Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië

Type Verdrag
Publication 2011-12-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië, Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;

geleid door de wens een nieuwe en herziene Overeenkomst te sluiten, met het doel luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen, zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij de context anders vereist, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2. Verlening van rechten
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij:

2.

Geen van de bepalingen van het eerste lid wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen aan het luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en machtiging
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van het vierde en het vijfde lid van dit artikel, de aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunningen.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken en een andere aan te wijzen.

4.

Van een door één van beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd dat zij ten genoegen van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de wetten en voorschriften die door deze Overeenkomstsluitende Partij gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.

5.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten door een luchtvaartmaatschappij, in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.

6.

Na ontvangst van de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip de overeengekomen diensten beginnen te exploiteren, geheel of ten dele, mits zij voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst en er tarieven voor die diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst.

Artikel 4. Intrekking of opschorting van de vergunning
1.

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht de in artikel 3 bedoelde vergunningen niet te verlenen aan een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, deze vergunningen in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:

2.

Tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is ten einde verdere inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften te voorkomen, worden de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij door de Overeenkomstsluitende Partijen anders is overeengekomen, vangt dit overleg aan binnen een tijdvak van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.

Artikel 5. Tarieven
1.

De tarieven voor de overeengekomen diensten die worden geëxploiteerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij worden door elke aangewezen luchtvaartmaatschappij op basis van commerciële marktoverwegingen individueel vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, met inbegrip van de exploitatiekosten en een redelijke winst.

2.

De op grond van het eerste lid vastgestelde tarieven worden door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij ter kennis gebracht van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Niettegenstaande het voorgaande heeft elke Overeenkomstsluitende Partij het recht in te grijpen teneinde:

4.

De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij verlangen dat zij relevante informatie verstrekt of verstrekken met betrekking tot de vaststelling van de tarieven.

5.

Indien deze verzoekende Overeenkomstsluitende Partij van mening is dat het tarief dat door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter kennis is gebracht strijdig is met de overwegingen vervat in het derde lid of met de gepubliceerde overwegingen ten aanzien van de tariefstelling van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk in kennis van de redenen van haar ongenoegen en verzoekt zij om overleg dat plaatsvindt uiterlijk dertig (30) kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek.

6.

Indien de Overeenkomstsluitende Partijen niet door middel van overleg tot een oplossing kunnen komen, wordt de kwestie beslecht in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17 van de Overeenkomst

7.

In afwachting van de oplossing van de kwestie in overeenstemming met het vijfde en zesde lid, wordt het betreffende tarief opgeschort en blijft het huidige tarief gehandhaafd.

Artikel 6. Commerciële activiteiten
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij kantoren vestigen voor de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van vliegbiljetten, alsmede andere voorzieningen tot stand brengen die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer.

2.

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan het voor het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, bedrijfseconomisch en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

In deze behoefte aan personeel kan naar goeddunken van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel, dan wel door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar bedrijf uitoefent en gemachtigd is deze diensten op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij te verrichten.

4.

Beide Overeenkomstsluitende Partijen doen afstand van het vereiste van werkvergunningen of bezoekersvisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten en werkzaamheden verricht, behalve in bijzondere door de desbetreffende nationale autoriteiten te bepalen omstandigheden. Indien deze vergunningen, visa of documenten vereist zijn, dienen deze onmiddellijk te worden afgegeven, zodat de binnenkomst van het betrokken personeel op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen vertraging ondervindt.

5.

Bovengenoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 7. Billijke concurrentie
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht om alle vormen van discriminatie of onbillijke concurrentiemethoden weg te nemen die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij nadelig beïnvloeden.

3.

Een beperking of beknotting van het verkeersvolume, de frequentie of de regelmaat van de dienst, dan wel het/de type(n) luchtvaartuig(en) dat/die de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij exploiteert, mag slechts worden opgelegd door de andere Overeenkomstsluitende Partij indien noodzakelijk op grond van overwegingen van technische aard, dan wel overwegingen de douanevoorschriften, de exploitatie of het milieu betreffende, een en ander op non-discriminatoire wijze onder eenvormige voorwaarden overeenkomstig het Verdrag.

Artikel 8. Capaciteitsbepalingen

Een vergroting van de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van één van de Overeenkomstsluitende Partij geboden capaciteit, dan wel een verhoging van de frequentie van de door haar geëxploiteerde diensten, tot boven de capaciteit of de frequentie waartoe zij reeds gerechtigd is, wordt tussen de luchtvaartautoriteiten overeengekomen op basis van, onder andere, de geschatte behoeften aan vervoer tussen de grondgebieden van de twee Partijen en alle andere onderling overeen te komen en vast te stellen vervoer. Zolang niets ter zake is overeengekomen, gelden de reeds van kracht zijnde rechten betreffende capaciteit en frequentie.

Artikel 9. Dienstregeling

De door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij legt 30 dagen van tevoren de dienstregeling van haar voorgenomen diensten ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en vermeldt daarbij de frequentie, het type luchtvaartuig, de klasse-indeling en het aantal voor het publiek beschikbare zitplaatsen.

Artikel 10. Douanerechten en andere heffingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.