Kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek der Filipijnen, anderzijds
de Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,
en
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,
enerzijds, en
de Republiek der Filipijnen, hierna „de Filipijnen” genoemd,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,
Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;
Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen,
Overwegende dat de partijen van mening zijn dat deze overeenkomst deel uitmaakt van de bredere betrekkingen tussen hen, die mede tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden partij zijn,
Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn;
Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking;
Bevestigend dat zij streven naar betere samenwerking op het gebied van internationale stabiliteit, justitie en veiligheid om duurzame sociale en economische ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te roeien en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken;
Overwegende dat de partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en dat zij hun dialoog en samenwerking in het kader van de strijd tegen het terrorisme willen intensiveren, daarbij ten volle rekening houdend met de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties en met de desbetreffende instrumenten van de VN-Veiligheidsraad, met name de Resoluties 1373, 1267, 1822 en 1904;
Verklarend dat de partijen zich er volledig toe verbinden alle vormen van terrorisme te voorkomen en te bestrijden en effectieve internationale instrumenten te ontwikkelen om terrorisme uit te bannen;
Overwegend dat volgens de partijen doeltreffende maatregelen voor terrorismebestrijding en de bescherming van de mensenrechten elkaar moeten aanvullen en versterken;
Erkennend dat de samenwerking ter bestrijding van het gebruik en de smokkel van drugs moet worden versterkt en bevorderd, aangezien deze activiteiten een ernstige bedreiging vormen voor de internationale vrede, veiligheid, stabiliteit en economische ontwikkeling;
Erkennend dat de ernstigste misdrijven op het gebied van het internationale humanitaire recht, genocide en andere misdaden tegen de menselijkheid waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging van deze misdrijven moet worden gewaarborgd om de vrede en het internationale recht te bevorderen;
Overwegende dat de partijen de mening delen dat de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt, en dat zij hun dialoog en samenwerking op dit gebied wensen te versterken. De door de gehele internationale gemeenschap aangegane verbintenis om de verspreiding van massavernietigingswapens te bestrijden ligt ten grondslag aan de aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad;
Erkennende dat de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding daarvan, een ernstige bedreiging blijven vormen voor de internationale vrede, veiligheid en ontwikkeling;
Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN) en de daaropvolgende toetredingsprotocollen;
Erkennende dat de versterking van de betrekkingen tussen de partijen van groot belang is ter stimulering van hun samenwerking, en zich bewust van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, op niet-discriminerende grondslag, met inachtneming van het milieu en wederzijds tot voordeel strekkend;
Het belang erkennend van dialoog en samenwerking tussen de ASEAN en de Europese Unie;
Bevestigend dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, inclusief milieubescherming en effectieve samenwerking om klimaatverandering aan te pakken;
Het belang benadrukkend van intensievere samenwerking op het gebied van justitie en veiligheid;
Bevestigend dat zij zich verbinden tot een brede dialoog en samenwerking ter bevordering van migratie en ontwikkeling en effectieve bevordering en implementatie van de internationaal erkende arbeids- en sociale normen;
Opmerkende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen of als deel van de Europese Unie, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;
Het belang erkennende dat de partijen hechten aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en de noodzaak deze transparant en zonder discriminatie uit te voeren;
Bevestigend dat de partijen ernaar streven om, in volledige overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de onderlinge samenwerking te verdiepen op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel,
Zijn als volgt overeengekomen:
TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1. Algemene beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere internationale mensenrechteninstrumenten waarbij de partijen partij zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties.
De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen aan de verwezenlijking van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, waaronder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan het beginsel van goed bestuur.
De partijen komen overeen dat de samenwerking in het kader van deze overeenkomst zal geschieden volgens hun eigen wet- en regelgeving.
Artikel 2. Doel van de samenwerking
Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren ze verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang zoals bepaald in deze overeenkomst. Hun inspanningen zijn met name gericht op:
- a. het opzetten van samenwerking op het gebied van politieke, sociale en economische aangelegenheden in alle relevante regionale en internationale fora en organisaties;
- b. het opzetten van samenwerking ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit;
- c. het opzetten van samenwerking op het gebied van de mensenrechten en dialoog over de bestrijding van ernstige criminaliteit waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd;
- d. het opzetten van samenwerking om de verspreiding van massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens tegen te gaan en vredesprocessen en conflictpreventie te bevorderen;
- e. het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang om de handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en obstakels voor handel en investeringen weg te nemen, op een wijze die verenigbaar is met de WTO-beginselen en lopende en toekomstige EU-ASEAN-initiatieven;
- f. het opzetten van samenwerking op het gebied van justitie en veiligheid, waaronder juridische samenwerking, drugs, witwassen van geld, bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie, gegevensbescherming en vluchtelingen en binnenlands ontheemden;
- g. het opzetten van samenwerking op het gebied van migratie en maritieme arbeid;
- h. het opzetten van samenwerking in alle andere sectoren van gezamenlijk belang, met name werkgelegenheid en sociale zaken, ontwikkelingssamenwerking, economisch beleid, financiële dienstverlening, goed bestuur op fiscaal gebied, industriebeleid en midden- en kleinbedrijf, informatie- en communicatietechnologie (ICT), audiovisuele sector, media en multimedia, wetenschap en technologie, vervoer, toerisme, onderwijs, cultuur, dialoog tussen culturen en religies, energie, milieu en natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van klimaatverandering, landbouw, visserij en plattelandsontwikkeling, regionale ontwikkeling, gezondheid, statistiek, risicobeheer in verband met rampen en openbaar bestuur;
- i. het bevorderen van de deelname van beide partijen aan regionale en subregionale samenwerkingsprogramma’s die openstaan voor de andere partij;
- j. een grotere rol en een betere profilering van de Filipijnen en de Europese Unie;
- k. het bevorderen van het begrip tussen mensen en effectieve dialoog en interactie met organisaties van het maatschappelijk middenveld.
Artikel 3. Samenwerking in regionale en internationale organisaties
De partijen blijven standpunten uitwisselen en samenwerken in regionale en internationale fora en organisaties als de Verenigde Naties en relevante VN-organen en -agentschappen, zoals de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD), de dialoog tussen de ASEAN en de EU, het regionale forum van de ASEAN (ARF), de Asia-Europe Meeting (ASEM), de WTO, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO).
Artikel 4. Regionale en bilaterale samenwerking
Voor elke sector waarbinnen in het kader van deze overeenkomst dialoog en samenwerking worden ontwikkeld, en met nadruk op de terreinen die binnen het kader van de samenwerking tussen de EU en de Filipijnen vallen, kunnen de partijen in overleg ook op regionaal niveau samenwerken of beide kaders combineren, waarbij rekening wordt gehouden met de besluitvormingsprocessen van de betrokken regionale organisatie. De partijen streven ernaar het beste kader te kiezen om het effect te maximaliseren en de betrokkenheid van alle belanghebbenden te vergroten; hierbij moeten de beschikbare middelen optimaal worden benut en moet de samenhang met andere activiteiten worden gewaarborgd.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING
Artikel 5. Vredesprocessen en conflictpreventie
De partijen komen overeen verder samen te werken om conflicten te voorkomen en een vredescultuur te bevorderen, onder meer door sensibiliseringsprogramma’s en voorlichtingscampagnes.
Artikel 6. Samenwerking op het gebied van de mensenrechten
De partijen komen overeen samen te werken bij de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten, onder andere via de internationale mensenrechteninstrumenten waarbij zij partij zijn.
De partijen bepalen in overleg welke activiteiten zij hiervoor zullen ontplooien, waaronder:
- a. ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van nationale actieplannen met betrekking tot de mensenrechten;
- b. bevordering van kennis van en voorlichting over de mensenrechten;
- c. versterking van de nationale instellingen op het gebied van de mensenrechten;
- d. voor zover mogelijk, bijdragen aan de bevordering van regionale instellingen op het gebied van de mensenrechten;
- e. totstandbrenging van een zinvolle mensenrechtendialoog tussen de partijen; en
- f. samenwerking binnen de mensenrechteninstellingen van de Verenigde Naties.
Artikel 7. Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd
De partijen erkennen dat de ernstigste misdrijven op het gebied van het internationale humanitaire recht, genocide en andere misdaden tegen de menselijkheid waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, niet ongestraft mogen blijven en dat deze misdrijven moeten worden vervolgd door op nationaal of internationaal niveau de nodige maatregelen te treffen, inclusief via het internationale strafhof, overeenkomstig de binnenlandse wetgeving van de partijen.
De partijen komen overeen een vruchtbare dialoog te voeren over universele onderschrijving van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, waaronder steun voor capaciteitsopbouw.
Artikel 8. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, zowel door als onder staten en niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen komen overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied, zoals Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze Overeenkomst vormt.
De partijen komen verder overeen om:
- a. de noodzakelijke stappen te zetten om andere relevante internationale instrumenten, waaronder resoluties van de VN-Veiligheidsraad ter zake, te ondertekenen en, met volledige eerbiediging van de ratificatieprocedures van de partijen, te ratificeren dan wel ertoe toe te treden, en de daaruit voortvloeiende verplichtingen te vervullen;
- b. een doeltreffend systeem voor nationale exportcontroles op te zetten om de uitvoer en doorvoer van met massavernietigingswapens verband houdende goederen te controleren, met inbegrip van de controle van technologie voor tweeërlei gebruik op eindgebruik voor massavernietigingswapens, met doeltreffende sancties op inbreuken op deze exportcontroles.
De partijen erkennen dat de toepassing van exportcontroles geen belemmering mag vormen voor de internationale samenwerking met betrekking tot materialen, uitrusting en technologie voor vreedzame doeleinden, waarbij vreedzaam gebruik niet mag worden gebruikt als dekmantel voor proliferatie.
De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze elementen. De partijen kunnen er tevens naar streven deze dialoog op regionaal niveau te voeren.
Artikel 9. Handvuurwapens en lichte wapens
De partijen erkennen dat de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.