Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en
de Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,
enerzijds, en
de Republiek Irak, hierna „Irak” genoemd,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,
Gelet op de banden tussen de Unie, haar lidstaten en Irak en de gemeenschappelijke waarden die zij delen,
Erkennende dat de Unie, haar lidstaten en Irak die banden wensen te versterken en door een politieke dialoog ondersteunde handels- en samenwerkingsbetrekkingen tot stand wensen te brengen,
Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop het partnerschap is gegrondvest,
Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de democratische beginselen en de mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals die zijn neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten,
Erkennende het grote belang van duurzame en sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan,
Het belang erkennend van intensivering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van eerbiediging van elkaars soevereiniteit, gelijkheid, non-discriminatie, de rechtsstaat en goed bestuur, eerbiediging van het milieu en wederzijds voordeel,
De noodzaak erkennende van ondersteuning van de inspanningen van Irak ter voortzetting van politieke hervormingen, economisch herstel en economische hervormingen en ter verbetering van de levensomstandigheden van arme en achtergestelde delen van de samenleving,
De noodzaak erkennende van versterking van de rol van vrouwen in de politieke, civiele, sociale, economische en culturele sfeer en van bestrijding van discriminatie,
Wensende gunstige voorwaarden te scheppen voor een aanmerkelijke ontwikkeling en diversificatie van de handel tussen de Unie en Irak en voor versterking van de samenwerking op het gebied van economie, handel, investeringen, wetenschap, technologie en cultuur,
Wensende handel en investeringen te bevorderen, alsmede harmonieuze economische betrekkingen tussen de partijen op basis van de beginselen van de markteconomie,
Gelet op de noodzaak gunstige voorwaarden te scheppen voor verbetering van het ondernemings- en investeringsklimaat,
Zich bewust van de noodzaak de omstandigheden die van invloed zijn op bedrijfsvoering en investeringen te verbeteren, alsmede de voorwaarden op gebieden als vestiging van vennootschappen, werkgelegenheid, dienstverlening en kapitaalverkeer,
Rekening houdende met het recht van de partijen om dienstverlening op hun grondgebied aan regels te onderwerpen en de verwezenlijking van legitieme overheidsbeleidsdoelen te waarborgen,
Rekening houdende met de verbintenis van de partijen om handel te drijven overeenkomstig de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd), en in dat verband met hun wederzijds belang bij de toetreding van Irak tot die overeenkomst,
Erkennende de specifieke behoeften van ontwikkelingslanden in WTO-verband,
Erkennende dat terrorisme, georganiseerde criminaliteit, het witwassen van geld en drugssmokkel ernstige bedreigingen vormen voor de internationale stabiliteit en veiligheid en de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking tussen de partijen,
Gelet op het belang van bevordering en versterking van regionale samenwerking,
Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie Irak meedeelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland gebonden is als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol (nr. 21) betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Instelling van het partnerschap
Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds.
De doelstellingen van het partnerschap zijn:
- a. een passend kader voor de politieke dialoog tussen de partijen tot stand te brengen, dat de ontwikkeling van politieke betrekkingen mogelijk maakt;
- b. handel en investeringen en harmonieuze economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus hun duurzame economische ontwikkeling te stimuleren; en
- c. de basis te leggen voor samenwerking op wetgevings-, economisch, sociaal, financieel en cultureel gebied.
Artikel 2. Grondslag
De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van beide partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
TITEL I. POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID
Artikel 3. Politieke dialoog
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Deze dialoog versterkt de betrekkingen tussen de partijen, vormt een bijdrage tot de ontwikkeling van een partnerschap en versterkt het wederzijdse begrip en de solidariteit.
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang, in het bijzonder de vrede, het buitenlands en veiligheidsbeleid, de nationale dialoog en verzoening, de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten, goed bestuur en regionale stabiliteit en integratie.
De politieke dialoog wordt jaarlijks gevoerd op het niveau van ministers en hoge ambtenaren.
Artikel 4. Bestrijding van terrorisme
De partijen bevestigen opnieuw het belang van de bestrijding van terrorisme en komen overeen conform internationale overeenkomsten, het internationale mensenrechten-, humanitaire en vluchtelingenrecht en hun eigen wet- en regelgeving samen te werken om terroristische daden te voorkomen en te bestrijden. Zij doen dit in het bijzonder:
- a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 (2001) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-resoluties, de terrorismebestrijdingsstrategie van de VN en internationale overeenkomsten en instrumenten;
- b. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht; en
- c. door inzichten uit te wisselen over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door ervaringen uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
De partijen blijven ernaar streven zo spoedig mogelijk tot overeenstemming te komen over het Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme van de VN.
De partijen zijn diep bezorgd over de aanzetting tot terroristische daden en benadrukken hun verbintenis om alle noodzakelijke en passende maatregelen te nemen, overeenkomstig het internationale en het nationale recht, teneinde de dreiging van de aanzetting tot dergelijke daden te verminderen.
Artikel 5. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:
- a. maatregelen te nemen die gericht zijn op ondertekening of bekrachtiging van of toetreding, naar gelang van het geval, tot alle andere internationale instrumenten ter zake, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;
- b. een effectief stelsel van nationale exportcontroles in te voeren met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.
Artikel 6. Handvuurwapens en lichte wapens
De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.
De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.
De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en toe te zien op coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau, en komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze verbintenis.
Artikel 7. Internationaal Strafhof
De partijen verklaren opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap in haar geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat op de vervolging ervan moet worden toegezien door maatregelen op nationaal of internationaal niveau.
De partijen erkennen dat Irak nog geen partij is bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, maar de mogelijkheid overweegt om in de toekomst daartoe toe te treden. Irak zal dan maatregelen nemen met het oog op de toetreding tot en de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten.
De partijen verklaren opnieuw vastbesloten te zijn om op dit gebied samen te werken, onder meer door ervaringen uit te wisselen inzake de vaststelling van de wettelijke aanpassingen die overeenkomstig het internationale recht ter zake vereist zijn.
TITEL II. HANDEL EN INVESTERINGEN
AFDELING I. HANDEL IN GOEDEREN
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8. Draagwijdte en toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.
Artikel 9. Douanerechten
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” alle soorten rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd bij of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen opgelegd bij of met betrekking tot deze invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:
- a. heffingen van gelijke werking als interne belastingen die overeenkomstig artikel 11 worden opgelegd;
- b. rechten die worden geheven overeenkomstig titel II, afdeling I, hoofdstuk II, van deze overeenkomst;
- c. rechten die worden toegepast overeenkomstig de artikelen VI, XVI en XIX van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (hierna „GATT 1994” genoemd), de WTO-Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, artikel 5 van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw of het WTO-memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen (hierna „memorandum inzake geschillenbeslechting” genoemd);
- d. rechten of heffingen die worden opgelegd overeenkomstig de binnenlandse wetgeving van een partij en artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij.
Artikel 10. Meestbegunstigingsbehandeling
De partijen verlenen elkaar een meestbegunstigingsbehandeling overeenkomstig artikel I.1 van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij.
Lid 1 is niet van toepassing op:
- a. voordelen die worden toegekend met het oog op de instelling van een douane-unie of vrijhandelsgebied overeenkomstig de GATT 1994 of uit hoofde van de instelling van een dergelijke douane-unie of een dergelijk vrijhandelsgebied;
- b. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de GATT 1994 of andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden.
Artikel 11. Nationale behandeling
Elke partij kent ten aanzien van goederen van de andere partij nationale behandeling toe overeenkomstig artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij worden daartoe mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.
Artikel 12. Tariefbeleid
Op producten van oorsprong uit Irak die in de Unie worden ingevoerd, is het meestbegunstigingstarief van de Unie van toepassing. De douanerechten die van toepassing zijn op producten van oorsprong uit Irak die in de Unie worden ingevoerd, mogen niet hoger zijn dan de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer uit WTO-leden overeenkomstig artikel I van de GATT 1994.
Op producten van oorsprong uit de Unie worden bij invoer in Irak geen douanerechten toegepast die meer bedragen dan de huidige wederopbouwheffing van 8% op ingevoerde goederen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.