Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Macedonische Regering ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

Type Verdrag
Publication 2021-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden)

en

de Macedonische Regering,

Hierna genoemd „de Partijen”,

Op grond van artikel 19 van de op 18 september 2007 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven,

Hierna genoemd „de Overeenkomst”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Bevoegde autoriteiten
1.

De Partijen wisselen uiterlijk dertig (30) dagen na ondertekening van dit Protocol via diplomatieke weg lijsten uit van de voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde autoriteiten.

2.

De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere wijziging in deze lijsten.

Artikel 3. Overnameverzoek
1.

Een overnameverzoek wordt gedaan zodra de identiteit en de nationaliteit van de over te nemen persoon zijn vastgesteld of aannemelijk gemaakt krachtens de artikelen 8 en 9 van de Overeenkomst. Het overnameverzoek wordt ingediend conform artikel 7 van de Overeenkomst.

2.

Het overnameverzoek bevat voor zover mogelijk de volgende gegevens:

3.

Voor minderjarige ongehuwde kinderen wordt het volgende bij het overnameverzoek gevoegd:

4.

Het overnameverzoek bevat zo nodig ook de volgende gegevens:

5.

Voor de indiening van zijn verzoek bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat maakt de verzoekende Staat gebruik van het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht.

Artikel 4. Antwoord op het overnameverzoek
1.

Het antwoord op het overnameverzoek wordt binnen de in artikel 10, lid 2, van de Overeenkomst gestelde termijnen toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat. Een kopie van een positief antwoord wordt tevens aan de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat verstrekt.

2.

Het antwoord bevat de volgende gegevens:

3.

In geval van een negatief antwoord geeft de aangezochte Staat aan waarom de identiteit van de betrokkene niet kon worden vastgesteld en/of waarom de overnameverplichting conform de bepalingen van de artikelen 2, 3, 4 of 5 van de Overeenkomst niet op hem van toepassing is.

4.

Voor zijn antwoord aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat maakt de aangezochte Staat gebruik van het formulier dat als bijlage 1 aan het Protocol is gehecht.

Artikel 5. Reisdocument
1.

In geval van een positief antwoord op het overnameverzoek voor eigen onderdanen geeft de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Staat overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 4, lid 4, van de Overeenkomst een reisdocument voor de betrokkene af.

2.

Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van dertig (30) dagen.

3.

In geval van een positief antwoord op het overnameverzoek voor onderdanen van derde landen of staatlozen geven de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Staat overeenkomstig artikel 3, lid 4, en artikel 5, lid 4, van de Overeenkomst een reisdocument voor de betrokkene af.

4.

De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij verstrekt onverwijld doch uiterlijk binnen drie (3) werkdagen een inreisvisum voor de terugkeer van de in lid 3 bedoelde persoon.

5.

Het inreisvisum heeft een geldigheidsduur van dertig (30) dagen.

6.

Wanneer de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat niet in staat is de betrokkene over te dragen voor de datum waarop het reisdocument of het visum verloopt, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat daarvan in kennis. Zodra de overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, verstrekt de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij binnen veertien (14) dagen volgend op een verzoek daartoe van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat een nieuw reisdocument of visum met eenzelfde geldigheidsduur.

Artikel 6. Overnameprocedure
1.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat minimaal drie (3) werkdagen voor de geplande overdracht in kennis van haar voornemen daartoe over te gaan.

2.

Indien de verzoekende Staat de over te nemen persoon niet binnen de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst genoemde termijn van drie (3) maanden kan overdragen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat daarvan onverwijld in kennis. Zodra de feitelijke overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat overeenkomstig de in artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst bedoelde procedure en termijnen daarvan op de hoogte.

3.

Indien medische redenen vervoer over de weg of over zee rechtvaardigen, maakt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat daarvan melding op het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht.

Artikel 7. Doorgeleidingsprocedure
1.

De doorgeleiding van onderdanen van derde landen of staatlozen wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van de Overeenkomst.

2.

Het doorgeleidingsverzoek bevat voor zover mogelijk de volgende gegevens:

3.

Het doorgeleidingsverzoek wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat door middel van het formulier dat als bijlage 7 aan de Overeenkomst is gehecht.

4.

Het doorgeleidingsverzoek wordt minimaal zeven (7) dagen voor de doorgeleiding ingediend bij de aangezochte Staat.

5.

De aangezochte Staat antwoordt onverwijld doch binnen vijf (5) dagen op het verzoek.

6.

Voor zijn antwoord aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat maakt de aangezochte Staat gebruik van het formulier dat als bijlage 2 aan het Protocol is gehecht.

Artikel 8. Ondersteuning van de doorgeleiding
1.

Indien de verzoekende Staat ondersteuning van een specifieke doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Staat noodzakelijk acht, geeft hij dit aan in het formulier dat als bijlage 7 aan de Overeenkomst is gehecht. De bevoegde autoriteiten treden zo nodig met elkaar in overleg.

2.

In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek vermeldt de aangezochte Staat onder punt 3 (Bijzonderheden) van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Protocol is gehecht, of hij in de gevraagde ondersteuning kan voorzien.

3.

Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag van de aangezochte Staat.

Artikel 9. Verplichtingen van de begeleiders
1.

Op het grondgebied van de aangezochte Staat moeten de begeleiders in alle omstandigheden het recht van de aangezochte Staat naleven.

2.

De begeleiders mogen, bij afwezigheid van ter zake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Staat of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om zichzelf te beschermen en te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

3.

De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een begeleidingsvergunning, een machtiging tot overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.

4.

De aangezochte Staat verleent de begeleiders bescherming en bijstand overeenkomstig zijn nationale wetgeving.

Artikel 10. Grensovergangen
1.

De Partijen wisselen uiterlijk dertig (30) dagen na ondertekening van dit Protocol via diplomatieke weg lijsten uit van de ingevolge de Overeenkomst voor overname of doorgeleiding aangewezen grensovergangen.

2.

De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere wijziging in deze lijsten.

3.

De bevoegde autoriteiten kunnen op ad-hocbasis overeenkomen gebruik te maken van andere grensovergangen voor overname of doorgeleiding.

Artikel 11. Kosten
1.

De kosten verbonden aan het proces van overname en doorgeleiding worden toegewezen als omschreven in artikel 15 van de Overeenkomst.

2.

Alle door de aangezochte Staat gemaakte kosten worden door de verzoekende Staat vergoed door middel van een bankgiro binnen zestig (60) dagen te rekenen van de dag van overhandiging van de factuur.

Artikel 12. Vergadering van deskundigen
1.

De Partijen werken samen bij het analyseren van kwesties omtrent de toepassing van dit Protocol.

2.

Hiertoe kan een vergadering van deskundigen bijeenkomen op verzoek van één van de Partijen.

Artikel 13. Taal en communicatie
1.

De Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.

2.

De bevoegde autoriteiten communiceren per fax of post. Indien beide Partijen daarmee instemmen, kan eveneens per e-mail of via andere technische middelen worden gecommuniceerd.

Artikel 14. Bijlagen

De bijlagen 1 en 2 vormen een integrerend onderdeel van dit Protocol.

Artikel 15. Wijzigingen
1.

Dit Protocol en zijn bijlagen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd.

2.

Wijzigingen van het Protocol treden in werking in overeenstemming met de procedure vervat in artikel 17, eerste en tweede lid.

3.

Wijzigingen van de Bijlagen treden in werking op een door de partijen te bepalen datum.

Artikel 16. Depositaris

Het Koninkrijk België is depositaris van dit Protocol. De depositaris voorziet alle Staten van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het origineel.

Artikel 17. Inwerkingtreding, duur en opzegging
1.

De Partijen stellen elkaar en de depositaris in kennis van de voltooiing van de benodigde nationale wettelijke procedures voor de inwerkingtreding van het Protocol.

2.

Overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de Overeenkomst treedt dit Protocol in werking op de eerste dag van de tweede maand na kennisgeving door de depositaris aan het Gemengd Comité overname dat de daarvoor noodzakelijke interne procedures door iedere Partij zijn voltooid. Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de depositaris aan iedere Partij verstrekt.

3.

Overeenkomstig artikel 20 van de Overeenkomst heeft dit Protocol voorrang boven de bepalingen van de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Macedonische Regering betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen, gedaan te Voorburg op 30 mei 2006. Deze Overeenkomst blijft van kracht tussen Curaçao, Sint Maarten en het Caribisch deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en de Macedonische Regering.

4.

Dit Protocol wordt gelijktijdig met de opzegging van de Overeenkomst opgezegd.

GEDAAN te Brussel, op 30 juli 2012, in de Engelse, de Franse, de Nederlandse en de Macedonische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.