Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2018-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 124
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en

de Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Irak, hierna „Irak” genoemd,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gelet op de banden tussen de Unie, haar lidstaten en Irak en de gemeenschappelijke waarden die zij delen,

Erkennende dat de Unie, haar lidstaten en Irak die banden wensen te versterken en door een politieke dialoog ondersteunde handels- en samenwerkingsbetrekkingen tot stand wensen te brengen,

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop het partnerschap is gegrondvest,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de democratische beginselen en de mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals die zijn neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten,

Erkennende het grote belang van duurzame en sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan,

Het belang erkennend van intensivering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van eerbiediging van elkaars soevereiniteit, gelijkheid, non-discriminatie, de rechtsstaat en goed bestuur, eerbiediging van het milieu en wederzijds voordeel,

De noodzaak erkennende van ondersteuning van de inspanningen van Irak ter voortzetting van politieke hervormingen, economisch herstel en economische hervormingen en ter verbetering van de levensomstandigheden van arme en achtergestelde delen van de samenleving,

De noodzaak erkennende van versterking van de rol van vrouwen in de politieke, civiele, sociale, economische en culturele sfeer en van bestrijding van discriminatie,

Wensende gunstige voorwaarden te scheppen voor een aanmerkelijke ontwikkeling en diversificatie van de handel tussen de Unie en Irak en voor versterking van de samenwerking op het gebied van economie, handel, investeringen, wetenschap, technologie en cultuur,

Wensende handel en investeringen te bevorderen, alsmede harmonieuze economische betrekkingen tussen de partijen op basis van de beginselen van de markteconomie,

Gelet op de noodzaak gunstige voorwaarden te scheppen voor verbetering van het ondernemings- en investeringsklimaat,

Zich bewust van de noodzaak de omstandigheden die van invloed zijn op bedrijfsvoering en investeringen te verbeteren, alsmede de voorwaarden op gebieden als vestiging van vennootschappen, werkgelegenheid, dienstverlening en kapitaalverkeer,

Rekening houdende met het recht van de partijen om dienstverlening op hun grondgebied aan regels te onderwerpen en de verwezenlijking van legitieme overheidsbeleidsdoelen te waarborgen,

Rekening houdende met de verbintenis van de partijen om handel te drijven overeenkomstig de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd), en in dat verband met hun wederzijds belang bij de toetreding van Irak tot die overeenkomst,

Erkennende de specifieke behoeften van ontwikkelingslanden in WTO-verband,

Erkennende dat terrorisme, georganiseerde criminaliteit, het witwassen van geld en drugssmokkel ernstige bedreigingen vormen voor de internationale stabiliteit en veiligheid en de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking tussen de partijen,

Gelet op het belang van bevordering en versterking van regionale samenwerking,

Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie Irak meedeelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland gebonden is als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol (nr. 21) betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Instelling van het partnerschap

1.

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Irak, anderzijds.

2.

De doelstellingen van het partnerschap zijn:

  • a. een passend kader voor de politieke dialoog tussen de partijen tot stand te brengen, dat de ontwikkeling van politieke betrekkingen mogelijk maakt;
  • b. handel en investeringen en harmonieuze economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en aldus hun duurzame economische ontwikkeling te stimuleren; en
  • c. de basis te leggen voor samenwerking op wetgevings-, economisch, sociaal, financieel en cultureel gebied.

Artikel 2. Grondslag

De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van beide partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

TITEL I. POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel 3. Politieke dialoog

1.

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Deze dialoog versterkt de betrekkingen tussen de partijen, vormt een bijdrage tot de ontwikkeling van een partnerschap en versterkt het wederzijdse begrip en de solidariteit.

2.

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang, in het bijzonder de vrede, het buitenlands en veiligheidsbeleid, de nationale dialoog en verzoening, de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten, goed bestuur en regionale stabiliteit en integratie.

3.

De politieke dialoog wordt jaarlijks gevoerd op het niveau van ministers en hoge ambtenaren.

Artikel 4. Bestrijding van terrorisme

De partijen bevestigen opnieuw het belang van de bestrijding van terrorisme en komen overeen conform internationale overeenkomsten, het internationale mensenrechten-, humanitaire en vluchtelingenrecht en hun eigen wet- en regelgeving samen te werken om terroristische daden te voorkomen en te bestrijden. Zij doen dit in het bijzonder:

  • a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 (2001) van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-resoluties, de terrorismebestrijdingsstrategie van de VN en internationale overeenkomsten en instrumenten;
  • b. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht; en
  • c. door inzichten uit te wisselen over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door ervaringen uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.

De partijen blijven ernaar streven zo spoedig mogelijk tot overeenstemming te komen over het Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme van de VN.

De partijen zijn diep bezorgd over de aanzetting tot terroristische daden en benadrukken hun verbintenis om alle noodzakelijke en passende maatregelen te nemen, overeenkomstig het internationale en het nationale recht, teneinde de dreiging van de aanzetting tot dergelijke daden te verminderen.

Artikel 5. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:

  • a. maatregelen te nemen die gericht zijn op ondertekening of bekrachtiging van of toetreding, naar gelang van het geval, tot alle andere internationale instrumenten ter zake, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;
  • b. een effectief stelsel van nationale exportcontroles in te voeren met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik, alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.

De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.

Artikel 6. Handvuurwapens en lichte wapens

1.

De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.

2.

De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.

3.

De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en toe te zien op coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau, en komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze verbintenis.

Artikel 7. Internationaal Strafhof

1.

De partijen verklaren opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap in haar geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat op de vervolging ervan moet worden toegezien door maatregelen op nationaal of internationaal niveau.

2.

De partijen erkennen dat Irak nog geen partij is bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, maar de mogelijkheid overweegt om in de toekomst daartoe toe te treden. Irak zal dan maatregelen nemen met het oog op de toetreding tot en de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten.

3.

De partijen verklaren opnieuw vastbesloten te zijn om op dit gebied samen te werken, onder meer door ervaringen uit te wisselen inzake de vaststelling van de wettelijke aanpassingen die overeenkomstig het internationale recht ter zake vereist zijn.

TITEL II. HANDEL EN INVESTERINGEN

AFDELING I. HANDEL IN GOEDEREN

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 8. Draagwijdte en toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.

Artikel 9. Douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder „douanerechten” alle soorten rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd bij of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen opgelegd bij of met betrekking tot deze invoer of uitvoer. Onder „douanerechten” worden niet verstaan:

  • a. heffingen van gelijke werking als interne belastingen die overeenkomstig artikel 11 worden opgelegd;
  • d. rechten of heffingen die worden opgelegd overeenkomstig de binnenlandse wetgeving van een partij en artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij.

Artikel 10. Meestbegunstigingsbehandeling

1.

De partijen verlenen elkaar een meestbegunstigingsbehandeling overeenkomstig artikel I.1 van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij.

2.

Lid 1 is niet van toepassing op:

  • a. voordelen die worden toegekend met het oog op de instelling van een douane-unie of vrijhandelsgebied overeenkomstig de GATT 1994 of uit hoofde van de instelling van een dergelijke douane-unie of een dergelijk vrijhandelsgebied;
  • b. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de GATT 1994 of andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden.

Artikel 11. Nationale behandeling

Elke partij kent ten aanzien van goederen van de andere partij nationale behandeling toe overeenkomstig artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij worden daartoe mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 12. Tariefbeleid

1.

Op producten van oorsprong uit Irak die in de Unie worden ingevoerd, is het meestbegunstigingstarief van de Unie van toepassing. De douanerechten die van toepassing zijn op producten van oorsprong uit Irak die in de Unie worden ingevoerd, mogen niet hoger zijn dan de douanerechten die van toepassing zijn op de invoer uit WTO-leden overeenkomstig artikel I van de GATT 1994.

2.

Op producten van oorsprong uit de Unie worden bij invoer in Irak geen douanerechten toegepast die meer bedragen dan de huidige wederopbouwheffing van 8% op ingevoerde goederen.

3.

Totdat Irak tot de WTO is toegetreden, kunnen de partijen de hoogte van de douanerechten op invoer na onderling overleg wijzigen.

4.

Indien Irak na de ondertekening van deze overeenkomst op ingevoerde goederen tariefverlagingen op erga-omnesgrondslag toepast, in het bijzonder verlagingen die voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in WTO-verband, worden de verlaagde douanerechten toegepast op de invoer uit de Unie en komen zij in de plaats van het basisrecht of de wederopbouwheffing vanaf de datum waarop de verlagingen van kracht worden.

Artikel 13. Toepassing van enkele bepalingen van de GATT 1994

De volgende artikelen van de GATT 1994 worden in deze overeenkomst opgenomen en zijn mutatis mutandis van toepassing tussen de partijen:

  • a. artikel V en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij;
  • c. artikel VIII en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij;
  • d. artikel IX;
  • e. artikel X.

Artikel 14. Geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elk van beide partijen, uitgelegd in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem dat is ingesteld bij het op 14 juni 1983 te Brussel ondertekende Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna „GS” genoemd).

Artikel 15. Tijdelijke invoer van goederen

De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, onverminderd de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen inzake tijdelijke invoer van goederen waardoor beide partijen gebonden zijn. De regeling tijdelijke invoer wordt toegepast met inachtneming van de voorwaarden waaronder de uit die verdragen voortvloeiende verplichtingen door de betrokken partijen zijn aanvaard.

Artikel 16. Verbod op kwantitatieve beperkingen

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst schaffen de Unie en Irak in hun onderlinge handelsverkeer alle beperkingen op de invoer of de uitvoer en alle maatregelen van gelijke werking af, en stellen zij geen nieuwe beperkingen in noch handhaven zij deze, overeenkomstig artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij worden daartoe mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 17. Uitvoerrechten

Geen van de partijen handhaaft douanerechten, belastingen of andere heffingen, of stelt deze in, op of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij. Geen van de partijen handhaaft interne belastingen, vergoedingen of heffingen op de uitvoer van goederen naar de andere partij, of stelt dergelijke belastingen, vergoedingen of heffingen in, die meer bedragen dan die welke geheven worden op soortgelijke producten die voor de binnenlandse verkoop zijn bestemd.

HOOFDSTUK II. HANDELSMAATREGELEN

Artikel 18. Antidumping

1.

Niets in deze overeenkomst belet de partijen antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen in te stellen overeenkomstig artikel VI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.

2.

Titel II, afdeling VI, van deze overeenkomst is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 19. Vrijwaringsmaatregelen

1.

Niets in deze overeenkomst belet de partijen maatregelen te treffen overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

2.

Titel II, afdeling VI, van deze overeenkomst is niet van toepassing op dit artikel.

HOOFDSTUK III. UITZONDERINGEN

Artikel 20. Algemene uitzonderingen

De bepalingen van artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, alsmede artikel XXI van de GATT 1994, die in deze overeenkomst zijn opgenomen, zijn mutatis mutandis van toepassing tussen de partijen.

HOOFDSTUK IV. NIET-TARIFAIRE AANGELEGENHEDEN

Artikel 21. Industrienormen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, technische voorschriften

De bepalingen van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die in deze overeenkomst is opgenomen, zijn mutatis mutandis van toepassing tussen de partijen.

2.

Reikwijdte en toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de opstelling, vaststelling en toepassing van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals gedefinieerd in de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

3.

Doelstellingen

De doelstellingen van de samenwerking tussen de partijen inzake technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn als volgt:

  • a. vermijden of verminderen van technische handelsbelemmeringen teneinde de handel tussen de partijen te vergemakkelijken;
  • b. verbeteren van de toegang voor producten tot de markt van de andere partij door verbetering van de veiligheid, de kwaliteit en het concurrentievermogen van producten;
  • c. bevorderen van het gebruik van internationale technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van sectorspecifieke maatregelen, en van het benutten van de beste internationale praktijken voor het opstellen ervan;
  • d. waarborgen dat bij het opstellen, vaststellen en toepassen van normen en technische voorschriften transparant te werk wordt gegaan en de handel tussen de partijen niet onnodig wordt belemmerd, een en ander overeenkomstig de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen;
  • e. ontwikkelen van de infrastructuur voor technische regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditering, metrologie en markttoezicht in Irak;
  • f. ontwikkelen van functionele koppelingen tussen de instellingen voor normalisatie, conformiteitsbeoordeling en regelgeving in Irak en in de Unie;
  • g. bevorderen van een doeltreffende participatie van Iraakse instellingen in internationale normalisatie-instellingen en de Commissie technische handelsbelemmeringen.
4.

Technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures

  • a. De partijen zien erop toe dat technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures niet worden opgesteld, vastgesteld of toegepast met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de handel tussen de partijen ontstaan, die onder de bepalingen van de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen vallen.
  • b. De partijen streven ernaar hun normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures waar mogelijk te harmoniseren.
5.

Transparantie en notificatie

  • b. De partijen komen overeen via contactpunten informatie uit te wisselen over zaken die mogelijk relevant zijn voor hun handelsbetrekkingen, zoals vroegtijdige waarschuwingen, wetenschappelijke adviezen en gebeurtenissen.
  • c. De partijen kunnen samenwerken bij de vestiging en de handhaving van contactpunten en bij het opzetten en handhaven van gemeenschappelijke gegevensbanken.

HOOFDSTUK V. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel 22. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

1.

De partijen werken samen op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen met het doel het handelsverkeer te vergemakkelijken en daarbij het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten te beschermen. De bepalingen van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, die in deze overeenkomst is opgenomen, zijn mutatis mutandis van toepassing tussen de partijen.

2.

De partijen kunnen desgevraagd uit de toepassing van specifieke sanitaire of fytosanitaire maatregelen voortvloeiende problemen vaststellen en behandelen teneinde tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.

AFDELING II. HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING

Artikel 23. Reikwijdte

1.

Deze afdeling bevat de nodige regelingen voor de geleidelijke liberalisering van de handel in diensten en van de vestiging tussen de partijen.

2.

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die van invloed zijn op de handel in diensten en de vestiging in het kader van alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a. het winnen, vervaardigen en verwerken van nucleaire materialen;
  • b. het vervaardigen van of het handelen in wapens, munitie en oorlogsmateriaal;
  • c. audiovisuele en culturele diensten;
  • d. onderwijsdiensten;
  • e. gezondheidsdiensten en sociale diensten;
  • f. nationale maritieme cabotage;
  • g. luchtvervoersdiensten en ondersteunende diensten voor de luchtvaart, met uitzondering van:
  • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;
  • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;
  • iii. geautomatiseerde boekingssystemen;
  • iv. grondafhandelingsdiensten;
  • v. verhuur van luchtvaartuigen met bemanning;
  • vi. exploitatie van luchthavens; en
  • h. ruimtevaartdiensten.
3.

Niets in deze afdeling kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten.

4.

De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies.

5.

In overeenstemming met de bepalingen van de afdeling behoudt iedere partij het recht regelgeving toe te passen en nieuwe regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelen.

Artikel 24. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. „natuurlijke persoon van de Unie”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Unie overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat; „natuurlijke persoon van Irak”: een onderdaan van de Republiek Irak overeenkomstig de wetgeving van Irak;
  • b. „rechtspersoon”: iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk, in eigendom van particulieren dan wel de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken en associaties;
  • c. „rechtspersoon van de Unie”, respectievelijk „rechtspersoon van Irak”: een overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat van de Unie, respectievelijk van Irak opgerichte rechtspersoon die zijn hoofdkantoor, centrale administratie of belangrijkste economische activiteit heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, respectievelijk op het grondgebied van Irak; indien een rechtspersoon slechts zijn hoofdkantoor, centrale administratie of belangrijkste economische activiteit heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, respectievelijk op het grondgebied van Irak, wordt die rechtspersoon niet als een rechtspersoon van de Unie, respectievelijk een rechtspersoon van Irak beschouwd, tenzij uit de activiteiten van die rechtspersoon een werkelijke en permanente band met de economie van de Unie, respectievelijk Irak blijkt;
  • d. niettegenstaande punt c) is deze overeenkomst tevens van toepassing op buiten de Unie of Irak gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat van de Unie of van Irak, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de respectieve wetgeving van de betrokken lidstaat van de Unie of Irak geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat van de Unie of van Irak voeren;
  • e. „economische activiteit”: andere activiteiten dan die welke bij de uitoefening van het overheidsgezag worden uitgevoerd, dat wil zeggen niet op commerciële basis en niet in concurrentie met een of meer economische subjecten;
  • f. „dochteronderneming”: een rechtspersoon die daadwerkelijk onder zeggenschap staat van een andere rechtspersoon;
  • g. „filiaal” van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moederonderneming, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding zal ontstaan met de moederonderneming waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moederonderneming, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;
  • h. „dienstverlener” van een partij: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die een dienst verleent of wenst te verlenen;
  • i. „handel in diensten”: het verlenen van een dienst in de volgende vormen:
  • i. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij;
  • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een dienstafnemer van de andere partij;
  • iii. door een dienstverlener van een partij via een vestiging op het grondgebied van de andere partij;
  • iv. door een dienstverlener van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij;
  • j. „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
  • k. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:
  • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en
  • ii. niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
  • l. „dienst”: elke dienst, ongeacht in welke sector, behalve bij de uitoefening van het overheidsgezag verleende diensten;
  • m. „vestiging”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging door middel van:
  • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon; of
  • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;
  • n. „investeerder” van een partij: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent of beoogt uit te oefenen door het opzetten van een vestiging;
  • o. „bij de uitoefening van het overheidsgezag verleende dienst”: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend.

Artikel 25

1.

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst verleent de Unie ten aanzien van diensten en dienstverleners van Irak de behandeling die voortvloeit uit de lijst van specifieke verbintenissen van de Unie en haar lidstaten inzake nationale behandeling en markttoegang, die zij uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (hierna „GATS” genoemd) is aangegaan.

2.

Met inachtneming van lid 3 verleent Irak vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst ten aanzien van diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van de Unie, zowel in de dienstensector als in andere sectoren, een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die wordt verleend aan soortgelijke diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van Irak, of aan soortgelijke diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van een derde land, indien laatstgenoemde gunstiger is.

3.

Irak kan de behandeling die het toekent aan diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van de Unie wijzigen door deze behandeling aan voorwaarden en kwalificaties te onderwerpen waardoor de behandeling minder gunstig wordt dan die welke van toepassing is op de eigen diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders. Dergelijke wijzigingen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a. de behandeling die wordt toegekend aan diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van de Unie mag niet minder gunstig worden dan de behandeling die Irak toekent aan diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van enig derde land;
  • b. vier maanden voor de datum waarop Irak voornemens is de voorwaarden te doen ingaan, meldt het dit voornemen aan de Commissie van de Europese Unie (hierna „de Commissie” genoemd). Op verzoek van de Commissie verstrekt Irak nadere uitleg over de redenen die aan de voorgenomen voorwaarden en kwalificaties ten grondslag liggen. De voorwaarden en kwalificaties worden geacht door de Unie te zijn aanvaard indien Irak niet binnen acht weken een bericht wordt gestuurd;
  • c. op verzoek van een partij worden de voorgestelde voorwaarden en kwalificaties ter bespreking en goedkeuring aan het samenwerkingscomité voorgelegd.
4.

Onverminderd de voordelen die voortvloeien uit de behandeling die Irak aan diensten, dienstverleners, vestigingen en investeerders van de Unie toekent uit hoofde van lid 2 van dit artikel, kent Irak na toetreding tot de WTO de behandeling die uit zijn lijst van specifieke verbintenissen in het kader van de GATS voortvloeit, ook toe aan diensten en dienstverleners van de Unie.

Artikel 26

1.

De overeenkomstig deze afdeling toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2.

Niets in deze afdeling kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht op grond van de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3.

Niets in deze afdeling kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of Irak om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscale wetgeving een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 27. Andere overeenkomsten

Niets in deze afdeling beperkt het recht van investeerders van de partijen om hun voordeel te doen met een gunstiger behandeling die geboden wordt op grond van een reeds bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Unie en Irak partij zijn.

Artikel 28. Transparantie

Elke partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toepasselijke maatregelen of internationale overeenkomsten die op deze overeenkomst betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Elke partij richt een of meer informatiepunten op, die over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie verstrekken aan dienstverleners van de andere partij. Deze informatiepunten worden vermeld in bijlage 3. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- of regelgeving.

Artikel 29. Uitzonderingen

1.

Deze afdeling is van toepassing behoudens de uitzonderingen waarin dit artikel voorziet. Onverminderd de eis dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen waar soortgelijke omstandigheden gelden, of een verholen beperking van de handel in diensten zou inhouden, kan niets in deze afdeling worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of toepassen door een partij van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde;
  • b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;
  • c. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wet- of regelgeving die niet strijdig is met deze afdeling, waaronder wet- of regelgeving die betrekking heeft op:
  • i. het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of het bestrijden van de gevolgen van het niet nakomen van dienstverleningscontracten;
  • ii. het beschermen van de privacy van personen met betrekking tot de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en het beschermen van de vertrouwelijkheid van individuele dossiers en rekeningen;
  • iii. de veiligheid;
  • d. weliswaar onverenigbaar zijn met de doelstellingen van artikel 25, maar waarbij de afwijkende behandeling erop gericht is de doeltreffende en billijke heffing of invordering van directe belastingen met betrekking tot diensten of dienstverleners van de andere partij te waarborgen;
  • e. weliswaar onverenigbaar zijn met de doelstellingen van artikel 25, maar waarbij de afwijkende behandeling gericht is op voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de fiscale bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing, andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.
2.

Deze afdeling is niet van toepassing op de socialezekerheidsstelsels van de partijen of op activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

3.

Deze afdeling is niet van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van een partij, noch op maatregelen aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

4.

Niets in deze afdeling belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de binnenkomst of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen ter bescherming van de integriteit van haar grenzen, of ter verzekering van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, maar deze maatregelen mogen niet zo worden toegepast dat de voordelen die de andere partij op grond van artikel 25 toekomen, daardoor worden uitgehold of tenietgedaan.

5.

Niets in deze titel is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of enige andere overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

6.

Niets in deze afdeling kan zodanig worden uitgelegd dat een partij, met inbegrip van haar overheidsdiensten, wordt belet op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten te verrichten of aan te bieden voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van die partij of haar overheidsinstanties.

7.

De bepalingen van deze afdeling beletten een partij niet de maatregelen toe te passen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze overeenkomst worden ontweken.

Artikel 30. Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Niets in deze afdeling mag zodanig worden uitgelegd dat:

  • a. een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken waarvan openbaarmaking naar haar oordeel tegen haar wezenlijke veiligheidsbelangen indruist; of
  • b. een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:
  • i. betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;
  • ii. betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;
  • iii. samenhangen met de vervaardiging van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of betrekking hebben op de handel in andere goederen en materialen;
  • iv. betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of de nationale defensie;
  • v. genomen worden ten tijde van oorlog of een andere noodsituatie in de internationale betrekkingen; of
  • c. een partij belet wordt maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 31. Geleidelijke liberalisering van de handel in diensten en de vestiging

Indien de omstandigheden, waaronder de situatie die ontstaat door de toetreding van Irak tot de WTO, het toelaten, kan de samenwerkingsraad aanbevelingen doen aan de partijen om de onderlinge handel in diensten en de vestigingsvoorwaarden geleidelijk uit te breiden en te zorgen voor volledige overeenstemming met de bepalingen van de GATS, en met name artikel V. Indien deze aanbevelingen worden aanvaard, kunnen zij ten uitvoer worden gelegd door middel van overeenkomsten tussen de partijen.

AFDELING III. BEPALINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP ONDERNEMINGEN EN INVESTERINGEN

Artikel 32. Aanmoediging van investeringen

De partijen bevorderen wederzijds voordelige investeringen door een gunstiger klimaat voor particuliere investeringen tot stand te brengen.

Artikel 33. Contactpunten en uitwisseling van informatie

Teneinde de communicatie tussen de partijen over alle handelsaangelegenheden betreffende particuliere investeringen te vergemakkelijken, stelt elke partij een contactpunt in. Op verzoek van de andere partij geeft het contactpunt van een partij aan welke dienst of ambtenaar met het onderwerp is belast en verstrekt het de gevraagde hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.

AFDELING IV. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAAL

Artikel 34. Doelstelling en werkingssfeer

1.

De partijen streven naar liberalisering van hun onderlinge lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen.

2.

Deze afdeling is van toepassing op alle lopende betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen.

Artikel 35. Lopende rekening

De partijen staan alle betalingen en overboekingen tussen de partijen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans toe, overeenkomstig de statuten van het Internationaal Monetair Fonds.

Artikel 36. Kapitaalrekening

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staan de partijen het vrije verkeer van kapitaal toe met betrekking tot directe investeringen die in overeenstemming zijn met het recht van het gastland en investeringen die in overeenstemming zijn deze overeenkomst, alsmede de liquidatie of repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.

Artikel 37. Standstill

De partijen stellen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en lopende betalingen tussen hun ingezetenen en brengen in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

Artikel 38. Vrijwaringsmaatregelen

1.

Wanneer in uitzonderlijke gevallen het kapitaalverkeer tussen de Unie en Irak ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Unie of in Irak, mag de Unie respectievelijk Irak vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Unie en Irak voor een periode van ten hoogste zes maanden, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

2.

Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, verstrekt de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van die maatregelen.

Artikel 39. Slotbepalingen

1.

Niets in deze afdeling beperkt het recht van de economische subjecten van de partijen op een gunstiger behandeling, waarin kan zijn voorzien in bestaande bilaterale of multilaterale overeenkomsten waarbij de partijen bij deze overeenkomst partij zijn.

2.

De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

AFDELING V. HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN

HOOFDSTUK I. STAATSHANDELSONDERNEMINGEN

Artikel 40

1.

De partijen streven naar naleving van artikel XVII van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, alsmede het WTO-memorandum van overeenstemming betreffende de interpretatie van artikel XVII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen.

2.

Indien een partij de andere partij om inlichtingen verzoekt over individuele staatshandelsondernemingen, hun activiteiten en de gevolgen daarvan voor de bilaterale handel, ziet de partij aan wie inlichtingen zijn gevraagd toe op een zo groot mogelijke transparantie, onverminderd artikel XVII, lid 4, onder d), van de GATT 1994 betreffende vertrouwelijke inlichtingen.

3.

Elke partij ziet erop toe dat alle staatshandelsondernemingen die goederen of diensten leveren, voldoen aan de verplichtingen van die partij uit hoofde van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK II. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 41. Inleiding

1.

De partijen erkennen de bijdrage van transparante, op concurrentie gebaseerde en open aanbestedingen aan duurzame economische ontwikkeling en stellen zich een effectieve wederzijdse geleidelijke openstelling van hun respectieve markt voor overheidsopdrachten ten doel.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel in de handel worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;
  • b. „constructiedienst”: een dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken in de zin van afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie van de Verenigde Naties (hierna „CPC” genoemd);
  • c. „dag”: een kalenderdag;
  • d. „elektronische veiling”: een zich herhalend proces waarbij leveranciers langs elektronische weg nieuwe prijzen opgeven, of nieuwe waarden voor kwantificeerbare, niet op de prijs betrekking hebbende en met de evaluatiecriteria samenhangende onderdelen van de inschrijving, of beide, en waardoor een rangorde van de inschrijvingen tot stand komt of de rangorde wordt gewijzigd;
  • e. „schriftelijk” betreft elke informatie-eenheid die uitgedrukt is in woorden of cijfers en die kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens doorgegeven. De term „schriftelijk” kan ook betrekking hebben op elektronisch doorgegeven en opgeslagen informatie;
  • f. „onderhandse aanbesteding”: een procedure waarbij de aanbestedende dienst contact zoekt met een leverancier of leveranciers van zijn keuze;
  • g. „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratief richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst betreffende een onder deze overeenkomst vallende overheidsopdracht;
  • h. „lijst voor veelvuldig gebruik”: een lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;
  • i. „bericht van aanbesteding”: een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;
  • j. „compensatie”: een voorwaarde of verbintenis die de plaatselijke ontwikkeling aanmoedigt of de betalingsbalans van een partij verbetert, bijvoorbeeld betreffende het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en vergelijkbare maatregelen of vereisten;
  • k. „openbare aanbesteding”: een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;
  • l. „persoon”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;
  • m. „aanbestedende dienst”: een entiteit van een partij die onder aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst valt;
  • n. „erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;
  • o. „aanbesteding met voorafgaande selectie”: een aanbestedingsprocedure waarbij slechts erkende leveranciers door de aanbestedende dienst tot inschrijven worden uitgenodigd;
  • p. „diensten”: alle diensten, met inbegrip van constructiediensten, tenzij anders bepaald;
  • q. „norm”: een door een erkend orgaan goedgekeurd document dat bepaalde voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtlijnen of kenmerken van producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is. Het kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;
  • r. „leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren;
  • s. „technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:
  • i. de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen of methoden voor productie of levering; of
  • ii. terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product of dienst, worden omschreven.

Artikel 42. Draagwijdte en toepassingsgebied

1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle maatregelen inzake de hierna genoemde overheidsopdrachten. De onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten betreffen de aanschaf voor overheidsdoeleinden van:

  • a. goederen, diensten of een combinatie daarvan:
  • i. zoals aangegeven in de subbijlagen bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst; die
  • ii. niet worden aangeschaft met het oog op commerciële verkoop of wederverkoop of voor gebruik bij de productie of levering van goederen of diensten voor commerciële verkoop of wederverkoop;
  • b. met welke contractuele middelen dan ook, waaronder koop, lease, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;
  • c. waarvan de waarde, ten tijde van de publicatie van het bericht van aanbesteding overeenkomstig artikel 45, gelijk is aan of meer bedraagt dan de desbetreffende drempelwaarde die vermeld is in de subbijlage voor iedere partij van aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst;
  • d. door een aanbestedende dienst; en
  • e. die niet anderszins van de reikwijdte van dit hoofdstuk is uitgesloten.
2.

Tenzij anders bepaald, is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

  • a. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of de rechten daarop;
  • b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van bijstand die een partij verleent, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;
  • c. de aanschaf of verwerving van belastingadviesdiensten of bewaardiensten, vereffenings- en managementdiensten voor gereglementeerde financiële instellingen of van diensten in verband met de verkoop, aflossing en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;
  • d. arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;
  • e. opdrachten die worden aanbesteed:
  • i. met het specifieke doel internationale bijstand, met inbegrip van ontwikkelingshulp, te verlenen;
  • ii. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten of betreffende de gezamenlijke uitvoering van een project door de ondertekenende landen;
  • iii. in het kader van een bijzondere procedure of krachtens een bijzondere voorwaarde van een internationale organisatie, of gefinancierd door een internationale subsidie, lening of andere vorm van steun, wanneer die procedure of voorwaarde niet in overeenstemming is met dit hoofdstuk.
3.

Elke partij geeft in de haar betreffende subbijlagen bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst een definitie van en verstrekt de volgende informatie over:

  • a. de entiteiten van de centrale overheid waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen, in subbijlage 1;
  • b. alle overige entiteiten waarvan de aanbestedingen onder dit hoofdstuk vallen, in subbijlage 2;
  • c. de diensten, andere dan constructiediensten, die onder dit hoofdstuk vallen, in subbijlage 3;
  • d. de constructiediensten die onder dit hoofdstuk vallen, in subbijlage 4;
  • e. eventuele algemene aantekeningen, in subbijlage 5.
4.

Indien een aanbestedende dienst, in het kader van een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht, van niet in de subbijlagen voor de betrokken partij bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst genoemde personen verlangt dat zij opdrachten plaatsen met inachtneming van bijzondere voorschriften, dan is artikel 43 mutatis mutandis van toepassing op die voorschriften.

5.

Bij het schatten van de waarde van een opdracht om te bepalen of deze onder de bepalingen van dit hoofdstuk valt, mag een aanbestedende dienst die opdracht niet in afzonderlijke opdrachten verdelen of een bijzondere methode voor het schatten van de waarde van de opdracht gebruiken om deze geheel of gedeeltelijk buiten de toepassing van dit hoofdstuk te doen vallen.

6.

Niets in dit hoofdstuk mag worden uitgelegd als een beletsel voor een partij om maatregelen te nemen of informatie niet te verstrekken die zij nodig acht ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen met betrekking tot de aanschaf van wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met betrekking tot aanschaffingen die onmisbaar zijn voor de nationale veiligheid of voor nationale defensiedoeleinden.

7.

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het internationale handelsverkeer vormen, wordt niets in dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, de orde en de veiligheid;
  • b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;
  • c. noodzakelijk zijn ter bescherming van de intellectuele eigendom; of
  • d. betrekking hebben op goederen of diensten van personen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of het resultaat zijn van gevangenisarbeid.

Artikel 43. Algemene beginselen

1.

Ten aanzien van alle maatregelen en alle onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten behandelt elke partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, goederen en diensten van de andere partij en de leveranciers van de andere partij die die goederen of diensten aanbieden, terstond en onvoorwaardelijk niet ongunstiger dan zij, of haar aanbestedende diensten, binnenlandse goederen, diensten en leveranciers behandelt.

2.

Voor alle maatregelen betreffende de onder dit hoofdstuk vallende opdrachten zien een partij en haar aanbestedende diensten erop toe:

  • a. dat een plaatselijk gevestigde leverancier niet minder gunstig wordt behandeld dan een andere plaatselijk gevestigde leverancier op grond van de mate waarin het kapitaal ervan of de zeggenschap erover in buitenlandse handen is; en
  • b. dat een plaatselijk gevestigde leverancier niet wordt gediscrimineerd op grond van het feit dat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.
3.

Ten aanzien van de wetgeving, regelgeving, procedures en handelwijzen inzake overheidsopdrachten, alsmede ten aanzien van specifieke opdrachten van overheidsinstanties op alle niveaus die openstaan voor goederen, diensten en leveranciers van derde landen, verleent Irak aan goederen, diensten en leveranciers van de Unie een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die het aan goederen, diensten en leveranciers uit derde landen verleent.

4.

Wanneer een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht wordt aanbesteed met gebruikmaking van elektronische middelen:

  • a. ziet de aanbestedende dienst erop toe dat voor de aanbesteding, waaronder ook voor de authenticatie en encryptie van informatie, informatietechnologiesystemen en software worden gebruikt die algemeen beschikbaar zijn en interoperabel met andere algemeen beschikbare informatietechnologiesystemen en software; en
  • b. hanteert de aanbestedende dienst mechanismen die de integriteit van verzoeken om deelneming en van inschrijvingen waarborgen en het tijdstip van ontvangst registreren en ongeoorloofde toegang voorkomen.
5.

Aanbestedende diensten zien erop toe dat onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten worden aanbesteed op transparante en onpartijdige wijze, waarbij belangenconflicten worden vermeden en corruptie wordt voorkomen en de bepalingen van dit hoofdstuk in acht worden genomen.

6.

Ten behoeve van onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten passen de partijen op uit de andere partij ingevoerde goederen of door de andere partij verleende diensten geen oorsprongsregels toe die afwijken van de oorsprongsregels die de partij op dat moment op de invoer van goederen of de verlening van diensten uit de andere partij in het normale handelsverkeer toepast.

Artikel 44. Publicatie van informatie over overheidsopdrachten

1.

Elke partij:

  • a. publiceert onverwijld alle wetgeving, regelgeving, gerechtelijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en standaardclausules die bij wet- of regelgeving verplicht zijn gesteld en door verwijzing zijn opgenomen in berichten van aanbesteding, aanbestedingsdossiers en procedures inzake onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdrachten, alsmede alle wijzigingen daarvan, in officieel daartoe aangewezen elektronische of gedrukte media die op ruime schaal worden verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijven voor het publiek;
  • b. verstrekt desgevraagd een uitleg daarvan aan andere partijen;
  • c. vermeldt in aanhangsel II van bijlage 1 bij deze overeenkomst de elektronische of gedrukte media waarin de partij de onder a) omschreven informatie publiceert;
2.

Bij elke wijziging van de in aanhangsel II of III van bijlage 1 bij deze overeenkomst vermelde informatie betreffende een partij, stelt deze partij de andere partij daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 45. Publicatie van berichten

1.

Voor elke onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht publiceert de aanbestedende dienst, behalve in de omstandigheden omschreven in artikel 52, een bericht van aanbesteding in de daartoe bestemde media als vermeld in aanhangsel III van bijlage 1 bij deze overeenkomst. In elk bericht wordt de informatie opgenomen die in aanhangsel IV van bijlage 1 bij deze overeenkomst is vermeld. De berichten zijn kosteloos langs elektronische weg beschikbaar via één toegangspunt.

2.

Voor iedere voorgenomen aanbesteding publiceert de aanbestedende dienst in een van de talen van de WTO, op het zelfde tijdstip als het bericht van aanbesteding, een gemakkelijk toegankelijke samenvatting. Deze samenvatting bevat in ieder geval de volgende informatie:

  • a. de inhoud van de opdracht;
  • b. de termijn voor de indiening van de inschrijvingen en in voorkomend geval de termijn voor de indiening van verzoeken om deelneming aan de aanbesteding of plaatsing op de lijst voor veelvuldig gebruik;
  • c. het adres waar documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden opgevraagd.
3.

De aanbestedende diensten worden aangemoedigd hun aanbestedingsplannen zo vroeg mogelijk in elk begrotingsjaar aan te kondigen (hierna „aankondiging van geplande aanbestedingen” genoemd). De aankondiging dient de inhoud van de opdracht en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding te bevatten.

4.

Aanbestedende diensten die vermeld zijn in subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst kunnen de aankondiging van geplande aanbestedingen als bericht van aanbesteding gebruiken, mits de aankondiging zoveel van de in aanhangsel IV van bijlage 1 bij deze overeenkomst bedoelde informatie bevat als op dat ogenblik beschikbaar is, alsmede een verklaring dat leveranciers hun belangstelling voor de opdracht bij de aanbestedende dienst bekend kunnen maken.

Artikel 46. Voorwaarden voor deelname aan aanbestedingen

1.

Aanbestedende diensten beperken de voorwaarden voor de deelname aan een aanbesteding tot wat noodzakelijk is om te waarborgen dat de leverancier over de juridische en financiële capaciteit en de commerciële en technische vaardigheden beschikt om de desbetreffende opdracht uit te voeren.

2.

Bij de beoordeling of een leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet:

  • a. evalueert de aanbestedende dienst de financiële, commerciële en technische vaardigheden van de leverancier aan de hand van diens zakelijke activiteiten op en buiten het grondgebied van de partij waartoe de aanbestedende dienst behoort;
  • b. mag de aanbestedende dienst de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een aanbestedende dienst van de betrokken partij of dat de leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij; en
  • c. mag de aanbestedende dienst eerdere werkervaring verlangen wanneer deze van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te kunnen voldoen.
3.

De aanbestedende dienst baseert zich bij deze beoordeling op de voorwaarden die hij vooraf in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier heeft gespecificeerd.

4.

Een leverancier wordt door de aanbestedende dienst uitgesloten in geval van faillissement, valsheid in geschrifte, aanzienlijke tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke eis of verplichting in het kader van een eerdere opdracht of eerdere opdrachten, veroordelingen wegens een ernstig misdrijf of andere veroordelingen wegens ernstige strafbare feiten, fouten bij de beroepsuitoefening of het niet betalen van belastingen.

Artikel 47. Erkenning van leveranciers

1.

Wanneer een aanbestedende dienst een opdracht wil aanbesteden met een voorafgaande selectie:

  • a. neemt de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding ten minste de in aanhangsel IV, onder de punten 1, 2, 6, 7, 10 en 11, van bijlage 1 bij deze overeenkomst vermelde informatie op en nodigt hij leveranciers uit een verzoek om deelname in te dienen; en
  • b. verstrekt de aanbestedende dienst, uiterlijk bij de aanvang van de inschrijvingsperiode, de in aanhangsel IV, onder de punten 3, 4, 5, 8 en 9, van bijlage 1 bij deze overeenkomst vermelde informatie aan de erkende leveranciers die hij in kennis stelt overeenkomstig aanhangsel VI, punt 2, onder b), van bijlage 1 bij deze overeenkomst.
2.

Aanbestedende diensten erkennen alle leveranciers, zowel uit eigen land als van de andere partij, die aan de voorwaarden voor deelneming aan een specifieke aanbestedingsprocedure voldoen, tenzij de aanbestedende dienst in het bericht van aanbesteding vermeldt dat het aantal leveranciers dat tot de aanbesteding wordt toegelaten beperkt is, onder opgave van de criteria voor de selectie van dit beperkte aantal toegelaten leveranciers.

3.

Indien het aanbestedingsdossier niet vanaf de datum van publicatie van het in lid 1 bedoelde bericht van aanbesteding openbaar toegankelijk is, ziet de aanbestedende dienst erop toe dat het dossier voor alle overeenkomstig lid 2 geselecteerde erkende leveranciers op hetzelfde tijdstip beschikbaar komt.

4.

Aanbestedende diensten die vermeld zijn in subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst mogen een lijst van leveranciers voor veelvuldig gebruik bijhouden, mits zij jaarlijks een bericht publiceren waarin belangstellende leveranciers worden uitgenodigd plaatsing op de lijst aan te vragen, en dit bericht in geval van elektronische publicatie permanent beschikbaar wordt gesteld in de daartoe bestemde media als vermeld in aanhangsel III van bijlage 1 bij deze overeenkomst. In dit bericht wordt de informatie opgenomen die in aanhangsel V van bijlage 1 bij deze overeenkomst is vermeld.

5.

In afwijking van lid 4 is het toegestaan dat een aanbestedende dienst die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst valt, indien hij een lijst voor veelvuldig gebruik met een geldigheidsduur van drie jaar of minder bijhoudt, slechts éénmaal, bij de aanvang van de geldigheidsduur van de lijst, het in dat lid bedoelde bericht publiceert, mits in het bericht wordt vermeld wat de geldigheidsduur is en dat tijdens die periode geen verdere berichten zullen worden gepubliceerd.

6.

Aanbestedende diensten die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst vallen, staan leveranciers toe te allen tijde een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen en nemen alle erkende leveranciers binnen een redelijk korte tijd op die lijst op.

Aanbestedende diensten die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst vallen, kunnen een bericht waarbij leveranciers worden uitgenodigd een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik in te dienen, gebruiken als bericht van aanbesteding, mits:

  • a. het bericht gepubliceerd wordt overeenkomstig lid 4 en de in aanhangsel V van bijlage 1 bij deze overeenkomst vermelde informatie en zoveel van de in aanhangsel IV van bijlage 1 bij deze overeenkomst bedoelde informatie bevat die op dat ogenblik beschikbaar is, alsmede een verklaring dat het bericht als bericht van aanbesteding geldt;
  • b. de aanbestedende dienst aan leveranciers die bij hem belangstelling hebben geuit voor een bepaalde opdracht onverwijld voldoende informatie verstrekt aan de hand waarvan zij kunnen beoordelen in hoeverre de opdracht voor hen relevant is, alsmede alle overige in aanhangsel IV van bijlage 1 bij deze overeenkomst voorgeschreven informatie, voor zover die beschikbaar is.
7.

Aanbestedende diensten die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst vallen, mogen leveranciers die overeenkomstig lid 6 een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend toestaan in te schrijven op een bepaalde opdracht, indien de aanbestedende dienst voldoende tijd heeft om te onderzoeken of de leverancier aan de voorwaarden voor deelname voldoet.

8.

Aanbestedende diensten die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst vallen, stellen leveranciers die een verzoek tot deelname of een aanvraag tot opname op de lijst voor veelvuldig gebruik hebben ingediend, zo spoedig mogelijk in kennis van hun besluit inzake dat verzoek of die aanvraag.

9.

Waanneer een aanbestedende dienst die onder subbijlage 2 bij aanhangsel I van bijlage 1 bij deze overeenkomst valt een verzoek van een leverancier om erkenning of opname op een lijst voor veelvuldig gebruik afwijst, de erkenning van een leverancier intrekt of een leverancier van een lijst voor veelvuldig gebruik schrapt, stelt de dienst de leverancier daarvan onverwijld in kennis en verstrekt hij de leverancier desgevraagd onverwijld een schriftelijke motivering van zijn besluit.

Artikel 48. Technische specificaties

1.

Aanbestedende diensten mogen geen technische specificaties op- of vaststellen of toepassen of conformiteitsbeoordelingsprocedures voorschrijven met als doel of gevolg dat onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan.

2.

Bij het voorschrijven van de technische specificaties van de goederen of diensten die het voorwerp van de aanbesteding zijn, zal de aanbestedende dienst in voorkomend geval:

  • a. de technische specificaties specificeren aan de hand van prestatie-eisen of functionele eisen en niet aan de hand van ontwerpkenmerken of descriptieve normen; en
  • b. uitgaan van internationale of Europese normen, indien deze bestaan, en anders van nationale technische voorschriften, erkende nationale normen of bouwvoorschriften.
3.

Wanneer in de technische specificaties ontwerpkenmerken of descriptieve kenmerken zijn opgenomen, geeft de aanbestedende dienst in voorkomend geval aan dat inschrijvingen voor gelijkwaardige goederen of diensten die aantoonbaar aan de voorwaarden van de opdracht voldoen eveneens in aanmerking komen, door in het aanbestedingsdossier termen als „of gelijkwaardig” op te nemen.

4.

Aanbestedende diensten schrijven geen technische specificaties voor waarin vereisten inzake of verwijzingen naar bepaalde handelsmerken of handelsnamen, octrooien, auteursrechten, designs of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn opgenomen, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat termen zoals „of gelijkwaardig” in het aanbestedingsdossier zijn opgenomen.

5.

Aanbestedende diensten vragen of aanvaarden van personen die een commercieel belang bij de aanbesteding kunnen hebben geen advies dat gebruikt kan worden bij de opstelling of de vaststelling van een technische specificatie voor een specifieke aanbesteding, wanneer dat advies tot gevolg kan hebben dat concurrentie wordt uitgesloten.

6.

Iedere partij, met inbegrip van haar aanbestedende diensten, mag overeenkomstig dit artikel technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel het behoud van natuurlijke hulpbronnen of de bescherming van het milieu te bevorderen.

Artikel 49. Aanbestedingsdossier

1.

De aanbestedende dienst stelt leveranciers een aanbestedingsdossier ter beschikking met alle informatie die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen. Dit dossier bevat alle in aanhangsel VIII van bijlage 1 bij deze overeenkomst voorgeschreven gegevens, tenzij deze reeds in het bericht van aanbesteding zijn vermeld.

2.

Aanbestedende diensten verstrekken op verzoek onverwijld het aanbestedingsdossier aan elke leverancier die aan de aanbestedingsprocedure deelneemt en beantwoorden elk redelijk verzoek om relevante informatie van een leverancier die aan de aanbestedingsprocedure deelneemt, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn mededingers in de procedure voor de gunning van de opdracht.

3.

Indien een aanbestedende dienst voorafgaand aan de gunning van de opdracht de criteria of vereisten wijzigt die in het bericht van aanbesteding of het aan deelnemende leveranciers verstrekte aanbestedingsdossier zijn vermeld, geeft hij schriftelijk kennis van all wijzigingen of verstrekt hij een nieuw of gewijzigd bericht van aanbesteding of aanbestedingsdossier:

  • a. aan alle leveranciers die op het moment dat de informatie wordt gewijzigd aan de procedure deelnemen, indien deze bekend zijn, en in alle andere gevallen op dezelfde wijze als de oorspronkelijke informatie;
  • b. op een zodanig tijdstip dat de leveranciers voldoende tijd hebben om hun inschrijving te wijzigen en opnieuw in te dienen.

Artikel 50. Termijnen

De aanbestedende diensten instanties geven, overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften, de leveranciers voldoende tijd om verzoeken tot deelname en geldige inschrijvingen op te stellen en in te dienen, waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de aard en de complexiteit van de opdracht, de omvang van de verwachte onderaanneming en de tijd die nodig is voor de verzending van inschrijvingen uit het buitenland en het eigen land wanneer geen gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen. Dergelijke termijnen en eventuele verlengingen ervan moeten voor alle belangstellende of deelnemende leveranciers gelijk zijn. De toepasselijke termijnen zijn vermeld in aanhangsel VI van bijlage 1 bij deze overeenkomst.

Artikel 51. Onderhandelingen

1.

Een partij kan bepalen dat haar aanbestedende diensten onderhandelingen kunnen voeren:

  • a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of
  • b. indien bij de beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in het aanbestedingsdossier vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2.

Aanbestedende diensten:

  • a. zien erop toe dat iedere uitsluiting van leveranciers tijdens onderhandelingen plaatsvindt in overeenstemming met de in het bericht van aanbesteding of het aanbestedingsdossier vermelde beoordelingscriteria; en
  • b. stellen, wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten, voor alle resterende leveranciers een gelijke termijn vast voor de indiening van een nieuwe of herziene inschrijving.

Artikel 52. Onderhandse aanbesteding

Aanbestedende diensten kunnen gebruik maken van onderhandse aanbesteding en besluiten de artikelen 45, 46, 47, 49, 50, 51, 53 en 54 niet toe te passen, maar uitsluitend in de volgende omstandigheden:

  • a. indien
  • i. geen inschrijvingen zijn ingediend of geen leveranciers om deelname hebben verzocht;
  • ii. geen inschrijvingen zijn ingediend die aan de essentiële eisen van het aanbestedingsdossier voldoen;
  • iii. geen leveranciers aan de deelnamevoorwaarden voldoen; of
  • iv. de ingediende aanschrijvingen onderling zijn afgestemd, op voorwaarde dat de vereisten van het aanbestedingsdossier niet wezenlijk worden gewijzigd;
  • b. indien de goederen of diensten slechts door een bepaalde leverancier kunnen worden geleverd en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat, doordat de opdracht een kunstwerk betreft, vanwege de bescherming van octrooien, auteursrechten of andere exclusieve rechten, of vanwege de afwezigheid van concurrentie om technische redenen;
  • c. voor aanvullende leveringen, door de oorspronkelijke leverancier, van goederen en diensten die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien verandering van leverancier voor de aanvullende goederen of diensten:
  • i. niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, software, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn geleverd; en
  • ii. tot aanzienlijk ongemak of aanzienlijke kostenstijgingen zou leiden voor de aanbestedende dienst;
  • d. in strikt noodzakelijke gevallen, wanneer de goederen of diensten om uiterst dringende redenen, wegens gebeurtenissen die door de aanbestedende dienst niet konden worden voorzien, niet tijdig kunnen worden verkregen door middel van openbare aanbesteding of aanbesteding met voorafgaande selectie;
  • e. voor goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht;
  • f. wanneer een aanbestedende dienst een prototype of een nieuw product of een nieuwe dienst aanschaft die op zijn verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht is ontwikkeld;
  • g. voor aankopen onder uitzonderlijk voordelige voorwaarden die alleen op zeer korte termijn ontstaan in het geval van ongebruikelijke verkopen, zoals bij liquidatie, curatele of faillissement, maar niet bij normale aankopen bij normale leveranciers; en
  • h. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van dit hoofdstuk, en de inzendingen worden beoordeeld door een onafhankelijke jury met het oog op de gunning van een ontwerpopdracht aan de maker van de winnende inzending.

Artikel 53. Elektronische veilingen

Wanneer een aanbestedende dienst een onder dit hoofdstuk vallende opdracht wil aanbesteden met een elektronische veiling, stelt de dienst, alvorens de elektronische veiling te openen, ieder deelnemer in kennis van:

  • a. de methode voor automatische evaluatie, met inbegrip van de wiskundige formule, gebaseerd op de in het aanbestedingsdossier opgenomen evaluatiecriteria, die gebruikt wordt om automatisch de rangorde vast te stellen of te wijzigen tijdens de veiling;
  • b. de resultaten van een eventuele eerste beoordeling van de onderdelen van zijn inschrijving, indien de opdracht wordt gegund aan de indiener van de voordeligste inschrijving; en
  • c. alle andere relevante informatie over de uitvoering van de veiling.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)