Regeling tot beteugeling van de verspreiding van ontuchtige uitgaven, ondertekend te Parijs, 4 mei 1910, zoals gewijzigd door het Protocol, ondertekend te Lake Success, New York, 4 mei 1949
De Regeeringen der hierna vermelde Mogendheden, gelijkelijk bezield met den wensch om, binnen de grenzen harer wetgevingen de wederkeerige mededeeling van inlichtingen, dienstig tot opsporing en bestrijding van strafbare feiten op het gebied der ontuchtige uitgaven te vergemakkelijken, hebben besloten tot dat doel eene Regeling te treffen en hebben diensvolgens hare Gevolmachtigden aangewezen, die op eene Conferentie, gehouden te Parijs van 18 April tot 4 Mei 1910, zijn overeengekomen nopens de volgende bepalingen.
Het verdrag is oorspronkelijk tot stand gekomen op 4 mei 1910. Het verdrag is oorspronkelijk in werking getreden op 8 december 1912, zie Trb. 1951/37.
Art. 1
Ieder der verdragsluitende Regeeringen verbindt zich eene autoriteit in te stellen of aan te wijzen, belast met:
- 1°. het bijeenbrengen van alle inlichtingen, die de opsporing en de bestrijding kunnen vergemakkelijken van handelingen, welke eene overtreding opleveren van hare landswetgeving betreffende ontuchtige geschriften, teekeningen, afbeeldingen of voorwerpen en waarvan de bestanddeelen een internationaal karakter dragen;
- 2°. het verschaffen van alle inlichtingen die kunnen dienen om den invoer van uitgaven of voorwerpen als bedoeld in het voorgaande lid, te beletten of de inbeslagname daarvan te verzekeren of te bespoedigen, een en ander binnen de grenzen der landswetgeving;
- 3°. het mededeelen der wetten die reeds mochten zijn uitgevaardigd of nog mochten worden uitgevaardigd in hare Staten met betrekking tot het onderwerp van deze Regeling.
De Verdragsluitende Regeringen doen door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties elkander mededeling van de overeenkomstig dit artikel ingestelde of aangewezen autoriteit.
Art. 2
De in artikel 1 bedoelde autoriteit beeft de bevoegdheid rechtstreeksche briefwisseling te voeren met den gelijksoortigen diensttak in elken der andere verdragsluitende Staten.
Art. 3
De in artikel 1 bedoelde autoriteit is, indien de wetgeving van haar land zich daartegen niet verzet, gehouden de strafbladen der in dat land uitgesproken veroordeelingen te doen toekomen aan de gelijksoortige autoriteiten van al de andere verdragsluitende Staten, wanneer er sprake is van strafbare feiten bedoeld in artikel 1.
Art. 4
Staten, die niet ondertekend hebben, kunnen tot deze Regeling toetreden. Zij geven daartoe van hun voornemen kennis door een akte, welke wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zendt van die akte een gewaarmerkt afschrift aan elk van de Verdragsluitende Staten en aan alle Leden van de Verenigde Naties en deelt deze tegelijkertijd de datum der nederlegging mede. Zes maanden na deze datum treedt de Regeling in werking in het gehele gebied van de toegetreden Staat, die op deze wijze een Verdragsluitende Staat wordt.
Art. 5
Deze Regeling treedt in werking zes maanden na den datum van de nederlegging der akten van bekrachtiging.
Ingeval een der verdragsluitende Staten deze Regeling mocht opzeggen, heeft de opzegging alleen kracht ten aanzien van dien Staat.
De opzegging geschiedt door een akte, welke wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet een gewaarmerkt afschrift van die akte aan elk van de Verdragsluitende Staten en aan alle Leden van de Verenigde Naties toekomen en deelt deze tegelijkertijd de datum der nederlegging mede.
Twaalf maanden nà dezen datum houdt de Regeling op van kracht te zijn in het geheele grondgebied van den Staat, die haar heeft opgezegd.
Art. 6
Deze Regeling zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zuilen worden nedergelegd zoodra zes der verdragsluitende Staten daartoe gereed zijn.
Van iedere nederlegging van akten van bekrachtiging wordt een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een voor eensluidend verklaarden afdruk langs diplomatieken weg aan ieder der verdragsluitende Staten wordt toegezonden.
Art. 7
Indien een Verdragsluitende Staat wenst, dat deze Regeling in werking zal treden in een of meer van zijn koloniën, bezittingen of consulaire rechterlijke ressorten, geeft hij van zijn voornemen daartoe kennis door een akte, die wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet van die akte een gewaarmerkt afschrift aan elk van de Verdragsluitende Staten en aan alle Leden van de Verenigde Naties toekomen en deelt deze tegelijkertijd de datum van nederlegging mede.
Zes maanden na dezen datum treedt de Regeling in werking in de koloniën, bezittingen of consulaire rechterlijke ressorten, vermeld in de akte van kennisgeving.
De opzegging van de Regeling door een van de Verdragsluitende Staten voor een of meer van zijn koloniën, bezittingen of consulaire rechterlijke ressorten geschiedt in de vormen en onder de voorwaarden, bepaald in lid 1 van dit artikel. Zij heeft gevolg twaalf maanden na de datum van de nederlegging van de akte van opzegging in het archief van de Verenigde Naties.
Zij heeft gevolg twaalf maanden na den datum van de nederlegging der akte van opzegging in de archieven van de Fransche Regeering.
Art. 8
Deze Regeling, die den datum van 4 Mei 1910 draagt, kan geteekend worden te Parijs, tot den 31 Juli d.a.v. door de Gevolmachtigden der Mogendheden welke vertegenwoordigd waren op de Conferentie tot beteugeling van de verspreiding van ontuchtige uitgaven.
Fait à Paris, le quatre mai mil neuf cent dix, en un seul exemplaire, dont une copie certifiée conforme sera délivrée à chacun des Gouvernements signataires.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.