Tussentijdse Overeenkomst tot vaststelling van een kader voor een Economische Partnerschapsovereenkomst tussen staten in oostelijk en zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds
Preambule
wij, de ACS-staten (staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan) in Oostelijk en Zuidelijk Afrika, samen de OZA-groep en zijn afzonderlijke lidstaten uitmakend, enerzijds, en de Europese Gemeenschap (EG) en haar lidstaten, anderzijds;
gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de EG en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend op 23 juni 2000, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd, het Verdrag inzake de gemeenschappelijke markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (Comesa), ondertekend op 5 november 1993, het Verdrag inzake de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC), ondertekend op 17 augustus 1992, en het handelsprotocol hierbij, het Verdrag inzake de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, ondertekend op 30 november 1999, en het Oprichtingsverdrag van de Afrikaanse Unie, ondertekend en goedgekeurd op 11 juli 2002;
gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
mede gelet op het besluit van de achtste top van de Comesa-autoriteit van staatshoofden en regeringsleiders, gehouden in Khartoem, Sudan, op 17 maart 2003, over de vaststelling van de OZA-groepering voor de onderhandelingen over een economische partnerschapsovereenkomst (EPO) met de Europese Unie (EU);
overwegende dat de OZA-staten en de EG en haar lidstaten zijn overeengekomen dat hun samenwerking op economisch en handelsgebied erop gericht moet zijn de soepele, geleidelijke integratie van de OZA-staten in de wereldeconomie met inachtneming van hun beleidskeuzen, hun ontwikkelingsniveau en hun ontwikkelingsprioriteiten te stimuleren en zo hun duurzame ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen aan de uitroeiing van armoede in de OZA-staten;
opnieuw uitdrukking gevende aan hun streven de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de OZA-staten te bevorderen en te bespoedigen, om zo een bijdrage te leveren aan vrede en veiligheid en een stabiel, democratisch politiek klimaat te bevorderen, dat gunstig is voor een duurzame nationale en regionale ontwikkeling;
opnieuw bevestigend dat de EPO in overeenstemming moet zijn met de doelstellingen en beginselen van de Overeenkomst van Cotonou, in het bijzonder met deel 3, titel II;
opnieuw bevestigend dat de EPO een ontwikkelingsinstrument moet zijn, een duurzame groei moet bevorderen, de productie- en aanbodcapaciteit van de OZA-staten moet verhogen, de structurele hervorming van de OZA-economieën en hun diversificatie en concurrentievermogen moet stimuleren en moet leiden tot ontwikkeling van de handel, het aantrekken van investeringen en technologie en het scheppen van werkgelegenheid in de OZA-staten;
herinnerend aan de verbintenissen van de internationale gemeenschap inzake de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, opgenomen in de VN-Verklaring van september 2000;
opnieuw bevestigend dat alleen vorderingen bij de ontwikkelingsagenda kunnen worden geboekt wanneer er sprake is van echte internationale samenwerking en een volledige tenuitvoerlegging van de verbintenissen die zijn overeengekomen bij de conferenties van Rio, Peking, Kopenhagen, Caïro en Monterrey en die zijn neergelegd in de actieprogramma's ten behoeve van de minst ontwikkelde landen (MOL's), de niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden (LLDC's) en de kleine insulaire ontwikkelingslanden (SIDS);
gedachtig aan de rechten en plichten van de leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het belang dat partijen hechten aan de beginselen en regels van de internationale handel en de noodzaak van een transparant, voorspelbaar, open en rechtvaardig multilateraal handelssysteem;
nogmaals wijzend op de noodzaak bijzondere aandacht te besteden aan regionale integratie en aan een speciale, gedifferentieerde behandeling van alle OZA-staten, de minst ontwikkelde OZA-staten hun speciale behandeling te laten behouden, en terdege rekening te houden met de positie van kleine OZA-economieën, die kwetsbaar zijn omdat zij geen toegang tot de zee hebben, een eiland zijn, aan zee liggen, met droogte te kampen hebben of uit een conflictsituatie komen;
in het bewustzijn dat aanzienlijke investeringen nodig zijn om de levensstandaard van de OZA-staten te verhogen;
herinnerend aan de verbintenissen van de partijen in het kader van de WTO,
zijn als volgt overeengekomen:1)[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Bijlagen bij Protocol 1 liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in Pb. EU 2012, L 111.]
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Werkingssfeer van de tussentijdse overeenkomst
Bij deze tussentijdse overeenkomst wordt een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst, hierna „EPO” genoemd, vastgesteld.
Artikel 2. Algemene EPO-doelstellingen
De doelstellingen van de economische partnerschapsovereenkomst zijn als volgt:
- a. bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk uitroeien van armoede door de instelling van een versterkt, strategisch handels- en ontwikkelingspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;
- b. regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur in de OZA-regio bevorderen;
- c. de geleidelijke integratie van de OZA-regio in de wereldeconomie bevorderen, in overeenstemming met haar beleidskeuzen en ontwikkelingsprioriteiten;
- d. de structurele aanpassing en diversificatie van de OZA-economieën, met inbegrip van waardetoevoeging, stimuleren;
- e. de capaciteit van de OZA-regio op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken verbeteren;
- f. een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevend kader voor handel en investeringen in de OZA-regio tot stand brengen en ten uitvoer leggen, en op die manier de voorwaarden voor een toename van investeringen en particuliere initiatieven verbeteren en de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei vergroten;
- g. de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen versterken. Om dit te bereiken verbetert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel en voor investeringen van belang zijn, een en ander met inachtneming van de WTO-verplichtingen.
Artikel 3. Specifieke doelstellingen van deze overeenkomst
In overeenstemming met de artikelen 34 en 35 van de Overeenkomst van Cotonou zijn de doelstellingen van deze overeenkomst:
- a. een overeenkomst tot stand brengen die in overeenstemming is met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, hierna „GATT 1994” genoemd;
- b. op basis van de reeds ingediende voorstellen het kader, de werkingssfeer en de beginselen vaststellen voor verdere onderhandelingen over de handel in goederen, zoals oorsprongsregels, handelsbeschermingsinstrumenten, douanesamenwerking en handelsbevordering, sanitaire en fytosanitaire maatregelen, technische handelsbelemmeringen en landbouw;
- c. het kader en de werkingssfeer vaststellen voor eventuele onderhandelingen over andere aangelegenheden, zoals de handel in diensten, de in de Overeenkomst van Cotonou genoemde handelsgerelateerde vraagstukken en andere gebieden die voor beide partijen van belang zijn.
De partijen verbinden zich ertoe de onderhandelingen te voltooien met het oog op de sluiting, uiterlijk op 31 december 2008, van een volledige EPO, onder meer over de in lid 1, onder b) en c), genoemde onderwerpen, in overeenstemming met de gemeenschappelijke routekaart die de partijen op 7 februari 2004 zijn overeengekomen.
Artikel 4. Beginselen
De beginselen van deze overeenkomst op basis waarvan de onderhandelingen tussen de partijen over een volledige EPO zullen worden voortgezet, zijn:
- a. voortbouwen op het acquis van de Overeenkomst van Cotonou;
- b. versterken van de regionale integratie in de OZA-regio;
- c. asymmetrie bij de liberalisering van de handel en bij de toepassing van handelsgerelateerde maatregelen en handelsbeschermingsinstrumenten;
- d. een speciale, gedifferentieerde behandeling van de MOL's in de OZA-regio, daarbij rekening houdend met de kwetsbaarheid van kleine, niet aan zee grenzende of insulaire staten, onder meer bij het niveau en het tempo van de liberalisering van de handel;
- e. een variabele geometrie om een OZA-staat die het aankan de mogelijkheid te geven sneller te liberaliseren;
- f. ruime toepassing van de ontwikkelingssamenwerkingsbepalingen, zodat de MOL's in de OZA-regio die niet in staat zijn een tariefaanbod te doen, toch kunnen profiteren van alle aspecten van deze overeenkomst, en in het bijzonder van de bepalingen inzake economische en ontwikkelingssamenwerking in deze tussentijdse overeenkomst;
- g. de MOL's in de OZA-regio die nog geen tariefverlagingsaanbod hebben gedaan, de mogelijkheid te bieden dit op dezelfde of op flexibele voorwaarden na de sluiting van deze tussentijdse overeenkomst te doen en toch ten volle van de bepalingen van deze overeenkomst te profiteren;
- h. de OZA-staten toestaan onderling en met andere staten en regio's in Afrika handelspreferenties in stand te houden zonder verplicht te zijn deze tot de EG uit te breiden.
HOOFDSTUK II. HANDELSREGELING VOOR GOEDEREN
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 5. Doelstellingen
De samenwerking op handelsgebied heeft de volgende doelstellingen:
- a. op een veilige, langdurige en voorspelbare grondslag de voorwaarden bieden voor een volledig rechten- en contingentvrije toegang van goederen van oorsprong uit de OZA-staten tot de EG-markt;
- b. de handel tussen de partijen en een snellere, op de uitvoer gerichte groei bevorderen om de OZA-staten in staat te stellen in de wereldeconomie te integreren;
- c. de goederenmarkten in de OZA-regio geleidelijk liberaliseren in overeenstemming met de in deze overeenkomst neergelegde modaliteiten;
- d. de markttoegangsvoorwaarden behouden en verbeteren om ervoor te zorgen dat de OZA-staten erop vooruit en niet erop achteruit gaan.
Artikel 6. Werkingssfeer
Alleen de in bijlage II opgenomen overeenkomstsluitende OZA-staten gaan verbintenissen uit hoofde van dit hoofdstuk aan.
De verbintenissen van de EG uit hoofde van dit hoofdstuk hebben alleen betrekking op goederen van oorsprong uit de in bijlage II opgenomen overeenkomstsluitende OZA-staten.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en voor besluiten die uit hoofde van dit hoofdstuk worden goedgekeurd, heeft elke verwijzing naar de overeenkomstsluitende OZA-staten of naar goederen van oorsprong uit de overeenkomstsluitende OZA-staten alleen betrekking op de in bijlage II opgenomen overeenkomstsluitende OZA-staten.
Wanneer een niet in bijlage II opgenomen overeenkomstsluitende OZA-staat wenst deel te nemen aan hoofdstuk II, moet hij van zijn voornemen kennis geven aan het EPO-comité. Het EPO-comité is bevoegd bijlage II te wijzigen.
Het EPO-comité kan besluiten tot overgangsmaatregelen of wijzigingen wanneer deze nodig zijn om de opname van dergelijke overeenkomstsluitende OZA-staten in bijlage II te vergemakkelijken.
TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN
Artikel 7. Douanerechten
In het kader van de afschaffing van de douanerechten op invoer worden onder douanerechten verstaan alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen, met uitzondering van:
- a. heffingen die overeenkomen met interne belastingen, die in overeenstemming met artikel 18 zowel op ingevoerde goederen als op ter plaatse geproduceerde goederen worden opgelegd;
- b. antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen die in overeenstemming met artikel 19 worden toegepast en vrijwaringsmaatregelen die in overeenstemming met artikel 21 worden toegepast;
- c. vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 10 worden opgelegd.
Artikel 8. Classificatie van de goederen
De classificatie van de handelsgoederen waarop deze overeenkomst van toepassing is, geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elk der partijen, in overeenstemming met het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS). De overeenkomstsluitende OZA-staten gebruiken de Comesa-nomenclatuur.
Artikel 9. Basisrecht
Het basisrecht waarop de opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is het recht dat voor het betrokken product is vermeld in het tariefschema van elk van beide partijen.
Artikel 10. Vergoedingen en andere heffingen
De in lid 7, onder c), bedoelde vergoedingen en andere heffingen blijven beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en beogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer voor fiscale doeleinden. Zij worden gebaseerd op specifieke tarieven. Voor consulaire diensten worden geen handelsgerelateerde vergoedingen en heffingen opgelegd.
Artikel 11. Douanerechten op producten van oorsprong uit de OZA-staten
Producten van oorsprong uit de OZA-staten worden vrij van douanerechten in de EG ingevoerd, onder de in bijlage I genoemde voorwaarden.
Artikel 12. Douanerechten op producten van oorsprong uit de EG
Douanerechten op de invoer van producten van oorsprong uit de EG worden verlaagd of afgeschaft in overeenstemming met de in bijlage II opgenomen schema's voor de liberalisering van de tarieven; die bijlage bevat de schema's van elk van de overeenkomstsluitende OZA-staten of van elke groep overeenkomstsluitende OZA-staten.
De partijen kunnen de schema's voor de liberalisering van de tarieven in bijlage II herzien om ze in het geval van regionale integratieprocessen te harmoniseren.
Elk nieuw schema voor de liberalisering van de douanetarieven met betrekking tot de invoer van producten van oorsprong uit de EG dat na het begin van de ratificatieprocedure voor deze overeenkomst wordt ingediend, kan bij besluit van het EPO-comité in bijlage II bij deze overeenkomst worden opgenomen.
Artikel 13. Oorsprongsregels
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol 1 bij deze overeenkomst voldoen. Met het oog op de toepassing van de volledige EPO onderzoeken de partijen gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van deze overeenkomst en de inwerkingtreding van de volledige EPO of de bepalingen van dat protocol verder kunnen worden vereenvoudigd. Zij houden daarbij rekening met de ontwikkelingsbehoeften van de OZA-staten en met de ontwikkeling van de technologie, van de productieprocessen en van alle andere factoren, met inbegrip van de lopende hervormingen van de oorsprongsregels, die een wijziging van de bepalingen van dat protocol nodig kunnen maken. Het EPO-comité besluit over dergelijke wijzigingen.
Artikel 14. Status-quo
Behoudens artikel 12 komen de partijen overeen de invoerrechten op producten uit de andere partij niet te verhogen.
Artikel 15. Uitvoerrechten en -belastingen
Tenzij in bijlage III anders is bepaald, voeren de partijen gedurende de looptijd van deze overeenkomst geen nieuwe rechten of belastingen op of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij in die hoger zijn dan de rechten of belastingen die op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde producten worden geheven.
Het EPO-comité kan een verzoek van een overeenkomstsluitende OZA-staat om een herziening van de in bijlage III opgenomen goederen onderzoeken.
Artikel 16. Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.