Voorlopige Overeenkomst tussen Nederland en Zwitserland betreffende luchtlijnen
De Nederlandse Regering en de Zwitserse Bondsraad, overwegende dat de mogelijkheden van de commerciële luchtvaart, als middel van vervoer, aanmerkelijk zijn toegenomen;
dat het gewenst is op een veilige en ordelijke wijze regelmatige luchtverbindingen te organiseren en zoveel mogelijk de ontwikkeling te bevorderen van internationale samenwerking op dit gebied;
dat het bijgevolg nodig is, tussen Nederland en Zwitserland een overeenkomst te sluiten, welke het luchtvervoer door middel van regelmatige lijnen regelt,
hebben tot dat doel vertegenwoordigers aangewezen die, behoorlijk gemachtigd zijnde, de volgende bepalingen zijn overeengekomen.
Artikel 1
a. De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar in vredestijd de rechten omschreven in de hierbij gevoegde bijlage, met het doel de daarin omschreven internationale luchtlijnen, via of tussen haar onderscheidenlijke grondgebieden in te stellen.
b. Elke overeenkomstsluitende partij zal een of meer luchttransportondernemingen aanwijzen om de overeengekomen lijnen te exploiteren en zal de openingsdatum van die lijnen bepalen.
Artikel 2
a. Elke overeenkomstsluitende partij zal, onder voorbehoud van artikel 8 hierna volgend, aan de onderneming of aan de ondernemingen, welke door de andere overeenkomstsluitende partij zijn aangewezen, onverwijld de benodigde exploitatievergunning verstrekken.
b. Van deze ondernemingen kan evenwel verlangd worden dat zij, alvorens vergunning te ontvangen om de overeengekomen lijnen te openen, haar bekwaamheid bewijzen, overeenkomstig de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk worden toegepast door de luchtvaartautoriteiten, die de exploitatievergunning uitreiken.
Artikel 3
De overeenkomstsluitende partijen komen overeen, dat
- a. De door de ondernemingen van de overeenkomstsluitende partijen aangeboden vervoerscapaciteiten aangepast zullen zijn aan de eis van het verkeer.
- b. De ondernemingen van de overeenkomstsluitende partijen op de gemeenschappelijke trajecten haar wederzijdse belangen in aanmerking zullen nemen ten einde haar onderscheidenlijke diensten niet onredelijk te treffen.
- c. De lijnen, genoemd in de hiernavolgende tabellen, als voornaamste doel zullen hebben een capaciteit te bieden overeenkomend met de behoeften aan verkeer tussen het land waartoe de onderneming behoort en het land waarvoor het verkeer bestemd is.
- d. Het recht om op de plaatsen, opgesomd in de hiernavolgende tabellen, internationaal verkeer bestemd vóór of afkomstig uit derde landen, aan boord te nemen en af te zetten, uitgeoefend zal worden overeenkomstig de algemene beginselen van ordelijke ontwikkeling, welke door de Nederlandse en Zwitserse Regeringen worden onderschreven en met dien verstande dat de capaciteit aangepast wordt:
- 1°. aan de vraag naar verkeer tussen het land van herkomst en de landen van bestemming;
- 2°. aan de eisen van een economische exploitatie van de overeengekomen lijnen;
- 3°. aan de vraag naar verkeer welke bestaat in de gebieden waarover de luchtlijn voert, daarbij rekening houdende met de locale en regionale lijnen.
Artikel 4
De tarieven zullen door de aangewezen ondernemingen gemeenschappelijk worden vastgesteld op een redelijk peil, daarbij rekening houdende met de exploitatiekosten, een redelijke winst en de hoedanigheden van elke dienst.
Bij het vaststellen van die tarieven zal ook rekening gehouden dienen te worden met de aanbevelingen van de Internationale Vereniging van Luchtvervoer (IATA).
Bij gebreke van dergelijke aanbevelingen zullen de Nederlandse en Zwitserse ondernemingen overleg plegen met de luchtvervoersondernemingen van derde landen die dezelfde trajecten vliegen. De tarieven zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen. Indien de ondernemingen niet tot overeenstemming hebben kunnen komen of indien een van de luchtvaartautoriteiten die tarieven niet goedkeurt, zullen de autoriteiten een oplossing trachten te vinden, in laatste instantie zou een beroep gedaan kunnen worden op de procedure voorzien in artikel 9 van deze overeenkomst.
Artikel 5
a. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen dat de rechten welke geheven worden voor het gebruik van de luchthavens en andere faciliteiten door een of meer luchtvervoersondernemingen van elk der beide landen, niet hoger zullen zijn dan die, welke betaald zouden worden voor het gebruik van genoemde luchthavens en faciliteiten door zijn nationale luchtvaartuigen, welke gebruikt worden op soortgelijke internationale lijnen.
b. Motorbrandstoffen en reservedelen, ingevoerd in of aan boord genomen op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij door een luchtvervoersonderneming, aangewezen door de andere overeenkomstsluitende partij, of voor rekening van een zodanige onderneming en uitsluitend bestemd voor gebruik door toestellen van deze onderneming zullen vrijgesteld zijn van douanerechten en voor wat betreft inspectiekosten en andere nationale rechten en tarieven de nationale behandeling genieten of die van de meest begunstigde staat.
c. De luchtvaartuigen, welke door een of meer door een overeenkomstsluitende partij aangewezen luchttransportondernemingen op de overeengekomen lijnen worden gebruikt en motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, de normale uitrusting en de boordvoorraden, welke in de luchtvaartuigen overblijven, zullen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld zijn van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten en tarieven, zelfs indien deze voorraden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten boven genoemd grondgebied.
d. De in paragraaf c. van dit artikel genoemde voorraden, welke de hierboven omschreven vrijstelling genieten, kunnen slechts met goedkeuring van de douaneautoriteiten van de andere overeenkomstsluitende partij worden gelost. Zij zullen tot hun eventuele wederuitvoer onder toezicht van de douane van de andere overeenkomstsluitende partij blijven.
Artikel 6
De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van geschiktheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een overeenkomstsluitende partij, en welke nog van kracht zijn, zullen voor de exploitatie van de overeengekomen lijnen door de andere overeenkomstsluitende partij erkend worden. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied bewijzen van geschiktheid en vergunningen door een andere Staat aan haar eigen onderdanen toegekend, niet te erkennen.
Artikel 7
a. De wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij het binnenkomen en het vertrek van de in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of het vliegen met deze luchtvaartuigen boven genoemd gebied regelen, zullen op de luchtvaartuigen van de onderneming of ondernemingen van de andere overeenkomstsluitende partij van toepassing zijn.
b. De wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van passagiers, bemanningen of goederen regelen, zoals die betreffende de formaliteiten, de immigratie, de paspoorten, de douane en de quarantaine, zullen gedurende de tijd dat die luchtvaartuigen zich op dat grondgebied bevinden van toepassing zijn op de passagiers, de bemanningen of de goederen, welke door de luchtvaartuigen van de ondernemingen der andere partij worden vervoerd.
c. De passagiers, die op doorreis het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij passeren, zullen aan een vereenvoudigde contrôle worden onderworpen. Bagage en goederen in transitoverkeer zullen zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten en dergelijke tarieven.
Artikel 8
Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor aan een onderneming, aangewezen door de andere overeenkomstsluitende partij, een exploitatievergunning te weigeren of deze te herroepen wanneer zij niet het bewijs heeft dat een belangrijk deel van het eigendom en het daadwerkelijk toezicht van die onderneming berusten bij onderdanen van een der beide overeenkomstsluitende partijen dan wel ingeval de onderneming de wetten en voorschriften, genoemd in artikel 7 niet in acht neemt of niet voldoet aan de verplichtingen, welke voortvloeien uit deze overeenkomst.
Artikel 9
a. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen alle geschillen betreffende de uitlegging en de toepassing van deze overeenkomst of zijn Bijlage, welke niet door middel van rechtstreekse onderhandelingen geregeld kunnen worden, aan een scheidsrechterlijke uitspraak te onderwerpen.
b. Een zodanig geschil zal gebracht worden voor de Raad van de internationale burgerlijke luchtvaart organisatie, ingesteld bij het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, dat op 7 December 1944 te Chicago werd ondertekend.
c. De overeenkomstsluitende partijen kunnen echter het geschil in onderling overleg regelen, door het te brengen hetzij voor een scheidsgerecht, hetzij voor een ander door hen aangewezen persoon of lichaam.
d. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich zich aan de gedane uitspraak te houden.
Artikel 10
Deze overeenkomst en alle daarop betrekking hebbende contracten zullen ingeschreven worden bij de internationale burgerlijke luchtvaart organisatie in het leven geroepen door het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, dat op 7 December 1944 te Chicago werd ondertekend.
Artikel 11
a. Deze overeenkomst zal in werking treden op de datum van haar ondertekening.
b. In de geest van nauwe samenwerking zullen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen van tijd tot tijd overleg plegen met het oogmerk zich te verzekeren van de toepassing van de beginselen, nedergelegd in de overeenkomst en haar Bijlage en van hun bevredigende uitvoering.
c. Wijzigingen van de Bijlage van deze overeenkomst of van de hierachter gevoegde tabellen zullen door de bevoegde luchtvaartautoriteiten kunnen worden overeengekomen.
d. Wijzigingen in de luchtroutes, opgesomd in de hierbij gevoegde tabellen, welke landingen in andere gebieden dan die der overeenkomstsluitende partijen tengevolge zouden hebben, zullen niet beschouwd worden als een wijziging van de Bijlage. Dientengevolge zullen de luchtvaartautoriteiten van elke overeenkomstsluitende partij eenzijdig tot een dergelijke wijziging kunnen overgaan onder voorbehoud echter, dat daarvan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de luchtvaartautoriteit van de andere overeenkomstsluitende partij.
Indien deze laatste, gezien de beginselen uiteengezet in artikel 3, van mening is dat de belangen van haar nationale luchtvervoersondernemingen worden benadeeld door het feit dat verkeer wordt geschapen tussen haar eigen grondgebied en de nieuwe landingsplaats in een derde land door de ondernemingen van de andere overeenkomstsluitende partij, zal hij zich verstaan met de luchtvaartautoriteit van deze laatste partij, ten einde tot een bevredigende overeenkomst te komen.
e. Elke overeenkomstsluitende partij zal de overeenkomst kunnen beëindigen door een jaar van te voren hiervan kennis te geven aan de andere partij.
Fait à Berne, le 7 mars 1949, en double exemplaire, en langue française.
Pour le Gouvernement Néerlandais:
J. BOSCH VAN ROSENTHAL
Pour le Conseil Fédéral Suisse:
MAX PETITPIERRE.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.