande evenwel, dat dit verdrag slechts van toepassing is:
- a). op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de verdragsluitende Staten;
- b). op wetten of regelingen, welke de werking van de bestaande stelsels uitbreiden tot nieuwe groepen van verzekerden, indien de betrokken Regering daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen van bezwaren doet blijken aan de Regering van het andere land.
Artikel 3
Loonarbeiders en bij de in elk van beide verdragsluitende Staten toepasselijke wetgevingen met loonarbeiders gelijkgestelden, die in een van die landen werkzaam zijn, zijn onderworpen aan de wettelijke regelingen, van kracht in het land, waar zij hun arbeid verrichten.
Op het beginsel, vervat in het eerste lid van dit artikel, gelden de volgende uitzonderingen:
- a). loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn ten behoeve van een onderneming, welke in het land van hun gewone verblijfplaats is gevestigd en waarbij zij gewoonlijk in dienst zijn, blijven onderworpen aan de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, mits de vermoedelijke duur van hun werkzaamheid op het grondgebied van het andere land de duur van zes maanden niet overschrijdt; in geval hun werkzaamheid in het andere land door onvoorziene omstandigheden langer zou duren dan oorspronkelijk voorzien was en de periode van zes maanden overschrijdt, kan de toepasselijkheid van de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, bij wijze van uitzondering worden gehandhaafd, indien de bevoegde autoriteiten van het land, waar het tijdelijke werk wordt verricht, daarin toestemmen;
- b). personen, in dienst van in een der beide verdragsluitende Staten gevestigde transportondernemingen, die behoren tot het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte van deze ondernemingen, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving, van kracht in het land, waar de zetel van de onderneming is gevestigd.
De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende Staten kunnen in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de regels van lid 1 van dit artikel. Zij kunnen eveneens overeenkomen, dat de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, in bepaalde bijzondere gevallen buiten toepassing zullen blijven.
Artikel 4
Het bepaalde in het eerste lid van artikel 3 is van toepassing op loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, ongeacht hun nationaliteit, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Nederland of van Luxemburg of die in persoonlijke dienst zijn van ambtenaren der diplomatieke of consulaire diensten van deze landen.
Het bepaalde in de vorige volzin is evenwel niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, kanselarijbeambten daaronder begrepen.
Het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onder a, kan bij nadere overeenkomst tussen de Regeringen der verdragsluitende Staten van toepassing worden verklaard op loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Nederland of van Luxemburg, die de nationaliteit bezitten van het land, in welks dienst zij werkzaam zijn en die niet definitief gevestigd zijn in het land, waar zij werkzaam zijn, zelfs indien verwacht kan worden, dat hun werkzaamheid in dat land langer dan zes maanden zal duren.
Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing op ambtenaren, in dienst van het ene land, die werkzaam zijn in het andere land en die niet zijn diplomatieke of consulaire beroepsambtenaren.
TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN
HOOFDSTUK EERSTE. Ziekteverzekering, moederschaps- en overlijdensuitkeringen
Artikel 5
Loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, die zich van het Groothertogdom Luxemburg naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten evenals de indirect-verzekerden, die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de ziekteverzekering van dat land, voor zover:
- 1e. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2e. de aandoening zich geopenbaard heeft na hun aankomst in het nieuwe land, tenzij de wetgeving, welke in dit land op hen van toepassing is, gunstiger voorwaarden bevat voor het doen ontstaan van aanspraken;
- 3e. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, daarbij rekening gehouden met de perioden, welke vervuld zijn in de twee landen, of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben.
Artikel 6
Loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, die zich van Nederland naar het Groothertogdom Luxemburg begeven of omgekeerd, genieten evenals de indirect-verzekerden, die in het land van de nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de in dat land geldende voorzieningen bij moederschap, voor zover:
- 1e. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2e. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de duur van de verzekering in het land, dat zij verlaten en de duur van de verzekering in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling.
Artikel 7
Loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, die zich van het ene land naar het andere begeven, hebben aanspraak op de uitkeringen bij overlijden overeenkomstig de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling, voor zover:
- 1e. zij in dat land arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid hebben verricht;
- 2e. zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om aanspraak op die uitkeringen te hebben of voldoen aan die, welke gesteld worden door de wetgeving van het land, dat zij verlaten hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de duur van de verzekering in het land, dat zij verlaten en de duur van de verzekering in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling.
HOOFDSTUK TWEEDE. Ouderdomsverzekering, invaliditeitsverzekering en verzekering bij overlijden (renten)
Artikel 8
Voor Nederlandse of Luxemburgse loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, die achtereenvolgens of om beurten in beide verdragsluitende Staten in een of meer stelsels van ouderdoms- of invaliditeitsverzekering of verzekering bij overlijden (renten) opgenomen zijn geweest, worden de verzekeringstijdvakken, welke onder die stelsels zijn vervuld en de tijdvakken, welke krachtens die stelsels met tijdvakken van verzekering zijn gelijkgesteld, onder voorwaarde, dat zij niet met elkaar samenvallen, tezamen in aanmerking genomen zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkering als met het oog op het behoud of het terugverkrijgen van dat recht.
Indien de wetgeving of een regeling van een van de verdragsluitende Staten de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de verzekeringstijdvakken vervuld zijn in een beroep, waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, worden voor de toekenning van die voordelen slechts medegerekend tijdvakken, welke zijn vervuld onder de overeenkomstige bijzondere regeling of regelingen van het andere land. Indien in een van de verdragsluitende Staten voor dat beroep geen bijzondere regeling bestaat, worden de tijdvakken, welke in dat beroep onder een van de stelsels, bedoeld in lid 1 van dit artikel, zijn vervuld, niettemin in aanmerking genomen.
De voordelen, waarop een verzekerde aanspraak kan maken vanwege elk der betrokken organen, worden, in beginsel, bepaald aan de hand van het bedrag der voordelen, waarop hij aanspraak zou hebben gehad, indien het totaal van de tijdvakken, bedoeld in lid 1 van dit artikel, onder de wetgeving van het betrokken land zou zijn vervuld, zulks in verhouding tot de duur der tijdvakken, onder die wetgeving vervuld.
Elk orgaan bepaalt overeenkomstig de eigen wetgeving en rekening houdend met het totaal van de verzekeringstijdvakken, zonder onderscheid in welk van beide verdragsluitende Staten zij zijn vervuld, of belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op de uitkeringen ingevolge die wetgeving.
Elk orgaan berekent, hoeveel het bedrag van de uitkering in geld, waarop belanghebbende aanspraak zou hebben gehad, indien alle verzekeringstijdvakken in hun geheel uitsluitend onder de eigen wetgeving waren vervuld, zou hebben bedragen en stelt vervolgens het bedrag der verschuldigde uitkering vast in verhouding tot de duur van de tijdvakken, welke onder de eigen wetgeving zijn vervuld.
De perioden, waarover premie is betaald in één van de beide verdragsluitende Staten, worden in aanmerking genomen als perioden van premiebetaling ten opzichte van de andere Staat.
Indien een verzekerde met inachtneming van het totaal der tijdvakken, bedoeld in het eerste lid, op hetzelfde tijdstip niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld door de wettelijke regelingen van de twee landen, wordt zijn recht op rente vastgesteld ten opzichte van elke wetgeving, naarmate hij aan die voorwaarden voldoet.
Artikel 9
Het recht op invaliditeitsrente kan nimmer eerder ontstaan dan nadat de belanghebbende ziekengelduitkering heeft genoten over de maximum-termijn, welke is gesteld door de wetgeving van het land, waarvan hij terzake van zijn invaliditeit ziekengelduitkering heeft ontvangen.
Artikel 10
Iedere verzekerde kan op het tijdstip, waarop zijn aanspraak op een rente ontstaat, afzien van de voordelen, welke artikel 8 van dit verdrag hem biedt. De voordelen, waarop hij aanspraak kan doen gelden krachtens de wetgevingen van elk der landen, zullen dan afzonderlijk worden vastgesteld door de betrokken organen, onafhankelijk van de verzekeringstijdvakken of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke vervuld zijn in het andere land.
De verzekerde is bevoegd opnieuw een keuze te doen tussen de voordelen van artikel 8 en die van dit artikel, wanneer hij daarbij belang heeft, hetzij tengevolge van een wijziging in de wetgeving van een der beide landen, hetzij in verband met zijn verhuizing van het ene naar het andere land, hetzij in het geval, bedoeld in artikel 8, vierde lid, op het tijdstip, waarop hij een nieuw recht op een rente verkrijgt, krachtens een der op hem van toepassing zijnde wetgevingen.
Artikel 11
In Nederland zowel als in het Groothertogdom Luxemburg komen voor de toepassing van artikel 8, derde lid, slechts in aanmerking verzekeringstijdvakken, welke als zodanig gelden ten opzichte van de regeling, waaronder zij zijn vervuld en waarvan de duur tenminste zes maanden bedraagt.
Artikel 12
Voor Luxemburgse of Nederlandse onderdanen, die in het Groothertogdom Luxemburg verplicht verzekerd zijn geweest vóór de leeftijd van 35 jaar, wordt de leeftijd van 35 jaar, bedoeld in artikel 33 van de Nederlandse Invaliditeitswet, vervangen door de leeftijd van 65 jaar en het bedrag van f 3000, bedoeld in artikel 4 van genoemde wet, door het bedrag van f 4500.
In het geval, bedoeld in het vorige lid, is artikel 372 van de Nederlandse Invaliditeitswet niet van toepassing ten aanzien van de verzekerde, die nimmer verplicht verzekerd is geweest ingevolge die wet en die de leeftijd van 35 jaar heeft overschreden; voor de toepassing van artikel 75 van genoemde wet wordt de verplichte verzekering geacht te zijn aangevangen van zijn 35e jaar af.
In geval van wijziging van de vorenbedoelde Nederlandse bepalingen zullen de voorgaande leden bij een administratief accoord aan de wijzigingen worden aangepast.
Artikel 13
Degenen, die terzake van invaliditeit, ouderdom of overlijden een rente genieten krachtens de Luxemburgse wetten of krachtens de Nederlandse wetten en die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere land overbrengen, behouden het genot van die uitkeringen en de bijslagen, zolang zij in een van die landen hun woonplaats hebben, onder dezelfde voorwaarden als wanneer zij niet van woonplaats waren veranderd.
HOOFDSTUK DERDE. Bedrijfsongevallen en beroepsziekten
Artikel 14
Onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zijn niet onderworpen aan de bepalingen, voorkomende in de wetten of voorschriften betreffende bedrijfsongevallen en beroepsziekten van een der beide Staten, welke de rechten van vreemdelingen beperken of het vervallen van hun rechten verbinden uitsluitend aan het feit, dat zij in het andere land verblijf houden.
Artikel 15
Verhogingen van of aanvullende uitkeringen op ongevallenrenten, toegekend krachtens de in elk der beide Staten geldende wettelijke voorschriften, worden eveneens uitbetaald aan de personen, bedoeld in artikel 14, die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere overbrengen.
Artikel 16
Indien een arbeider, die van de zijde van een der verdragsluitende Staten in het genot is gesteld van een schadeloosstelling wegens een beroepsziekte, terzake van een ziekte van dezelfde aard rechten doet gelden op schadeloosstelling ten opzichte van de wetgeving van zijn nieuwe plaats van tewerkstelling in het andere land, zal hij aan het bevoegde orgaan van dit laatste land opgave moeten doen van de uitkeringen en schadeloosstellingen, welke hij tot dusverre ontvangen heeft wegens dezelfde ziekte.
Het orgaan, dat de nieuwe uitkeringen en schadeloosstellingen moet betalen, zal rekening houden met de vroegere uitkeringen alsof deze te zijnen laste waren geweest.
TITEL III. ALGEMENE EN BIJZONDERE BEPALINGEN
HOOFDSTUK EERSTE. Administratieve samenwerking
Artikel 17
De bevoegde autoriteiten en de organen der sociale zekerheid van beide verdragsluitende Staten verlenen elkander wederzijdse bijstand in dezelfde mate alsof het de toepassing van hun eigen wetgeving inzake de sociale zekerheid betrof.
Artikel 18
De vrijstelling van registratierechten, griffierechten, zegelrechten en consulaire rechten, geregeld bij de wetgeving van een der beide Staten met betrekking tot de bescheiden, welke moeten worden overgelegd aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale zekerheid van dat land, wordt uitgebreid tot de overeenkomstige bescheiden, welke met het oog op de toepassing van dit verdrag moeten worden overgelegd aan de administraties of de uitvoeringsorganen der sociale zekerheid van het andere land.
Alle akten, documenten en stukken van welke aard ook, over te leggen ter uitvoering van dit verdrag, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke en consulaire autoriteiten.
Artikel 19
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.